Culturele Antropologie Utrecht

CAses
hoogtepunten uit het afstudeeronderzoek


1998
 

Migranten tussen Arequipa en Vilquechico

Pepijn Gerrits

Hipólito Condori werd geboren in het district Vilquechico, in het departement Puno. Zijn moeder heeft hij nooit gekend en op jonge leeftijd besloten zijn ooms hem mee te nemen naar Bolivia, waar zij werkten. Hij kon hier echter niet wennen en trok in 1954 naar Arequipa, omdat hij wist dat verscheidene mensen uit zijn deel van het district Vilquechico hem waren voorgegaan. Na wat losse baantjes kwam hij als arbeider in dienst bij de regionale vestiging van 'Nicolini', een nationale producent van graanproducten, zoals pasta en meel. De eerste jaren in Arequipa kreeg hij veel steun van een tiental medemigranten uit het district Vilquechico, die elkaar hielpen bij de bouw van het huis. Over die jaren zegt Hipólito:

"Er kwamen vele mensen. Hier in Arequipa hebben we zo'n tien mannen bij elkaar gebracht, want het is niet gemakkelijk in de stad. Met z'n tienen hebben we het allemaal gemaakt, als een soort wederzijdse hulp. In een nieuwe wijk kochten we een stuk grond en ik haalde tien soles uit m'n zak, en een ander ook tien, en weer een ander ook tien, allen voor één persoon. En zo bouwden we huizen voor elkaar, elkaar helpend. En de volgende zondag deden we hetzelfde weer voor een van de anderen ..."
"Mariano Pachanqui en ik waren de eersten. Eigenlijk wilden we geen hulp, maar de anderen vroegen het ons, en dus deden we mee. Mij benoemden ze tot penningmeester; dus ik verzamelde het geld. Zo bouwden we de huizen en had iedereen ook een huis..."

In diezelfde tijd richtte hij met nog wat anderen een voetbalteam op om, net zoals in de regio van oorsprong, competitie te spelen. Het team droeg de naam 'San Pablo', naar een van de twee beschermheiligen van het district Vilquechico. Elke zondag speelden ze tegen andere teams van migranten uit het departement Puno. Volgens Hipólito Condori ontbrak het bij veel van de migranten uit Vilquechico toen, en nu nog, aan organisatie, daar men de mensen niet bij elkaar kreeg. Op zijn vrije avonden maakte hij met nog wat andere migranten muziek. Op feesten en feestdagen traden ze op, vooral voor de lol en tegen de verveling. Hij denkt dat er nog wel een paar van zijn oude bandleden spelen, maar weet het niet meer zeker.
Ondertussen trouwde hij in Vilquechico, maar keerde meteen weer terug naar Arequipa, bang zijn vaste baan te verliezen. Na zeventien jaar op de werkvloer en met een onberispelijke staat van dienst, wat volgens zijn eigen zeggen kwam door zijn geheelonthouding en zijn stiptheid, benoemde de firma hem tot magazijnbeheerder. In die jaren zette hij samen met zijn vrouw ook nog een bakkerij op in hun huis in de wijk '15 de Agosto', maar zijn werk bij Nicolini mocht er niet onder lijden. Naar Vilquechico keerde hij ook in die tijd regelmatig terug, voor familiebezoek en voor het brengen en halen van goederen. De feesten vindt hij, vanwege zijn afkeer voor drank, nog steeds maar niets.
In 1988 ging Hipólito Condori met pensioen. Veel van zijn vrienden en leeftijdsgenoten die ook een pensioen hebben, zijn inmiddels teruggekeerd naar Vilquechico en hebben daar hun vee en akkers om hun pensioen aan te vullen. Hipólito vindt dat een slim plan, want in de stad heb je aan je pensioen niet genoeg. Hijzelf heeft geen land, maar zijn vrouw wel. Soms zitten ze dan ook in Vilquechico, maar meestal in Arequipa, want de reis is nogal zwaar en zijn kinderen wonen in Arequipa. Binnenkort zullen ze een gedeelte van het land, dat meestal door de neven van zijn vrouw wordt bewerkt, verkopen voor twee koeien.

Ruraal-urbane migratie in Peru

Dit jaar (1998) wordt naar alle waarschijnlijkheid een belangrijke grens overschreden: voor het eerst in de geschiedenis zullen er wereldwijd meer mensen in steden wonen dan op het platteland (Kolstee et. al., 1996:15). In Latijns-Amerika werd deze grens al ver voor 1970 doorbroken en in Peru halverwege de jaren zestig (INEI, 1995:51-53). Een belangrijke reden van het doorbreken van deze grens is de massale ruraal-urbane migratie die de afgelopen eeuw heeft plaatsgevonden. Vele migranten trokken, op zoek naar economische verbetering, naar de steden. In de jaren tachtig werd groei van de grote steden in Latijns-Amerika bemoeilijkt door de economische crisis. Daarnaast veranderde de oorzaak van de groei. Deze kwam niet meer zozeer door migratie als door een sterke natuurlijke aanwas binnen de steden zelf. In plaats van de grote steden groeien nu de secundaire steden. Ook in Peru heeft deze verandering plaatsgevonden (Kolstee et al, 1996:23; INEI, 1995:49-55).
Van maart tot en met augustus 1997 deed ik onderzoek in Arequipa, de tweede stad van Peru met ruim 600.000 inwoners en het regionale centrum voor het zuiden van Peru. De agglomeratie Arequipa, dat wil zeggen de stad en haar omringende districten, is gelegen in het Chili-bekken op een hoogte tussen 2100 en 2600 meter boven de zeespiegel. Geografisch gezien ligt de grootste stad van het zuiden van Peru tussen de woestijn van de Costa en het Andesgebergte, de Sierra. Migratie naar Arequipa kwam in de jaren vijftig in een stroomversnelling. De oorzaak van de grote stroom migranten lag in de overbevolking in de Zuid-Peruaanse Sierra. Het gevolg van de overbevolking was een te grote druk op de landbouwgronden en werkloosheid. Daarnaast vormde Arequipa, met een opkomende industrie, in regionaal opzicht een centrum met grote aantrekkingskracht. In de jaren zestig werd de stroom migranten versterkt door de gevolgen van een zware El Niño. Vanaf eind jaren tachtig is de migrantenstroom weer wat afgenomen, mede door het ontstaan van andere regionale centra.

Het onderzoek

Het onderzoek richtte zich op migranten die nog banden onderhouden met personen in hun oorspronkelijke woonplaats en vice versa. Dit kunnen economische, sociale of culturele banden zijn. Hierbij ging het om de vraag, of er sprake zou zijn van een verbetering of verslechtering van de contacten aan beide zijden. Met betrekking tot sociale relaties bekeek ik, hoe men aan beide zijden tegen elkaar aankijkt. Hierbij kwamen ook de veranderingsprocessen die migranten hebben doorgemaakt na hun aankomst in Arequipa ten opzichte van de achterblijvers naar voren, maar ook de contacten van migranten onderling en de contacten van bewoners van de regio van oorsprong onderling. Op economisch vlak bekeek ik, of er sprake zou zijn van een uitwisseling van goederen, diensten en kapitaal tussen migranten in de stad en de regio van oorsprong. De vraag was via welke concrete lijnen deze economische uitwisselingen lopen en om wat voor producten het over het algemeen gaat. Tenslotte onderzocht ik de culturele relaties tussen beide groepen. Hierbij keek ik of migranten zich cultureel gezien sterk aanpassen aan het leven in de stad of juist sterk blijven hechten aan de cultuur, de waarden en normen, van de vroegere omgeving.
Om de relaties tussen migranten in Arequipa en de inwoners van de regio van oorsprong te onderzoeken ging ik op zoek naar een groep migranten die zich hadden verenigd. Het fenomeen van migrantenassociaties is in Peru wijd verbreid. Deze associaties worden opgericht door migranten die uit hetzelfde gebied afkomstig zijn. Ik vond in Arequipa een groep migranten uit het district Vilquechico, gelegen in het departement Puno. Om het leven van deze migranten in de stad te kunnen beschrijven, alsmede de relaties die ze onderhouden met de inwoners van de regio van oorsprong, heb ik gebruik gemaakt van enquêtes, open interviews en participerende observatie. Daarnaast reisde ik twee maal naar de regio van oorsprong om daar met dezelfde methoden het leven van de inwoners te onderzoeken.

Migranten in Arequipa

Het leven van Hipólito Condori, zoals hierboven beschreven, is vergelijkbaar met het leven van vele andere migranten in Peru. Deze life history geeft patronen aan van de relaties tussen migranten en de inwoners van de regio van oorsprong. Hipólito is afkomstig uit een gehucht in het rurale district Vilquechico. Het district kenmerkt zich door het hoge percentage inwoners dat werkzaam is in de landbouw. De relatief kleine akkers maken het mogelijk in het levensonderhoud te voorzien. Landbouwgrond is, gezien de hoogte, echter wel schaars. Deze schaarste maakt dat niet iedereen over voldoende grond kan beschikken. Men bewerkt de grond in familie- of communaal verband. Daarnaast zijn er ook inwoners die leven van de opbrengst van het houden van lama's, alpaca's en schapen. Migratie is in het gebied een van de vormen om te overleven. Door het gebrek aan voldoende gronden is de werkloosheid hoog en trekken vooral jongeren weg op zoek naar werk elders. Dat was ook de keuze van Hipólito. Hij trok naar Arequipa, waar hij terecht kon bij familie.
Veruit de meeste migranten trekken bij aankomst in Arequipa in bij familie of kennissen. Hier blijft men wonen tot men werk en een eigen plaats om te wonen heeft gevonden. Familiebanden en communale banden zijn dus van groot belang. Ze helpen de migrant bij het wennen aan de nieuwe woonomgeving, maar geven hem ook het gevoel niet helemaal verstoken te zijn van zijn oude omgeving en oorspronkelijke cultuur. Sterke familiebanden zijn de basis voor onvoorwaardelijke steun aan een net gemigreerd familielid. Bovendien kennen migranten uit de hooglanden sterke sociale reciproque banden met personen uit dezelfde regio van oorsprong. De communale band, kenmerk van de sociale relaties in de Sierra, wordt in de steden voortgezet. Ook Hipólito kreeg en gaf hulp door met andere migranten huizen te bouwen.
De oprichting van het voetbalteam met migranten uit hetzelfde district is een van de startpunten van associaties en clubs. Migranten organiseren zich op basis van een gedeelde afkomst. Dit kan op microniveau, omdat men uit hetzelfde gehucht komt, of op districtsniveau. De meeste clubs en associaties worden door enkele migranten opgericht, waarna er meer volgen. Het doel is de gedeelde afkomst en de daaraan gelieerde cultuur in ere te houden, en elkaar te helpen overleven in de stad. Wanneer enkele clubs van verschillende gehuchten in een district besluiten samen ook zaken te organiseren, ontstaan er overkoepelende associaties. Binnen deze overkoepelende organisaties tracht men samen zaken te organiseren, waar allen baat bij hebben. Dit loopt uiteen van het organiseren van een feest om geld op te halen tot het opzetten van een voetbalcompetitie om zo elke zondag tegen elkaar te voetballen. Belangrijk is dat men door het voetballen en het vieren van feesten, waarbij de eigen cultuur centraal staat, bijeen komt. Op deze bijeenkomsten komen niet alleen mannen, maar meestal volledige gezinnen. Men legt contacten, helpt elkaar aan banen en creëert een plaats waar de migrant zijn eigen cultuur terugvindt.

Toen Hipólito in 1954 in Arequipa aankwam, vond hij vrij makkelijk werk, mede door inspanningen van medemigranten en door de familie en vrienden uit Vilquechico, die al wat langer in de stad woonden. Hij heeft zijn leven lang bij dezelfde firma mogen werken en geniet nu van zijn pensioen. Migranten die later kwamen, hebben dit lang niet allemaal mee mogen maken. De meeste migranten hebben zichzelf van werk moeten voorzien en zijn in de informele sector beland. Zowel mannen als vrouwen moeten zich lange dagen inspannen om op de markt of in het winkeltje aan huis wat te verkopen, of door zich als dagloner in de bouw aan te bieden. Toch kozen zij ervoor om naar de stad te komen, want hier heeft men meer kans op een baan en meer kans op een betere opleiding en toekomst voor de kinderen. Niet alle migranten zijn het er echter over eens, dat hun leven zou zijn verbeterd door de komst naar de stad. De meningen hierover lopen nogal uiteen.
Hipólito keerde vooral de eerste jaren van zijn leven in Arequipa terug naar Vilquechico. Hij trouwde er zijn vrouw, maar ging ook op familiebezoek en om de typische feesten van de streek te vieren. Zolang men er familie heeft wonen, keren de migranten eens per jaar of eens in de twee jaar terug naar de regio van oorsprong. Wanneer de familie overlijdt of wegtrekt en men ook geen landbouwgrond meer heeft, zijn slechts de feesten nog een reden om terug te keren. Deze feesten zijn een vermenging van oude rituelen die stammen uit de tijd van de Inca's, en rituelen die voort zijn gekomen uit het katholicisme. De terugkerende migranten spelen bij de viering van deze feesten een belangrijke rol. Een kleine groep keert met de associaties waar ze lid van zijn, terug naar Vilquechico en neemt dan een band mee. Drie dagen lang zorgen ze voor dans en vermaak op het dorpsplein. Veruit de meeste migranten keren echter alleen of met het gezin terug om tijdens de feesten familie te bezoeken. Diegenen zonder familie keren meestal niet meer terug en vieren de feesten in Arequipa zelf, met leden van de associatie.
Toen hij net in Arequipa woonde, nam Hipólito ook wel eens producten mee naar Vilquechico. Op de terugreis kreeg hij dan van familie andere producten mee terug. De meeste migranten doen dit echter niet meer, omdat men geen directe familie in de regio van oorsprong heeft wonen. Diegenen die nog wel producten versturen en/of ontvangen, wisselen vooral landbouwproducten uit. Hipólito gaf aan, dat veel vrienden na pensionering terugkeren naar de regio van oorsprong. Deze vrienden beschikten over een stukje land, wat als aanvulling op hun pensioen dient. De wens op late leeftijd te remigreren om de oude dag in een vertrouwde omgeving door te brengen speelt bij vele migranten. Hiermee heeft men ook invloed op de vermenging van culturen in de regio van oorsprong. Zij die terugkeren, nemen een deel van de cultuur van de stad, die westers is georiënteerd, mee naar het platteland, waar men nog veelal leeft volgens oude Inca gebruiken. Door de vermenging van beide culturen verandert de oorspronkelijke cultuur, wat veel inwoners van de regio van oorsprong doet vrezen, dat deze op den duur zal verdwijnen.

Conclusie

In mijn onderzoek heb ik willen achterhalen, of er sprake is van economische, sociale en culturele relaties tussen migranten in Arequipa en de inwoners van de regio van oorsprong. Daarvoor nam ik een groep migranten afkomstig uit Vilquechico, verenigd in een migrantenorganisatie. In zijn algemeenheid kan gesteld worden, dat er wel sprake is van relaties tussen de migranten en de mensen die nog steeds in de regio van oorsprong wonen, maar op sommige vlakken sterker dan op andere. Het voert te ver alle drie bovengenoemde delen van de relaties nogmaals te belichten. De belangrijkste conclusie is eigenlijk, dat migranten niet zozeer sociale en economische contacten onderhouden met de regio van oorsprong, maar juist vooral culturele relaties. Het behoud van de eigen cultuur in de stad is van groot belang. De migrantenassociaties spelen hierin een cruciale rol. Zij organiseren niet alleen culturele avonden en feesten, maar brengen de migranten bij elkaar, zodat men de oorspronkelijke cultuur kan delen met diegene die uit hetzelfde gebied komen. De culturele relatie met de regio van herkomst ligt in het behoud van de cultuur, het meenemen van de gebruiken en tradities, alsmede het terugkeren naar de regio van oorsprong voor de viering van de traditionele feesten. Daarin spelen sociale en economische relaties zeker een rol, maar daarvoor verwijs ik graag naar mijn scriptie en verslag.

Literatuur

Gerrits, Pepijn. Met de blik op de bergen: Migranten in Arequipa en migratiepatronen in Zuid-Peru. Scriptie en afstudeeronderzoek aan de Universiteit Utrecht, 1998.
Instituto Nacional de Estadística e Informática (INEI). Migraciones internas en el Perú. Lima: Instituto Nacional de Estadística e Informática, 1995.
Kolstee, Theo, Joep Bijlmer & Fon van Oosterhout (red.) Lucha Contra la Pobreza Urbana. Documento de politica sectoral de Cooperación al Desarollo, Nr. 5. Den Haag: Directie Voorlichting Ontwikkelingssamenwerking van het ministerie van Buitenlandse Zaken, 1996.

vorige naar index volgende