Culturele Antropologie Utrecht

CAses
hoogtepunten uit het afstudeeronderzoek


1998
 

WONEN IN EEN HOTEL

Krista Nota

De stad Londen neemt een bijzondere positie in de wereld in. Als een van de belangrijkste wereldsteden is zij een voorbeeld en trekpleister voor mensen vanuit de hele wereld. De manier waarop de overheden van Londen met sociale problemen omgaan, dient als voorbeeld voor vele andere landen.
Een van de sociale problemen waarom de stad bekend staat, is de daklozenproblematiek. Vooral 's avonds, maar ook overdag komt iedereen in het centrum van Londen de daklozen tegen, slapend in de portalen, bedelend om kleingeld of kopers zoekend voor de Big Issue (de Britse versie van Straatnieuws). Een zaak die veel minder bekend is, is de thuislozenproblematiek. Het fenomeen van duizenden mensen die noodgedwongen in hotels in Londen wonen, is iets waar de meeste mensen van het vasteland van Europa niet bekend mee zijn.

In de periode van januari tot juni 1998 heb ik onderzoek gedaan naar de problematiek van thuisloze gezinnen die in hotels in Londen wonen. Tijdens het onderzoek heb ik bestudeerd, hoe het leven van gezinnen in hotels eruit ziet. Ik ben nagegaan wie de gezinnen in de hotels zijn, wat hun achtergronden zijn, hoe hun dagelijks leven eruit ziet, welke problemen ze hebben en hoe ze aan de problemen trachten te ontsnappen.
Mijn voornaamste manieren van data verzamelen waren participerende observatie, informele interviews en het gebruik van secundaire informatie. Door als vrijwilligster beschikbaar te zijn voor twee hulpverleningsorganisaties - het King's Cross Homelessness Project en het Bayswater Families Centre - heb ik veel kansen gehad om thuisloze gezinnen te ontmoeten, een aantal hotels te bezoeken en het werk van de twee organisaties te leren kennen.

Armoede

De uitkomsten van het onderzoek heb ik gekoppeld aan een beschrijvende literatuurverkenning over armoede in het Westen. In de literatuurverkenning kwam onder andere naar voren, dat armoede in het Westen niet hetzelfde is als de armoede van honderd jaar geleden of armoede in de Derde Wereld. Voor armoede in het Westen wordt nu vaak de term 'moderne armoede' gebruikt (bv. Godschalk 1991). Met die term wordt armoede bedoeld, die voortbestaat in een periode van relatieve welvaart. Arme mensen in het Westen hebben tegenwoordig niet zozeer moeite om absoluut te overleven, maar hebben vooral relatief gezien een achterstand op de rest van de bevolking. Ze kunnen niet voldoen aan bepaalde gewoonten en eisen die in de betreffende samenleving normaal zijn. Isolement en uitsluiting zijn hiervan vaak gevolgen.

Thuisloosheid

Vroeger waren de armen voornamelijk ouderen, grote gezinnen, zieken en gehandicapten. Tegenwoordig bestaat de groep armen voor een groot deel uit alleenstaande ouders, werklozen, allochtonen en thuislozen. Zoals gezegd, heb ik me tijdens mijn afstudeeronderzoek gericht op deze laatste categorie, de thuislozen. Een thuisloze is iemand die geen vaste woonruimte heeft en daarom in tijdelijke accommodatie moet wonen, totdat er vaste woonruimte gevonden is. Tijdelijke accommodatie is bijvoorbeeld een hotel, jeugdherberg of een flat waar tijdelijk gewoond kan worden.
In Londen woonden er volgens officiële gegevens in 1996 5.500 huishoudens in hotels of hostels en nog eens 18.600 in andere tijdelijke accommodaties. Deze officiële cijfers zijn echter veel lager dan de werkelijke aantallen. Velen worden namelijk door de overheid niet als thuisloos erkend. De criteria om als thuisloos erkend te worden zijn onder andere: kwetsbaar zijn (zoals zwangere vrouwen, jonge kinderen of mensen met mentale problemen) en niet intentioneel thuisloos zijn (er, volgens de maatstaven van de overheid, niet zelf voor gekozen hebben om thuisloos te zijn). Als iemand erkend wordt als thuisloos, hebben lokale overheden de plicht om vaste woonruimte voor die persoon te zoeken en in de tussentijd voor tijdelijke woonruimte te zorgen. Lokale overheden zijn dan ook veel geld kwijt aan het financieren van tussentijdse woonruimte (zoals hotels) voor thuislozen.
Degenen die niet erkend worden (zoals de meeste alleenstaande thuislozen of kinderloze paren) worden echter in zeer beperkte mate geholpen. De organisatie Shelter heeft een schatting gemaakt van de aantallen thuislozen in Londen, die niet in de officiële statistieken voorkomen. Het gaat hier om ongeveer 45.000 alleenstaande thuislozen en nog eens ongeveer 40.000 verborgen thuislozen. Tijdens mijn onderzoek heb ik me verder niet op deze groep geconcentreerd.

Vluchtelingen

In vergelijking met de rest van Groot-Brittannië is het percentage vluchtelingen (en mensen van een etnische minderheid in het algemeen) onder de thuisloze gezinnen erg hoog. In totaal maken etnische minderheden 40% uit van alle dak- en thuislozen in Londen, terwijl ze maar 10% uitmaken van de gehele bevolking van de stad.
De meeste vluchtelingen naar Groot-Brittannië (85%) arriveren in de hoofdstad en blijven daar dan ook. Vluchtelingen in Groot-Brittannië belanden altijd een periode in tijdelijke accommodaties, totdat hun asielzoekersprocedure rond is. De problematiek van deze gezinnen is schrijnend. Velen hebben in het land van herkomst veel meegemaakt, zoals oorlog, vervolging en het verliezen van vrienden en familieleden. In Groot-Brittannië worden ze opnieuw geconfronteerd met allerlei problemen. De hulpverleningsorganisaties waarmee ik heb gewerkt, richten zich voornamelijk op het helpen van vluchtelingen.

Oorzaken

Er zijn verschillende oorzaken aan te wijzen voor de problematiek van thuisloosheid in Londen. Een van de voornaamste redenen is de woningnood. Met name in de jaren tachtig richtte de overheid zich meer op economische groei dan op het oplossen en voorkomen van sociale problemen. Het was de bedoeling dat economische groei door zou druppelen naar alle delen van de bevolking (het trickle down effect). In de praktijk bleek daar echter niet veel van terecht te komen en de lagere groepen van de bevolking werden op vele gebieden de dupe. Er werd bijvoorbeeld steeds minder geld uitgegeven aan het onderhouden van oude woningen en de bouw van goedkope woningen. Het aantal huishoudens daarentegen groeide, onder andere door de toename van eenoudergezinnen, en de behoefte aan goedkope woningen nam toe.
Daarnaast zijn individuele problemen vaak een oorzaak van thuisloosheid. Een groot deel van de (voornamelijk) Britse thuislozen moest hun vorige accommodatie noodgedwongen verlaten vanwege problemen met medebewoners, zoals een partner of ouders. Ook financiële problemen kunnen een reden zijn, waarom mensen hun accommodatie uit worden gezet.
De genoemde oorzaken gelden niet zozeer voor vluchtelingen. Zij bevinden zich in een andere situatie, omdat zij sowieso de eerste periode van hun verblijf in Groot-Brittannië in tijdelijke accommodaties moeten verblijven en dus thuisloos zijn.

Het leven in een hotel

De situatie in de meeste hotels waar thuisloze gezinnen wonen is erg slecht. Er is veelal te weinig ruimte: hele gezinnen krijgen vaak maar één kamer toegewezen en over het algemeen zijn vrijwel alle kamers in de hotels bezet. De keukens en de douches moeten meestal gedeeld worden met meerdere gezinnen, terwijl de hygiëne slecht is. Een vrouw vertelt over het probleem dat de keuken ver van haar kamer verwijderd is:

"Ik moet wachten, totdat de baby slaapt. Daarna ga ik naar beneden om te koken; dan ga ik weer naar boven om te kijken of ze nog slaapt. Als ze wakker is, neem ik haar mee naar beneden. Als het eten tenslotte klaar is, haast ik me naar boven met haar, laat haar in de kamer, terwijl ik weer snel naar beneden ren om het eten op te halen."

Daarnaast zijn de hotels (voormalige toeristenhotels) over het algemeen slecht onderhouden. Vooral voor kinderen is het gevaarlijk, als bijvoorbeeld de vloerbedekking op de trap loslaat of de elektriciteitsdraden los hangen.
De onzekerheid die het leven in een hotel met zich meebrengt, is groot. De gezinnen weten zelf niet, wanneer en waarheen ze moeten verhuizen. Vaak horen ze pas vlak van te voren, dat ze weer moeten vertrekken. Het kan zijn dat een gezin na een verblijf in een hotel tijdelijk in een flat geplaatst wordt in een deel van Londen waar ze niemand kennen. Een Poolse familie waar ik veel mee optrok, overkwam dat. Ze gaven aan, dat ze nog liever in het hotel gebleven waren, waar ze tenminste allemaal mensen om zich heen hadden, die zich in dezelfde situatie bevonden. In de wijk Tooting, waar ze nu wonen, kennen ze helemaal niemand. Hun isolement wordt versterkt, omdat ze geen Engels spreken. Ze hebben weinig motivatie om contacten in Tooting op te bouwen, omdat ze niet zeker weten, of ze op den duur in die wijk of misschien weer aan de andere kant van de stad vaste woonruimte aangeboden zullen krijgen.

Kinderen

Volgens een schatting van Barnardos woonden er in Londen in 1996 ongeveer 30.000 kinderen in tijdelijke accommodaties (het aantal gezinnen dat toen officieel thuisloos was, was volgens hen 62.900). In de hotels wordt weinig rekening gehouden met de behoeften van kinderen. Er is vaak te weinig, of geen, ruimte voor de kinderen om te spelen. Op de gangen mogen ze meestal niet komen en een eventuele gezamenlijke ruimte biedt over het algemeen geen speelmogelijkheden.
In het Shuttleworths hotel in Londen is een gezamenlijke ruimte aanwezig. In de ruimte staan wat stoelen, banken, een tafel en een televisie. De vloer is echter vies en er is geen speelgoed. Het kinderproject van het King's Cross Homelessness Project organiseerde één keer per week een speelsessie voor kinderen in het hotel. Er werden altijd eerst kleden op de vloer gelegd, zodat de kinderen veilig en schoon konden spelen.
Veel moeders nemen hun kinderen mee naar parken of speeltuinen in de omgeving. Ook het Drop-In centrum van het Bayswater Families Centre is voor vele moeders met jonge kinderen een uitwijkmogelijkheid. Het centrum is elke doordeweekse middag geopend van een tot vijf en heeft een grote ruimte, een tuin en veel speelgoed. Bovendien worden er door het personeel verschillende activiteiten georganiseerd, zoals eenvoudige Engelse les.
Door de voortdurende onzekerheid en het vaak moeten verhuizen raken veel van de thuisloze kinderen achter op school. Als ze tijdens een schooljaar moeten verhuizen en ergens anders weer opnieuw moeten beginnen, blijkt de overgang erg moeilijk te zijn.
De problemen op school en de spanningen van het leven in een hotel veroorzaken bij veel kinderen gedragsproblemen. Ik kwam vaak kinderen tegen die óf hyperactief, óf agressief waren, óf zich juist sterk afzonderden en met niemand contact zochten.
Samir is een jongetje van vijf jaar uit Marokko, die ik in het Drop-In centrum vaak tegenkwam met zijn moeder. Hij had elke keer, als hij er was, tenminste met één iemand ruzie. Hij kon zich bovendien erg slecht concentreren. Zijn moeder had veel problemen om hem onder controle te houden en kwam vaak apathisch over, alsof het haar allemaal niet zoveel kon schelen.
Een andere moeder vertelt over de problemen met haar kinderen:

"Als ik voor de verandering een keer kan slapen, heb ik last van nachtmerries. Mijn middelste zoon heeft ook nachtmerries en daarom slaapt hij bij mij. Mijn oudste zoon begint nu te bedwateren." (CNH 1994,4)

Spanningen

Net als bij de kinderen, veroorzaakt het leven in hotels of andere tijdelijke accommodatie veel problemen bij de volwassenen. Het gebrek aan privacy, de onzekerheid over de toekomst en het afhankelijk zijn van de beslissingen van anderen zijn enkele factoren die ertoe bijdragen, dat thuislozen psychische problemen krijgen. Volgens Rina, een van de medewerksters van het King's Cross Homelessness Project, zijn de meeste thuislozen die zij tegenkomt, depressief.
Daarnaast speelt met name voor vluchtelingen het punt mee, dat ze niet weten hoe ze hun tijd in moeten vullen. Ze mogen niet werken, omdat ze geen status hebben. Hun vrienden en familieleden zijn er niet. Het taalprobleem draagt er bovendien toe bij, dat ze gemakkelijk in een isolement terecht komen. Over het algemeen hebben ze eerder een apathische houding, dan dat ze in verzet komen. Ze hebben het gevoel, dat ze geen controle meer hebben over hun leven en dat het toch geen zin heeft om actief te protesteren.

Overlevingsstrategieën

Elke thuisloze gaat op een eigen manier om met de situatie waarin hij of zij zich bevindt, maar er zijn toch enkele strategieën die vaak gebruikt worden om te overleven. Het blijkt dat mensen van bepaalde nationaliteiten (zoals mensen uit Bangladesh en Polen) in de hotels veel naar elkaar toe trekken. De vrouwen koken vaak met elkaar en passen op elkaars kinderen. Ook de mogelijkheid om met anderen te praten en niet alleen te hoeven zijn helpt deze vrouwen om te overleven.
Sommige ouders kiezen ervoor om hun kinderen lange afstanden te laten reizen, zodat ze naar hun oude school kunnen blijven gaan. Voor deze kinderen is dat een manier om het thuisloos-zijn te overleven. De school is dan een plaats waar ze zich thuisvoelen, terwijl alles om hen heen aan voortdurende verandering onderhevig is.
Naast deze manieren om het hotelleven te overleven grijpen de gezinnen meestal zoveel mogelijk kansen aan om het hotel te verlaten. Naar het park gaan, winkelen of vrienden opzoeken zijn enkele van de mogelijkheden. Het wegzijn uit het hotel helpt ze om de problemen achter zich te laten en een gevoel van eigenwaarde te behouden. Ook de mogelijkheid om naar het Drop-In centrum van het Bayswater Families Centre (en andere centra) te gaan, is voor velen een manier om te overleven. Vooral voor degenen in de hotels, die niet veel landgenoten om zich heen hebben, is het centrum een goede plaats om andere mensen te ontmoeten en het hotelleven te ontvluchten.

Conclusie

Het leven in een hotel is voor duizenden gezinnen in Londen een harde realiteit. Ze bevinden zich in een situatie waar ze niet voor gekozen hebben, en ze hebben weinig tot geen inspraak over hun toekomstige woning. Het is belangrijk dat zoveel mogelijk mensen op de hoogte zijn van de erbarmelijke situaties in de hotels en dat er druk op de overheid wordt uitgeoefend om zo snel mogelijk met oplossingen voor het probleem te komen. Vooral aan de bouw van nieuwe, goedkope woningen en het opknappen van vervallen huizen zou veel aandacht besteed moeten worden. Daarnaast zou er meer toezicht moeten zijn op de situatie in de hotels; met name op het gebied van hygiëne en veiligheid zouden strengere eisen gesteld moeten worden.
Het is jammer dat het noodzakelijk is, dat er organisaties zoals het Bayswater Families Centre en het King's Cross Homelessness Project bestaan. Alhoewel deze organisaties goed werk verrichten, zijn ze uiteindelijk bezig met het verlichten van de symptomen van het probleem en niet met het wegnemen van de oorzaken van thuisloosheid.

Bibliografie

Barnardos, Doing time, London: Barnardos, z.j.
"Children Need Homes", Family life: What life is really like for us, living in temporary accommodation, London: Children Need Homes, 1994.
Godschalk, J., The modern welfare state and poverty, Amsterdam: Universiteit van Amsterdam, 1991.

vorige naar index volgende