![]() |
Culturele Antropologie Utrecht
CAses
|
Betrokkenheid bij een software huis in verandering
Gabry de Buck
Inleiding
Ver hoefde ik niet te zoeken. De ideale organisatie om onderzoek te verrichten bevond zich
vlak onder mijn neus in Utrecht; in ieder geval voor een organisatie antropoloog. Het toeval
had ons bij elkaar gebracht en direct vond ik de organisatie, een internationaal opererend
automatiseringsbedrijf welke is opgebouwd uit zo'n honderd geografisch verspreide,
zelfstandig werkende bedrijven, ontzettend positief op mij overkomen en dat werd later alleen
nog maar ondersteund. Vooral nadat duidelijk was dat ik het onderzoek naar eigen inzicht
mocht verrichten en toen ik de organisatie een beetje begon te leren kennen, vond ik het de
aangewezen organisatie voor mij om er onderzoek te gaan doen. Het onderzoek betrof een
case-studie van één vestiging. De volgende aspecten hebben hier een rol in gespeeld. De
organisatie staat bekend om zijn zachte kenmerken, zoals een mensgerichte cultuur, een
charismatisch leider met een uitgelezen unieke filosofie, een huiselijke sfeer etc. Samen met
het feit, dat men midden in een reorganisatie zat, wat vruchtbare grond vormt voor
onzekerheden, onvrede, conflicten etc., maakte het voor mij een boeiende organisatie om een
organisatiecultuur onderzoek te verrichten.
Reeds in het begin, toen mijn onderzoeksvraag vrij globaal van aard was, was de binding die
men met de organisatie had, een van mijn aandachtspunten. Wellicht, omdat ik graag wilde
weten, hoe het daarmee gesteld was en omdat men er veel aandacht aan gaf. 'We are a peoples
business' is een van de uitspraken waar de organisatie voor staat. Als er één term bij deze
organisatie is die 'verzadigd' zou zijn in de terminologie van Wester (1991), dan is het de
betrokkenheid wel. De term, ofwel een afgeleide daarvan, kwam vrijwel in ieder gesprek,
interview, bijeenkomst, video etc. ter sprake.
Achtergrond van de organisatie
In de laatste twintig jaar heeft dit 'software huis' zich ontwikkeld tot een grensoverschrijdende,
'full service' dienstverlener op het gebied van informatietechnologie. Vormen waarin deze
ondersteuning wordt verleend zijn: advies, management, ontwikkeling, implementatie,
'systems integration', 'systems operations', 'facilities management' en opleiding en training. Het
gebouw van de vestiging in Utrecht, de plaats van onderzoek, bevindt zich naast het
hoofdkantoor (de Holding). Beide gebouwen zien er vrij onopvallend en grauw uit aan de
buitenkant. De vestiging is niet zo groot en heeft geen kantine. Voor de lunch worden dan ook
de faciliteiten van de holding gebruikt. Het feit dat er tussen de middag veel 'verkeer' is tussen
de twee gebouwen, schept een enigszins ongedwongen sfeer. Wanneer je bij de vestiging
binnenkomt, valt het op, dat de inrichting er vrij modern en open uitziet. Er hangt van alles aan
de muren en er staat een vrolijke bank naast de receptie, die dienst doet als wachtgelegenheid
voor bezoekers. In de gangen staan veel planten en de deuren van de kantoren staan altijd
open, behalve wanneer er bijvoorbeeld een bespreking is. Dan nog doen de kantoren erg open
aan, omdat er zich naast de deuren glazen wanden bevinden. Dit zorgt er mede voor, dat de
drempel verlaagd wordt om bij elkaar naar binnen te stappen.
De vestigingen hebben een platte structuur, met korte communicatielijnen en weinig formele
overlegorganen. De onderzochte vestiging heeft een directeur met een managementteam,
bestaande uit commerciële en technische managers, en één grote werkvloer met hoog
opgeleide medewerkers in zeven functiegroepen van trainee tot senior consultant. Zij worden
ondersteund door het secretariaat en een systeembeheerder. Totaal waren er in de nieuwe
situatie vijfenzeventig medewerkers werkzaam bij de betreffende vestiging.
Formeel wordt er een grote nadruk gelegd op menselijk kapitaal. Het menselijke, sociale
aspect staat dan ook hoog in het vaandel. Betrokkenheid bij de organisatie is moeilijk te
waarborgen bij een organisatie als deze, omdat er veel met detachering wordt gewerkt.
Betrokkenheid wordt voornamelijk gestimuleerd door de nadruk op de karakteristieke
organisatiestructuur, de eigen verantwoordelijkheid, veel ruimte voor sociale activiteiten, open
communicatie en de informaliteit. Dit is het formele beeld dat naar buiten toe wordt
uitgedragen. In het dagelijkse leven ervaren de medewerkers dit echter anders.
Er zijn, zo blijkt uit het onderzoek naar de informele organisatie, inderdaad weinig regels en
procedures vastgelegd. Managers en medewerkers zijn echter wel van mening, dat er veel
ongeschreven regels zijn. De beste onderhandelaar krijgt hierbij het meeste gedaan bij de
organisatie. Er wordt door het management een extreem grote eigen verantwoordelijkheid
verwacht van zijn medewerkers. Daarnaast viel op, dat er vaste aanspreekpunten in de
wandelgangen zijn en dat men willekeurig met elkaar praat of naast elkaar gaat zitten,
ongeacht functie.
Dat er veel sociale activiteiten worden georganiseerd, valt niet te ontkennen. Elke maand
wordt er een technische meeting gehouden, waarbij de medewerkers op de hoogte worden
gebracht tijdens een borrel en een etentje. Daarnaast is er aan het einde van iedere maand een
borrel op de vestiging. Ook worden er ieder jaar een 'social evening', sportdag en 'social
weekend' georganiseerd. Deze activiteiten zouden het mensgerichte, sociale karakter van de
organisatie moeten waarborgen. Echter, met de talloze reorganisaties die elkaar snel
opvolgden, blijken deze bindingsmiddelen niet meer afdoende te zijn om de motivatie en
betrokkenheid van de medewerkers hoog te houden.
De reorganisatie
De automatiseringsbranche zat in een dip en er moest hard gewerkt worden aan een manier om
beter in te spelen op de markt. Er werd voor een sterk klantgerichte marktbenadering gekozen,
wat leidde tot een andere organisatievorm. Vóór de reorganisatie bestond de organisatie uit
vier soorten vestigingen met ieder zijn eigen discipline (specialisatie). Deze vier te
onderscheiden specialismen werden door middel van een reorganisatie, de zogenaamde
herindeling van medewerkers, omgevormd tot 'full service' vestigingen. Binnen deze 'nieuwe'
vestigingen wordt geen onderscheid meer gemaakt naar verschillende kennisgebieden, omdat
de grenzen sterk zijn vervaagd en er steeds meer multidisciplinair gewerkt wordt. Daarnaast
wil men met deze reorganisatie bewerkstelligen, dat er één aanspreekpunt voor klanten is, er
langdurige relaties opgebouwd worden met grote bedrijven en dat de organisatie zich meer
gaat richten op het overnemen van automatisering van de klant en het werken met grote
projecten.
De grotere vestigingen welke ontstonden, kregen een nog minder persoonlijk karakter; er was
minder leuk werk en men kreeg weinig mogelijkheden zich aan de veranderingen aan te
passen. Hierdoor waren een groot aantal medewerkers uit eigen beweging weggegaan en bleef
het overgrote deel van de medewerkers achter met een ontworteld, ontevreden en onzeker
gevoel.
Vraagstelling, methoden van onderzoek
Op basis van de bovengenoemde ontwikkelingen ben ik gekomen tot de vraag, welke
consequenties de reorganisatie ofwel herindeling heeft voor de betrokkenheid van de
medewerkers bij de organisatie. In een omgeving met aspecten als een baan met veel eigen
verantwoordelijkheid, het werken in kleine teams met professionals, het leveren van
maatwerk, een goed salaris et cetera zou de betrokkenheid hoog moeten zijn. Middels een
cultuuronderzoek is meer specifiek ingegaan op de vraag, of de dagelijkse praktijk dit ook
uitwijst en aan welke invloeden de beleefde betrokkenheid onderhevig is door veranderingen
die door de markt opgelegd worden.
In dit onderzoek is de organisatie holistisch benaderd. Dit heeft als consequentie, dat de
werkelijkheid niet langer gezien kan worden als een systeem dat uit losse elementen bestaat,
welke los van elkaar onderzocht kunnen worden. De werkelijkheid is een complex geheel van
verschillende elementen die in interactie met elkaar een ingewikkeld systeem vormen, dat nog
het meest op een organisme lijkt. Hierbij wordt uitgegaan van een open systeembenadering.
De organisatie wordt daarin gezien als een systeem, bestaande uit subsystemen. Deze
subsystemen zijn onderling afhankelijk, terwijl het totale systeem weer in wisselwerking met
zijn omgeving staat (Vloerbergh, 1990). Op deze manier blijft de onderzoeker zo dicht
mogelijk bij de opvatting, dat de werkelijkheid een complex geheel van elementen is, die met
elkaar verweven zijn en in interactie staan.
Er is gekozen voor de uitgangspunten van kwalitatief onderzoek. Hierbij wordt gestreefd naar
het directe onderzoek naar de leefwereld van de betrokkenen (Wester, 1987). Binnen het
kwalitatieve onderzoek kunnen een aantal stromingen onderscheiden worden, waarbij gekozen
is voor het symbolisch interactionisme. Hierbij wordt ernaar gestreefd de werkelijkheid in zijn
complexiteit te beschrijven. De gebruikte onderzoeksmethoden zijn literatuur- en
documentenonderzoek, open interviews en (participerende) observaties. De rapportage is
gedaan op basis van een etnografische schrijfstijl. Hierbij zijn veel citaten gebruikt, om de
'leefwereld' van de onderzochten zo veel mogelijk vanuit hun perspectief te schetsen.
Resultaten
Uit gesprekken met managers en medewerkers van de onderzochte vestiging komt naar voren,
dat er een aantal aspecten zijn te noemen die de betrokkenheid, motivatie en tevredenheid
beïnvloeden. Deze aspecten bleken dieper te gaan dan de laatste reorganisatie alleen. Uit mijn
onderzoek naar het effect van een reorganisatie op de betrokkenheid van medewerkers bij de
organisatie kan afgeleid worden, dat er een negatieve betrokkenheid bij de organisatie is
ontstaan. Dit is het resultaat van een jarenlange ontwikkeling. Niet alleen de laatste
reorganisatie had een negatieve invloed op de betrokkenheid. Er werden ook aspecten
genoemd, welke het gevolg waren van vroegere veranderingen en bedrijfsvoeringen. De laatste
reorganisatie was echter wel een zeer ingrijpende en omvangrijke verandering, welke op dat
moment en zeker in een later stadium nog meer zal hebben bijgedragen aan een verminderde
betrokkenheid. Voor veel medewerkers was het de druppel die de emmer deed overlopen.
Velen van hen zijn dan ook vertrokken naar de concurrent.
Aspecten die in het onderzoek als belangrijk werden aangemerkt voor de betrokkenheid,
werden door de medewerkers overwegend negatief beoordeeld. Aan aspecten die volgens de
medewerkers een positieve invloed op de betrokkenheid zouden hebben, werd volgens de
medewerkers door het management weinig aandacht geschonken. Duidelijk en eenduidig
bleek, welke kritische punten de grootste invloed hebben op de beleving van de betrokkenheid
bij de organisatie. Elk punt leidde bij de betreffende organisatie tot een negatieve beleving ten
aanzien van de betrokkenheid. Voorbeelden van aspecten welke een negatieve invloed hadden
op de betrokkenheid, waren een gebrek aan ondersteuning en feedback van initiatieven door
het management, het gebrek aan een logische loopbaanplanning en interessant werk, een
toename van de afstand tussen het management en de medewerkers, weinig persoonlijke
aandacht voor de medewerkers (het schouderklopje), een afname van de toegevoegde waarde
van de organisatie, het doorvoeren van teveel veranderingen achter elkaar, het werken in grote
vestigingen en tenslotte veel miscommunicatie, geen communicatie of een verkeerde manier
van communiceren door het management.
Aan de hand van het categoriseren van de aspecten die volgens de medewerkers effect hadden
op de betrokkenheid, konden dieper liggende thema's geabstraheerd worden, welke
aangewezen konden worden als kritische factoren op basis waarvan de betrokkenheid wordt
beïnvloed. Er is gebleken, dat de thema's nauw met elkaar samenhangen. De samenhang tussen
de thema's is als volgt samen te vatten. Het commercieel management gaat uit van een
marktgerichte denkwijze die als gevolg heeft, dat er door het commercieel management
voornamelijk op korte termijn gedacht wordt. Een gevolg van die korte termijn gedachte is,
dat het personeel voornamelijk gedetacheerd wordt. Het technisch management daarentegen,
denkt meer vanuit een personeelsgericht perspectief. Zij denkt meer op lange termijn en wil
het personeel daardoor meer op projectbasis inzetten. Er blijkt dus een duidelijk verschil te
zijn tussen aan de ene kant commercieel management met marktgerichtheid, korte termijn
denken en detachering en aan de andere kant het technisch management met
personeelsgerichtheid, lange termijn denken en projectmatig werk. Er wordt bij deze
organisatie meer nadruk gelegd op een marktgerichte denkwijze, wat een overwegend
negatieve uitwerking heeft op de betrokkenheid. De gevolgen die voortvloeien uit de twee
heersende denkwijzen, hebben geleid tot een steeds groter wordende afstand tussen het
management en de medewerkers. Ontevredenheid over de allesomvattende thema's heeft
geleid tot een verslechtering van de motivatie, tevredenheid en tenslotte de betrokkenheid, het
hoofdthema van dit onderzoek. De negatieve invloed die de thema's hebben op de
betrokkenheid, kan niet geheel teruggevoerd worden op de laatste reorganisatie. Uit het
onderzoek kwam naar voren, dat dit een jarenlange ontwikkeling is geweest. De thema's
hebben door de jaren heen hun vorm gekregen en worden ook op hun beurt beïnvloed door de
aanhoudende veranderingen.
Het besef bij het gehele management is aanwezig, dat de denkwijze en werkwijze moeten
veranderen in de richting van lange termijn denken, waarbij er meer nadruk wordt gelegd op
het ontwikkelen van de medewerkers en het werken met projecten, maar een concrete
invulling hiervan is nog niet aan te wijzen. Dit komt mede doordat er vanuit de markt nog
geen verandering afgedwongen wordt; de opdrachten blijven binnenstromen. Vooralsnog blijft
het bij een verandering in ideeën en niet in daden. Het ontbreken van daadwerkelijke
verandering in de richting van lange termijn denken wijs ik voornamelijk aan als oorzaak voor
de tanende betrokkenheid die ik observeerde in deze organisatie. Een verandering van de
prioriteit van het management richting 'Human Resource Management'-denken heeft dan ook
volgens mij een positieve invloed op de medewerkers en hoogstwaarschijnlijk ook op een
beter inspringen op de markt in de toekomst.
De aanbevelingen welke uit het onderzoek voortvloeiden, kunnen als volgt worden
omschreven: nadruk op een meer personeelsgericht denken, waardoor medewerkers beter
begeleid kunnen worden door hun technische managers, er meer op de lange termijn gedacht
wordt (loopbaanplanning) en er interessanter werk gedaan kan worden (projecten), omdat dit
meer afgestemd wordt op de persoonlijkheid, mogelijkheden en behoeften van de medewerker.
Literatuur
Vloerbergh, D., Human resource management: visie, strategieën en toepassingen. ACCO, 1990.
Wester, F., Strategieën voor kwalitatief onderzoek. Muiderberg: Coutinho BV, 1991.