Culturele Antropologie Utrecht

CAses
hoogtepunten uit het afstudeeronderzoek


1998
 

Drank maakt meer kapot dan je lief is

Ellen Vissers

Het is geen goede dag geweest. Van de zes geplande interviews zijn er slechts twee doorgegaan en een van de twee interviews is volkomen mislukt. Het valt ook niet mee afspraken te maken met mensen die al de hele dag in de cucashop (1) rondhangen en bier drinken. In het begin was het moeilijk om afspraken te maken, omdat de dorpelingen in de veronderstelling verkeerden dat ik van de Namibische overheid was en als een soort van alcoholinspecteur door de regering in het dorp geplaatst was om hen te controleren en te verklikken. Het duurde een tijdje, maar inmiddels weten de meeste mensen, dat ik een student uit Nederland ben en hier voor mijn afstudeeronderzoek een aantal maanden verblijf. Mijn vertaler heeft zijn uiterste best gedaan om mensen ervan te overtuigen, dat ik 'gewoon' een student ben, en om het ijs te breken heb ik verteld dat ik in Nederland ook in een soort cucashop werkzaam ben en dat ik ook wel eens een biertje drink. Dat heeft geholpen; ik kan nu afspraken maken met mensen om hen te interviewen. Zeker in interviews met de eigenaren van cucashops blijkt het gegeven dat ik ook in een bar werk, een positief punt. Als kleine zelfstandigen praten we over inkoop, omzet en het gedrag van de klanten. Om de bezoekers van de cucashop te kunnen interviewen moet ik wel zorgen, dat ik de interviews zo vroeg mogelijk op de dag plan; men begint hier al vroeg met drinken en voor velen is hun ontbijt een homemade bier.

Uit een soort baldadigheid over het verloop van de hele dag besluit ik tijdens het avondeten, dat het tijd is om te laten zien dat ik ook heel goed met mijn handen kan eten. Als enige zit ik, samen met de vrouw des huizes 's avonds aan tafel, terwijl de rest van de familie en gasten op de grond zit. Ik ben de enige van wie verondersteld wordt, dat ze per se met bestek moet eten, zelfs mijn kippenpootje. Ik haal diep adem, negeer mijn bestek en neem net zoals iedereen een klodder mutete, een bladgroente dat een beetje op spinazie lijkt en een van mijn lievelingsgroenten is, in mijn hand en stop het in mijn mond. Een van de jongere zusjes ziet het en haar mond valt open van verbazing. Dan begint ze te schateren, attendeert iedereen erop hoe ik eet, en rolt vervolgens over de grond van het lachen. Ze is niet de enige; al gauw lacht iedereen mee, inclusief ik. Het belooft een mooie avond te worden.

Later op de avond word ik wakker van gegil. Schrille stemmen maken ruzie en het klinkt alsof er meer dan twee mensen boos zijn op elkaar. Dat gebeurt wel vaker, zeker in het weekend, wanneer veel mensen tot laat in de cucashop drinken en vervolgens stomdronken de weg naar hun kraal zoeken. Op de een of andere manier lijkt het wel, of mensen hier vaker een kwade dronk hebben dan dit in Nederland het geval is. Terwijl ik dat bedenk, val ik weer in slaap ...

Achtergronden

Ik ging naar Namibië met het idee om de rol van vrouwen in de zoetwatervisserij te onderzoeken. Het enige wat ik wist, toen ik in Windhoek met mijn onderzoeksopzet in mijn rugzak uitstapte, was dat ik naar het noorden van Namibië zou gaan, omdat daar de grote rivier de Okavango stroomde en dit in heel Namibië waarschijnlijk de beste plaats voor mijn onderzoek zou zijn.
Hoe waar de spreuk 'het kan verkeren' is, werd me duidelijk toen ik zo'n twee weken in de Kavango regio (in Noord Namibië), in het Shambyu-district verbleef. In gesprekken met ontwikkelingswerkers van Canamco (de Canada-Namibië Coöperatie) bleek, net als door mijn eigen observaties in de verschillende dorpen die ik inmiddels had bezocht, dat er enorm veel alcohol genuttigd werd in dit gebied. Het bleek dat in het dagelijkse leven van mensen en ook in de projecten van Canamco overmatig alcoholgebruik voor problemen zorgde. Op subministeries in Rundu stad (de enige grote stad in de Kavango regio), in het ziekenhuis in de stad, in kleine klinieken op het platteland, in de dorpen zelf, overal verzuchtten mensen dat het alcoholgebruik in het gebied een immens probleem aan het worden was of al was. Door deze gesprekken en met het gegeven dat de afdeling van Sociale Wetenschappen van de Universiteit van Windhoek net voor mijn komst een onderzoek naar visserij in Kavango had afgerond, ontstond het idee om het alcoholgebruik en de implicaties daarvan te gaan onderzoeken.
Een week lang twijfelde en piekerde ik. Al mijn voorbereidingen in Nederland voor mijn vertrek en de weken die ik doorbracht op de universiteit in Windhoek om meer literatuur te vinden over zoetwatervisserij, zouden verloren tijd zijn. Mijn grootste twijfel was echter, of mensen wel over hun alcoholgebruik en de daarmee samenhangende problemen wilden praten. Ik veronderstelde dat mensen niet open en eerlijk zouden zijn, omdat alcoholisme toch een delicaat onderwerp is. Omdat ik Nederland reeds vier jaar in een buurtcafé werkzaam was en daar al ervaring had opgedaan met het feit dat drank "meer kapot maakt dan je lief is", besloot ik toch de gok te nemen. Immers hoe langer ik zou twijfelen, hoe meer tijd ik zou verliezen. Mijn oude onderzoeksopzet gooide ik weg en ik begon na ongeveer vijf weken in Namibië met mijn nieuwe onderzoek. Zonder voorbereidingen en met weinig beschikbare literatuur over het onderwerp ging ik aan de slag.

Het onderzoek

Uit alle gesprekken omtrent het gebruik van alcohol bleek, dat er niet altijd sprake is geweest van overmatig drankgebruik. Daarom besloot ik als eerste te onderzoeken, wat de achterliggende factoren waren voor de verandering hiervan. De rest van de onderzoeksopzet vloeide hieruit voort; van het verleden naar het heden. Hoe gaan mensen nu om met alcohol en/of wat zijn hun redenen voor overmatig alcoholgebruik. Wat voor alcohol wordt er geproduceerd en geconsumeerd? Wat zijn de gevolgen van het overmatig alcoholgebruik voor de familie en de gemeenschap? Van het heden wilde ik een sprong maken naar de toekomst door te onderzoeken, hoe de jeugd aankijkt tegen het overmatige alcoholgebruik en hoe zij zelf met alcoholische dranken omgaat.
Als methoden van onderzoek hanteerde ik semi-gestructureerde interviews, life histories, een enquête die gebaseerd was op open interviews en een bestaande enquête voor de scholieren, en participerende observatie.

De praktijk van het veldonderzoek

In eerste instantie waren de mensen in het dorp heel wantrouwig. Een van de belangrijkste oorzaken hiervoor was mijns inziens het feit dat ik blank ben. Het Apartheidssysteem heeft ook in Namibië haar sporen achtergelaten. Tevens werd ik door veel dorpelingen geassocieerd met de overheid en in eerste instantie gezien als een soort spion. Zoals ik al eerder vermelde, werd dit wantrouwen voor het grootste deel weggenomen door mijn tweede vertaler, die zelf in het begin mij ook niet helemaal vertrouwde. Misschien kwam het juist daardoor, dat hij op de dorpelingen uiteindelijk goed kon overbrengen wie ik was en wat ik kwam doen.
Ondanks het feit dat hij me gedurende het hele onderzoek 'miss' is blijven noemen, na herhaaldelijke smeekbedes van mijn kant om me bij mijn voornaam te noemen, raakten we goed bevriend. Zijn interesse in mijn onderzoek was erg groot en in tegenstelling tot mijn eerste vertaler ging het hem meer om het onderzoek dan om de drank zelf. Meer dan eens kwam hij met opmerkingen en suggesties die mijn interviewvragen verbeterden of begrijpelijker maakten voor de geïnterviewden. Ik vertelde hem dat ik bang was, dat iedereen sociaal wenselijke antwoorden zou geven en dat dat niet de bedoeling was van de interviews. Op mijn vraag of het misschien een goed idee was om te vertellen over mijn werk in de bar in Nederland en het feit dat ik ook bier drink, kwam een lach als antwoord. Het was misschien wel een goede manier om mensen aan het praten te krijgen, maar tevens wees hij op het risico dat deze mededeling van mij tot gevolg zou hebben. Ik zou veel bier moeten drinken. En hij kreeg gelijk. Bij de eerste pogingen tot interviews in de cucashops werd ons steeds weer bier aangeboden en gevraagd of wij bier voor onszelf en anderen wilden kopen. Omdat ik bang was om te weigeren en mensen te beledigen, keek ik hem steeds vertwijfeld aan. Uiteindelijk vonden we een beleefd en acceptabel antwoord: "Nee, dank u wel, maar we moeten zoveel interviews doen. Als we bij ieder interview bier drinken, zijn we de hele dag dronken en kunnen we niet werken." Het roddelcircuit van de cucashops deed de rest. Al snel wist iedereen dat ik niet kwam om dronken te worden, en er werden alleen nog grapjes gemaakt in de trend van 'je weet niet wat je mist'. Wanneer het eenmaal gelukt was om een afspraak te maken voor een interview en mensen deze niet vergaten en/of niet te dronken waren om nog serieus te kunnen antwoorden, verliepen de interviews goed. Mensen vertelden eerlijk en open over hun leven, de problemen die ze probeerden weg te drinken en de problemen die het overmatige drankgebruik op zijn beurt weer creëerde. Soms werden de interviews hele levensverhalen van mensen, waarvan ik somber terugkeerde. Andere keren gaven mensen in het begin van het interview heel vreemde antwoorden, die ik braaf opschreef, om vervolgens hard uitgelachen te worden door de mensen die het interview bijwoonden, inclusief mijn vertaler. Ze maakten maar een grapje. Op dat soort momenten voelde ik me 'the innocent anthropologist' van Nigel Barley, een buitenstaander die het allemaal niet zo goed begrepen heeft.

Wanneer participerende observatie participeren wordt

Tijdens het onderzoek waren er echter ook momenten waarop ik het gevoel kreeg dat ik meer participerend dan participatief observerend werd (gewild of ongewild). Eén van de momenten waarop ik ongewild deze stap maakte, was het moment waarop ik wakker werd na het inleidende stuk van dit artikel.

... Wanneer ik buiten kom, zit de vrouw des huizes samen met haar zus en de vrouw van haar man's broer onder het schaduwafdakje voor het huis. Zoals bijna iedere ochtend loop ik naar hen toe om hen te begroeten. Als ik dichterbij kom, zie ik dat Theresia huilt en mijn gastmoeder haar probeert te troosten. Voor de eerste keer en tevens voor de laatste keer tijdens mijn hele verblijf spreekt ze me aan in het Afrikaans: "Ek is kwaad!" Haar zus legt me in gebrekkig Engels uit, wat er gebeurd is. De man van mijn gastmoeder en zijn broer zijn enorm dronken geworden. Mijn gastvader ligt nog bij een cucashop zijn roes uit te slapen. Zijn broer daarentegen is 's nachts nog wel naar huis gegaan en heeft zijn hoogzwangere vrouw, Theresia, in elkaar geslagen. Toen deze probeerde zich op te sluiten in de hut, voor haar eigen veiligheid en die van haar ongeboren baby, heeft hij geprobeerd het raampje in te slaan en daarbij een slagaderlijke bloeding opgelopen. Door een vriend is hij naar het ziekenhuis in de stad gebracht.
Opeens word ik direct geconfronteerd met een van de ergste sociale problemen van het alcoholmisbruik, waarnaar ik onderzoek doe, agressie. De broer van mijn gastvader, waarmee ik vaak gezellig zit te keuvelen, blijkt opeens een agressieveling te zijn in plaats van de aardige man, zoals ik hem heb leren kennen.

Geweld en agressie waren het grootste probleem dat mensen noemden, als ik aan hen vroeg wat nadelen waren van overmatig alcoholgebruik. Agressie en geweld, die zich uitten in het openbaar, maar ook thuis in het gezin. Mishandeling van vrouwen door hun man en het verwaarlozen van kinderen komen in gezinnen met een of meerdere alcoholisten vaak voor.

Conclusie

Er zijn meerdere factoren die hebben geleid tot overmatig alcoholgebruik in de Kavango regio. Het afbrokkelen van traditionele systemen, het gezagsverlies van traditionele leiders, de snelle veranderingen in de sociale en economische omstandigheden in de laatste drie decades, de gevolgen van de kolonisatie die de culturele identiteit van de mensen ondermijnde, het grotere aanbod van alcohol en de toegang tot bruine suiker en de vaardigheden om suiker te gebruiken in het brouwproces alsmede de vaardigheden om Kashipembe te maken (een soort jenever die door Angolese vluchtelingen werd geïntroduceerd), zijn de belangrijkste hiervan.
Gezinsstructuren zijn ook onderhevig geweest aan veranderingen door bovengenoemde factoren. De introductie van het Westerse scholingssysteem heeft er onder andere toe geleid, dat veel jongeren vinden dat zij veel meer weten dan hun ouders, en als gevolg krijgen de ouders minder respect. Vroeger speelde het familieleven zich vooral af in de kraal, tegenwoordig verzamelen hele gezinnen zich in de cucashop. Tot op zekere hoogte leidde dit alles tot het verlies van traditionele instituties zonder dat er onmiddellijk nieuwe voor in de plaats kwamen.
Alcoholisme is een fenomeen dat individuen en hun levens in grote mate beïnvloedt, hier en in Namibië. Echter, in Kavango heeft het overmatig alcoholgebruik van individuen ook een heel grote invloed op de gemeenschap. Alcoholisme kan worden veroorzaakt door zowel individuele als algemene socio-economische problemen. De rol van de socio-economische problemen speelt in de Kavango regio een erg grote rol. Het tegengaan van overmatig alcoholgebruik kan alleen worden bereikt, wanneer actie ondernomen wordt op veel verschillende terreinen tegelijk.

Noot

(1) Een cucashop is een café en vaak tegelijkertijd een winkel. Soms bestaat een cucashop uit twee gebouwen, een winkeltje en een aparte hut waarin men bier en andere alcoholische dranken kan nuttigen.

Literatuur

Pierre, B., J. Courtejoie & N. Mavinga, Alcoholism. Zaire: Bureau of Study and Research for the Promotion of Health, 1988.

vorige naar index volgende