Culturele Antropologie Utrecht

CAses
hoogtepunten uit het afstudeeronderzoek


1998
 

De sociale integratie van de 'internally displaced population' in het Puttalam-district, Sri Lanka

Paul Jansen

Inleiding

Sri Lanka is sinds 1983 verwikkeld in een burgeroorlog. Het land is verdeeld in een zuidelijk, door de regering gecontroleerd deel en een noordelijk en oostelijk deel, in handen van de Tamil-strijders die er de onafhankelijke staat Tamil Eelam hebben uitgeroepen. Reden voor het uitbreken van het conflict is de ongelijkwaardige behandeling van de Tamil-minderheid ten opzichte van de Singhalese meerderheid. In percentages uitgedrukt bestaat de totale bevolking (circa 18 miljoen mensen) voor 18% uit Tamils, 74% Singhalezen, 7% moslims en voor 1% uit overige groepen zoals de Burghers, Chinezen en Engelsen. Sinds de onafhankelijkheid in 1948 hebben de opeenvolgende regeringen een Singhalees-nationalistische politiek gevoerd ten koste van de overige bevolkingsgroepen, met name de Tamils, omdat zij in Singhalese ogen de grootste bedreiging vormden voor de Singhalezen.
   In de laatste oktoberdagen van 1990 kreeg de Srilankese burgeroorlog een nieuwe wending. De niet-Tamils in de gebieden in het noorden en oosten, met name Moslims en Singhalezen, werden gesommeerd de Tamilgebieden te verlaten. Hoeveel tijd er werd gegeven, verschilde per plaats. Inwoners van de stad Jaffna kregen twee dagen om te vertrekken, terwijl in dorpen op het eiland Mannar twee uur werd gegeven. Een reden voor het bevel werd niet gegeven. Wel werd duidelijk gemaakt, dat niets aan bezittingen meegenomen mocht worden, slechts wat geld voor de tocht, wat kleding en een enkel sieraad. Bij diverse checkpoints werd gecontroleerd. Overtreding van deze regels werd afgestraft en de bezittingen in beslag genomen. De meeste mensen moesten te voet de regeringsgebieden zien te bereiken, afstanden variërend van 50 tot 200 kilometer.
   De inwoners van Mannar moesten per boot het eiland verlaten onder de voorwaarde dat men naar het Kalpitiya-schiereiland voer. De boten die naar India probeerden te varen, een afstand van slechts 18 kilometer, werden tot zinken gebracht. Honderdduizenden werden zo Internally Displaced Persons (IDP's) en vonden een nieuwe woonplaats in opvangkampen in de districten Anuradhapura, Colombo, Kurunegala, Puttalam en Vanuniya. Volgens de laatst beschikbare cijfers (1996, Ministry of Rehabilitation and Reconstruction) zijn er in Sri Lanka bijna 800.000 mensen 'internally displaced', met een dalende tendens vanwege de diverse rehabilitatieprogramma's van de overheid.

Population Services Lanka

Population Services Lanka (PSL) is een van de Non Government Organisations (NGO's), die een project hebben ten behoeve van de IDP's. Een afgestudeerde antropoloog uit Utrecht, Sonja Avontuur, is werkzaam op het hoofdkantoor van PSL in Colombo. Van haar kwam het verzoek binnen bij de vakgroep Culturele Antropologie voor een onderzoek naar reproductive health onder de IDP's in het Puttalam-district, een van de districten waar PSL werkzaam is in het noordwesten van het eiland. Na diverse e-mails naar elkaar gezonden te hebben bleek er vanuit PSL ook belangstelling te zijn voor antropologisch onderzoek met een ander thema dan 'reproductive health' en zo werd de basis gelegd voor mijn afstudeeronderzoek met als hoofdthema het proces van sociale integratie van de IDP's in het Puttalam-district.
Additionele vragen van belang voor PSL voor het ontwikkelen van toekomstig beleid ten behoeve van hun IDP-project werden meegenomen in het onderzoek:
- Wat is de mening van de IDP's over het eventueel terugkeren naar hun oude woongebieden, zodra deze door de regering heroverd zijn?
- Hoe ziet de sociale structuur in een kamp eruit?

Sociale integratie: de theorie van Engbersen en Gabriëls

De literatuur en theorieën over sociale integratie gaan voornamelijk over de integratie van minderheden met een andere cultuur dan het gastland. In mijn onderzoeksituatie was daarvan geen sprake. De IDP's bleven in hun eigen land en kenden de andere culturen op het eiland al. De sociale integratietheorie van Engbersen en Gabriëls (1995), gebaseerd op Peters (1993), geeft een theoretisch kader om de integratieproblematiek van de IDP's te plaatsen. Zij onderscheiden drie dimensies van sociale integratie: een functionele, morele en expressieve dimensie.
   De functionele dimensie houdt in, dat de individuele of collectieve doelen bereikt worden door het coördineren van handelingen en bij voorkeur op een efficiënte wijze. Worden doelen niet bereikt, dan is er desorganisatie. De morele dimensie behandelt de erkenning van de normen die menselijke interactie mogelijk maken, ook bij tegengestelde belangen. Zijn mensen onverschillig en niet-solidair met elkaar, dan is er sprake van desintegratie. De expressieve dimensie betekent de ruimte die men heeft voor het ontwikkelen van een eigen individuele en/of collectieve identiteit, de uitdrukking van de eigen of collectieve behoeften en waarden. De erkenning van de individuele behoeften en waarden door anderen is hierbij een voorwaarde. Deze drie dimensies geven de probleemgebieden aan, die een samenleving moet oplossen, wil er een succesvolle sociale integratie zijn in de diverse maatschappelijke gebieden. Tot zover in het kort de theorie, die ik als bagage meenam naar het veld.

Het veld

Begin februari 1998 ben ik voor vier maanden vertrokken naar Sri Lanka om het onderzoek uit te voeren. Het was opvallend, hoe weinig er in de literatuur te vinden is over de IDP's in Sri Lanka, maar mede dankzij de 'input' van PSL was het mogelijk om een beeld te vormen van de onderzoekspopulatie. In totaal verblijven in het gebied rond Puttalam 61.418 IDP's, verdeeld over 126 kampen en 'settlements' en daarnaast nog een groep die bij vrienden en kennissen woont (1997, Ministry of Rehabilitation and Reconstruction). 95% Van de IDP's in het gebied zijn moslims.
   De lokale bevolking van het district Puttalam bestaat voor 70% uit Singhalezen, maar de gemeente Puttalam zelf heeft een uitgesproken arabisch karakter: de bevolking is voor 92% moslim. Met deze kennis leek de sociale integratie van de IDP-populatie met de lokale bevolking in de stad geen probleem. Ik kom hier later op terug.
   Na bezoeken aan een groot aantal kampen bleek, dat er een enorme variatie in ontwikkeling tussen de kampen bestaat. De kampen kunnen worden onderverdeeld in twee categorieën, gebaseerd op het wel of niet in eigendom hebben van land door de IDP's.

New settlements
61 Kampen waar de IDP's zelf of met behulp van steun van familie, filantropen, sympathisanten of hulporganisaties stukken land hebben gekocht. Deze kampen zijn over het algemeen goed uitgerust, hebben de meeste faciliteiten en met behulp van een subsidieregeling van het ministerie worden door de IDP-families permanente, stenen huizen gebouwd. Toch ontbreken in een aantal kampen basisvoorzieningen zoals de toegang tot drinkwater of voldoende toiletfaciliteiten.

Relocation centres en welfare centres
De regering heeft 9 kampen ingericht op stukken land die het eigendom zijn van de staat, de relocation centres. De IDP's hebben hier geen land in eigendom en alle faciliteiten die er zijn, zijn gericht op een tijdelijk verblijf. De 56 welfare centres zijn in 1990 ingericht door de overheid en hulporganisaties op land van particulieren. De eigenaren ontvangen van de overheid een vergoeding voor het gebruik van het land. Ook hier zijn de faciliteiten mager en ingericht op een tijdelijk verblijf.
   Omdat er zo'n groot verschil in ontwikkeling tussen deze kampen is, besloot ik twee kampen te selecteren als onderzoekspopulatie: een 'new settlement' en een 'welfare centre', beide ongeveer even groot in aantal families. Het leek me zeer wel mogelijk, dat de graad van sociale integratie verschilt tussen deze twee soorten kampen. De keuze viel op de 'settlement' Rathmalyaya, een 'settlement' met 157 families, 847 inwoners, en het 'welfare centre' 90 Acres met 169 families en 812 inwoners.

Methoden

Gaandeweg heb ik van diverse onderzoekstechnieken gebruik gemaakt om de gegevens te verzamelen. Vanzelfsprekend de participerende observatie en daarnaast open en semi-gestructureerde interviews met IDP's, de lokale bevolking en autoriteiten en met vertegenwoordigers van hulporganisaties, werkzaam in het gebied. Ook heb ik in beide geselecteerde kampen als eerste actie een census uitgevoerd, omdat de beschikbare gegevens niet compleet en niet altijd even betrouwbaar bleken te zijn. Ik zag het ook als een middel om bij alle families in de kampen langs te gaan, mezelf te introduceren en nader kennis te maken. Zo kreeg ik een prima beeld van de bevolking in de kampen. Om makkelijker toegang te hebben tot de kampbevolking heb ik in beide kampen een sleutelinformant/tolk gezocht en gevonden.
   Gedurende het onderzoek heb ik tevens besloten een 'needs-assessment' uit te voeren. Het bleek dat de IDP's zoveel verlangens, wensen en grieven hadden over hun situatie, dat zij, vooral in het begin, vooral daarover wilden praten. Ik besloot erop in te gaan en ook deze informatie te verwerken voor de hulporganisaties die nog in Puttalam werkzaam zijn. Een goede keus, zoals later bleek. Na het kunnen luchten van alle ellende was er vaak een band ontstaan om ook over andere thema's te kunnen praten. Grootste problemen die naar voren kwamen in de kampen, zijn: de toegang tot drinkwater, voldoende sanitaire voorzieningen, toegang tot medische voorzieningen, het vinden van arbeid of het opstarten van inkomensgenererende activiteiten en ontbrekende onderwijsfaciliteiten.
   Wat niet lukte, was om participanten hun 'life-history' te laten schrijven. Slechts één life-history heb ik gekregen. Mensen wilden wel hun geschiedenis vertellen, maar hadden geen zin om het op te schrijven; ze zagen het nut er niet van in, want ze hadden het verhaal toch al verteld?

Sociale organisatie

Uit censusgegevens kwamen de eerste aanwijzingen over de sociale organisatie van de kampen. Bij de vestiging in de kampen bleven families bij elkaar, zoals zij ook al bij elkaar woonden voordat zij IDP's werden. In 90 Acres bleken een aantal 'extended families' bij elkaar te wonen. In Rathmalyaya wonen directe familieleden bij elkaar: ouders, hun kinderen met eigen gezinnen en eventuele kleinkinderen met eigen gezin.
   Het bestaan van formele organisaties in de kampen is beperkt. De meeste kampen hebben een kampcomité, bestaande uit 9 leden. De voorzitter van het comité is tevens de kampleider. Overige formele organisaties zijn meestal een 'Mosque Trustee Board', een vrouwengroep en een jeugdgroep. In het geval van het 90 Acres kamp zijn de Mosque Trustee Board en het kampcomité dezelfde organisatie. Wat betreft de vrouwen- en jongerengroepen was het opvallend, dat in verhouding weinig vrouwen of jongeren daadwerkelijk lid zijn van de groepen.
   Vrouwen- en jongerengroepen hebben weinig invloed op beslissingen in het kamp. Eens in de maand worden de gezinshoofden bij elkaar geroepen voor een plenaire kampvergadering. In principe zijn dit alleen mannen. 'Female headed households' worden vertegenwoordigd door de oudste zoon of het meest nabije mannelijke familielid, meestal de vader of oudste broer. Zaken die besproken worden, zijn voornamelijk van collectieve aard, zoals de aanleg van infrastructuur in en naar het kamp, watervoorziening of de vestiging van de school. Collectieve besluiten worden daarna door het kampcomité uitgevoerd.
   Van belang in de sociale organisatie is het informele circuit. Voor het krijgen van individuele voorzieningen of gunsten worden de informele contacten aangesproken, voornamelijk tussen de mannen. De mannen vragen familie of zeer goede vrienden (die vaak tambhy, broertje, genoemd worden) om hulp of een gunst.
   Opvallend is dat de IDP's die een veel 'beter' informeel circuit hebben en makkelijker toegang kregen tot financiële middelen om een nieuw leven te beginnen, voornamelijk in de 'new settlement' wonen. Door de contacten konden zij land kopen of investeren in een nieuwe zaak. Met 'betere' contacten bedoel ik contacten met zakenmensen, overheidsfunctionarissen of politieke partijen, met name in Colombo. Het bestaan en gebruik van deze informele netwerken verklaart de verschillen in ontwikkeling tussen de IDP's in de 'new settlement' en het 'welfare/relocation centre'.
   In de door mij onderzochte kampen blijkt in Rathmalyaya de kampleider vooraanstaand lid te zijn van een politieke partij en een voormalig districtparlementslid in Jaffna. Hij regelde dan ook veel zaken met de (financiële) steun en invloed van deze partij. De mensen in 'welfare center' 90 Acres hebben deze invloedrijke contacten niet en kregen dan ook weinig gedaan. Ik wil benadrukken dat zeker niet iedereen in de 'new settlement' over een dergelijk circuit beschikt. Zo woonden er ook oorlogsweduwen die het land cadeau hebben gekregen van een rijke zakenman tijdens het Ramadan-festival. Zij bouwen geen stenen huis, maar wonen in cadjanhutten, zonder veel voorzieningen.

Sociale integratie

Eerder schetste ik de drie dimensies van Engbersen en Gabriëls (1995). Ik verwachtte een positief verlopend integratieproces te zien. Problemen waren er in de functionele dimensie, zoals al bleek uit de resultaten van de 'needs-assessment'. De 46 interviews en de participerende observatie geven andere uitkomsten. Ik zal het proces van sociale integratie in Puttalam kort schetsen door het behandelen van de drie dimensies en daarbij ook het onderscheid maken in de 'new settlement' en het 'welfare centre'.
   In de functionele dimensie verloopt het integratieproces moeizaam voor de IDP's in de 'new settlement'. Hoewel zij er vaak wel in slagen om individuele doelen te bereiken, is er geen sprake van het bereiken van collectieve doelen of samenwerking op welk vlak dan ook tussen de IDP's en de lokale bevolking. Juist omdat de IDP's vrij succesvol zijn in het opzetten van nieuwe bedrijfjes, wekt dit nogal wat weerstand en jaloezie op bij de lokale bevolking. De concurrentie tussen de IDP's en de lokale bevolking is groot op velerlei gebieden: het vinden van werk, het opzetten van bedrijven, het kopen van land, het aanleggen van voorzieningen etcetera.
   De IDP's in het 'welfare centre' hebben een andere positie. Zij worden niet in staat gesteld te integreren en bijvoorbeeld vanuit de overheid worden allerlei belemmeringen opgeworpen om deel te nemen aan de maatschappij. Zo worden zij uitgesloten van overheidsbanen, omdat zij niet officieel gevestigde inwoners van het district zijn. Zij slagen er niet in om individuele doelen te verwezenlijken. Frustratie, woede en apathie zijn het resultaat. De lokale bevolking is vrij onverschillig over deze groep IDP's: ze vormen geen concurrentie en 'lopen niet in de weg', zoals een participant vertelde.
   In de morele dimensie blijkt, dat respect voor elkaar ontbreekt tussen de IDP's en de lokale bevolking. De lokale (moslim)bevolking is uiterst negatief over de IDP's. De houding is in de loop der jaren veranderd. Eerst was er medelijden voor de IDP's, nu worden ze gezien als profiteurs die te veel onnodige hulp krijgen. De lokale bevolking wil ook een deel van de hulp. De IDP's zeggen over de lokale bevolking, dat het luie gierigaards en vrekken zijn, belust op geld en macht. De IDP's uit het 'welfare centre' zijn evenzo negatief over de IDP's in de 'new settlement'. Zij verwijten hen, dat zij alle hulp voor de eigen kampen opeisen en niets willen delen met de 'welfare centres'.
   Voor de wet zijn de IDP's en de lokale bevolking niet gelijk. Zo hebben de IDP's geen kiesrecht in Puttalam, wel in de gebieden van herkomst. De IDP's uit de 'new settlement' kunnen het wel krijgen, maar willen de IDP-status vaak niet kwijt, omdat zij dan allerlei voorzieningen en voorrechten mislopen, die alleen voor IDP's bestemd zijn, zoals het krijgen van een twee-wekelijks voedselrantsoen of de subsidie voor het bouwen van een huis.
   De expressieve dimensie geeft een ander beeld. Hier is sprake van een onbewust verlopend integratieproces door de ontwikkeling van een nieuwe collectieve identiteit. In Puttalam is een verandering van de cultuur merkbaar, zo wordt in interviews door de participanten aangegeven. Zowel de IDP- als de lokale vrouwen hebben meer vrijheden verworven. De IDP-vrouwen gaan nu (uit noodzaak) vrijelijk over straat, om te gaan werken of om in te kopen. Tot nu toe was het gebruikelijk, dat vrouwen in of bij huis bleven of alleen onder begeleiding van een man in de publieke ruimte kwamen. De lokale vrouwen hebben dit overgenomen, met name jonge vrouwen. Zij gaan nu vaker zelfstandig over straat, zonder de begeleiding van mannen. Hoewel dit in principe door mannen en ouderen wordt afgekeurd, gaat het proces onbewust verder en de participanten verwachten ook niet, dat dit beeld zal veranderen.
   Een ander voorbeeld is de verandering in het vragen van een bruidschat. De IDP's kenden een uitgebreid bruidschatsysteem, waarschijnlijk vanwege de contacten met de dominante Hindoe-cultuur in het noorden. Met de komst van de IDP's is het vragen van een bruidschat ook bij de lokale bevolking ingeburgerd geraakt. Groot probleem is, dat door de actualiteit van de ontwikkeling er nog geen sociaal evenwichtig systeem is. De 'inflatie' van de bruidschat is erg hoog. Bij mijn komst in het veld werd nog gesproken over bruidschatten van 200.000 - 300.000 rupees, bij mijn vertrek werden bedragen van 500.000 rupees al normaal gevonden voor een goede partij (100 rupees is ca. 3 gulden).

Ten slotte

Ik heb in het kort de sociale organisatie in de kampen aangegeven en de drie dimensies van de sociale integratie volgens Engbersen behandeld. Sociale integratie van de IDP's uit het 'welfare centre' is er nauwelijks, als je kijkt naar de functionele en morele dimensie. De IDP's in dit kamp zijn dan ook degenen, die zo spoedig mogelijk willen terugkeren naar hun oude woongebieden. Zij ervaren hun situatie als uiterst negatief en zien geen mogelijkheid om dit te doorbreken.
   Het proces van sociale integratie van de IDP's uit de 'new settlement' is gestart, maar verloopt vrij moeilijk, omdat de nieuwkomers niet geaccepteerd worden. De lokale bevolking kijkt met argusogen naar de ontwikkeling van de 'new settlement'. Men oordeelt negatief over de IDP's, omdat zij teveel beslag zouden leggen op de schaarse middelen in het gebied. Het 'welfare centre' wordt genegeerd en men interesseert zich niet voor deze IDP's. Kijkend naar de expressieve dimensie blijkt, dat onbewust een nieuwe collectieve identiteit zich aan het ontwikkelen is in het gebied.
   Terugkomend op de resettlement: de inwoners in de 'new settlement' willen niet terugkeren naar hun oude woongebieden voor permanente bewoning. Zij willen wel hun oude bezittingen terug om die dan te gebruiken als beleggings- en winstobject, terwijl de familie zelf in Puttalam blijft wonen.
   Concluderend kan gezegd worden, dat er een integratieproces gaande is in het gebied. Het totale integratieproces heeft echter veel meer tijd nodig om uit te kristalliseren. Een vervolgonderzoek over 10 jaar zou dan ook zeer interessant zijn, om te kijken wat er daadwerkelijk is gebeurd.

Literatuur

Engbersen, G. & R. Gabriëls (red.), Sferen van integratie. Amsterdam: Uitgeverij Boom, 1995.

vorige naar index volgende