Culturele Antropologie Utrecht

CAses
hoogtepunten uit het afstudeeronderzoek


1998
 

Participatie en scholing in twee eco-archeotoerisme-projecten in Mundo Maya - Mexico

Ron Martens

Mundo Maya is een samenwerkingsprogramma tussen Mexico, Belize, Guatemala, Honduras en El Salvador met als doel te werken aan duurzame toerisme-ontwikkeling. Het ontstaan van dit programma moet gezien worden in het licht van de ontwikkelingen in het internationale toerisme van de jaren tachtig. Centraal daarin stond de opkomst van een nieuw type toeristen, de zon, zee, strand plus-toeristen, die milieubewuster en op zoek zouden zijn naar meer authentieke ervaringen. Diverse innovaties in de toerisme-industrie maakten het mogelijk om tegemoet te komen aan die vraag. Cultuur-historisch toerisme, etnisch toerisme en vooral ecotoerisme werden booming business. Landen met een grote biodiversiteit en ongerepte natuurgebieden zagen nieuwe mogelijkheden om zich op de toerismemarkt te profileren. Ook de natuur- en milieubeweging (o.a. het Wereld Natuur Fonds) toonde interesse, want met het ecotoerisme zouden natuurbehoud, milieu-educatie en ontwikkeling gecombineerd kunnen worden. De toerist zou onder begeleiding van lokale gidsen ongestoord kunnen genieten van en leren over de natuur, terwijl de inkomsten ten goede zouden komen aan natuurbehoud en lokale bevolking, althans dat was het populaire beeld.
   Op politiek niveau dient het ontstaan van het Mundo Maya-programma gezien te worden in het licht van de destijds talrijke conflicten in Midden-Amerika. Het Mundo Maya-programma zou een eerste stap kunnen zijn naar regionale samenwerking en kunnen bijdragen aan het verminderen van de spanningen, temeer daar de Europese Gemeenschap bereid bleek om het programma in financiële en technische zin te ondersteunen.
   Dat laatste was vooral voor de armere landen een aantrekkelijk vooruitzicht. Mexico daarentegen zocht vooral een mogelijkheid om haar toeristisch aanbod te diversificeren en wilde, behalve resorts als Cancún, ook nieuwe regio's in toeristisch opzicht exploiteren en Mundo Maya, de wereld van de Mayas, leek daarop hét antwoord. De vijf zuidelijke deelstaten, te zamen met Guatemala en Honduras de bakermat van de Maya-beschaving, beschikten over een rijke biodiversiteit en een levende Maya-cultuur. Wat restte was het oppoetsen van het eco-imago van bekende attracties, zoals Palenque in Chiapas en Chichén Itzá in Yucatán, én het ontwikkelen van eco-archeotoerisme-projecten.
   Dit was het decor waar ik me als reisleider en als antropologiestudent aan het begin van de jaren negentig in bewoog. Gaandeweg groeide mijn fascinatie voor de verhalen over Mundo Maya en vooral voor de eco-archeotoerisme-projecten, die volgens representanten van Mundo Maya ook proefprojecten waren voor duurzame plattelandsontwikkeling. Ze beweerden ook stellig dat participatie en scholing van de lokale bevolking de hoekstenen van die projecten waren. Ik besloot om te onderzoeken hoe die participatie en scholing in twee Mexicaanse Mundo Maya-projekten, Agua Selva en Calakmul, vorm kregen.

Onderzoeksmethodologie

Voor mijn onderzoek heb ik gebruik gemaakt van het transformatiemodel, de actorbenadering en een aantal kernpunten uit het denken over participatie en scholing. Het transformatiemodel ziet de ontwikkeling van een toeristisch product als een continue transformatie van resources of hulpbronnen (Dietvorst 1992; Ashworth & Dietvorst 1995). Dat proces begint met het zien, vermoeden en vaststellen van de potentiële toeristische waarde van de resources. Vervolgens vindt een proces van codering en interpretatie plaats, waardoor gegraveerde stenen in het tropisch bos bijvoorbeeld de betekenis krijgen van sporen van een 'verdwenen cultuur'. Een volwaardig toeristisch product beschikt echter ook over verblijfsmogelijkheden, transport- en basisvoorzieningen, gidsen en promotie- en informatievoorzieningen, en tot slot reisarrangementen (McIntyre 1993). Al deze voorzieningen vergen transformaties van hulpbronnen, die plaatsvinden aan de zijde van de producent(en). Ook de consument of toerist draagt zijn steentje bij, bijvoorbeeld door het afstemmen van zijn verwachtingen op het aangeboden product (de eenvoudige maaltijd bij de boer wordt het verlangde contact met de lokale bevolking) of door wensen kenbaar te maken, die nieuwe transformaties vergen. De actorbenadering is daarop een goede aanvulling, omdat daarmee de rol van personen en organisaties, de hulpbronnen waar zij over beschikken en de sociale en institutionele context waarbinnen zij opereren, onderzocht kan worden (Long 1992).
   Bij participatie en scholing heb ik vooral gebruik gemaakt van het onderscheid tussen opgelegde, consultatieve, actieve en eigenlijke participatie (Azócar de Buglas 1995), tussen een beneficiary en een empowerment-benadering en van methoden die bij plattelandsontwikkeling gebruikt worden: de functionele groep- en de institutie-opbouw-benadering (Huizinga e.a. 1982).
   Vervolgens formuleerde ik voor drie aandachtsgebieden specifieke onderzoeksvragen. Het eerste aandachtsveld, de lokale situatie, maakt in het ecotoerisme deel uit van de toeristische attractie(s) en bepaalt mede de mogelijkheden en belemmeringen voor de ontwikkeling van een toeristisch product. In het tweede aandachtsveld, de actoren, ging het om het in kaart brengen van de personen en organisaties die bij het project betrokken waren. Bij participatie en scholing ging het vooral om de vragen vanuit welke benaderingen er gewerkt werd, hoeveel en welke leden van de lokale bevolking erbij betrokken werden en wat de voornaamste problemen en belemmeringen daarbij waren.
   In het (veld)onderzoek heb ik gebruik gemaakt van literatuurstudie (met name beleidsstukken), participerende observatie in de dorpen van de eco-archeotoerisme-projecten en interviews met sleutelfiguren en gidsen.

Agua Selva

Agua Selva ligt in de Sierra de Huimanguillo, een bergachtig en relatief recent gekoloniseerd gebied, dat lange tijd een 'vergeten uithoek' van de Mexicaanse deelstaat Tabasco was. Sterke bevolkingsgroei en intensivering van de zwerflandbouw hebben er in relatief korte tijd geleid tot ontbossing en marginalisatie.
   Begin jaren negentig wordt maestro Julio, een Spaanse ontwikkelingswerker, geattendeerd op de vondst van gegraveerde stenen bij Malpasito. Vrijwel gelijktijdig ontdekt ingenieur Pagola, hotelier in Huimanguillo en een fervent natuurliefhebber, de Sierra. Hij ziet in het tropisch bos en de talrijke watervallen een kans om iets met ecotoerisme te doen. Ook doña Gladis, coördinatrice van de afdeling toerisme bij de gemeente, ziet mogelijkheden. Er wordt een comité gevormd en na ampel beraad worden de verschillende ideeën ondergebracht in een gezamenlijk projectdocument. Kerngedachte daarvan is, dat de archeologische vindplaats en een kampement met rustieke overnachtingsplaatsen (cabañas) een impuls zouden kunnen vormen voor de ontwikkeling van de Sierra.
   Via via komt men bij Jorge Belmonte, hoofd van de afdeling Ecotoerisme van Mundo Maya. Belmonte gaat samen met Elías Vera van SEFICOT, het deelstaat-ministerie voor toerisme, op onderzoek. Hij stelt vast dat het landschap, de vegetatie, de watervallen, de archeologische vindplaats én de aanwezigheid van Zoques, een aan de Mayas verwante etnische groep, precies de elementen vormen die passen binnen het Mundo Maya-programma. In september 1993 begint Belmonte met de opleiding van een kleine en selecte groep mensen, die als gidsen en als coördinatiegroep een belangrijk aandeel zouden moeten hebben in de verdere ontwikkeling van het project. De bouw van een kampement zou later aan de orde komen. Ingenieur Pagola, die geen deel uitmaakt van de coördinatiegroep, besluit om op eigen initiatief en samen met mensen uit Malpasito zijn cabañas te bouwen en een weg aan te leggen. In het voorjaar van 1994 organiseert SEFICOT een cursus die niet voor een selecte groep, maar juist voor iedereen toegankelijk is.


Aguaíma: de 'cabañas' van Pegola

Met deze initiatieven raken de verhoudingen tussen de diverse betrokkenen verstoord. Men probeert om opnieuw via een scholingscursus de kar op de rails te krijgen, maar dat mislukt en Belmonte trekt zich in het voorjaar van 1995 terug.
   De verantwoordelijkheid komt nu bij SEFICOT, ergo Elías Vera, te liggen. Door ministerswisselingen en reorganisatie duurt het tot februari 1996, voordat hij met een nieuwe scholingscursus kan beginnen. Voor Vera was 1995 een verloren jaar en wordt het nu dus een kwestie van 'opnieuw beginnen'. Doel van zijn cursus is de vorming van een nieuwe groep gidsen en per dorp een comité, die gezamenlijk een overkoepelend comité zouden moeten gaan vormen.
   Voor Pagola was 1995 geen 'verloren jaar'. Integendeel, de Asamblea (Algemene Dorpsvergadering) van Malpasito accepteerde hem als ejiditario en wees hem een stuk grond toe. Later wordt hij ook gekozen tot voorzitter van het ecotoerismecomité in Malpasito. Vera kon niet (meer) om Pagola heen en dat was weer tegen de zin van andere betrokkenen, die vonden dat Vera en Pagola twee handen op één buik waren en mooie sier maakten met hun watervallen en hun tropisch bos, zonder dat zij daar ook maar één peso van terug zagen.
   Deze situatie, aangeduid als división total (totale verdeeldheid), trof ik aan tijdens mijn veldonderzoek. Het in kaart brengen van de verschillende posities en de mogelijkheden om de división total te overbruggen leken me mooie doelstellingen. Het eerste is me (in mijn onderzoeksverslag!) gelukt. Het tweede, waarbij ik mikte op het organiseren van een vergadering van alle betrokkenen, waarop op basis van concrete punten, zoals de herbouw van een informatie-gebouwtje, een hernieuwde basis voor samenwerking gelegd had moeten worden, was voor vier weken veldonderzoek te hoog gegrepen. De vergadering ging om diverse redenen (geen steun van de gemeente, geen benzine voor de auto die de betrokkenen moest ophalen enz.) niet door en er kwam (zo) een eind aan mijn verblijf in Agua Selva.


Informatiecentrum in Agua Selva

Calakmul

De regio Calakmul ligt in het zuidoosten van Campèche en grenst aan Quintana Roo en Guatemala. Ook hier gaat het om een recent gekoloniseerd en gemarginaliseerd gebied. Maar, terwijl de Sierra een vergeten uithoek was, kon de regio Calakmul zich in een ruime belangstelling verheugen. In 1989 had president Salinas de Gortari (1988-1994) de regio uitgeroepen tot Reserva de Biosfera (bioreservaat) en dat was het startschot voor diverse (inter)nationale organisaties om samen met de regionale raad van ejidos tal van projecten op het gebied van natuurbehoud en ontwikkeling te starten. Deze regionale raad slaagde erin om het beheer van de Reserva in handen te krijgen en legde zo het fundament voor een regionaal ontwikkelingsbeleid, geënt op een duurzaam beheer en meervoudig gebruik van het tropisch bos.
   Ook hier zijn de basisingrediënten voor een eco-archeotoerisme-project aanwezig. De regio heeft veel archeologische vindplaatsen en kent een rijke flora en fauna (vogels, jaguars). De eerste stap is de scholing en opleiding van lokale gidsen, die uiteindelijk als groep een bureautje voor inkomend toerisme zouden moeten gaan beheren. De scholing komt, onder andere in samenwerking met Belmonte, het deelstaatministerie voor toerisme (SEDETUR) en de niet-gouvernementele natuurbeschermingsorganisatie PRONATURA stukje bij beetje tot stand, maar de organisatievorming blijft uit.
   Het unieke van Calakmul, althans dat verzekerden representanten van de genoemde organisaties mij in het begin, was dat twee vrouwen erin geslaagd waren om een zelfstandig bestaan als gids op te bouwen. Navraag leerde dat de inkomsten (nog) niet toereikend waren, al zagen ze allebei wel mogelijkheden om op korte termijn voor zichzelf te beginnen of in dienst te treden bij een touroperator. Ook bij de organisatie van de gidsen speelden de twee vrouwen een hoofdrol. Voor de buitenwereld werkten ze samen, maar achter de schermen was het 'een échte maffia', aldus een van mijn respondentes. Dat bleek bijvoorbeeld tijdens de gidsenvergadering, waar de voorzitster voorstelde om een deel van de inkomsten uit het gidswerk te storten in een gezamenlijk spaarfonds. Haar opponente ging slechts met tegenzin en na veel heen en weer gepraat akkoord, maar na afloop van de vergadering, toen de andere gidsen al weg waren, weigerde ze echter alsnog om het akkoord te ondertekenen.
   Na mijn ervaringen in Agua Selva besloot ik om me niet in dit wespennest te mengen en me te beperken tot het in kaart brengen van de ontwikkeling van het project, de inbedding ervan in het Reserva-project en de opvattingen van de diverse betrokkenen over de rol van participatie en scholing in het ecotoerisme.

Onderzoeksresultaten

In beide projecten probeerde men zoveel mogelijk gebruik te maken van lokale toeristische hulpbronnen: archeologische vindplaatsen, natuurschoon, flora en fauna. Die hulpbronnen vormden op zich echter nog geen toeristisch product. Het werken in gemarginaliseerde plattelandsgebieden impliceerde, dat er gewerkt moest worden met de beperkingen die zich daar voordeden. Beide regio's kenden een gebrekkige infrastruktuur (wegen, communicatiemiddelen) en het ontbreken van essentiële toeristische voorzieningen, zoals overnachtingsplaatsen en informatie, betekende dat er forse investeringen gedaan moesten worden. Investeringen die niet door de lokale bevolking zelf opgebracht konden worden.
   Bij de projecten waren diverse aktoren betrokken: overheden, NGO's, toerisme-industrie, de lokale bevolking. Deze actoren beschikten over verschillende hulpbronnen (geld, technische assistentie, scholing). Geen van de externe agenten was in staat om permanente ondersteuning te bieden; daarvoor ontbrak het hen aan financiële middelen, politieke speelruimte, kennis van en ervaring in de toerisme-industrie en (derhalve) wellicht aan ondernemerszin. Men was dus in sterke mate op elkaar aangewezen en alleen door een combinatie van hulpbronnen slaagde men erin om een start te maken.
   De hoeksteen van de projecten was de actieve participatie van de lokale bevolking. Scholing en opleiding van lokale gidsen leek daarvoor het geëigende middel. Al spoedig bleek dat die scholing geen sinecure was. Gids-zijn betekende beschikken over een ruime kennis op het gebied van archeologie (en niet alleen van de eigen regio, maar ook van andere!), flora en fauna, toerisme in algemene en ecotoerisme in specifieke zin, omgang met mensen (presentatie- en didactische vaardigheden), vreemde talen enz. Het opleidingsniveau van de cursisten was echter laag en de meesten hadden moeite met studeren. Al snel werd duidelijk dat een eenmalige cursus ontoereikend was. Door gebrekkige hulpbronnen én verschillende opvattingen over de aard en het niveau van de scholing zelf slaagden de externe agenten er niet in om een gedegen beroepsopleiding te realiseren, maar bleef de scholing beperkt tot af en toe een cursus.
   Bij de cursussen werd steeds ook het belang van organisatievorming benadrukt, zonder dat er echter expliciet aandacht aan besteed werd. Organisatievorming bleek een zeer moeizaam proces. In Agua Selva zorgde gebrekkige ondersteuning en onvrede over de samenstelling van de coördinatiegroep er al spoedig voor, dat de groep uiteenviel, terwijl de talrijke conflicten in Calakmul uiteindelijk leidden tot splitsing van de groep.
   Een van de problemen waar men in beide projecten mee te maken had, was dat de meeste bezoekers 'dagjes-toeristen' waren, die niet in grote aantallen en bovendien zeer onregelmatig kwamen. De meeste gidsen hadden werk en verplichtingen in het eigen gezin en in het toerisme werken betekende voor hen het risico lopen om een normale arbeidsdag te verliezen. Dat konden de meesten zich niet veroorloven en participatie bleef in de praktijk dus beperkt tot een handjevol mensen, die in hun ogen 'af en toe' een cursus gehad hadden en voor wie gidswerk een mogelijkheid was om nu en dan 'iets extra's' bij te verdienen.

Lessen uit Mundo Maya

Terugblikkend op de ervaringen in toerisme-ontwikkeling in Mundo Maya kunnen een drietal lessen getrokken worden. Ten eerste vooronderstelt toerisme-ontwikkeling in plattelandsgebieden een gedegen voorstudie van de mogelijkheden en belemmeringen. Zo'n studie dient zowel een analyse van het toeristisch potentieel en aanwezige hulpbronnen te omvatten, als het sociaal-economisch en cultureel profiel van de lokale bevolking (in feite een klassieke etnografische studie) en de economische haalbaarheid (marketing). In de project-documenten werd ook steeds gepleit voor dergelijke studies, maar in de praktijk zijn die nooit gerealiseerd. Dat leidt naar de tweede les.
   Toerisme-ontwikkeling veronderstelt de betrokkenheid van diverse actoren. De vorming van een platform-organisatie waarin de verschillende hulpbronnen en belangen van de betrokkenen afgestemd en gecoördineerd kunnen worden, is daarvoor een essentiële voorwaarde. Ook die institutionele inbedding was bij de start van de projecten voorzien en in het geval van Calakmul ook aanwezig. Waar het aan ontbrak, was inzicht in de voorwaarden waaronder de betrokkenen in het project participeerden. Een 'sociaal contract' waarin de betrokkenen aangeven tot welke bijdrage zij zich verplichten en eventuele ontbindingsclausules geformuleerd worden, zou wellicht een belangrijk bindmiddel en garantie voor continuïteit kunnen zijn.
   Actieve participatie van de lokale bevolking blijft het sleutelwoord tot succes. Gegeven hun sociaal-economische situatie is het uitzicht (kunnen) bieden op daadwerkelijke inkomsten op relatief korte termijn essentieel (vandaar ook het belang van een economische haalbaarheidsstudie). Op basis daarvan kan en dient een scholingsprogramma opgezet (te) worden, dat niet alleen geënt is op het (aan)leren van specifieke beroepsvaardigheden, maar vooral ook op organisatie- en managementvaardigheden, zodat het eco-archeotoerisme ook daadwerkelijk als een door de lokale bevolking zelf beheerde onderneming kan functioneren.
   Dit zijn wellicht wijze lessen uit ervaringen met toerisme-ontwikkeling in Mundo Maya. Of zij ooit in Mundo Maya daadwerkelijk gerealiseerd kunnen worden, blijft onbeantwoord, want Mundo Maya is in meer dan één opzicht een andere wereld.

Literatuur

Ashworth, G.J. & Dietvorst, A., 'Tourism transformations: an introduction.' In: Ashworth & Dietvorst (ed.), Tourism and spatial transformations. CAB International, Oxon, 1995.
Azócar de Buglas, Leida (ed.), Ecoturismo en el Ecuador - Trayectorias y desafíos. Quito: DDA, Intercooperation, IUCN, 1995.
Dietvorst, A., 'Een model van toeristisch-recreatieve produktontwikkeling.' in: Vrijetijd en Samenleving, 10e jaargang, nr. 2/3, 1992, p. 21-28.
Huizinga, B, R. van Raalte & N. Röling, Five approaches to rural extension: International course on rural extension. International Agricultural centre, Wageningen, 1982.
Long, Norman, 'From paradigm lost to paradigm regained? The case for an actor-oriented sociology of development.' in: N. Long & A. Long, Battlefields of knowledge: The interlocking of theory and practice in social research and development. London: Routledge, 1992.
McIntyre, G., Sustainble Tourism Development: guide for local planners. Madrid: WTO, 1993.

vorige naar index volgende