Culturele Antropologie Utrecht

CAses
hoogtepunten uit het afstudeeronderzoek


1998
 

Turkse idealen op Nederlandse bodem

Miriam Geerse

Tijdens een verblijf van een jaar in Istanbul werd ik via de media en op mijn werk als docente Engels regelmatig geconfronteerd met de Turkse politiek en met daaraan verwante verschijnselen als de cultus om de persoon van Atatürk, de Turkse houding ten opzichte van de Grieken en de Koerdische kwestie. Toen ik zonder goed na te denken een keer een bronzen masker van Atatürk voor mijn ogen hield - misschien trok ik er zelfs wel een gek gezicht bij - reageerden mijn leerlingen diep geschokt. Hoewel ik wist dat er met de nagedachtenis en beeltenis van Kemal Atatürk, de grondlegger van de Turkse republiek, niet gespot mag worden, was ik verbaasd over de heftige reactie van mijn studenten.
   De politiek getinte rellen in de overwegend door Alevieten1 bevolkte wijk Gaziosmanpasa vonden ook plaats in de periode dat ik in Turkije was. De directe aanleiding voor deze rellen was de moord op enkele Alevitische koffiehuisbezoekers. Onbekende daders hadden vanuit een rijdende auto het vuur geopend op vier Alevitische koffiehuizen en hadden zo een bloedbad aangericht. Bij de rellen die hier op volgden en die bijna uitliepen op een opstand tegen de Turkse overheid, verloor de Alevitische kokkin van de school een familielid. De opschudding over de gebeurtenissen in Gaziosmanpasa bracht de schoolleiding ertoe een notitie op te hangen met de boodschap, dat het verboden was politiek te bespreken in de klas.
   Het kleine incident met het Atatürk-masker en de dramatische gebeurtenissen in Gaziosmanpasa deden bij mij het besef ontstaan, dat politiek in Turkije op een andere manier ingrijpt in het dagelijks leven van de bevolking dan in Nederland. Ik had het gevoel dat het Turkse maatschappelijke leven doordrenkt is van politiek en dat dit ook onder Turken in Nederland merkbaar moet zijn. Ik besloot een afstudeeronderzoek te doen onder Turken of Koerden in Nederland, naar een onderwerp waarvan de Turkse politieke en sociale context niet genegeerd kon worden.

De keuze van het onderzoeksonderwerp

In eerste instantie was ik vooral geïnteresseerd in de Koerdische kwestie waarmee de Turkse televisiekijker weliswaar dagelijks geconfronteerd wordt, maar waarover het moeilijk is betrouwbare informatie te vinden in Turkije. Al snel raakte ik echter geboeid door de ultranationalistische Milliyetçi Hareket Partisi (MHP - Nationalistische Actie Partij), die één van de felste tegenstanders is van het Koerdische streven naar onafhankelijkheid. Bij de laatste algemene verkiezingen in Turkije haalde de MHP ruim acht procent van de stemmen. De partij is dus niet groot, maar de indirecte invloed van de MHP op de Turkse politiek reikt ver. De aanhangers van het gedachtengoed van de MHP, of van de politieke stroming die het pan-Turkisme genoemd wordt, worden veelal bozkurtlar (Grijze Wolven) of ülkücüler genoemd, wat idealisten betekent. Het ideaal (ülkü) waar het woord ülkücü naar verwijst, is het ideaal van de Turkse natie. Dit ideaal wordt ook door Turken in Nederland aangehangen. In theorie staan de ülkücü's de vereniging voor van alle Turkstalige volkeren en geloven zij in de superioriteit van het Turkse ras. Hun symbool is de Grijze Wolf, die in veel Turkse mythen figureert als moeder, hoeder of redder van het Turkse volk.
   Het intrigeerde me, dat in Nederland wonende Turken die in Nederland zelf tot een gediscrimineerde en achtergestelde groep behoren, Koerden het recht willen onthouden hun cultuur te beleven en hun identiteit uit te dragen. Over de organisatie van de ülkücü's of Grijze Wolven in Nederland bleek echter weinig bekend te zijn. In tegenstelling tot islamitische groeperingen als de Milli Görü was de ülkücü beweging in Nederland nauwelijks onderzocht. Een belangrijke reden om de ülkücü's te gaan onderzoeken was, dat ik geen scherp beeld van ze had en niet met ze sympathiseerde. Het voordeel daarvan was, dat ik bij de aanvang van het onderzoek nog geen enkel idee had van wat ik zou tegenkomen en van wat ik zou gaan schrijven. Als ik een onderzoek onder politiek actieve Koerden had verricht, had ik dat waarschijnlijk bewust of onbewust met een soort missie gedaan. Dan had ik bij voorbeeld duidelijk willen maken, dat de internationale gemeenschap zich ten onrechte weinig inspant voor de rechten van de Koerden.

Relevante theorievorming

Wat zijn ülkücü's voor mensen en hoe denken ze? Waarom blijven ze aan hun op Turkije gerichte ideologie vasthouden? Hoe kijken ze tegen hun positie in Nederland aan en wat willen ze in Nederland bereiken? Dit waren enkele vragen die ik beantwoord wilde zien en die het uitgangspunt van mijn onderzoek vormden. Om deze vragen te kunnen beantwoorden moest ik niet alleen met ülkücü's in contact zien te komen en beschrijvende literatuur over de beweging bestuderen, maar leek het me ook verstandig enig theoretisch houvast te zoeken in literatuur over vergelijkbare bewegingen. Omdat Grijze Wolven vaak met fascisme en rechts-radicalisme geassocieerd worden, lag het voor de hand theorieën over fascisme en rechts-radicalisme te bestuderen. Toch kon ik nauwelijks een verbinding leggen tussen de eerste observaties uit mijn veldonderzoek en die theorieën. De positie van de ülkücü's is niet zonder meer te vergelijken met die van Nederlandse neo-nazi's of Centrum-Democraten, want de ülkücü's vormen in Nederland een minderheid van een minderheid en richten hun aandacht niet op Nederland maar op Turkije en de Turkse natie. Bij de ülkücü's is er sprake van een verplaatst nationalisme, wat Benedict Anderson 'long-distance nationalism' noemt (1992).
   Dat studies van nationalistische Grieken of extreem-rechtse Joden in een land als Amerika relevantie zouden kunnen hebben voor het begrip van de ülkücü beweging in Nederland, leek me waarschijnlijk. Ook was de gedachte bij me opgekomen, dat de ülkücü beweging in sommige opzichten overeenkomsten vertoont met organisaties van Koerden die naar politieke of culturele autonomie streven. Gelukkig bleek de antropologische en politicologische literatuur over diaspora gemeenschappen en transnationalisme al deze verschijnselen te kunnen omvatten. De politicologische literatuur over diaspora gemeenschappen handelt vooral over de relaties tussen staten en diaspora gemeenschappen, terwijl de antropologische literatuur sterk de nadruk legt op de identiteitsvorming van migranten die in de diaspora leven. Diaspora gemeenschappen bestaan uit mensen die zich verbonden voelen met een andere staat of natie dan die waarin ze wonen, en die zich ook actief voor hun land van herkomst en natie inzetten. Soms wonen die gemeenschappen al honderden jaren buiten hun 'eigenlijke vaderland', soms nog maar enkele generaties. Transnationale netwerken zijn de communicatienetwerken waarmee de diaspora is verbonden aan de natie en staat waarmee zij zich vereenzelvigt. De antropoloog Kearney noemt 'transnationalisme' de politiek-culturele variant van globalisering. Literatuur over transnationalisme en diaspora gemeenschappen gaat uit van het idee, dat een aantal, aan migratie gerelateerde maatschappelijke verschijnselen, niet bestudeerd kan worden vanuit één standpunt of standplaats, maar dat de onderzoeker letterlijk of figuurlijk mee moet reizen met de mensen om wie het gaat. De benaderingswijze uit deze literatuur vormt een verbindende schakel tussen theorievorming over etniciteit, die vaak eenzijdig gericht is op het contact van migranten met - in dit geval - de Nederlandse samenleving, en literatuur over bij voorbeeld nationalisme, fascisme en rechts-radicalisme. Het inzicht dat de ülkücü's als een nationalistische diaspora gemeenschap beschouwd kunnen worden, verschafte mij een kader waarbinnen ik mijn onderzoek vorm kon geven. Een voordeel daarvan was ook, dat stigmatiserende termen als fascisme en extremisme, die ülkücü's tegen de gebruikers ervan in het harnas jagen, niet vaak gebruikt hoefden te worden.
   Om de ülkücü's in hun context te plaatsen moest ik, zoals Milton Israel zegt (1991: 376), onderzoek doen 'aan beide zijden van het water', wat betekende dat ik op basis van literatuur een beschrijving maakte van de politieke stroming waaruit de MHP voortkomt en van de MHP zelf. Ook ging ik naar Turkije om een aantal prominente MHP'ers en MHP-kenners te spreken. In Ankara sprak ik onder anderen met de zoon van Alparslan Türke. Alparslan Türke modelleerde zijn leiderschap naar dat van Hitler en was tot zijn dood in 1997 de onbetwiste leider van de ülkücü beweging. De belangrijkste reden om naar Turkije te gaan was echter, dat het me veel moeite kostte om met ülkücü's in contact te komen - ze zaten bepaald niet te wachten op een studente die haar neus in hun zaken kwam steken - en ik hoopte de zaken te bespoedigen door naar Turkije te gaan. Het gegeven dat ik met mensen uit het MHP-kader in Turkije had gesproken, maakte mij voor de ülkücü's in Nederland inderdaad iets acceptabeler.

Veldonderzoek doen: idealen en 'realiteit'

Toen ik erin geslaagd was contact te leggen met ülkücü's in Nederland, moest ik bedenken hoe ik me op zou stellen tegenover hen. Enkele romantische opvattingen over de manier waarop antropologisch onderzoek gedaan moet worden, bleken me daarbij behoorlijk dwars te zitten. Een antropoloog kan slechts een minuscuul stukje beschrijven van de werkelijkheid zoals hij of zij die ziet, maar diep weggestopt in de hedendaagse antropologie schuilt volgens mij nog steeds de pretentie een soort van totaalbeeld te schetsen vanuit een vergaande, zo niet totale betrokkenheid bij het onderwerp van onderzoek. In methodologische handboeken wordt ook wel beweerd, dat een onderzoeker gegevens moet verzamelen en analyseren tot hij of zij het gevoel heeft dat er geen nieuwe informatie meer bijkomt, tot een punt van verzadiging is bereikt. Om dat totaalbeeld of punt van verzadiging te bereiken moet een antropoloog dan natuurlijk eerst 'binnen' zien te komen bij de mensen onder wie hij of zij een onderzoek wil uitvoeren. En in een geromantiseerde opvatting van veldonderzoek gaat dat proces van toegang verwerven altijd met pijn en moeite gepaard.
   Dat laatste klopt in mijn geval wel. Ik geloof alleen niet, dat ik ooit echt 'binnen' ben geweest. Ik heb slechts een paar stapjes over de drempel gezet. Het idee dat een onderzoeker werkelijk grip kan krijgen op de situatie die hij of zij onderzoekt, of deze werkelijk kan 'vatten', gaat mijns inziens voorbij aan de complexiteit van de meeste sociale situaties. De ülkücü's die ik sprak, zeiden soms dat er zoveel over de ideologie te vertellen is en te weten valt, dat een mensenleven te kort is om daar zelfs maar een stukje naar behoren van te belichten. Met een groots gebaar lieten sommigen weten, dat de geschiedenis en het gedachtengoed van de ülkücü's zo rijk zijn, dat die in het dikste boek niet in al hun glorie beschreven kunnen worden. Natuurlijk is dit een uiting van nationalistisch sentiment, maar mensen gaven daarmee ook aan zichzelf als een klein deeltje van een groter, onkenbaar geheel te beschouwen. Het gevoel dat zij verwoordden, had ik in iets andere vorm ook. Voor mij was het niet zozeer de ideologie alswel de beweging op zich die complex en veelvormig is. Daarvan een volledig beeld schetsen is een onmogelijkheid, evenals het verwezenlijken van totale betrokkenheid.
   Hoewel ik besefte dat dat laatste nooit bereikt kan en misschien zelfs niet moet worden, was het in mijn ogen toch de beste garantie voor het verzamelen van betrouwbare gegevens. Ik zag er ook de aangewezen 'strategie' in om het onderzoek voor zowel mezelf als voor de mensen die met me te maken kregen, op een prettige manier te doen verlopen. Ik vond dat je in antropologisch onderzoek op vriendschappelijke voet moest komen te staan met de mensen die je onderzoekt, en dat er een bepaalde vertrouwensband moest ontstaan. Maar vriendschap mag dan sowieso zeldzaam zijn en volledige betrokkenheid een gedateerd ideaal, bij mensen die een fascistische ideologie aanhangen, had ik er helemaal moeite mee te bepalen, hoe ik me op moest stellen. Al vond ik enerzijds dat ik moest proberen op vriendschappelijke wijze met mensen om te gaan, anderzijds zag ik een kloof tussen de ideologie die de ülkücü's aanhangen en mijn eigen wereldvisie, die zo groot is dat er geen basis voor vriendschappelijkheid was. Ik wilde dus niet te dichtbij komen en vreesde ook dat, wanneer ik bij voorbeeld te gretig van de gastvrijheid van mensen gebruik zou maken, ik mezelf verplichtingen op de hals zou halen die ik niet waar kon maken. Daarnaast zou ik mensen, als ze eenmaal bepaalde verwachtingen van me hadden, onnodig kunnen kwetsen met mijn scriptie die niet in het voordeel van de ülkücü's uit zou vallen. Ook het feit dat ik naast mijn onderzoek moest werken om in mijn levensonderhoud te voorzien en het gegeven dat ik er veel belang aan hechtte om familie- en vriendschapsbanden te onderhouden, hebben ervoor gezorgd dat ik niet de vergaande betrokkenheid heb bereikt die mij voor ogen stond. Iemand die in het buitenland onderzoek doet en die voor zijn of haar sociale contacten aangewezen is op de mensen bij wie hij of zij onderzoek doet, zal ongetwijfeld meer betrokken raken bij die mensen.
   Het fundamentele verschil tussen de levensvisie van de ülkücü's en die van mij riep de vraag op, in hoeverre ik open moest zijn over mijn eigen politieke overtuiging en opvattingen. Het betrachten van volledige openheid heb ik nooit overwogen, omdat ik dan net zo goed meteen mijn schrijfblok dicht had kunnen slaan en vertrekken. Het lijdt geen twijfel, dat ik daarentegen een schat aan informatie zou hebben gekregen, wanneer ik mij als een tot het Turks nationalisme 'bekeerde' Nederlander had gepresenteerd, maar ook dat was geen optie. In plaats van een keus te maken tussen die uitersten, was ik een groot deel van de tijd aan het schipperen tussen enerzijds zelf openhartig zijn en anderzijds mensen open tegemoet treden; twee soorten gedrag die in mijn beleving tot op zekere hoogte strijdig zijn met elkaar. Ik had het onaanvaardbaar gevonden, als ik nooit mijn afkeuring van bepaalde zaken had laten blijken. Ten eerste omdat ik vond dat ik niet door te zwijgen de indruk moest geven in te stemmen met in mijn ogen verwerpelijke opvattingen, en ten tweede omdat mensen mij anders na afloop van het onderzoek terecht zouden kunnen verwijten, dat ik 'twee gezichten' had getoond. Het kenbaar maken van mijn eigen mening betekende wel, dat ik af en toe mensen de mond snoerde of in een bepaalde richting dwong, wat de betrouwbaarheid van de gegevens niet ten goede kwam en soms evenmin recht deed aan de persoon zelf. Ook waren er situaties waarin ik het uiten van mijn mening best achterwege had kunnen laten. Zo beperkte mijn relatieve openheid over mezelf de mate waarin ik me open op kon stellen tegenover de ander. Ik denk dat dit tot een lichte vertekening in het voordeel van de ülkücü's heeft geleid. Wat zij mij niet hebben verteld en niet hebben laten zien, kan ik immers ook niet opschrijven.

De ülkücü beweging: transnationale netwerken

De algemene vraag 'Wat zijn ülkücü's voor mensen, wat doen ze en hoe denken ze?' ontwikkelde zich tijdens het onderzoek tot vragen over het reilen en zeilen van een ülkücü organisatie, de wijze waarop men ülkücü is geworden en de inhoud en betekenis van de ideologie van ülkücü's in Nederland. Tot besluit van deze CAse zal ik een globaal beeld schetsen van de ülkücü beweging in de diaspora en van de ülkücü vereniging in mijn woonplaats.
   De koepelorganisatie van de ülkücü's in Nederland is de Turkse Federatie. Bij deze federatie zijn ongeveer 50 verenigingen aangesloten. Uit de alledaagse gang van zaken in de lidvereniging die ik in mijn verslag heb beschreven, blijkt een sterke oriëntatie op Turkije en op orders van hogerhand, ofwel van de Turkse Federatie ofwel vanuit Turkije. Transnationale netwerken worden optimaal benut. De organisatie in Turkije geeft bij voorbeeld per fax berichten door aan de Europese afdelingen, de Turkse Federatie nodigt Turkse deskundigen uit om de ülkücü's hier te informeren over uiteenlopende onderwerpen als drugs, de Turkse economie en de Alevitische islam, en de federatie maakt haar activiteiten bekend via de 'eigen' Turkse media. De leden en sympathisanten lezen Turkse kranten en kijken Turkse televisieprogramma's die bestemd zijn voor het nationalistische publiek waar zij zelf toe behoren. Het feit dat Turkse televisieprogramma's in Nederland ontvangen kunnen worden, is er deels verantwoordelijk voor, dat de Koerdische kwestie de gedachten van Turken in Nederland blijft bepalen. Behalve dat er sprake is van een constante communicatie- en informatiestroom vanuit Turkije naar Nederland, reizen ülkücü's uit Nederland ook regelmatig naar Turkije. Wie op vakantie of voor zaken in Turkije is, gaat bij de plaatselijke ülkücü vereniging langs en wanneer de gelegenheid zich voordoet, gaat men in augustus naar de grootste jaarlijkse bijeenkomst van de ülkücü's, die plaatsvindt op de berg Erciyes bij Kayseri. Na het overlijden van Alparslan Türke vlogen enkele honderden Nederlandse ülkücü's in georganiseerd verband naar Turkije om de begrafenis van hun leider bij te wonen. De organisatie in West-Europa werft verder fondsen ten behoeve van de organisatie in het land van herkomst, wat volgens de diaspora literatuur een essentieel kenmerk is van veel politiek georiënteerde diaspora gemeenschappen. Ook zijn er contacten met de Turkstalige gemeenschappen in de voormalige Sovjet-republieken. Ülkücü's uit Nederland maken bij voorbeeld deel uit van Turkse delegaties naar de republieken. Op internationale bijeenkomsten die door Turkije of de MHP worden belegd met de Turkse republieken en Turkse diaspora gemeenschappen, presenteert de Turkse Federatie zich als de vertegenwoordiger van dé Turken in Nederland.

De ülkücü identiteit

Het streven van de ülkücü's in Nederland is, zoals dat van de meeste diaspora gemeenschappen, niet gericht op het verkrijgen van grondgebied in Nederland. Wel koestert men de wens de invloed van de Turkse staat in Nederland en andere landen te vergroten en de expansie van 'Turksheid' tot stand te brengen. Assimilatie en 'vernederlandsing' moeten dus tot elke prijs voorkomen worden. Ülkücü's uiten vrees voor het opgroeien van generaties mensen van Turkse afkomst, die noch Turk, noch Nederlander zijn, maar een ondefinieerbare mengeling van culturen. Turken die geen waarde hechten aan hun Turkse achtergrond, valt minachting ten deel. Dat de ülkücü's zich meer en meer instellen op een permanent verblijf in Nederland en de 'mythe van de terugkeer' minder cultiveren dan vroeger, staat Turks nationalisme niet in de weg, omdat de 'mythe van het thuisland' blijft bestaan. Zoals aangegeven wordt de band met het vaderland op allerlei manieren nauw gehouden en wordt dit in aanzienlijke mate vanuit Turkije georkestreerd.
   Alhoewel de ülkücü's zelf zeggen, dat het hen gaat om het behoud van de Turkse cultuur en dat zij deze beter dan andere Turken in stand weten te houden, denk ik dat de identiteit waar het de ülkücü's om gaat, niet zozeer een culturele als wel een politieke identiteit is. Cultuuruitingen op bijeenkomsten van de organisatie staan in dienst van de politieke boodschap die men uitdraagt. Het is weldegelijk waar, dat de ülkücü's vast willen houden aan datgene wat zij onder Turkse cultuur verstaan, maar daarin zijn zij niet anders dan veel andere groepen Turken. Wat een Turk volgens de ülkücü's een goede Turk maakt, is niet alleen dat hij naar de moskee gaat of zijn zoon laat besnijden, maar vooral dat hij de ideologie van de ülkücü's aanhangt. Overigens geloof ik dat de kennis van de meeste mensen over de ideologie beperkt is, maar dat de beweging voor hen aantrekkelijk is, omdat deze appelleert aan nationalistische sentimenten die men aantreft bij een groot deel van de Turkse bevolking.

Beeldvorming

Nadat de journalisten Braam en Ülger in 1997 hun boek Grijze Wolven: een zoektocht naar Turks-extreem rechts publiceerden, werden zij door criminele Grijze Wolven met de dood bedreigd. Even was Nederland in de ban van de Grijze Wolven. Men leek te vrezen dat de Grijze Wolven op een kwade dag hun tanden in de Nederlandse samenleving zouden zetten en er weinig van heel zouden laten. Dit beeld is mijns inziens sterk overtrokken. Bij de beoordeling van de ülkücü beweging is het enerzijds van belang een onderscheid te maken tussen de ideologie an sich en wat mensen er daadwerkelijk mee doen. Anderzijds dient er een onderscheid gemaakt te worden tussen de ideologische en de criminele kern - die niet noodzakelijkerwijs uit dezelfde mensen bestaan - en de grote meerderheid van meer gematigde aanhangers van de ideologie. Overigens heeft de publicatie van het boek van Braam en Ülger verstrekkende gevolgen gehad voor de ülkücü organisatie in Nederland. Zo vertelde een respondent mij, dat vijftienduizend Turkse stemmen voldoende zouden zijn om een Turkse kandidaat te verzekeren van een zetel in de Nederlandse Tweede Kamer. Hij voegde toe dat de ülkücü's dat aantal makkelijk hadden kunnen halen2, maar dat concrete plannen van de Turkse Federatie om een eigen Turkse kandidaat naar voren te schuiven bij de algemene verkiezingen van 6 mei 1998 niet zijn uitgevoerd uit vrees voor negatieve publiciteit.

Noten

1 De Alevitische bevolkingsgroep bestaat uit Turken, Koerden en leden van andere etnische groepen en vormt een religieuze minderheid. Alevieten zijn te kenschetsen als liberale Sji'ieten; dus hun versie van de islam wijkt af van die van de Sunnitische meerderheid.
2 Het gaat dan niet alleen om stemmen van ülkücü's, maar ook om die van andere Turken die enigszins sympathiseren met de beweging en om Turken die graag op een Turk zouden stemmen.

Literatuur

Anderson, Benedict, Long-distance Nationalism: World Capitalism and the Rise of Identity Politics. Wertheim lezing. Amsterdam: Centre for Asian Studies, 1992.
Braam, Stella & Mehmet Ülger, Grijze Wolven: een zoektocht naar Turks extreem-rechts. Amsterdam: Nijgh & Van Ditmar, 1997.
Israel, Milton, 'Transformations of the Sikh Diaspora.' Diaspora. vol. 1, no. 3, 1991, p. 373-384.
Kearney, M., The Local and the Global: The Anthropology of Globalization and Transnationalism. Annual Review of Anthropology. no. 24, 1995, p. 547-565.

vorige naar index volgende