Culturele Antropologie Utrecht

CAses
hoogtepunten uit het afstudeeronderzoek


1998
 

Gangchester
Jeugdbendes in Manchester

Dennis Mares

Inleiding

In september 1997 vertrok ik voor vier maanden naar Manchester, Groot Brittannië. Niet de eerste plaats waaraan men denkt bij een antropologisch onderzoek en al zeker niet voor een onderzoek naar jeugdbendes. Al geruime tijd daarvoor hield ik me bezig met dit onderwerp, maar dan voornamelijk op theoretisch gebied. De bestudering van jeugdbendes 'in het wild' is niet eenvoudig; de gangs zijn vaak moeilijk te bereiken en als dat eenmaal gelukt is, is het nog maar de vraag of ze je als onderzoeker in hun midden accepteren.1 De naar mijn gevoel beste wijzen om dit methodologische probleem op te lossen is door verschillende manieren van dataverzameling te hanteren. In mijn onderzoek heb ik gebruik gemaakt van open interviews, observaties, literatuur en statistieken.
   Mijn doel was om een specifiek beeld te krijgen van de gangs in Manchester en welke factoren de onderlinge diversiteit van deze gangs bewerkstelligen. Tot op heden is er weinig onderzoek verricht naar jeugdbendes in Europa. De enkele werken die er zijn, zijn al vrij oud (cf. Patrick 1973) of van een bijzonder laag theoretisch niveau (cf. van Gemert 1995; Tertilt 1996), wat de situatie niet vergemakkelijkt.

De gangs

In Groot-Brittannië zijn veel sporen terug te vinden van het bestaan van gangs in vroegere perioden (cf. Pearson 1983). In de zeventiende eeuw werd Londen al geterroriseerd door groepen vandaliserende jongeren die zichzelf namen toebedachten en gebruik maakten van een uitgebreid arsenaal wapens. Berovingen, gang-fights en strubbelingen met de politie waren niet ongebruikelijk. De algemene naam die later in gebruik kwam voor deze groepen jongeren, is nu nog steeds bekend in het algemeen spraakgebruik: Hooligans.2
   Ook in het Schotland van de jaren zestig waren gangs een veel voorkomend verschijnsel. Deze zogenaamde razorblade gangs bevochten elkaar regelmatig om hun gebied (cf. Patrick 1973). Een bijzonder aspect van de Britse gangs is, dat de meerheid van hen bestond en bestaat uit blanke Britse jongeren. Dit in tegenstelling tot veel gangs in de Verenigde Staten. Veel Amerikaanse literatuur verwijst naar zwarte of Latino gangs, waardoor er een soort mythe is ontstaan, die haar eigen leven is gaan leiden (cf. Klein 1995; Spergel 1992; 1994; Jankowski 1991; Campbell 1988). Immers, ook in de Verenigde Staten waren de blanke gangs tot de jaren vijftig in de overgrote meerderheid; deze waren dan voornamelijk samengesteld uit jongeren van Ierse of Italiaanse afkomst (cf. Whyte [1943] 1993; Trasher 1927; Campbell 1988; Spergel 1994).
   Net als in Londen of de Verenigde Staten bestaat er in Manchester een lange geschiedenis van gang-vorming onder jongeren, welke tenminste teruggaat tot de negentiende eeuw (cf. Pearson 1983). De huidige gangs in Manchester zijn zeer divers; ze bestaan er in vele vormen en maten. Ondanks dat hebben met name de weinige zwarte gangs de afgelopen tien jaar veel aandacht van de media gehad, met name de Gooch en Doddington gangs die regelmatig de nationale en internationale media haalden. Vaak werd gesteld dat deze gangs de equivalenten waren van de Bloods and Crips in de Verenigde Staten; ook zij verkochten immers harddrugs als crack en gebruikten vaak excessief geweld. Beide gangs komen uit Moss Side, een van Engeland's beruchtste gebieden en in het begin van de jaren tachtig het brandpunt van rellen tussen zwarte jongeren en de politie.
   Moss Side is echter lang niet de enige wijk waar gang-activiteit waarneembaar is. Salford, bijvoorbeeld, is ook een beruchte wijk, maar dan hoofdzakelijk in Manchester zelf. De gangs die hier opereren zijn vrijwel geheel blank. Het geweld in Salford is vaak zelfs extremer dan in Moss Side en de jongeren hebben een uitgebreid repertoire aan delinquente activiteiten. Met name Twoc-ing en Ram-Raids zijn favoriet.3

Moss Side

In het onderzoek werden twee wijken nader onder de loep genomen: Moss Side en Wythenshawe. Moss Side (13.000 inwoners) is, zoals gezegd, een wijk met een reputatie en werd in de Britse pers vaak vergleken met wijken als South Central, Los Angeles en de Bronx, New York. De wijk is een van de armste in Manchester, met inkomens die gemiddeld de helft lager zijn dan in de rest van Groot-Brittannië. Werkloosheid loopt met name onder zwarte jongeren op tot boven de zeventig procent (in Groot-Brittannië gemiddeld elf procent). Naast de economische deprivatie is ook de sociale achterstand van deze wijk enorm. Zo zijn er, vergeleken met de rest van Engeland, bijvoorbeeld vier keer zoveel éénouder gezinnen in deze wijk. Racisme is echter geen belangrijke factor in het verklaren van de achterstand van de wijk, aangezien de meeste wijken die ook dergelijke bedroevende cijfers laten zien, hoofdzakelijk blank zijn. Benchill bijvoorbeeld is een wijk die er wellicht nog slechter aan toe is dan Moss Side, terwijl er slechts vier procent van de bevolking van etnische komaf is.
   Binnen de vierkante mijl die de wijk omvat, zijn er twee gangs, de Gooch en de Doddington. Beide zijn vernoemd naar de straten waar ze zijn ontstaan (Gooch Close en Doddington Close). Sinds eind jaren tachtig zijn veel leden van deze gang betrokken geraakt bij de verkoop van harddrugs, voornamelijk heroïne en crack. Met deze ontwikkeling kwam het ook regelmatig tot gewelddadige conflicten tussen de gangs, maar ook binnen een gang zijn gevechten geen uitzondering. Gedurende de laatste tien jaar zijn er minimaal twaalf doden gevallen als gevolg van het geweld. Begin jaren negentig werd er vrijwel iedere avond geschoten in de wijk. Het geweld heeft echter niet zoveel te maken met gang-wars of de drugshandel, zoals vaak werd beweerd in de lokale media. De belangrijkste motivatie voor het geweld moet met name gezocht worden in de idee van respect (cf. Shakur 1992; Klein 1994; Spergel 1994). De gangstashit, zoals de leden van de Gooch en Doddington het participeren in een gang noemen, draait om het verkrijgen van respect. Een mooi voorbeeld daarvan is zonder twijfel de winkel-expeditie van enkele Gooch leden. In verband met een aanstaande jungle-dance wilden ze nieuwe kleren kopen om een beetje indruk te maken tijdens het feest. In een dure kledingwinkel kochten ze voor meer dan 15.000 gulden aan kleren en toen ze enige weken later terugkeerden, vroegen ze tien procent korting. De manager van de winkel weigerde echter, met het gevolg dat de Gooch de volgende ochtend terugkeerden en de winkel leegroofden. Het ging niet om geld, dat hadden ze immers voldoende; er was disrespect getoond en dat lieten de Gooch er niet bij zitten.
   Vaak zijn gevechten tussen de gangs het gevolg van 'redelijk insignificante'4 gebeurtenissen; iemand 'fout aankijken' is soms al reden genoeg om een pistool te trekken. Respect is voor de gang-leden een ideaal dat hun handelen beïnvloedt. Respect is het ultieme streven geworden en fungeert als een 'cultural theme' (cf. Mares 1998) in de structurering van de gangculturen in Moss Side.
   De redenen voor de totstandkoming van deze gangculturen, of althans de inhoud en betekenis die de leden eraan geven, moet gezocht worden in een complex van samenwerkende factoren. Huisvesting, of beter, de kwaliteit van de woningen is bijvoorbeeld zo'n factor. Ook de verstoorde relaties tussen de Moss Siders en de lokale autoriteiten werkt niet mee aan de oplossing van het probleem. De belangrijkste invloeden op de gangculturen in Moss Side zijn echter de media en de economische herstructurering (cf. Bell 1973; Harvey 1990; Reich 1991).
   De invloed van de media op de Gooch en Doddington gangs is tweeledig. Enerzijds zorgt de negatieve berichtgeving over het gebied ervoor, dat Moss Side als geheel nog sterker wordt geïsoleerd van de Britse samenleving. Anderzijds, en wellicht belangrijker, voorzien de Britse media de jeugdbendes in Moss Side, maar natuurlijk ook daarbuiten, van stereotype beelden van gangs in de Verenigde Staten. Met name in gang-films en rap- en junglemuziek wordt vaak het leven in de gang verheerlijkt. Tevens laten deze culturele producten ook nieuwe trends en modes zien, die door de jongeren worden overgenomen. De toegenomen communicatie- en distributie-mechanismen, die zelf weer samenhangen met de toegenomen economische vervlechting en dus met het proces van modernisering, verspreiden op een nog nooit geziene schaal stijlkenmerken over de hele wereld. Het resultaat is, dat gangs in de Verenigde Staten moeilijker op uiterlijke kenmerken onderscheiden kunnen worden van gangs in Rotterdam, Frankfurt of Manchester. Behalve deze uiterlijke en dus deels oppervlakkige kenmerken namen de Gooch en Doddington ook een meer inhoudelijk aspect over, dat sommige gangs in de Verenigde Staten bezitten: de idee van respect (cf. Shakur 1992).
   Naast de media speelt ook de socio-economische situatie in Moss Side een belangrijke rol in het structureren van de acties van deze gewelddadige culturen. De Manchester wijk behoort tot de meest arme wijken met de hoogste werkloosheidpercentages. Het proces van sociaal-economische achteruitgang, zoals Wilson (1987) dat voor Amerikaanse getto's beschrijft, is ten dele ook van toepassing op Moss Side. Daaraan verbonden is ook een verandering van 'role models' waarneembaar zoals Anderson (1990) die beschrijft. Veel jongeren in Moss Side streven er inmiddels naar om drugdealer of gangster te worden.
   De gecombineerde invloed van socio-economische omstandigheden, de media en meer lokale factoren hebben ertoe geleid, dat Moss Side een van de meest verpauperde wijken in Manchester is geworden. Een nadelig bijeffect daarvan is, dat ook de gangs zich ontwikkeld hebben tot een niveau dat in verhouding staat tot een wijk met een dergelijke opbouw.

Wythenshawe

In Wythenshawe (73.000 inwoners) is de situatie enigszins anders. Deze wijk is veel omvangrijker dan Moss Side en is hoofdzakelijk blank (ruim 95 procent). Ook de sociale problematiek is anders. Armoede is in het algemeen niet zo schrijnend, maar veelal geconcentreerd in enkele kleinere wijken. Bovendien speelt in Wythenshawe ook meer de sub-urbane locatie en het gebrek aan gemeenschappelijke voorzieningen een rol. In deze wijk heb ik enige malen observaties verricht onder een jeugdbende; laat ik ze voor nu maar de Moor Hill gang noemen.
   De gang is een duidelijk omlijnde groep die zichzelf een crew noemt. In tegenstelling tot de gangs in Moss Side zijn deze jongeren niet uitgerust met vuurwapens en dealen ze niet in drugs. In veel opzichten deden zij me denken aan de gangs zoals die voorkwamen tot de jaren vijftig in de Verenigde Staten.5 Criminologen zouden ongetwijfeld moeite hebben om deze groepen jongeren als gangs te omschrijven, maar dit is eigenlijk niet meer dan onzinnig te noemen. Het gaat er tenslotte toch niet om, dat gangs worden beoordeeld naar de mate waarin ze personen op hun shitlist hebben staan. Ze zijn immers in alle opzichten een gang volgens de meest gangbare opvattingen: ze hebben een eigen gebied (meestal een paar straten groot), ze vormen een distincte groep die zich duidelijk onderscheidt op basis van een wij-zij gevoel, ze zijn betrokken bij diverse vormen van criminaliteit en ze leveren strijd met concurrerende groeperingen, om maar een paar dingen te noemen.
   De Moor Hill gang is een duidelijk omlijnde groep, wat zich merkbaar uitte in hun gedrag. Gedrag wordt alleen geïnitieerd als genoeg andere leden meedoen. Individuele acties worden vaak zelfs niet op prijs gesteld. Conformisme is de standaard, wat werd versterkt door het feit dat veel gangleden bij elkaar op school zaten en in dezelfde buurt woonden.
   Criminaliteit speelt een belangrijke rol in de gang en vormt vaak de basis van status en identiteit. In het algemeen zijn hun criminele daden niet wereldschokkend; alcohol- en drugs-consumptie, diefstal, vandalisme en vechtpartijtjes zijn in deze gang de meest gebruikelijke vormen van delinquentie. Andere gangs in Wythenshawe staan er echter ook om bekend, dat ze auto's stelen, overvallen plegen en betrokken zijn bij afpersingen. Vechtpartijen tussen gangs komen niet zo heel vaak voor, maar worden wel vaak bediscussieerd. Ze zijn immers wel belangrijk voor iemands 'image'. Vechtpartijen binnen een gang komen vaker voor; meestal gaat het er gewoon om te laten zien hoe sterk men is, maar af en toe zijn deze gevechten minder vriendelijk van karakter. Ook diefstal wordt gebruikt om hun toughness te bewijzen. Meestal gaat het om dingen die niet veel waarde hebben, wat aangeeft dat de handeling zelf belangrijker is.
   Vrijwel alle gangleden kleden zich als de 'Amerikaanse gangs': ruim zittende sportkleding van de bekende merken Nike en Hilfiger. Ze kennen ook vrijwel allemaal de films in dit genre en luisteren naar rap en jungle, wat onder meer merkbaar is aan hun taalgebruik dat vaak gelardeerd is met Amerikaanse termen. Deze stijlkenmerken zijn eigenlijk alleen maar oppervlakkig, aangezien ze zich graag identificeren met Amerikaanse gangs, maar niet al hun handelwijzen volgen.
   De vrouwen in de Moor Hill gang spelen ook een rol. Naast het vervullen van de 'traditionele' rollen (cf. Campbell 1988), hebben ze ook invloed op het gedrag van de mannelijke gangleden, alhoewel dat meestal heel subtiel wordt uitgevoerd.
   Het belangrijkste 'cultural theme' in de Moor Hill gang was being hard. Veel van wat de leden deden, kan daaruit verklaard worden, het excessieve drank- en druggebruik, diefstallen, vechtpartijen en ga zo maar door. Het gaat er in al deze gevallen om, om te demonstreren dat ze nergens voor terugdeinzen en van zich af weten te bijten.
   De idee van being hard is iets dat in zijn algemeenheid ook terug te vinden is in andere 'working class' culturen (cf. Pearson 1983). Het gaat erom dat je voor jezelf op kunt komen, omdat niemand anders dat voor je doet. Een veelgehoorde uitspraak in Wythenshawe is bijvoorbeeld: "We'll sort it out ourselves." In veel blanke council estates is er 'no such thing as society'.6 De oorsprong van being hard gaat wellicht enkele eeuwen terug tot een periode waar de Britse lagere klassen het vaak nog slechter hadden dan tegenwoordig. De huidige situatie doet deze opvattingen weer sterk opleven, wat te zien is aan de onderlinge verschillen tussen de wijken. Zo zijn de gangs in Benchill een stuk crimineler en gewelddadiger dan in bijvoorbeeld Brooklands. Met name de hervormingen gedurende de Thatcher regeringen hebben veel council estates in een staat van diepe armoede en isolatie gebracht (cf. Jessop et al 1988). De deregulering en privatisering van het openbaar vervoer heeft er bijvoorbeeld toe geleid, dat Wythenshawe 's avonds bijna niet te bereiken is met een ander vervoermiddel dan de auto. Ook voor jongeren zijn er maar weinig voorzieningen in Wythenshawe. Resumerend kan gezegd worden, dat met name de 'working class' achtergrond van deze gangs een belangrijke rol speelt bij de totstandkoming van hun 'cultural themes'. Ook voor globalisering is er een rol weggelegd; de economische herstructurering en de daaropvolgende bezuinigingen zijn een gevolg van de toenemende omvang van economische belangen en de politieke reacties daarop.

De diversiteit van de verschillende gangs in Manchester is niet het gevolg van te simpele opvattingen over gangs, als etniciteit en armoede, maar het resultaat van een subtiel samenspel van historische, lokale en mondiale factoren die een onvoorspelbare en immer wijzigende invloed hebben op deze culturen. Zo ligt in Moss Side de nadruk met name op factoren als economische herstructurering en de media, terwijl in Wythenshawe historische factoren doorslaggevend zijn. Door het nader bekijken van het gedrag van gangs wordt dit veel duidelijker dan door enkel te kijken naar criminaliteit of te bekvechten over wat nou wel of niet een gang is. Een gang is een cultuur zoals vele andere; het enige wat gangs verbindt, zijn de 'familie-gelijkenissen', wat niet wil zeggen dat ze allemaal dezelfde kenmerken dienen te bezitten of zich hetzelfde moeten gedragen (Blok 1976). Als cultuur bovendien wordt opgevat als een dynamisch, structurerend proces, maakt dit de bestudering van gangs op een theoretisch niveau een stuk eenvoudiger.

Noten

1. Ik spreek hier bewust van accepteren, aangezien van participatie geen enkele sprake kan zijn. Onderzoekers kunnen simpelweg niet participeren in het gang-leven aangezien dit teveel juridische en morele obstakels oproept.
2. De geschiedenis van de naam Hooligan is niet geheel duidelijk. De meest gebruikelijke verklaringen stellen, dat de naam verwijst naar de naam van een Ierse familie wiens leden werden geassocieerd met een ongebruikelijke hoeveelheid a-sociaal gedrag (cf. Pearson 1983).
3. Twoc-ing staat voor Taking Without Owners Consent, autodiefstal; bij een Ram-raid wordt een auto gestolen en vervolgens door een winkelpui gereden om zo de winkel te kunnen leegroven. Zie ook de Channel Four film Shopping.
4. Voor henzelf zijn deze voorvallen natuurlijk niet zo onbelangrijk.
5. Zie bijvoorbeeld William Foote Whyte's Streetcorner Society en Trasher's The Gang.
6. Een beruchte uitspraak van Margaret Tatcher die ooit bij vergissing zei: 'There is no such thing as society.'

Literatuur

Anderson, Eliah, Streetwise. Chicago: University of Chicago Press, 1991.
Bell, Daniel, The Coming of Post-Industrial Society. London: Penguin, 1973.
Blok, Anton, Wittgenstein en Elias. Amsterdam: Athenaeum-Polak & Van Gennep, 1976.
Campbell, Anne, The Girls in the Gang. Cambridge: Blackwell, 1988.
Gemert, Frank van, 'Gangs in Amerika en Nederland.' Justitiële Verkenningen. Jrg. 21, nr. 9, 1995, pp. 68-83.
Harvey, David, The Conditions of Post-Modernity. London: Blackwell, 1990.
Jankowski, Martin Sanchez, Islands in the Streets: Gangs and American Urban Society. Berkeley: University of California Press, 1991.
Jessop, Bob, Kevin Bonnet, Simon Bromley & Tom Ling, Tatcherism. Cambridge: Polity, 1988.
Klein, Malcolm W., The American Street Gang: It's Nature, Prevalence and Control. Oxford: Oxford University Press, 1995.
Mares, Dennis, Gangchester: Youth Gangs in Manchester. Unpublished paper: Utrecht University, 1998.
Pearson, Geoffrey, Hooligan: A History of Respectable Fears. London: MacMillan, 1983.
Patrick, James, A Glasgow Gang Observed. London: Eyre Methuen, 1973.
Reich, Robert, The Work of Nations. New York: Vintage, 1991.
Shakur, Sanyika, Monster: The Autobiography of an L.A. Gang Member. New York: Penguin Books, 1993.
Spergel, Irving A., The Youth Gang Problem: A Community Approach. Oxford: Oxford University Press, 1994.
Tertilt, Herman, Turkish Power Boys: Ethnographie einer Jugendbande. Frankfurt am Main: Suhrkamp, 1996.
Trahser, Frederic, The Gang. Chicago: University of Chicago Press, [1927] 1963.
Whyte, William Foote, Streetcorner Society. Chicago: University of Chicago Press, [1943] 1993.
Wilson, William Julius, The Truly Disadvantaged. Chicago: University of Chicago Press, 1987.

vorige naar index volgende