Culturele Antropologie Utrecht

CAses
hoogtepunten uit het afstudeeronderzoek


1998
 

De culturele betekenis van besnijdenis bij jongens

Margot Kijlstra

Als ik op een zaterdagochtend om 9 uur 's ochtends een wijkgebouw van de GG&GD in Utrecht binnenkom, zit de wachtkamer al aardig vol. Kleine kinderen spelen met blokken, enkele ouders praten Turks of Arabisch met elkaar. Sommige aanwezigen zijn uitgelaten, anderen gespannen. Vanuit een zijkamertje hoor ik een kleine jongen huilen. De mensen in de wachtkamer horen dit ook en kijken op. Wanneer ik de 'operatiekamer' binnenkom, hoor ik de (Nederlandse) chirurg nog net 'bismillah' zeggen (in naam van Allah). Op dat moment wordt de voorhuid van de jongen, die op de operatietafel vastgebonden ligt, doorgesneden. Zijn moeder houdt zijn hand vast, vader kijkt de andere kant op, andere familieleden maken foto's en video-opnames. Na de hechting van de wond mag de hele familie naar huis en kan het besnijdenisfeest beginnen.

Aanleiding van het onderzoek

In het voorjaar van 1997 is bij de GG&GD in Utrecht een besnijdenisproject van start gegaan. De organisatie van dit project is in handen van het Nederlands Centrum Buitenlanders, de GG&GD, het Centrum voor Migratie en Gezondheid van het Kind en zorgverzekeraar Anova. Bij dit project worden besnijdenissen onder lokale verdoving uitgevoerd en - in tegenstelling tot besnijdenissen in de Utrechtse ziekenhuizen - voor een groot deel vergoed (door Anova). De besnijdenissen duren op deze manier minder lang dan in het ziekenhuis, waar besnijdenissen uitgevoerd worden onder algehele narcose. Bovendien mogen familieleden bij de ingreep aanwezig zijn.
   In het kader van dit project heb ik mijn literatuurstudie geschreven en mijn afstudeeronderzoek gedaan. Mij is door prof. T. Schulpen, van het Centrum voor Migratie en Gezondheid van het Kind, gevraagd de culturele en religieuze achtergronden van jongensbesnijdenis te schetsen. Het literatuuronderzoek heb ik gewijd aan de cross-culturele betekenis van jongensbesnijdenis. In het veldonderzoek in Utrecht heb ik mij beperkt tot de groep die voor het project interessant was te onderzoeken: Turkse, Marokkaanse en Surinaamse moslims (ouders, jongens en imams).
   Zowel in het literatuur- als in het veldonderzoek heb ik de betekenis van besnijdenis onderzocht. Daarbij ben ik ervan uitgegaan dat besnijdenis niet alleen een operatie is, maar een meer omvattend ritueel. De betekenis van dit ritueel heb ik bestudeerd in de context waarin het plaatsvindt, omdat de context van invloed bleek te zijn op de betekenis ervan. Om deze reden heb ik in het veldonderzoek gekeken naar de invloed van de Nederlandse context op het besnijdenisritueel bij moslims (ten opzichte van de context in het land van herkomst). In dit artikel zal ik allereerst de herkomst van jongensbesnijdenis kort aanstippen. Vervolgens geef ik een beknopt overzicht van de verschillende achtergronden van jongensbesnijdenis. Daarna zal ik de belangrijkste resultaten van mijn veldonderzoek bespreken.

Herkomst van jongensbesnijdenis

Jongensbesnijdenis is een wereldwijd gepraktiseerd fenomeen. Schattingen over het deel van de mannelijke wereldbevolking dat besneden is, lopen uiteen van een kwart tot een zevende van het totale aantal mannen. In landen zoals de Amerika, Canada en Australië is 50-80% van de mannen besneden. Daar wordt de besnijdenis routinematig na de geboorte in het ziekenhuis uitgevoerd. In de islamitische wereld is besnijdenis van jongens van oudsher een wijdverbreid verschijnsel.
   Over het ontstaan van het verschijnsel lopen de meningen uiteen. Verscheidene verklaringen zijn geopperd in een poging de vraag over het waarom van het ontstaan van besnijdenis te beantwoorden. De verklaring die het verst teruggaat komt van Desmond Morris in een van zijn afleveringen van de serie 'De andere sekse'. Hij suggereert hierin dat het de Egyptenaren zijn, die begonnen met het besnijden van jonge jongens. Zij dachten dat de jongens hierdoor onsterfelijk zouden worden. Zij zagen dat een slang vervelt en weer een nieuwe huid krijgt, en namen aan dat dit op onsterfelijkheid duidde. Om ditzelfde bij mensen te bereiken besloten zij een stuk huid weg te nemen van dat deel van het lichaam, dat het meest op de kop van een slang lijkt: de penis. Andere verklaringen gaan in op de praktische of sociale functies van besnijdenis. Een praktische functie zou hygiëne geweest zijn, in gebieden waar weinig water voor handen was. Hygiëne en preventie van infecties en ziektes zoals peniskanker, is ook nu nog de reden voor Amerikanen om de besnijdenis routinematig uit te voeren. De functie die de besnijdenis voor joden heeft, is het vormen van een verbond met God, door het opofferen van de voorhuid. Een functie van sociale aard is het onderling onderscheiden van bevolkingsgroepen door middel van het besnijden van de mannelijke (en soms ook vrouwelijke) leden van een groep. Deze verklaring geeft men wel voor het ontstaan van de besnijdenis bij Afrikaanse stammen.
   Jongensbesnijdenissen zijn grofweg in vier verschillende typen in te delen. Het eerste type besnijdenis heeft nog het minst met een ritueel te maken. Het betreft de besnijdenis die in Amerika, Canada en Australië uitgevoerd wordt. Zoals gezegd, gebeurt dat in deze landen routinematig. De redenen die men hiervoor aanvoert hebben betrekking op een betere hygiëne en enkele preventieve voordelen als gevolg van het verwijderen van de voorhuid. Wetenschappelijk onderzoek heeft deze argumenten zowel bevestigd als ontkracht. Op basis van tegenargumenten zijn enkele actiegroepen in Amerika ontstaan, die zich verzetten tegen het routinematige karakter van de operatie.
   De alom bekende joodse besnijdenis vormt het tweede type van dit verschijnsel. Ook joden besnijden jongens vlak na de geboorte, namelijk op de achtste levensdag. Aartsvader Abraham heeft zich op late leeftijd laten besnijden en daarna aangekondigd dat al zijn mannelijke nakomelingen hetzelfde moesten doen om een verbond met God te scheppen (zie Genesis 17:10-14). Sommige onderzoekers zien hierin een vervanging van het mensenoffer (Musaph, 1991: 1327).
   Het derde type besnijdenis betreft de islamitische, die net als de joodse besnijdenis een religieuze achtergrond kent. De islamitische besnijdenis komt voort uit een advies van de profeet Mohammed. Dit advies staat opgetekend in de 'sunnah', maar niet in de Koran. Dit houdt in, dat besnijdenis voor moslims niet verplicht is, maar wel een morele verplichting betekent. In de praktijk is elke mannelijke moslim dan ook besneden. De profeet heeft het de moslims aanbevolen, omdat hij meende dat het goed voor een man is besneden te zijn. Een besneden penis is hygiënischer, reiner, gezonder en bovendien mooier dan een onbesneden penis, aldus moslims. Het moment waarop een islamitische jongen besneden moet worden, staat niet vast. Marokkaanse moslims kiezen meestal voor een leeftijd van nul tot vier jaar voor de besnijdenis. Turkse jongens daarentegen zijn meestal tussen de vijf en tien jaar, wanneer ze besneden worden. Waar dit verschil vandaan komt, is onduidelijk.
   Ten slotte kennen we de besnijdenis als onderdeel van Afrikaanse initiatieriten. Hierin wordt een bepaalde overgang in het leven van de initiandus gemarkeerd. Het kan gaan om een overgang naar geslachtsrijpheid, naar volwassenheid of naar een andere leeftijdsgroep (zoals krijger). Ook kan een initiatierite waar besnijdenis onderdeel vanuit maakt, een inwijding in een sociale of religieuze gemeenschap of een geheim genootschap betekenen. De leeftijd waarop dergelijke initiatieriten plaatsvinden, ligt meestal tussen 10 en 15 jaar.

Veldonderzoek

Na deze uiteenzetting over de vier verschillende typen jongensbesnijdenis, met bijbehorende achtergronden, heb ik mij in mijn veldonderzoek geconcentreerd op besnijdenis bij islamitische jongens in Nederland. Mijn probleemstelling luidde als volgt: Wat zijn de betekenissen van het besnijdenisritueel bij islamitische jongens voor verschillende bevolkingsgroepen in Nederland? En hoe verschillen deze van de betekenissen van het besnijdenisritueel in de landen van herkomst van de bevolkingsgroepen?
   Het belangrijkste element in deze vragen vormt het woord 'betekenis'. Analoog aan de auteurs van de inleiding van het boek Symbolic Anthropology (Dolgin et al., 1997) kan dit woord op twee manieren opgevat worden. Ten eerste verwijst het naar de 'verleende' betekenis, of de zin die men ergens aan geeft (intentional meaning). Ten tweede heeft het woord betrekking op de 'ontleende' betekenis, of het belang van een verschijnsel (objectief aspect of gevolg van een actie).
   Een ander belangrijk aspect in deze probleemstelling is de vergelijking tussen de betekenis (de zin en het belang) van besnijdenis in het land van herkomst en in Nederland. Aangezien ik stelde dat de context waarin een verschijnsel plaatsvindt, van invloed is op de betekenis ervan, heb ik deze verschillende contexten en manieren van uitvoering met elkaar vergeleken. De uitvoering van de operatie en het feest in Nederland bleken te verschillen van de uitvoering zoals men die in het land van herkomst gedaan zou hebben. Zo kiest men in Nederland vaker voor een ziekenhuis als plaats voor de operatie en maakt men minder gebruik van traditionele besnijders. Dit is niet alleen te wijten aan het gebrek aan traditionele besnijders in Nederland, maar heeft ook te maken met een veranderde visie op de eigen besnijders. Bovendien laat men in Nederland sommige symbolen weg, omdat men deze niet langer belangrijk vindt of omdat men ze niet gepast acht in de Nederlandse context. Verder zijn de besnijdenisfeesten in Nederland veel kleinschaliger dan in het land van herkomst. De zin van het besnijdenisritueel is voor moslims in Nederland identiek aan de zin die men er in het land van herkomst aan geeft. Het gaat om een religieuze handeling die bij het leven van een moslim hoort, zoals eten, drinken en ademhalen. Het bevestigen van de moslimidentiteit en de markering van de grenzen tussen mannen en vrouwen blijven de belangrijkste redenen voor de keuze een besnijdenis te laten uitvoeren.
   Op het eerste gezicht verandert de uitvoering van besnijdenis in Nederland onder invloed van de context, maar blijft de betekenis hetzelfde. De besnijdenis is in Nederland uit zijn rituele context gehaald en toch blijft men eraan vasthouden, omdat men het belangrijk blijft vinden de besnijdenis om religieuze en hygiënische redenen uit te voeren. Maar is het belang dat men eraan hecht wel hetzelfde als het belang van besnijdenis in het land van herkomst?
   Mijn stelling is dat men in het land van herkomst besnijdenis uitvoert ter bevestiging van een culturele identiteit; deze omvat zowel de religieuze, de sociale als de genderidentiteit. In Nederland vallen deze identiteiten uiteen in losse elementen en is de besnijdenis vooral een bevestiging van de religieuze identiteit en in mindere mate van een genderidentiteit. Van het verkrijgen van een sociale identiteit door middel van de besnijdenis in de zin van het verkrijgen van een bepaalde sociale status ten opzichte van anderen is niet zoveel sprake. Het geven van een groot besnijdenisfeest geeft in Marokko een hogere sociale status, maar in Nederland bleek dit niet van toepassing. Het belang bij anderen te horen ligt niet zozeer in het feit dat onbesnedenen in Nederland gepest worden, zoals in het land van herkomst, maar in het feit dat men een goede moslim moet zijn. Het religieuze belang is groter dan het sociale belang. Men blijft in Nederland door middel van besnijdenis vasthouden aan een bepaalde identiteit, maar deze is anders dan in het land van herkomst, doordat de context van besnijdenis daar anders is.
   Op de lange duur zou niet alleen de uitvoering van het besnijdenisritueel in Nederland kunnen veranderen, maar zou ook de hele betekenis aan verandering onderhevig kunnen raken. Er kunnen dan twee dingen gebeuren; òf de traditie van het besnijden door moslims verwatert in Nederland, òf men blijft eraan vasthouden in het belang van een bepaalde identiteit, terwijl de oorspronkelijke betekenis steeds onduidelijker wordt en de traditie helemaal uit zijn originele verband raakt.

Literatuur

Dolgin, J.L. et al. (eds), Symbolic Anthropology: A Reader in the Study of Symbols and Meanings. New York: Columbia, University Press, 1997.
Musaph, H., 'De besnijdenis van mannelijke neonati: Psychologische beschouwingen.' Medisch Contact, 1991, 46 (44): 1327.

vorige naar index volgende