Culturele Antropologie Utrecht

CAses
hoogtepunten uit het afstudeeronderzoek


1998
 

Tussen bos en markt

Bas Verheij

Het volgende artikel is een resultaat van mijn veldwerk en onderzoek in Guyana. Mijn veldwerk heeft plaatsgehad op de regionale marktplaats van Charity in West-Guyana. Het onderzoek maakt deel uit van het Tropenbos Guyana Program en de Universiteit van Utrecht, en heeft plaats gevonden met medewerking van de Amerindian Research Unit in Georgetown.

Inleiding

In de 17e eeuw zijn de Indianen uit het kustgebied van Guyana door de koloniale overheersers verdreven naar de binnenlanden van Guyana. Het merendeel van de Indianen in Guyana woont nu in het midden en het noordwestelijke deel van het land. Zij worden nu in Guyana als de oorspronkelijke bewoners van het binnenland beschouwd.
   De dijken, irrigatiekanalen en sluizen die de huidige rijstvelden in het kustgebied van Guyana omgeven, doen denken aan een Hollands landschap. Zij zijn eeuwen geleden onder dwang door slaven gemaakt, die eveneens de grond bewerkten en beplantten en de beplantingen oogstten voor de toenmalige Hollandse overheersers. Tot in de 19e eeuw verbouwden de plantagehouders van Guyana in het kustgebied van Guyana voornamelijk suikerriet. Nadat de slavenarbeid op de plantages werd verboden door de latere Engelse koloniale overheersers, werden de slaven vervangen door contract-arbeiders. Zij werden in India geronseld met behulp van een speciaal contract. Volgens dit contract kregen de contractarbeiders na vijf jaar verplichte arbeid hun vrijheid terug met een stuk grond in het nieuwe land. De afstammelingen van de vroegere slaven, de Afro-Guyanezen, en de afstammelingen van de contractarbeiders, de Indiërs, vormen nu samen de twee grootste etnische groepen van Guyana.
   De Indianen van Guyana wonen in de afgelegen en onbegaanbare gebieden van het land. Deze door de Guyanese overheid aangewezen gebieden hebben een speciale status gekregen als Indiaans Reservaat binnen de Guyanese samenleving. Deze reservaten zijn gesloten gebieden voor alle andere Guyanezen. Om in een reservaat te kunnen wonen moet een individu kunnen aantonen van Guyanees-Indiaanse afkomst te zijn. De Guyanese overheid bepaalt uiteindelijk of iemand in een Indiaans reservaat mag wonen en verstrekt vergunningen aan vreemdelingen die de reservaten willen bezoeken.
   Dit artikel gaat over de interetnische ontmoetingen op een marktplaats, tussen Indiaanse Guyanezen enerzijds en Indiase en Afro-Guyanezen anderzijds. De Guyanese Indianen uit het Noordwestelijk deel van Guyana bestaan voornamelijk uit Arawakken, Cariben en Warao's. Samen vormen zij één etnische minderheidsgroep in de Guyanese gemeenschap, alhoewel de Indianen zelf wèl onderscheid maken tussen de verschillende Indiaanse etnische groepen. De etnisch verschillende Indianen beschouwen zichzelf niet als één etnische groep en hebben weinig contact met elkaar. Dit blijkt vooral op de marktplaats van Charity1, waar ik het grootste deel van mijn onderzoek heb uitgevoerd. Op deze marktplaats proberen de Indianen informatie en krediet te verkrijgen van leden van niet-Indiaans-etnische groepen, meestal Indische- en Afro-Guyanezen die wel toegang hebben tot deze hulpbronnen. Doordat de Indianen uitgesloten zijn van deze hulpbronnen, leiden de pogingen tot handel en uitwisseling van goederen en diensten met de andere etnische groepen vaak tot frustraties en uitbuiting van de Indianen.

Arbeid, bezit en handel versus diensten en reciprociteit

De meeste Indiaanse reservaten in Guyana hebben een kerk, een school, een kliniek en een dorpshuis. Het gebied van het reservaat wordt geregeerd door een kapitein met raadslieden. Zij worden eens in de vier jaar gekozen door de bewoners van het reservaat. Van de regering krijgen de reservaten geringe financiële hulp om de publieke gebouwen te onderhouden. Dit geldt ook in sommige gevallen voor de transportfaciliteiten over water en voor aanlegsteigers.
   De Indianen wonen in bosrijke gebieden waar het tot op heden niet aan natuurlijke hulpbronnen heeft ontbroken. Van oudsher jagen de mannen, terwijl de vrouwen de tuinen onderhouden en het voedsel verzorgen. De verschillende huishoudens in de Indiaanse gemeenschappen zijn nauwelijks afhankelijk van elkaar en wisselen weinig diensten en goederen met elkaar uit. Tussen de huishoudens bestaat nauwelijks een vorm van arbeidsverdeling. Binnen het huishouden bestaat daarentegen een zeer sterke arbeidsverdeling. Deze arbeidsverdeling is gebaseerd op 'gender'. Vrouwen en mannen vervullen verschillende rollen binnen het huishouden, alhoewel vrouwen ook mannenwerk doen. Het werk dat als mannenwerk beschouwd wordt, is vaak lichamelijk zwaar werk. Mannen doen zelden vrouwenwerk.
   Om kleren, medicijnen, schoolboeken en schooluniformen te kunnen kopen, transport naar scholen te kunnen betalen etc. hebben de Indianen 'cash' nodig. Deze cash verkrijgen mannen traditioneel door in hun bosrijke reservaten bomen te kappen, die door zagerijen opgekocht worden. Het werk in het bos wordt traditioneel alleen door mannen gedaan. Zij vertrekken soms voor dagen of weken naar de bossen. De boomstammen worden ter plaatse in planken gezaagd en vervolgens naar de rivier gedragen. Hier worden de planken opgehaald door houtzagerijen en vervoerd naar de houtfabriek. Als de mannen naar huis terugkeren, nemen zij meestal gekapte Nibi en Kufa lianen van de bomen mee, die zij kunnen verkopen aan tussenhandelaren op de markt of direct aan meubelwerkplaatsen.
   Indiaanse vrouwen verkrijgen cash door het vervaardigen van handwerk. Voor het handwerk (manden en dergelijke) wordt voornamelijk tibisiri gebruikt, dat gemaakt wordt van jonge scheuten van de ité-palm (Mauritia flexuosa). De ité-palm komt veel voor in het moerassige gebied waar de Indianen wonen. Echter, om de juiste palmboom te vinden moeten vaak lange afstanden afgelegd worden. Veel vrouwen kopen de jonge scheuten van mannen die deze meenemen, als zij terugkeren van hun arbeid in het bos. Het werken met tibisiri wordt beschouwd als een typisch vrouwenwerk. Voor het bewerken van de jonge scheuten wordt elke scheut eerst gespleten. Vervolgens wordt het buitenvlies eraf gehaald. Als de vliezige buitenkant van het hardere blad los is, wordt het zachte vezel gekookt met wat citroen, en gedroogd. Het hardere deel van het blad wordt meteen gedroogd in de zon. Het zachtere deel van het blad wordt gebruikt als versiering en kan ook geverfd worden. Het hardere deel wordt gebruikt om het geheel te versterken. Indiaanse vrouwen werken ook met nibi, een makkelijk bewerkbare liaan die in gelijkmatige delen gesplitst kan worden, waardoor sterke, gelijkmatige en dunne stroken ontstaan die gevlochten kunnen worden. De vrouwen maken er manden en andere gebruiksvoorwerpen van, die zij verkopen op de markt. De nibi-liaan wordt voor verwerking eerst geweekt in water om hem zachter en flexibeler te maken. Voor het maken van meubels en sommige manden wordt ook gebruik gemaakt van kufa. Kufa is een steviger en dikkere liaan dan nibi; in water geweekt, wordt de kufa liaan buigzaam en bewerkbaar. Het wordt gebruikt als kader ter versteviging van de meubels en de manden. De nibi wordt om de kufa heen geweven.
   Bijproducten van cassave kunnen ook cash opleveren, zoals cassavebrood, zetmeel (starch) en cassareep. Het cassavebrood wordt gegeten in veel Indiaanse en niet Indiaanse gezinnen en ook verkocht aan gouddelvers die voor lange perioden van huis zijn. Het brood is tot maximaal 6 weken houdbaar. De starch is een residu dat ontstaat bij het uitpersen van de bittere cassave-wortels. Er komt dan een giftig sap vrij, dat de starch bevat. Door het sap een halve dag te koken raakt het gif uitgewerkt, dikt het sap in en ontstaat de cassareep. De cassareep wordt gebruikt als aanmaaksaus voor een maaltijd die 'Pepperpot' heet. Pepperpot wordt door bijna alle Guyanezen gegeten en is een nationaal feestmaal.
   Van mukrustengels (stengels van kleine palmbladeren) maken de mannen vaak vlechtmateriaal. Zij vlechten er manden, kokers, tasjes en de matapi2 van. De mukrustengel wordt gespleten en gelijk verwerkt. Om donker- en lichtkleurige strippen te krijgen wordt een strip gerookt met brandende kerosine. De zwarte rook blijft goed zitten op de mukru.
   De Indianen kennen naast de productie voor externe handel en het verkrijgen van cash ook een eigen interne economie. Hun eigen economie is traditioneel niet gebaseerd op ruil of handel met geld. De ruil van goederen en diensten tussen Indianen is gebaseerd op reciprociteit en vertrouwen. Indianen die met elkaar ruilen, vertrouwen elkaar en beschouwen elkaar als vrienden. Matrimanis is een voorbeeld van het uitwisselen van diensten, ofwel een samenwerkingsverband tussen Indianen, meestal mannen. Vrienden nodigen elkaar uit om elkaar te helpen met hun werk. Na de gedane arbeid wordt gefeest. Er is geen sprake van loon of een andere vorm van vergoeding, behalve het feest en de verwachting dat anderen ook geholpen zullen worden en vervolgens ook een feest zullen organiseren.
   Voor vriendschappelijke relaties tussen Indianen worden vaak verwantschapstermen gebruikt zoals 'oom' of 'tante'. Wie iets voor een ander doet of iemand iets geeft, doet vroeg of laat ook weer iets terug. Men kan op elkaar rekenen. Zelfs handelen en verkopen wordt beschouwd als 'samen-delen'. Een Indiaan kan deze vriendschap en ruilrelatie niet ontkomen met geld. De ruilrelatie is gebaseerd op gegeneraliseerde reciprociteit. De Indianen kennen daarom weinig hiërarchie in hun samenleving. Ruilen en delen is de norm. Er is weinig verschil in materiële rijkdom merkbaar tussen de Indianen en weinig Indianen bezitten meer dan het strikt noodzakelijke.
   De manier waarop de Indianen onderling diensten en goederen uitwisselen wordt door de Guyanezen als naïef en ongeciviliseerd beschouwd. Vriendschap en de verwachting van reciprociteit worden door de Guyanezen niet erkend als een gangbare manier voor het verhandelen van goederen en het verlenen van diensten tussen individuen. Vooral als de individuen niet dezelfde etnische afkomst hebben, zijn de relaties tussen beiden onpersoonlijk. De markthandel in Guyana, vindt meestal plaats tussen twee anonieme personen en heeft een korte termijn doelstelling. Handelaren op de marktplaats van Charity komen meestal van andere delen van het kustgebied en de Indianen komen meestal van afgelegen gebieden in het binnenland. De meeste Indianen bezoeken de marktplaats een enkele maal per maand of meerdere maanden.
   Vanwege de sociale en geografische afscheiding van de reservaten leven en werken de Indianen grotendeels buiten het Guyanese sociale leven en de nationale economie om. Binnen de reservaten zijn de Indianen grotendeels onafhankelijk en zelfvoorzienend voor hun primaire behoeften. Binnen de nationale economie geeft de zelfvoorzienende capaciteit hen een minimale sociale zekerheid en onafhankelijkheid. Dankzij hun sociale afscheiding van de nationale gemeenschap ontlopen de Indianen deels hun onderwerping aan de nationale sociale hiërarchie en de politiek-economische strijd tussen de etnische groepen. Het behoedt hen voor de ergste armoede en uitbuiting door de andere, economisch en politiek dominante, etnische groepen.

Sociale integratie en etniciteit

In het reservaat van Kabakaburi3 is sinds kort geen nibi en kufa meer te vinden en ook de houtvoorraad vermindert. Tibisiri en mukru worden ook schaarser. Binnen het reservaat handelen de mannen in deze producten met de vlechters. Voor de externe markt worden de ruwe nibi en kufa lianen alleen verhandeld op de markt van Charity. Deze worden doorverkocht naar de stad, waar nibi vlechters in gespecialiseerde meubelwerkplaatsen werken. Vanwege de afnemende houtvoorraden besteden de vrouwen van Kabakaburi meer tijd aan het maken van handwerk voor het verkrijgen van cash. De huishoudens zijn daarom in toenemende mate afhankelijk van de vrouwen voor het verkrijgen van cash. Om de tuinen van de vrouwen te onderhouden werken de mannen in de cassavetuinen van de vrouwen die hen daarvoor betalen met geld. Het schoonhouden van de cassavetuinen werd vroeger alleen door vrouwen gedaan.Verder wordt in Kabakaburi veel cassavebrood in een fabriek gemaakt, nu veel vrouwen geen tijd meer hebben om hun eigen brood voor te bereiden. Het brood wordt lokaal verkocht en direct betaald met geld. Indianen gebruiken als gevolg van deze veranderingen in de lokale arbeidsverdeling in toenemende mate cash in hun eigen lokale economie.
   De toename van het gebruik van cash binnen de Indiaanse samenleving is mede het gevolg van hun toenemende integratie in de samenleving van Guyana. Scholing bijvoorbeeld wordt zeer hoog gewaardeerd door de Indianen en als enige manier gezien om aan hun marginale sociale positie te ontkomen. Nieuwe mogelijkheden tot het verkrijgen van cash hebben het belang van geld in de lokale Indiaanse economie doen toenemen. Veel Indianen houden echter geen enkele vorm van administratie bij voor hun interne en externe handelsrelaties. Hun administratie is meestal gebaseerd op het geheugen, vertrouwen in de ander en de verwachting van reciprociteit in de handelsrelatie. De Indianen maken niet altijd verschil tussen de interne uitwisseling van goederen en diensten, en de markthandel. Als gevolg daarvan klagen zij vaak over de onbetrouwbaarheid van de tussenhandelaren uit Georgetown en de schommelende prijzen die de handelaren voor hun producten bieden.
   De discrepantie tussen de twee verschillende uitwisselingsculturen die de Indianen vaak ondervinden, leidt bij de Guyanezen vaak tot bespotting. Het gevolg is vaak dat de Indianen uitgebuit worden. De Indianen hebben bovendien een zwakke onderhandelingspositie op de markt van Charity, omdat zij lange afstanden moeten afleggen om hun waren te verkopen. Zij hebben ook geen opslagmogelijkheden ter plaatse om op gunstiger tijden te wachten. Het ontbreekt de Indianen in het algemeen aan transportmogelijkheden, goede informatie over de actuele marktsituatie en krediet-mogelijkheden. Informatie en krediet zijn hulpbronnen die in Guyana verdeeld worden op basis van etnische verbondenheid. Sociale netwerken zijn gebaseerd op etniciteit. De kwaliteit van de hulpbronnen hangt af van de sociale positie van de etnische groep in de Guyanese gemeenschap. Het gebrek van de Indianen aan toegang tot krediet is direct verbonden met de sociale status van de reservaten en de sociale positie van de Indianen in de samenleving. In de reservaten is de grond geen eigendom van de Indianen. Het land van de reservaten is eigendom van de staat en wordt door het nationale bestuur beheerst. De staat bepaalt wie in de Reservaten mag wonen, en heeft legaal het recht de grond van een reservaat te vervreemden. Vreemdelingen moeten een speciale vergunning aanvragen om de gebieden te kunnen bezoeken.
   Vanwege de constitutioneel marginale en ambigue status van de reservaten hebben de Indianen geen volwaardige sociale status verworven in de samenleving van Guyana. De Indianen worden niet als een volwaardig volk beschouwd door de leden van de andere etnische groepen. Zij wonen als een marginale groep in marginale gebieden, waar bovendien de grond niet hun eigendom is. Deze situatie belemmert hun economische en sociale integratie in de Guyanese samenleving. Als gevolg daarvan is ook de etnische organisatie van de Indianen tot één solide Indiaanse etnische groep binnen de Guyanese samenleving zonder perspectief. De etnisch verschillende Indianen staan slechts met één been in de Guyanese samenleving waartoe zij zich wel aangetrokken voelen. Zij beheersen onvoldoende hun hulpbronnen om te integreren in de Guyanese economie. Zij zijn afhankelijk van de Guyanese samenleving voor het verkrijgen van cash, maar deze afhankelijkheid is eenzijdig. De Guyanese handelaren zijn niet afhankelijk van de Indianen voor hun inkomen, omdat de Indiaanse producten vervangbaar zijn. Het gebrek aan interdependentie in de handelsrelaties tussen de handelaren en de Indianen veroorzaakt mede de zwakke handelspositie van de Indianen.

Noten

1. Charity is een overslaghaven en heeft daarbij een omvangrijke regionale markt. De regionale markt is elke maandag open en trekt vele mensen aan, waaronder Indianen uit de verre ontoegankelijke gebieden. Zij moeten soms een tot twee dagen peddelen in hun kano's om de markt te bereiken.
2. De matapi is een koker-vormige gevlochten mat die wordt gebruikt voor het uitpersen van de bittere cassavewortel. Het cassavemeel blijft in de matapi zitten en moet gedroogd worden. Daarna kan het brood voorbereid worden.
3. Kabakaburi is een Indiaans reservaat. De inwoners behoren grotendeels tot de Indiaanse etnische groep van Arawakken. Het dorp ligt ongeveer 16 kilometer van Charity. Het reservaat is alleen bereikbaar over water en heeft geen enkele infrastructuur. Een deel van mijn onderzoek heeft hier plaats gevonden met het doel een beter beeld te krijgen van de lokale situatie van de Indianen die de marktplaats bezoeken.

Literatuur

Baud, Michiel ... [et al.], Etniciteit als strategie in Latijns-Amerika en de Caraïben. Amsterdam: Amsterdam University Press, 1994.
Gray, Andrew, 'Indigenous People and the Marketing of the Rainforest.' The Ecologist, vol. 20, no. 6., 1990.
Forte, Janette, 'Amerindians and Poverty.' In: Proceedings of IDS Colloquiem, Poverty in Guyana: Finding Solutions. Institute of Development Studies and Faculty of Social Sciences, University of Guyana Turkeyen, Greater Georgetown, Guyana, 1993.

vorige naar index volgende