![]() |
Culturele Antropologie Utrecht
CAses
|
Tussen bos en markt
Bas Verheij
Het volgende artikel is een resultaat van mijn veldwerk en onderzoek in Guyana. Mijn veldwerk heeft plaatsgehad op de regionale marktplaats van Charity in West-Guyana. Het onderzoek maakt deel uit van het Tropenbos Guyana Program en de Universiteit van Utrecht, en heeft plaats gevonden met medewerking van de Amerindian Research Unit in Georgetown.
Inleiding
In de 17e eeuw zijn de Indianen uit het kustgebied van Guyana door de
koloniale overheersers verdreven naar de binnenlanden van Guyana. Het merendeel
van de Indianen in Guyana woont nu in het midden en het noordwestelijke
deel van het land. Zij worden nu in Guyana als de oorspronkelijke bewoners
van het binnenland beschouwd.
De dijken, irrigatiekanalen en sluizen die de huidige
rijstvelden in het kustgebied van Guyana omgeven, doen denken aan een Hollands
landschap. Zij zijn eeuwen geleden onder dwang door slaven gemaakt, die
eveneens de grond bewerkten en beplantten en de beplantingen oogstten voor
de toenmalige Hollandse overheersers. Tot in de 19e eeuw verbouwden de
plantagehouders van Guyana in het kustgebied van Guyana voornamelijk suikerriet.
Nadat de slavenarbeid op de plantages werd verboden door de latere Engelse
koloniale overheersers, werden de slaven vervangen door contract-arbeiders.
Zij werden in India geronseld met behulp van een speciaal contract. Volgens
dit contract kregen de contractarbeiders na vijf jaar verplichte arbeid
hun vrijheid terug met een stuk grond in het nieuwe land. De afstammelingen
van de vroegere slaven, de Afro-Guyanezen, en de afstammelingen van de
contractarbeiders, de Indiërs, vormen nu samen de twee grootste etnische
groepen van Guyana.
De Indianen van Guyana wonen in de afgelegen en onbegaanbare
gebieden van het land. Deze door de Guyanese overheid aangewezen gebieden
hebben een speciale status gekregen als Indiaans Reservaat binnen de Guyanese
samenleving. Deze reservaten zijn gesloten gebieden voor alle andere Guyanezen.
Om in een reservaat te kunnen wonen moet een individu kunnen aantonen van
Guyanees-Indiaanse afkomst te zijn. De Guyanese overheid bepaalt uiteindelijk
of iemand in een Indiaans reservaat mag wonen en verstrekt vergunningen
aan vreemdelingen die de reservaten willen bezoeken.
Dit artikel gaat over de interetnische ontmoetingen op
een marktplaats, tussen Indiaanse Guyanezen enerzijds en Indiase en Afro-Guyanezen
anderzijds. De Guyanese Indianen uit het Noordwestelijk deel van Guyana
bestaan voornamelijk uit Arawakken, Cariben en Warao's. Samen vormen zij
één etnische minderheidsgroep in de Guyanese gemeenschap,
alhoewel de Indianen zelf wèl onderscheid maken tussen de verschillende
Indiaanse etnische groepen. De etnisch verschillende Indianen beschouwen
zichzelf niet als één etnische groep en hebben weinig contact
met elkaar. Dit blijkt vooral op de marktplaats van Charity1,
waar ik het grootste deel van mijn onderzoek heb uitgevoerd. Op deze marktplaats
proberen de Indianen informatie en krediet te verkrijgen van leden van
niet-Indiaans-etnische groepen, meestal Indische- en Afro-Guyanezen die
wel toegang hebben tot deze hulpbronnen. Doordat de Indianen uitgesloten
zijn van deze hulpbronnen, leiden de pogingen tot handel en uitwisseling
van goederen en diensten met de andere etnische groepen vaak tot frustraties
en uitbuiting van de Indianen.
Arbeid, bezit en handel versus diensten en reciprociteit
De meeste Indiaanse reservaten in Guyana hebben een kerk, een school,
een kliniek en een dorpshuis. Het gebied van het reservaat wordt geregeerd
door een kapitein met raadslieden. Zij worden eens in de vier jaar gekozen
door de bewoners van het reservaat. Van de regering krijgen de reservaten
geringe financiële hulp om de publieke gebouwen te onderhouden. Dit
geldt ook in sommige gevallen voor de transportfaciliteiten over water
en voor aanlegsteigers.
De Indianen wonen in bosrijke gebieden waar het tot op
heden niet aan natuurlijke hulpbronnen heeft ontbroken. Van oudsher jagen
de mannen, terwijl de vrouwen de tuinen onderhouden en het voedsel verzorgen.
De verschillende huishoudens in de Indiaanse gemeenschappen zijn nauwelijks
afhankelijk van elkaar en wisselen weinig diensten en goederen met elkaar
uit. Tussen de huishoudens bestaat nauwelijks een vorm van arbeidsverdeling.
Binnen het huishouden bestaat daarentegen een zeer sterke arbeidsverdeling.
Deze arbeidsverdeling is gebaseerd op 'gender'. Vrouwen en mannen vervullen
verschillende rollen binnen het huishouden, alhoewel vrouwen ook mannenwerk
doen. Het werk dat als mannenwerk beschouwd wordt, is vaak lichamelijk
zwaar werk. Mannen doen zelden vrouwenwerk.
Om kleren, medicijnen, schoolboeken en schooluniformen
te kunnen kopen, transport naar scholen te kunnen betalen etc. hebben de
Indianen 'cash' nodig. Deze cash verkrijgen mannen traditioneel door in
hun bosrijke reservaten bomen te kappen, die door zagerijen opgekocht worden.
Het werk in het bos wordt traditioneel alleen door mannen gedaan. Zij vertrekken
soms voor dagen of weken naar de bossen. De boomstammen worden ter plaatse
in planken gezaagd en vervolgens naar de rivier gedragen. Hier worden de
planken opgehaald door houtzagerijen en vervoerd naar de houtfabriek. Als
de mannen naar huis terugkeren, nemen zij meestal gekapte Nibi en
Kufa lianen van de bomen mee, die zij kunnen verkopen aan tussenhandelaren
op de markt of direct aan meubelwerkplaatsen.
Indiaanse vrouwen verkrijgen cash door het vervaardigen
van handwerk. Voor het handwerk (manden en dergelijke) wordt voornamelijk
tibisiri gebruikt, dat gemaakt wordt van jonge scheuten van de ité-palm
(Mauritia flexuosa). De ité-palm komt veel voor in het moerassige
gebied waar de Indianen wonen. Echter, om de juiste palmboom te vinden
moeten vaak lange afstanden afgelegd worden. Veel vrouwen kopen de jonge
scheuten van mannen die deze meenemen, als zij terugkeren van hun arbeid
in het bos. Het werken met tibisiri wordt beschouwd als een typisch
vrouwenwerk. Voor het bewerken van de jonge scheuten wordt elke scheut
eerst gespleten. Vervolgens wordt het buitenvlies eraf gehaald. Als de
vliezige buitenkant van het hardere blad los is, wordt het zachte vezel
gekookt met wat citroen, en gedroogd. Het hardere deel van het blad wordt
meteen gedroogd in de zon. Het zachtere deel van het blad wordt gebruikt
als versiering en kan ook geverfd worden. Het hardere deel wordt gebruikt
om het geheel te versterken. Indiaanse vrouwen werken ook met nibi,
een makkelijk bewerkbare liaan die in gelijkmatige delen gesplitst kan
worden, waardoor sterke, gelijkmatige en dunne stroken ontstaan die gevlochten
kunnen worden. De vrouwen maken er manden en andere gebruiksvoorwerpen
van, die zij verkopen op de markt. De nibi-liaan wordt voor verwerking
eerst geweekt in water om hem zachter en flexibeler te maken. Voor het
maken van meubels en sommige manden wordt ook gebruik gemaakt van kufa.
Kufa is een steviger en dikkere liaan dan nibi; in water
geweekt, wordt de kufa liaan buigzaam en bewerkbaar. Het wordt gebruikt
als kader ter versteviging van de meubels en de manden. De nibi
wordt om de kufa heen geweven.
Bijproducten van cassave kunnen ook cash opleveren, zoals
cassavebrood, zetmeel (starch) en cassareep. Het cassavebrood
wordt gegeten in veel Indiaanse en niet Indiaanse gezinnen en ook verkocht
aan gouddelvers die voor lange perioden van huis zijn. Het brood is tot
maximaal 6 weken houdbaar. De starch is een residu dat ontstaat
bij het uitpersen van de bittere cassave-wortels. Er komt dan een giftig
sap vrij, dat de starch bevat. Door het sap een halve dag te koken
raakt het gif uitgewerkt, dikt het sap in en ontstaat de cassareep.
De cassareep wordt gebruikt als aanmaaksaus voor een maaltijd die
'Pepperpot' heet. Pepperpot wordt door bijna alle Guyanezen gegeten en
is een nationaal feestmaal.
Van mukrustengels (stengels van kleine palmbladeren)
maken de mannen vaak vlechtmateriaal. Zij vlechten er manden, kokers, tasjes
en de matapi2 van. De mukrustengel
wordt gespleten en gelijk verwerkt. Om donker- en lichtkleurige strippen
te krijgen wordt een strip gerookt met brandende kerosine. De zwarte rook
blijft goed zitten op de mukru.
De Indianen kennen naast de productie voor externe handel
en het verkrijgen van cash ook een eigen interne economie. Hun eigen economie
is traditioneel niet gebaseerd op ruil of handel met geld. De ruil van
goederen en diensten tussen Indianen is gebaseerd op reciprociteit en vertrouwen.
Indianen die met elkaar ruilen, vertrouwen elkaar en beschouwen elkaar
als vrienden. Matrimanis is een voorbeeld van het uitwisselen van
diensten, ofwel een samenwerkingsverband tussen Indianen, meestal mannen.
Vrienden nodigen elkaar uit om elkaar te helpen met hun werk. Na de gedane
arbeid wordt gefeest. Er is geen sprake van loon of een andere vorm van
vergoeding, behalve het feest en de verwachting dat anderen ook geholpen
zullen worden en vervolgens ook een feest zullen organiseren.
Voor vriendschappelijke relaties tussen Indianen worden
vaak verwantschapstermen gebruikt zoals 'oom' of 'tante'. Wie iets voor
een ander doet of iemand iets geeft, doet vroeg of laat ook weer iets terug.
Men kan op elkaar rekenen. Zelfs handelen en verkopen wordt beschouwd als
'samen-delen'. Een Indiaan kan deze vriendschap en ruilrelatie niet ontkomen
met geld. De ruilrelatie is gebaseerd op gegeneraliseerde reciprociteit.
De Indianen kennen daarom weinig hiërarchie in hun samenleving. Ruilen
en delen is de norm. Er is weinig verschil in materiële rijkdom merkbaar
tussen de Indianen en weinig Indianen bezitten meer dan het strikt noodzakelijke.
De manier waarop de Indianen onderling diensten en goederen
uitwisselen wordt door de Guyanezen als naïef en ongeciviliseerd beschouwd.
Vriendschap en de verwachting van reciprociteit worden door de Guyanezen
niet erkend als een gangbare manier voor het verhandelen van goederen en
het verlenen van diensten tussen individuen. Vooral als de individuen niet
dezelfde etnische afkomst hebben, zijn de relaties tussen beiden onpersoonlijk.
De markthandel in Guyana, vindt meestal plaats tussen twee anonieme personen
en heeft een korte termijn doelstelling. Handelaren op de marktplaats van
Charity komen meestal van andere delen van het kustgebied en de Indianen
komen meestal van afgelegen gebieden in het binnenland. De meeste Indianen
bezoeken de marktplaats een enkele maal per maand of meerdere maanden.
Vanwege de sociale en geografische afscheiding van de
reservaten leven en werken de Indianen grotendeels buiten het Guyanese
sociale leven en de nationale economie om. Binnen de reservaten zijn de
Indianen grotendeels onafhankelijk en zelfvoorzienend voor hun primaire
behoeften. Binnen de nationale economie geeft de zelfvoorzienende capaciteit
hen een minimale sociale zekerheid en onafhankelijkheid. Dankzij hun sociale
afscheiding van de nationale gemeenschap ontlopen de Indianen deels hun
onderwerping aan de nationale sociale hiërarchie en de politiek-economische
strijd tussen de etnische groepen. Het behoedt hen voor de ergste armoede
en uitbuiting door de andere, economisch en politiek dominante, etnische
groepen.
Sociale integratie en etniciteit
In het reservaat van Kabakaburi3 is
sinds kort geen nibi en kufa meer te vinden en ook de houtvoorraad
vermindert. Tibisiri en mukru worden ook schaarser. Binnen
het reservaat handelen de mannen in deze producten met de vlechters. Voor
de externe markt worden de ruwe nibi en kufa lianen alleen
verhandeld op de markt van Charity. Deze worden doorverkocht naar de stad,
waar nibi vlechters in gespecialiseerde meubelwerkplaatsen werken.
Vanwege de afnemende houtvoorraden besteden de vrouwen van Kabakaburi meer
tijd aan het maken van handwerk voor het verkrijgen van cash. De huishoudens
zijn daarom in toenemende mate afhankelijk van de vrouwen voor het verkrijgen
van cash. Om de tuinen van de vrouwen te onderhouden werken de mannen in
de cassavetuinen van de vrouwen die hen daarvoor betalen met geld. Het
schoonhouden van de cassavetuinen werd vroeger alleen door vrouwen gedaan.Verder
wordt in Kabakaburi veel cassavebrood in een fabriek gemaakt, nu veel vrouwen
geen tijd meer hebben om hun eigen brood voor te bereiden. Het brood wordt
lokaal verkocht en direct betaald met geld. Indianen gebruiken als gevolg
van deze veranderingen in de lokale arbeidsverdeling in toenemende mate
cash in hun eigen lokale economie.
De toename van het gebruik van cash binnen de Indiaanse
samenleving is mede het gevolg van hun toenemende integratie in de samenleving
van Guyana. Scholing bijvoorbeeld wordt zeer hoog gewaardeerd door de Indianen
en als enige manier gezien om aan hun marginale sociale positie te ontkomen.
Nieuwe mogelijkheden tot het verkrijgen van cash hebben het belang van
geld in de lokale Indiaanse economie doen toenemen. Veel Indianen houden
echter geen enkele vorm van administratie bij voor hun interne en externe
handelsrelaties. Hun administratie is meestal gebaseerd op het geheugen,
vertrouwen in de ander en de verwachting van reciprociteit in de handelsrelatie.
De Indianen maken niet altijd verschil tussen de interne uitwisseling van
goederen en diensten, en de markthandel. Als gevolg daarvan klagen zij
vaak over de onbetrouwbaarheid van de tussenhandelaren uit Georgetown en
de schommelende prijzen die de handelaren voor hun producten bieden.
De discrepantie tussen de twee verschillende uitwisselingsculturen
die de Indianen vaak ondervinden, leidt bij de Guyanezen vaak tot bespotting.
Het gevolg is vaak dat de Indianen uitgebuit worden. De Indianen hebben
bovendien een zwakke onderhandelingspositie op de markt van Charity, omdat
zij lange afstanden moeten afleggen om hun waren te verkopen. Zij hebben
ook geen opslagmogelijkheden ter plaatse om op gunstiger tijden te wachten.
Het ontbreekt de Indianen in het algemeen aan transportmogelijkheden, goede
informatie over de actuele marktsituatie en krediet-mogelijkheden. Informatie
en krediet zijn hulpbronnen die in Guyana verdeeld worden op basis van
etnische verbondenheid. Sociale netwerken zijn gebaseerd op etniciteit.
De kwaliteit van de hulpbronnen hangt af van de sociale positie van de
etnische groep in de Guyanese gemeenschap. Het gebrek van de Indianen aan
toegang tot krediet is direct verbonden met de sociale status van de reservaten
en de sociale positie van de Indianen in de samenleving. In de reservaten
is de grond geen eigendom van de Indianen. Het land van de reservaten is
eigendom van de staat en wordt door het nationale bestuur beheerst. De
staat bepaalt wie in de Reservaten mag wonen, en heeft legaal het recht
de grond van een reservaat te vervreemden. Vreemdelingen moeten een speciale
vergunning aanvragen om de gebieden te kunnen bezoeken.
Vanwege de constitutioneel marginale en ambigue status
van de reservaten hebben de Indianen geen volwaardige sociale status verworven
in de samenleving van Guyana. De Indianen worden niet als een volwaardig
volk beschouwd door de leden van de andere etnische groepen. Zij wonen
als een marginale groep in marginale gebieden, waar bovendien de grond
niet hun eigendom is. Deze situatie belemmert hun economische en sociale
integratie in de Guyanese samenleving. Als gevolg daarvan is ook de etnische
organisatie van de Indianen tot één solide Indiaanse etnische
groep binnen de Guyanese samenleving zonder perspectief. De etnisch verschillende
Indianen staan slechts met één been in de Guyanese samenleving
waartoe zij zich wel aangetrokken voelen. Zij beheersen onvoldoende hun
hulpbronnen om te integreren in de Guyanese economie. Zij zijn afhankelijk
van de Guyanese samenleving voor het verkrijgen van cash, maar deze afhankelijkheid
is eenzijdig. De Guyanese handelaren zijn niet afhankelijk van de Indianen
voor hun inkomen, omdat de Indiaanse producten vervangbaar zijn. Het gebrek
aan interdependentie in de handelsrelaties tussen de handelaren en de Indianen
veroorzaakt mede de zwakke handelspositie van de Indianen.
Noten
1. Charity is een overslaghaven en heeft daarbij een omvangrijke
regionale markt. De regionale markt is elke maandag open en trekt vele
mensen aan, waaronder Indianen uit de verre ontoegankelijke gebieden. Zij
moeten soms een tot twee dagen peddelen in hun kano's om de markt te bereiken.
2. De matapi is een koker-vormige gevlochten mat die
wordt gebruikt voor het uitpersen van de bittere cassavewortel. Het cassavemeel
blijft in de matapi zitten en moet gedroogd worden. Daarna kan het brood
voorbereid worden.
3. Kabakaburi is een Indiaans reservaat. De inwoners
behoren grotendeels tot de Indiaanse etnische groep van Arawakken. Het
dorp ligt ongeveer 16 kilometer van Charity. Het reservaat is alleen bereikbaar
over water en heeft geen enkele infrastructuur. Een deel van mijn onderzoek
heeft hier plaats gevonden met het doel een beter beeld te krijgen van
de lokale situatie van de Indianen die de marktplaats bezoeken.
Literatuur
Baud, Michiel ... [et al.], Etniciteit als strategie
in Latijns-Amerika en de Caraïben. Amsterdam: Amsterdam University
Press, 1994.
Gray, Andrew, 'Indigenous People and the Marketing of
the Rainforest.' The Ecologist, vol. 20, no. 6., 1990.
Forte, Janette, 'Amerindians and Poverty.' In: Proceedings
of IDS Colloquiem, Poverty in Guyana: Finding Solutions. Institute
of Development Studies and Faculty of Social Sciences, University of Guyana
Turkeyen, Greater Georgetown, Guyana, 1993.