Culturele Antropologie Utrecht

CAses
hoogtepunten uit het afstudeeronderzoek


1998
 

Het NIVON op de drempel van de 21e eeuw
Identiteitscrises binnen 'het laatste rooie bolwerk' in Nederland

Marijke Swank

Het is al weer anderhalf jaar geleden dat ik het dubbele grachtenpand aan de Nieuwe Herengracht te Amsterdam binnenstapte: hier zetelde toen nog het Centraal Bureau van het Nederlands Instituut voor Volksontwikkeling en Natuurvriendenwerk, afgekort het NIVON. (Inmiddels is het bureau verhuisd naar de rand van Amsterdam.) Het was een prachtig, sfeervol pand met veel gangen en veel kamers: ik heb er wat rondgedwaald! 'Als je de weg eenmaal weet, dan is het heel simpel', werd mij verteld. Dat bleek niet alleen te gelden voor het inwendige van het Centraal Bureau, maar ook voor het NIVON zelf. Als je eenmaal weet, hoe het in elkaar zit, vind je er je weg wel in. Maar voor je eenmaal zover bent, moet je toch heel wat tippen van sluiers oplichten.
   De vereniging bleek veel groter dan ik had gedacht. Hoewel ik zelf al jaren lang actief was voor de afdeling watersport van het NIVON, was het nooit echt tot me doorgedrongen dat het NIVON veel meer te bieden had. Toen ik met de directeur sprak over de voor het onderzoek nodige 'maximale nabijheid met behoud van distantie', leek mij die distantie geen probleem. Ik kende immers alleen de watersport; van de rest van de vereniging wist ik zo goed als niets af. Hier heb ik nog vaak aan moeten terugdenken tijdens het onderzoek. De watersport bleek niet het enige 'eilandje' binnen de vereniging.
   Het onderzoek zelf heeft uiteindelijk veel langer geduurd dan oorspronkelijk de bedoeling was. De directeur had anderhalf jaar geleden een positief onderzoeksverslag voor ogen. Dat heb ik hem (uiteraard) niet bij voorbaat beloofd. Een paar interviews verder, bleek ik midden in een organisatiecrisis beland te zijn. Dat is voor de organisatie een ramp, maar voor een onderzoeker eigenlijk te mooi om waar te zijn. Gelukkig verkeerde ik in de luxe omstandigheid nog een jaar te mogen studeren. Zo heb ik het NIVON kunnen volgen in de 'strijd om het bestaan'.
   Naast de financiële crisis heb ik ook een identiteitscrisis van dichtbij mee mogen maken. 'Wie zijn jullie', was een vraag die niet zomaar te beantwoorden bleek. Het is een moeilijke vraag, dat is waar. Ikzelf zou ook niet zo goed weten wat te zeggen, als iemand mij zou vragen: "Wie ben jij?" Ja, waar te beginnen? Toch wilde ik het weten. Ik was immers op zoek naar de identiteit van het NIVON. Wie zijn die NIVON-leden? Wat is het NIVON voor een instituut?

Structuur en achtergrond

Lopende het onderzoek heb ik vele verhalen over het NIVON gehoord. (En gelezen; ik ben door medewerkers en leden overstelpt met schriftelijk materiaal. Bij iedere vraag mijnerzijds wist men wel een bijpassend onderzoeksrapport, een brochure, verslag of boek.) Nivonners vertellen graag en veel. De verhalen zijn verschillend en soms zelfs tegenstrijdig. Van een eenduidige opvatting over de vereniging is geen sprake. Er blijken evenveel definities van de situatie te zijn als dat er mensen aan het woord zijn. Al heeft ieder zijn eigen verhaal, toch zijn er naast de verschillen ook overeenkomsten. Langzaam maar zeker komt er toch een beeld van de organisatie in zicht. Het is een organisatie die bestaat uit eilandjes: een centraal bureau, een centraal bestuur, commissies, regio's, federaties en bijna 100 afdelingen over het hele land verdeeld. Al deze onderdelen van de vereniging functioneren vrijwel autonoom. Toch moeten ze met elkaar voor het voortbestaan van de vereniging zorgen, een voortbestaan dat momenteel bedreigd wordt. De betekenis die het NIVON in het verleden had voor de leden, is in de loop der tijd veranderd. Daarmee is ook de band die de leden met het NIVON hebben, veranderd. Wat is er aan de hand?
   Het NIVON is een vereniging met een sociaal-democratische, levensbeschouwelijke achtergrond. De identiteit van het NIVON is van oudsher gebaseerd op sociaal-democratische idealen, op het socialisme. De vereniging is in 1924 op initiatief van de Socialistische Arbeiders Partij (SDAP) en het Nederlandse Verbond van Vakverenigingen (NVV) opgericht als Instituut voor Arbeiders Ontwikkeling (IvAO). De partij was voor de politiek, de vakbond voor de economie en de vereniging voor de cultuur. Dat is voor het NIVON altijd zo gebleven. Voor de rest is er binnen de vereniging veel veranderd in de loop der tijd. Maatschappelijke en technologische ontwikkelingen zijn niet aan het NIVON voorbij gegaan. Het NIVON heeft zich, net als iedere andere organisatie, aan deze ontwikkelingen moeten aanpassen. Het NIVON heeft echter het tempo niet bij kunnen benen. Het is nog steeds een traditionele organisatie die manmoedig tracht te overleven in het post-moderne tijdperk. 'Is het NIVON nog van deze tijd?', vragen leden zich af. 'Of is het een gepasseerd station?'
   Het Instituut voor Arbeiders Ontwikkeling was, zoals de naam al zegt, een vereniging voor arbeiders die zich wilden ontwikkelen. De arbeiders van toen voelden zich verbonden in de strijd om een menswaardiger bestaan. De strijdliederen van toen spreken voor zich: 'Op, socialisten sluit de rijen! Het rode vaandel volgen wij'. Het hebben van een gemeenschappelijke vijand, de 'bourgeoisie', versterkte hun solidariteitsgevoel. De idealisten onder hen droomden van een maatschappij van rechtvaardigheid, solidariteit en gelijke kansen voor iedereen. Zij geloofden in de vooruitgang en de rede, in technologie en wetenschap; zij geloofden in de maakbaarheid van de samenleving en de beheersbaarheid van sociale processen. Belangrijk was, dat de arbeider zich zou ontwikkelen. Kennis is macht en macht is kennis. Zij waren ervan overtuigd dat de maatschappij radicaal veranderd moest worden en dat zij degenen waren die daarvoor moesten zorgen. Gericht op de toekomst liepen zij voorop: 'Voorwaarts en niet vergeten, wat maakt ons zo sterk in de strijd? ... De solidariteit!' Inmiddels is er in de loop der jaren veel veranderd. Veel van de idealen zijn vervuld. De gemeenschappelijke vijand is verdwenen; de arbeider van toen is zelf burger geworden. De vijanden van nu zijn ongrijpbare, abstracte instituties, zoals bijvoorbeeld 'de maatschappij'.

Veranderingen

Het 'grote verhaal', het socialistische verhaal, is nagenoeg verdwenen. Het grote verhaal is geërodeerd in een aantal 'kleine verhalen', de kleine verhalen van: het zorgen voor een fatsoenlijke samenleving, het bevorderen van de sociale cohesie, het behouden van het stelsel van de sociale zekerheid en het behouden van de natuur; dit alles uit het oogpunt van sociale rechtvaardigheid. De socialisten van nu zijn in de verdediging gedrukt. In plaats van vooruitstrevend te zijn en voorop te lopen als hun voorgangers, zijn ze behoudend geworden. De strijd voor de emancipatie van de arbeider is vervangen door de strijd voor het behoud van de socialistische tradities, van bereikte doelstellingen, van de natuur en van de sociale zekerheidsstelsels. De betekenis van 'links' is veranderd (evenals de betekenis van rechts). De traditionele waarden zoals solidariteit, soberheid, spaarzaamheid, opofferingsgezindheid en regelgetrouwheid, hebben een andere betekenis gekregen. De solidariteit van nu is iets anders dan de solidariteit van de arbeidersklasse. De solidariteit van nu betreft de hele mensheid. De soberheid van toen was een noodzakelijkheid; de soberheid van nu hangt samen met zorg voor het milieu. Deze ontwikkelingen dwingen de socialisten zich te bezinnen. Zij gaan nadenken over hun identiteit; zij gaan vragen stellen over hun identiteit. Mensen hebben de natuurlijke behoefte ergens bij te willen horen. In de tijd dat de zuilen nog bestonden, was de identiteit min of meer vanzelfsprekend. Werd je in een bepaalde zuil geboren, dan wist je waar je bijhoorde. Nu is het een vraag: waar hoor ik bij?
   De NIVON-leden kampen met identiteitsproblemen die onder meer door deze ontwikkelingen veroorzaakt zijn. Het verdwijnen van de arbeidersklasse en het veranderen van de sociale status van de leden hebben invloed op de identiteit van de vereniging. De 'traditionele' leden die nog uit de arbeidersklasse vandaan komen, houden vast aan de oude identiteit. 'Zo was het en zo zal het blijven.' De jongere generaties worstelen met de 'linkse' identiteit van de vereniging. Een van de leden zegt tijdens een discussiemiddag: 'Ik vind het NIVON een club waar een aantal mensen zit, die voortdurend zeggen dat ze links en progressief zijn, maar voor de rest zijn ze verdomd conservatief! In hun organisatievorm, in hun opvattingen, in hun veranderingsbereidheid ... Het zijn museumbeheerders.' Tussen de generaties ontstaat een strijd om betekenissen, om ideeën.
   De strijd om betekenis van idealen wordt aangewakkerd door andere ontwikkelingen. Sinds een paar jaar is de subsidiekraan voor het NIVON aan het dichtgaan. Bezuinigingen zijn noodzaak geworden. Het NIVON richt zich nu op het binnenhalen van projectsubsidies. Dit houdt in dat de vereniging moet concurreren met soortgelijke organisaties. In deze situatie is het voor het NIVON een noodzaak zich te onderscheiden van de concurrenten. Wat maakt het NIVON zo bijzonder, dat het in aanmerking kan komen voor projectsubsidies? Het NIVON is nog altijd een culturele vereniging die 'staat voor het bieden van voorzieningen en activiteiten die mensen in staat stellen om op natuurvriendelijke en sociale wijze te recreëren, als wel kennis te nemen van en te reflecteren op verschillende levens- en zienswijzen en culturen.' Het NIVON is een 'linkse' club, een ontmoetingsplaats voor progressieve mensen. Maar wat is 'links', wat is progressief, vragen de leden zich af. 'Wat is er aan de producten van het NIVON links of progressief?' Over de abstracte waarden is men het allemaal eens. NIVON-leden zijn links, progressief, kritisch en sociaal; zij gaan bewust om met de natuur. De abstracte waarden zijn niet te gebruiken als middel tot onderscheiding van andere organisaties, omdat ze voor vele organisaties van toepassing zijn. De abstracte waarden moeten gespecificeerd worden. Precies hier ontbrandt de onderlinge strijd. De abstracte waarden bieden ruimte voor verschillende, soms tegenstrijdige interpretaties.
   Diverse groepen binnen het NIVON blijken verschillende dingen te willen van de vereniging. De traditionele leden willen het NIVON houden zoals het is: een ontmoetingsplaats voor linkse mensen. De relatief nieuwere leden komen vooral op de recreatieve en politiek-culturele activiteiten af. Actieve leden, de kaderleden en uitvoerende vrijwilligers, willen zich inspannen voor de eigen afdeling zonder al te veel inmenging van het centrale bureau en bestuur. Zij zijn intern gericht: de vereniging is 'door en voor de leden'. Het centraal bureau en het centraal bestuur willen de regio's en afdelingen activeren met allerlei centraal geïnitieerde en ontworpen projecten. Het centraal niveau wil een gezonde organisatie die niet alleen intern, maar ook duidelijk extern gericht is. De organisatie, vindt men, zal zich meer moeten gaan aanpassen aan de moderne tijd. Dat wil zeggen dat de organisatie moet professionaliseren, efficiënt, effectief, resultaatgericht en projectmatig moet gaan functioneren. De jongeren willen zelf eigen landelijke projecten en activiteiten organiseren.
   De verschillende wensen zorgen voor allerlei spanningen binnen de vereniging. Professionalisering en verzakelijking passen niet bij de idealen van soberheid en gezelligheid die de leden aanhangen. Het naar buiten treden van het centrale gedeelte van de organisatie botst met de 'eilandjes-cultuur' van het NIVON. 'Vreemden' wil men weren: 'de vereniging is door en voor ons'. De ambities van het centrale niveau hebben een hoog abstractieniveau. De afdelingen werken op uitvoerend niveau. Deze niveaus zijn niet altijd te overbruggen. De meeste afdelingen vinden het NIVON in de eerste plaats een ontmoetingsplaats voor gelijkgestemde, progressieve mensen. Het centrale niveau heeft een missie, een vormende taak naar de leden toe. Verschillende identiteiten binnen de vereniging hoeven geen probleem te zijn, zolang ze niet met elkaar in botsing komen. Als dat wel gebeurt, ontstaan discussies over betekenisgeving aan ideeën, aan abstracte waarden en de concrete invulling van die waarden.
   De jongeren vormen een groep apart binnen het NIVON. Zij groeien, in tegenstelling tot de traditionele leden, op in een reeds geïndividualiseerde samenleving. Zij houden de ontwikkelingen in de maatschappij en in de (communicatie)technologie spelenderwijs bij. De ouderen hebben wat dit betreft een achterstand bij de jongeren. De jongeren hebben andere oriëntatiepunten dan de ouderen; zij hebben andere interesses en belangen. De jongeren willen vernieuwing en actie. Zij voelen zich niet thuis bij de afdelingen. De ouderen hebben de jongeren nodig voor het voortbestaan van de vereniging; tegelijkertijd voelen de ouderen zich door de jongeren bedreigd in hun identiteit.

Conclusie

Is er nog hoop op de toekomst van de vereniging? Is er nog iets dat de diverse groepen binnen het NIVON met elkaar verbindt? Het sociaal-democratische of - iets moderner - het democratisch socialistische gedachtengoed is nog altijd het bindende element. De idealen interpreteert men weliswaar verschillend, de betrokkenheid erbij delen de leden met elkaar. De verschillende groepen binnen het NIVON weerspiegelen de hedendaagse gefragmenteerde maatschappij. Ook voor een vereniging als het NIVON moet het mogelijk zijn met verdeeldheid te (over)leven.

vorige naar index