![]() |
Culturele Antropologie Utrecht
CAses
|
Het NIVON op de drempel van de 21e eeuw
Identiteitscrises binnen 'het laatste rooie bolwerk' in Nederland
Marijke Swank
Het is al weer anderhalf jaar geleden dat ik het dubbele grachtenpand
aan de Nieuwe Herengracht te Amsterdam binnenstapte: hier zetelde toen
nog het Centraal Bureau van het Nederlands Instituut voor Volksontwikkeling
en Natuurvriendenwerk, afgekort het NIVON. (Inmiddels is het bureau verhuisd
naar de rand van Amsterdam.) Het was een prachtig, sfeervol pand met veel
gangen en veel kamers: ik heb er wat rondgedwaald! 'Als je de weg eenmaal
weet, dan is het heel simpel', werd mij verteld. Dat bleek niet alleen
te gelden voor het inwendige van het Centraal Bureau, maar ook voor het
NIVON zelf. Als je eenmaal weet, hoe het in elkaar zit, vind je er je weg
wel in. Maar voor je eenmaal zover bent, moet je toch heel wat tippen van
sluiers oplichten.
De vereniging bleek veel groter dan ik had gedacht. Hoewel
ik zelf al jaren lang actief was voor de afdeling watersport van het NIVON,
was het nooit echt tot me doorgedrongen dat het NIVON veel meer te bieden
had. Toen ik met de directeur sprak over de voor het onderzoek nodige 'maximale
nabijheid met behoud van distantie', leek mij die distantie geen probleem.
Ik kende immers alleen de watersport; van de rest van de vereniging wist
ik zo goed als niets af. Hier heb ik nog vaak aan moeten terugdenken tijdens
het onderzoek. De watersport bleek niet het enige 'eilandje' binnen de
vereniging.
Het onderzoek zelf heeft uiteindelijk veel langer geduurd
dan oorspronkelijk de bedoeling was. De directeur had anderhalf jaar geleden
een positief onderzoeksverslag voor ogen. Dat heb ik hem (uiteraard) niet
bij voorbaat beloofd. Een paar interviews verder, bleek ik midden in een
organisatiecrisis beland te zijn. Dat is voor de organisatie een ramp,
maar voor een onderzoeker eigenlijk te mooi om waar te zijn. Gelukkig verkeerde
ik in de luxe omstandigheid nog een jaar te mogen studeren. Zo heb ik het
NIVON kunnen volgen in de 'strijd om het bestaan'.
Naast de financiële crisis heb ik ook een identiteitscrisis
van dichtbij mee mogen maken. 'Wie zijn jullie', was een vraag die niet
zomaar te beantwoorden bleek. Het is een moeilijke vraag, dat is waar.
Ikzelf zou ook niet zo goed weten wat te zeggen, als iemand mij zou vragen:
"Wie ben jij?" Ja, waar te beginnen? Toch wilde ik het weten. Ik was immers
op zoek naar de identiteit van het NIVON. Wie zijn die NIVON-leden? Wat
is het NIVON voor een instituut?
Structuur en achtergrond
Lopende het onderzoek heb ik vele verhalen over het NIVON gehoord. (En
gelezen; ik ben door medewerkers en leden overstelpt met schriftelijk materiaal.
Bij iedere vraag mijnerzijds wist men wel een bijpassend onderzoeksrapport,
een brochure, verslag of boek.) Nivonners vertellen graag en veel. De verhalen
zijn verschillend en soms zelfs tegenstrijdig. Van een eenduidige opvatting
over de vereniging is geen sprake. Er blijken evenveel definities van de
situatie te zijn als dat er mensen aan het woord zijn. Al heeft ieder zijn
eigen verhaal, toch zijn er naast de verschillen ook overeenkomsten. Langzaam
maar zeker komt er toch een beeld van de organisatie in zicht. Het is een
organisatie die bestaat uit eilandjes: een centraal bureau, een centraal
bestuur, commissies, regio's, federaties en bijna 100 afdelingen over het
hele land verdeeld. Al deze onderdelen van de vereniging functioneren vrijwel
autonoom. Toch moeten ze met elkaar voor het voortbestaan van de vereniging
zorgen, een voortbestaan dat momenteel bedreigd wordt. De betekenis die
het NIVON in het verleden had voor de leden, is in de loop der tijd veranderd.
Daarmee is ook de band die de leden met het NIVON hebben, veranderd. Wat
is er aan de hand?
Het NIVON is een vereniging met een sociaal-democratische,
levensbeschouwelijke achtergrond. De identiteit van het NIVON is van oudsher
gebaseerd op sociaal-democratische idealen, op het socialisme. De vereniging
is in 1924 op initiatief van de Socialistische Arbeiders Partij (SDAP)
en het Nederlandse Verbond van Vakverenigingen (NVV) opgericht als Instituut
voor Arbeiders Ontwikkeling (IvAO). De partij was voor de politiek, de
vakbond voor de economie en de vereniging voor de cultuur. Dat is voor
het NIVON altijd zo gebleven. Voor de rest is er binnen de vereniging veel
veranderd in de loop der tijd. Maatschappelijke en technologische ontwikkelingen
zijn niet aan het NIVON voorbij gegaan. Het NIVON heeft zich, net als iedere
andere organisatie, aan deze ontwikkelingen moeten aanpassen. Het NIVON
heeft echter het tempo niet bij kunnen benen. Het is nog steeds een traditionele
organisatie die manmoedig tracht te overleven in het post-moderne tijdperk.
'Is het NIVON nog van deze tijd?', vragen leden zich af. 'Of
is het een gepasseerd station?'
Het Instituut voor Arbeiders Ontwikkeling was, zoals de
naam al zegt, een vereniging voor arbeiders die zich wilden ontwikkelen.
De arbeiders van toen voelden zich verbonden in de strijd om een menswaardiger
bestaan. De strijdliederen van toen spreken voor zich: 'Op, socialisten
sluit de rijen! Het rode vaandel volgen wij'. Het hebben van een gemeenschappelijke
vijand, de 'bourgeoisie', versterkte hun solidariteitsgevoel. De idealisten
onder hen droomden van een maatschappij van rechtvaardigheid, solidariteit
en gelijke kansen voor iedereen. Zij geloofden in de vooruitgang en de
rede, in technologie en wetenschap; zij geloofden in de maakbaarheid van
de samenleving en de beheersbaarheid van sociale processen. Belangrijk
was, dat de arbeider zich zou ontwikkelen. Kennis is macht en macht is
kennis. Zij waren ervan overtuigd dat de maatschappij radicaal veranderd
moest worden en dat zij degenen waren die daarvoor moesten zorgen. Gericht
op de toekomst liepen zij voorop:
'Voorwaarts en niet vergeten, wat
maakt ons zo sterk in de strijd? ... De solidariteit!' Inmiddels is
er in de loop der jaren veel veranderd. Veel van de idealen zijn vervuld.
De gemeenschappelijke vijand is verdwenen; de arbeider van toen is zelf
burger geworden. De vijanden van nu zijn ongrijpbare, abstracte instituties,
zoals bijvoorbeeld 'de maatschappij'.
Veranderingen
Het 'grote verhaal', het socialistische verhaal, is nagenoeg verdwenen.
Het grote verhaal is geërodeerd in een aantal 'kleine verhalen', de
kleine verhalen van: het zorgen voor een fatsoenlijke samenleving, het
bevorderen van de sociale cohesie, het behouden van het stelsel van de
sociale zekerheid en het behouden van de natuur; dit alles uit het oogpunt
van sociale rechtvaardigheid. De socialisten van nu zijn in de verdediging
gedrukt. In plaats van vooruitstrevend te zijn en voorop te lopen als hun
voorgangers, zijn ze behoudend geworden. De strijd voor de emancipatie
van de arbeider is vervangen door de strijd voor het behoud van de socialistische
tradities, van bereikte doelstellingen, van de natuur en van de sociale
zekerheidsstelsels. De betekenis van 'links' is veranderd (evenals de betekenis
van rechts). De traditionele waarden zoals solidariteit, soberheid, spaarzaamheid,
opofferingsgezindheid en regelgetrouwheid, hebben een andere betekenis
gekregen. De solidariteit van nu is iets anders dan de solidariteit van
de arbeidersklasse. De solidariteit van nu betreft de hele mensheid. De
soberheid van toen was een noodzakelijkheid; de soberheid van nu hangt
samen met zorg voor het milieu. Deze ontwikkelingen dwingen de socialisten
zich te bezinnen. Zij gaan nadenken over hun identiteit; zij gaan vragen
stellen over hun identiteit. Mensen hebben de natuurlijke behoefte ergens
bij te willen horen. In de tijd dat de zuilen nog bestonden, was de identiteit
min of meer vanzelfsprekend. Werd je in een bepaalde zuil geboren, dan
wist je waar je bijhoorde. Nu is het een vraag: waar hoor ik bij?
De NIVON-leden kampen met identiteitsproblemen die onder
meer door deze ontwikkelingen veroorzaakt zijn. Het verdwijnen van de arbeidersklasse
en het veranderen van de sociale status van de leden hebben invloed op
de identiteit van de vereniging. De 'traditionele' leden die nog uit de
arbeidersklasse vandaan komen, houden vast aan de oude identiteit. 'Zo
was het en zo zal het blijven.' De jongere generaties worstelen met
de 'linkse' identiteit van de vereniging. Een van de leden zegt tijdens
een discussiemiddag: 'Ik vind het NIVON een club waar een aantal mensen
zit, die voortdurend zeggen dat ze links en progressief zijn, maar voor
de rest zijn ze verdomd conservatief! In hun organisatievorm, in hun opvattingen,
in hun veranderingsbereidheid ... Het zijn museumbeheerders.' Tussen
de generaties ontstaat een strijd om betekenissen, om ideeën.
De strijd om betekenis van idealen wordt aangewakkerd
door andere ontwikkelingen. Sinds een paar jaar is de subsidiekraan voor
het NIVON aan het dichtgaan. Bezuinigingen zijn noodzaak geworden. Het
NIVON richt zich nu op het binnenhalen van projectsubsidies. Dit houdt
in dat de vereniging moet concurreren met soortgelijke organisaties. In
deze situatie is het voor het NIVON een noodzaak zich te onderscheiden
van de concurrenten. Wat maakt het NIVON zo bijzonder, dat het in aanmerking
kan komen voor projectsubsidies? Het NIVON is nog altijd een culturele
vereniging die 'staat voor het bieden van voorzieningen en activiteiten
die mensen in staat stellen om op natuurvriendelijke en sociale wijze te
recreëren, als wel kennis te nemen van en te reflecteren op verschillende
levens- en zienswijzen en culturen.' Het NIVON is een 'linkse' club,
een ontmoetingsplaats voor progressieve mensen. Maar wat is 'links', wat
is progressief, vragen de leden zich af. 'Wat is er aan de producten
van het NIVON links of progressief?' Over de abstracte waarden is men
het allemaal eens. NIVON-leden zijn links, progressief, kritisch en sociaal;
zij gaan bewust om met de natuur. De abstracte waarden zijn niet te gebruiken
als middel tot onderscheiding van andere organisaties, omdat ze voor vele
organisaties van toepassing zijn. De abstracte waarden moeten gespecificeerd
worden. Precies hier ontbrandt de onderlinge strijd. De abstracte waarden
bieden ruimte voor verschillende, soms tegenstrijdige interpretaties.
Diverse groepen binnen het NIVON blijken verschillende
dingen te willen van de vereniging. De traditionele leden willen het NIVON
houden zoals het is: een ontmoetingsplaats voor linkse mensen. De relatief
nieuwere leden komen vooral op de recreatieve en politiek-culturele activiteiten
af. Actieve leden, de kaderleden en uitvoerende vrijwilligers, willen zich
inspannen voor de eigen afdeling zonder al te veel inmenging van het centrale
bureau en bestuur. Zij zijn intern gericht: de vereniging is 'door en
voor de leden'. Het centraal bureau en het centraal bestuur willen
de regio's en afdelingen activeren met allerlei centraal geïnitieerde
en ontworpen projecten. Het centraal niveau wil een gezonde organisatie
die niet alleen intern, maar ook duidelijk extern gericht is. De organisatie,
vindt men, zal zich meer moeten gaan aanpassen aan de moderne tijd. Dat
wil zeggen dat de organisatie moet professionaliseren, efficiënt,
effectief, resultaatgericht en projectmatig moet gaan functioneren. De
jongeren willen zelf eigen landelijke projecten en activiteiten organiseren.
De verschillende wensen zorgen voor allerlei spanningen
binnen de vereniging. Professionalisering en verzakelijking passen niet
bij de idealen van soberheid en gezelligheid die de leden aanhangen. Het
naar buiten treden van het centrale gedeelte van de organisatie botst met
de 'eilandjes-cultuur' van het NIVON. 'Vreemden' wil men weren: 'de
vereniging is door en voor ons'. De ambities van het centrale niveau
hebben een hoog abstractieniveau. De afdelingen werken op uitvoerend niveau.
Deze niveaus zijn niet altijd te overbruggen. De meeste afdelingen vinden
het NIVON in de eerste plaats een ontmoetingsplaats voor gelijkgestemde,
progressieve mensen. Het centrale niveau heeft een missie, een vormende
taak naar de leden toe. Verschillende identiteiten binnen de vereniging
hoeven geen probleem te zijn, zolang ze niet met elkaar in botsing komen.
Als dat wel gebeurt, ontstaan discussies over betekenisgeving aan ideeën,
aan abstracte waarden en de concrete invulling van die waarden.
De jongeren vormen een groep apart binnen het NIVON. Zij
groeien, in tegenstelling tot de traditionele leden, op in een reeds geïndividualiseerde
samenleving. Zij houden de ontwikkelingen in de maatschappij en in de (communicatie)technologie
spelenderwijs bij. De ouderen hebben wat dit betreft een achterstand bij
de jongeren. De jongeren hebben andere oriëntatiepunten dan de ouderen;
zij hebben andere interesses en belangen. De jongeren willen vernieuwing
en actie. Zij voelen zich niet thuis bij de afdelingen. De ouderen hebben
de jongeren nodig voor het voortbestaan van de vereniging; tegelijkertijd
voelen de ouderen zich door de jongeren bedreigd in hun identiteit.
Conclusie
Is er nog hoop op de toekomst van de vereniging? Is er nog iets dat de diverse groepen binnen het NIVON met elkaar verbindt? Het sociaal-democratische of - iets moderner - het democratisch socialistische gedachtengoed is nog altijd het bindende element. De idealen interpreteert men weliswaar verschillend, de betrokkenheid erbij delen de leden met elkaar. De verschillende groepen binnen het NIVON weerspiegelen de hedendaagse gefragmenteerde maatschappij. Ook voor een vereniging als het NIVON moet het mogelijk zijn met verdeeldheid te (over)leven.