Culturele Antropologie Utrecht

CAses
hoogtepunten uit het afstudeeronderzoek


1999
 

Visserij in Zuidwest-Sulawesi

Een onderzoek naar het gebruik van, omgang met, en visie op de zee en haar produkten onder vissers in Tamasaju, Zuidwest-Sulawesi, Indonesië

Jan-Willem den Heeten

Op een mooie warme avond ben ik samen met mijn tolk naar het plaatselijke politiebureau gegaan. Het politiebureautje ligt op de enige kruising van twee wegen in de wijde omtrek. Alles en iedereen die daar langskomt, krijgt te maken met de politieman die daar zeer zorgvuldig het verkeer regelt.
Op de veranda van het politiebureau staat een groot bureau waarachter een politieman zat, die ons ontving. Nadat de formaliteiten uitgewisseld waren en wij een kop thee en een kreteksigaret hadden gekregen, begon de politieman zelf al over het onderwerp dat wij wilden aansnijden: vissen met explosieven en het beleid dat de politie voert ter voorkoming daarvan. De man was waarschijnlijk al getipt dat wij in aantocht waren en dat zouden gaan vragen.
Er volgde een keurige uiteenzetting van wat er allemaal aan gedaan was en dat het in zijn district niet meer voor kwam. Hij vertelde mede verantwoordelijk te zijn geweest voor de aanhouding van een aantal mannen die op een nabij gelegen eiland een explosievenfabriek hadden. Het zag er naar uit een zeer formeel bezoek te worden aan weer een instantie die mij met de grootste vriendelijkheid van de wereld verder wilde helpen met mijn onderzoek. Ware het niet, dat aan het eind van ons gesprek drie enorme explosies waren te horen, die uit de richting van de zee kwamen...

Ter afsluiting van het tracé ontwikkelingsvraagstukken heb ik mijn afstudeeronderzoek in Indonesië uitgevoerd. Het onderzoek vond plaats in het vissersdorp Tamasaju en is onderdeel van het 'Buginesiaproject'. Tamasaju ligt twintig kilometer ten zuiden van Ujung Pandang in de provincie Takalar op het eiland Sulawesi. De inwoners van die provincie noemen zichzelf orang Makassar. De Makassaren zijn van oudsher een zeevarende en handel drijvende groep Indonesiërs.
Het afstudeeronderzoek in Indonesië beoogde inzicht te verschaffen in hoeverre vissers en andere mensen in Tamasaju zich bewust zijn van het feit, dat zij het lokale milieu schaden. Er is getracht inzicht te verkrijgen in de sociale relaties die men binnen de visserij met elkaar aangaat of moet aangaan. De doelstelling was het verwerven van inzicht in hoeverre de kust- en zeevisserij in Zuidwest-Sulawesi het ecosysteem beïnvloeden.
Ik heb vier maanden bij een familie in Tamasaju mogen wonen. Door veel met de vissers te gaan vissen en dagenlang op de visveiling door te brengen heb ik hun vertrouwen kunnen winnen. Aanvankelijk was het een zeer gesloten groep. De laatste maand van het onderzoek was het mogelijk om interviews af te nemen.

Vistechnieken

Er zijn veel verschillende vistechnieken die in Tamasaju (nog) gebruikt worden. Deze technieken zijn in te delen in twee groepen. Pa'renggae (purse seine), pa'rere (trawl) vormen samen een groep. Dit zijn technieken waarbij een grote boot van ongeveer 20 meter wordt gebruikt. Vissers die gebruik maken van een kleine lepa-lepa* boot ('hook and line' of gill-net), kunnen als tweede groep worden gezien. Met de eerste twee technieken (de grote boten) verdienen veruit de meeste mensen hun brood. Deze twee arbeidsintensieve technieken zijn omschreven als grootschalige technieken. Lepa-lepa is als kleinschalig omschreven. Er is voor deze tweedeling gekozen, omdat er duidelijke verschillen waarneembaar zijn tussen deze twee groepen.
Het grootste verschil met de kleinschalige visserij is, dat pa'rere- en pa'renggae vissers in loondienst zijn. Zij worden door de kapitein (punggawa) gerekruteerd en tewerkgesteld. Dit in tegenstelling tot kleinschalige lepa-lepa vissers die veelal eigen baas zijn. Van oudsher is er een band tussen de kapitein en zijn bemanning. De bemanning werkt aan boord van een schip en in ruil daarvoor zorgt de kapitein voor de bemanningsleden en hun famillie. Het punggawa-systeem, zoals deze wederzijdse zorg voor elkaar ook wel wordt genoemd, is door de toename van grootschalige visserij aan verandering onderhevig. Was het zo, dat er voorheen enkel familie en naasten mochten werken aan boord van een vissersboot, nu heeft een punggawa een groter netwerk nodig om voldoende personeel aan te trekken.
Een punggawa is meestal (nog) geen eigenaar van een pa'rere- of pa'renggae boot. Hij is aangesteld door de eigenaar en betaalt door middel van een percentage van iedere vangst een gedeelte van de boot af. De punggawa zit hierdoor tussen twee vuren in. Enerzijds voelt hij de druk van de eigenaar die zijn afbetaling op tijd wil. Anderzijds zal hij zijn personeel tevreden moeten houden. Immers, zonder hen kan hij niets verdienen.
Een waarneembare trend is om naast het beroep als visser ook in de landbouw te gaan werken. Op deze manier kunnen de huishoudens die afhankelijk zijn van de visserij, het risico van een dag niets verdienen spreiden. Opmerkelijk is, hoe sterk de oude band tussen de bemanning en de punggawa is. Niemand zal openlijk gaan klagen over het feit, dat de verdiensten teruglopen en de zekerheid op werk min of meer is weggevallen. Dat is in Indonesië niet gebruikelijk om te doen. Verzet daartegen is er dus niet direct. Ander werk zoeken, bijvoorbeeld in de landbouw, is wel een mogelijkheid. De overweging om als visser tevens in de landbouw te gaan werken kan dan ook als risicospreiding gezien worden.

*Lepa-lepa betekent wiegen. Deze bootjes zijn in feite niet meer dan een uitgeholde boomstammen met een drijver die "wiegen" op de hoge golven.

Aantasting ecosysteem

Met betrekking tot het gebruik van de zee en haar producten zijn momenteel een aantal ideeën en opvattingen gangbaar. In hoeverre moeten deze open acces fishery resources bij wet gereguleerd worden? Een aantal factoren is aan te wijzen, waardoor foutief gebruik van visgronden kan ontstaan. Een van de belangrijkste punten is het gebrek aan eigendomsrecht. Doordat er niemand eigenaar is, wordt niemand terechtgesteld. In Tamasaju is dit het geval met een aantal vissers die op zee met explosieven vissen. Deze destructieve wijze van vissen vernietigt het ecosysteem van de gemeenschappelijke gronden zodanig, dat het op sommige plekken al niet meer rendabel is om te vissen.
Een tweede probleem waardoor de visgronden overbelast worden, is de schaalvergroting. Was het zo, dat men vroeger viste om aan eten te komen, tegenwoordig is de vraag enorm toegenomen, omdat er niet alleen vis voor de inwoners van Tamasaju gevangen wordt, maar de hele regio vis afneemt. In tegenstelling tot de tijd voordat er grootschalige vissersboten in Tamasaju waren, wordt er nu gevist met als doel het surplus te verkopen.
Een reactie op deze overbelasting van de visgronden vanuit de gemeenschap zelf zou logisch en wenselijk zijn. Maar dat gebeurt niet. Dit komt doordat veel mensen afhankelijk geworden zijn van deze technieken die het ecosysteem aantasten. Door deze afhankelijkheid zal er geen actie vanuit de gemeenschap ontstaan, die deze technieken zal veroordelen. Vissers, opkopers, verkopers, veilingmedewerkers, ijsdragers, botenbouwers, bevoorraders, tussenpersonen, overheidsmedewerkers en consumenten zijn er allemaal bij gebaat. Veel van hen weten, dat deze situatie niet houdbaar is en op de lange termijn problemen zal veroorzaken. Maar niemand zegt er wat van of doet er iets aan, omdat het op de korte termijn ook in hun voordeel is, dat er op die manier gevist wordt.
Het is zaak om de hierboven beschreven problematiek in goede banen te leiden. Beleid ten aanzien van het behoud van het fragiele ecosysteem is moeilijk te maken. Een mogelijkheid die in verschillende landen reeds gebruikt wordt, is door middel van regulering de open acces bronnen te beheren. Er kan dan gedacht worden aan vangstquota's, visseizoenen, restricties op visuitrusting en visintensiviteitscontrole. Het probleem echter is, dat het controleapparaat dat na moet gaan of die reguleringen nagekomen worden, zeer kostbaar is.
Er is overigens al op vele niveaus visserijbeleid terug te vinden. Op macro niveau maken lidstaten van de Verenigde Naties zich hard voor een visbeleid dat voor het maritieme ecosysteem en de vissers duurzaam is. Op nationaal niveau is het beleid voornamelijk gericht op het ondersteunen of verzwakken van de traditionele macht. Op dat niveau wordt voornamelijk ingespeeld op de lokaal bestaande systemen. De Indonesische regering heeft als doelstelling de produktie te laten toenemen en de levensstandaard van de vissers te verbeteren. Dit probeert men te verwezenlijken door intensivering, extensivering, diversivering en rehabilitatie. In feite staat dit lijnrecht tegenover de doelstellingen van de Verenigde Naties.

Netwerken

Ik heb de relaties bekeken die vissers, opkopers, eigenaren en andere mensen die werkzaam zijn binnen de visserij, met elkaar hebben. Een veel gebruikt instrument hiervoor is de netwerkanalyse. Tijdens het onderzoek is veelvuldig gebruik gemaakt van deze techniek. Er is systematisch nagegaan wie relaties aangaat en waarom. Als uitgangspositie is de Punggawa genomen. Deze persoon staat centraal, omdat hij met iedereen contact heeft. Het blijkt dat er verschillende coalities aangegaan worden. Duidelijk is geworden, of deze coalities uit vrije wil worden aangegaan, of dat men om verschillende redenen verplicht is om bepaalde acties te ondernemen. Door de vercommercialisering van de visserij blijken relaties die voorheen op sociale gronden werden aangegaan, naar de achtergrond gedrukt te worden. De economische druk is duidelijk te merken. Hierbij moet wel opgemerkt worden, dat er veel informeel werk ontstaan is door deze veranderde situatie.

Conclusies

Op basis van het voorafgaande kan geconcludeerd worden, dat er in Tamasaju sprake is van een zorgwekkende situatie. De ontwikkelingen binnen de visserij zijn niet rooskleurig. Er is een aantal oorzaken voor aan te wijzen, waarom dit gebeurt. Vooraf aan het onderzoek was de vraagstelling, of de vissers in Zuid-Sulawesi zich ervan bewust zijn, dat zij met hun manier van vissen het milieu schaden. Het antwoord hierop is positief. Men weet wat er aan de hand is. Alleen, men staat er niet wezenlijk bij stil. Er wordt niet bewust nagedacht over de toekomst van de visserij, dan alleen in termen van investeringen en uitbreidingen.
Maar dit alleen zou een wat te kortzichtig en onvolledig antwoord zijn. Uit de netwerkanalyse is gebleken, dat alle contacten tussen de vissers, eigenaren en tussenpersonen onder druk staan. Iedereen probeert een graantje mee te pikken. Persoonlijk winstbejag is nodig om binnen de visserij voldoende geld te verdienen om van te leven. Het is een overlevingsstrategie die op verschillende niveaus doorwerkt. Investeerders blijven in schepen en visuitrustingen investeren, omdat het een interessante belegging is. Punggawa's voeren de werkdruk op en vissen continu om hun geleende geld af te kunnen lossen. En de laatste en tevens grootste groep, de werknemers, hebben weinig in te brengen. Zij zijn als het ware de marionetten van het marktmechanisme. Zij merken dat de werkdruk hoger wordt, dat zij meer moeten vangen, langer en verder van huis weg zijn en hetzelfde blijven verdienen. Iedereen weet dat de gemeenschappelijke visgronden momenteel uitgebuit worden. Alleen wil of kan niemand de schuld bij zichzelf neerleggen. Het probleem wordt door iedereen bij een ander neergelegd.
Door het verleggen van de verantwoordelijkheid blijven de visgronden misbruikt. Niemand voelt zich aansprakelijk. De vissers, maar ook de overheidsinstanties, zijn hier debet aan. Iedereen is momenteel bezig om geld te verdienen aan de visserij. De technieken die hier soms voor gebruikt worden, zijn schadelijk. De overheid is daar al jaren van op de hoogte, want een aantal technieken mogen niet meer gebruikt worden (Pukat harimau, grote trawlers).
Oplossingen voor dit nijpende probleem zijn niet voorhanden. De politieke situatie in Indonesië tijdens de veldwerkperiode was instabiel. Soeharto was nog aan de macht, maar alles duidde erop dat dit niet lang meer zou duren. De onrust in de grote steden was ook merkbaar in Tamasaju. De onlusten en de daarmee gepaard gaande devaluatie van de rupiah kwam voor de mensen in het dorp hard aan. Alles werd duurder, terwijl de inkomsten gelijk bleven. In een land waar een economische crisis om zich heen slaat, staat het behoud en beheer van het milieu voor de regering niet hoog op de agenda, ook al zou dat verstandig zijn. Op lange termijn zal de problematiek alleen maar nog desastreuzere vormen aan gaan nemen.
Een eerdere maatregel die door de regering genomen is, was het verbod op trawling voor de kust. Uiteindelijk zijn deze schepen verdwenen, maar daarvoor in de plaats zijn de pa'rere en pa'renggae schepen in aantal toegenomen. Uiteindelijk heeft deze maatregel in concreto niets opgelost. De zeer grootschalige technieken zijn vervangen door een groter aantal iets minder grootschalige schepen. Daarmee wordt in totaal echter nog meer vis gevangen. Maatregelen die eventueel in de toekomst moeten worden genomen, zullen de lucratieve investeringen in boten moeten afzwakken. Het zou niet meer zo winstgevend moeten zijn om een boot te laten bouwen en die te verhuren. Er zou eerder gedacht moeten worden aan het subsidiëren van kleinschalige boten. Wanneer een visser, een huishouden, of een kleine groep vissers gezamenlijk een kleine lepa-lepa boot kan aanschaffen en die langzamerhand kan afbetalen, zal de opbrengst van de vis evenrediger verdeeld worden. Op deze manier kunnen de investeerders niet het grootste deel van het surplus zichzelf toeëigenen, maar kunnen er velen toegang krijgen tot de mooiste open acces bron van de wereld.

vorige naar index volgende