![]() |
Culturele Antropologie Utrecht
CAses
|
Visserij in Zuidwest-Sulawesi
Een onderzoek naar het gebruik van, omgang met, en visie op de zee en haar produkten onder vissers in Tamasaju, Zuidwest-Sulawesi, Indonesië
Jan-Willem den Heeten
Op een mooie warme avond ben ik samen met mijn tolk naar het plaatselijke politiebureau
gegaan. Het politiebureautje ligt op de enige kruising van twee wegen in de wijde omtrek.
Alles en iedereen die daar langskomt, krijgt te maken met de politieman die daar zeer
zorgvuldig het verkeer regelt.
Op de veranda van het politiebureau staat een groot bureau waarachter een politieman zat,
die ons ontving. Nadat de formaliteiten uitgewisseld waren en wij een kop thee en een
kreteksigaret hadden gekregen, begon de politieman zelf al over het onderwerp dat wij wilden
aansnijden: vissen met explosieven en het beleid dat de politie voert ter voorkoming daarvan.
De man was waarschijnlijk al getipt dat wij in aantocht waren en dat zouden gaan vragen.
Er volgde een keurige uiteenzetting van wat er allemaal aan gedaan was en dat het in zijn
district niet meer voor kwam. Hij vertelde mede verantwoordelijk te zijn geweest voor de
aanhouding van een aantal mannen die op een nabij gelegen eiland een explosievenfabriek
hadden. Het zag er naar uit een zeer formeel bezoek te worden aan weer een instantie die mij
met de grootste vriendelijkheid van de wereld verder wilde helpen met mijn onderzoek. Ware
het niet, dat aan het eind van ons gesprek drie enorme explosies waren te horen, die uit de
richting van de zee kwamen...
Ter afsluiting van het tracé ontwikkelingsvraagstukken heb ik mijn afstudeeronderzoek in
Indonesië uitgevoerd. Het onderzoek vond plaats in het vissersdorp Tamasaju en is onderdeel
van het 'Buginesiaproject'. Tamasaju ligt twintig kilometer ten zuiden van Ujung Pandang in
de provincie Takalar op het eiland Sulawesi. De inwoners van die provincie noemen zichzelf
orang Makassar. De Makassaren zijn van oudsher een zeevarende en handel drijvende groep
Indonesiërs.
Het afstudeeronderzoek in Indonesië beoogde inzicht te verschaffen in hoeverre vissers en
andere mensen in Tamasaju zich bewust zijn van het feit, dat zij het lokale milieu schaden. Er
is getracht inzicht te verkrijgen in de sociale relaties die men binnen de visserij met elkaar
aangaat of moet aangaan. De doelstelling was het verwerven van inzicht in hoeverre de kust-
en zeevisserij in Zuidwest-Sulawesi het ecosysteem beïnvloeden.
Ik heb vier maanden bij een familie in Tamasaju mogen wonen. Door veel met de vissers te
gaan vissen en dagenlang op de visveiling door te brengen heb ik hun vertrouwen kunnen
winnen. Aanvankelijk was het een zeer gesloten groep. De laatste maand van het onderzoek
was het mogelijk om interviews af te nemen.
Vistechnieken
Er zijn veel verschillende vistechnieken die in Tamasaju (nog) gebruikt worden. Deze
technieken zijn in te delen in twee groepen. Pa'renggae (purse seine), pa'rere (trawl) vormen
samen een groep. Dit zijn technieken waarbij een grote boot van ongeveer 20 meter wordt
gebruikt. Vissers die gebruik maken van een kleine lepa-lepa* boot ('hook and line' of gill-net), kunnen als tweede groep worden gezien. Met de eerste twee technieken (de grote boten)
verdienen veruit de meeste mensen hun brood. Deze twee arbeidsintensieve technieken zijn
omschreven als grootschalige technieken. Lepa-lepa is als kleinschalig omschreven. Er is voor
deze tweedeling gekozen, omdat er duidelijke verschillen waarneembaar zijn tussen deze twee
groepen.
Het grootste verschil met de kleinschalige visserij is, dat pa'rere- en pa'renggae vissers in
loondienst zijn. Zij worden door de kapitein (punggawa) gerekruteerd en tewerkgesteld. Dit in
tegenstelling tot kleinschalige lepa-lepa vissers die veelal eigen baas zijn. Van oudsher is er
een band tussen de kapitein en zijn bemanning. De bemanning werkt aan boord van een schip
en in ruil daarvoor zorgt de kapitein voor de bemanningsleden en hun famillie. Het punggawa-systeem, zoals deze wederzijdse zorg voor elkaar ook wel wordt genoemd, is door de toename
van grootschalige visserij aan verandering onderhevig. Was het zo, dat er voorheen enkel
familie en naasten mochten werken aan boord van een vissersboot, nu heeft een punggawa een
groter netwerk nodig om voldoende personeel aan te trekken.
Een punggawa is meestal (nog) geen eigenaar van een pa'rere- of pa'renggae boot. Hij is
aangesteld door de eigenaar en betaalt door middel van een percentage van iedere vangst een
gedeelte van de boot af. De punggawa zit hierdoor tussen twee vuren in. Enerzijds voelt hij de
druk van de eigenaar die zijn afbetaling op tijd wil. Anderzijds zal hij zijn personeel tevreden
moeten houden. Immers, zonder hen kan hij niets verdienen.
Een waarneembare trend is om naast het beroep als visser ook in de landbouw te gaan werken.
Op deze manier kunnen de huishoudens die afhankelijk zijn van de visserij, het risico van een
dag niets verdienen spreiden. Opmerkelijk is, hoe sterk de oude band tussen de bemanning en
de punggawa is. Niemand zal openlijk gaan klagen over het feit, dat de verdiensten teruglopen
en de zekerheid op werk min of meer is weggevallen. Dat is in Indonesië niet gebruikelijk om
te doen. Verzet daartegen is er dus niet direct. Ander werk zoeken, bijvoorbeeld in de
landbouw, is wel een mogelijkheid. De overweging om als visser tevens in de landbouw te
gaan werken kan dan ook als risicospreiding gezien worden.
*Lepa-lepa betekent wiegen. Deze bootjes zijn in feite niet meer dan een uitgeholde boomstammen met een drijver die "wiegen" op de hoge golven.
Aantasting ecosysteem
Met betrekking tot het gebruik van de zee en haar producten zijn momenteel een aantal ideeën
en opvattingen gangbaar. In hoeverre moeten deze open acces fishery resources bij wet
gereguleerd worden? Een aantal factoren is aan te wijzen, waardoor foutief gebruik van
visgronden kan ontstaan. Een van de belangrijkste punten is het gebrek aan eigendomsrecht.
Doordat er niemand eigenaar is, wordt niemand terechtgesteld. In Tamasaju is dit het geval
met een aantal vissers die op zee met explosieven vissen. Deze destructieve wijze van vissen
vernietigt het ecosysteem van de gemeenschappelijke gronden zodanig, dat het op sommige
plekken al niet meer rendabel is om te vissen.
Een tweede probleem waardoor de visgronden overbelast worden, is de schaalvergroting. Was
het zo, dat men vroeger viste om aan eten te komen, tegenwoordig is de vraag enorm
toegenomen, omdat er niet alleen vis voor de inwoners van Tamasaju gevangen wordt, maar
de hele regio vis afneemt. In tegenstelling tot de tijd voordat er grootschalige vissersboten in
Tamasaju waren, wordt er nu gevist met als doel het surplus te verkopen.
Een reactie op deze overbelasting van de visgronden vanuit de gemeenschap zelf zou logisch
en wenselijk zijn. Maar dat gebeurt niet. Dit komt doordat veel mensen afhankelijk geworden
zijn van deze technieken die het ecosysteem aantasten. Door deze afhankelijkheid zal er geen
actie vanuit de gemeenschap ontstaan, die deze technieken zal veroordelen. Vissers, opkopers,
verkopers, veilingmedewerkers, ijsdragers, botenbouwers, bevoorraders, tussenpersonen,
overheidsmedewerkers en consumenten zijn er allemaal bij gebaat. Veel van hen weten, dat
deze situatie niet houdbaar is en op de lange termijn problemen zal veroorzaken. Maar
niemand zegt er wat van of doet er iets aan, omdat het op de korte termijn ook in hun voordeel
is, dat er op die manier gevist wordt.
Het is zaak om de hierboven beschreven problematiek in goede banen te leiden. Beleid ten
aanzien van het behoud van het fragiele ecosysteem is moeilijk te maken. Een mogelijkheid
die in verschillende landen reeds gebruikt wordt, is door middel van regulering de open acces
bronnen te beheren. Er kan dan gedacht worden aan vangstquota's, visseizoenen, restricties op
visuitrusting en visintensiviteitscontrole. Het probleem echter is, dat het controleapparaat dat
na moet gaan of die reguleringen nagekomen worden, zeer kostbaar is.
Er is overigens al op vele niveaus visserijbeleid terug te vinden. Op macro niveau maken
lidstaten van de Verenigde Naties zich hard voor een visbeleid dat voor het maritieme
ecosysteem en de vissers duurzaam is. Op nationaal niveau is het beleid voornamelijk gericht
op het ondersteunen of verzwakken van de traditionele macht. Op dat niveau wordt
voornamelijk ingespeeld op de lokaal bestaande systemen. De Indonesische regering heeft als
doelstelling de produktie te laten toenemen en de levensstandaard van de vissers te verbeteren.
Dit probeert men te verwezenlijken door intensivering, extensivering, diversivering en
rehabilitatie. In feite staat dit lijnrecht tegenover de doelstellingen van de Verenigde Naties.
Netwerken
Ik heb de relaties bekeken die vissers, opkopers, eigenaren en andere mensen die werkzaam zijn binnen de visserij, met elkaar hebben. Een veel gebruikt instrument hiervoor is de netwerkanalyse. Tijdens het onderzoek is veelvuldig gebruik gemaakt van deze techniek. Er is systematisch nagegaan wie relaties aangaat en waarom. Als uitgangspositie is de Punggawa genomen. Deze persoon staat centraal, omdat hij met iedereen contact heeft. Het blijkt dat er verschillende coalities aangegaan worden. Duidelijk is geworden, of deze coalities uit vrije wil worden aangegaan, of dat men om verschillende redenen verplicht is om bepaalde acties te ondernemen. Door de vercommercialisering van de visserij blijken relaties die voorheen op sociale gronden werden aangegaan, naar de achtergrond gedrukt te worden. De economische druk is duidelijk te merken. Hierbij moet wel opgemerkt worden, dat er veel informeel werk ontstaan is door deze veranderde situatie.
Conclusies
Op basis van het voorafgaande kan geconcludeerd worden, dat er in Tamasaju sprake is van
een zorgwekkende situatie. De ontwikkelingen binnen de visserij zijn niet rooskleurig. Er is
een aantal oorzaken voor aan te wijzen, waarom dit gebeurt. Vooraf aan het onderzoek was de
vraagstelling, of de vissers in Zuid-Sulawesi zich ervan bewust zijn, dat zij met hun manier
van vissen het milieu schaden. Het antwoord hierop is positief. Men weet wat er aan de hand
is. Alleen, men staat er niet wezenlijk bij stil. Er wordt niet bewust nagedacht over de
toekomst van de visserij, dan alleen in termen van investeringen en uitbreidingen.
Maar dit alleen zou een wat te kortzichtig en onvolledig antwoord zijn. Uit de netwerkanalyse
is gebleken, dat alle contacten tussen de vissers, eigenaren en tussenpersonen onder druk staan.
Iedereen probeert een graantje mee te pikken. Persoonlijk winstbejag is nodig om binnen de
visserij voldoende geld te verdienen om van te leven. Het is een overlevingsstrategie die op
verschillende niveaus doorwerkt. Investeerders blijven in schepen en visuitrustingen
investeren, omdat het een interessante belegging is. Punggawa's voeren de werkdruk op en
vissen continu om hun geleende geld af te kunnen lossen. En de laatste en tevens grootste
groep, de werknemers, hebben weinig in te brengen. Zij zijn als het ware de marionetten van
het marktmechanisme. Zij merken dat de werkdruk hoger wordt, dat zij meer moeten vangen,
langer en verder van huis weg zijn en hetzelfde blijven verdienen. Iedereen weet dat de
gemeenschappelijke visgronden momenteel uitgebuit worden. Alleen wil of kan niemand de
schuld bij zichzelf neerleggen. Het probleem wordt door iedereen bij een ander neergelegd.
Door het verleggen van de verantwoordelijkheid blijven de visgronden misbruikt. Niemand
voelt zich aansprakelijk. De vissers, maar ook de overheidsinstanties, zijn hier debet aan.
Iedereen is momenteel bezig om geld te verdienen aan de visserij. De technieken die hier soms
voor gebruikt worden, zijn schadelijk. De overheid is daar al jaren van op de hoogte, want een
aantal technieken mogen niet meer gebruikt worden (Pukat harimau, grote trawlers).
Oplossingen voor dit nijpende probleem zijn niet voorhanden. De politieke situatie in
Indonesië tijdens de veldwerkperiode was instabiel. Soeharto was nog aan de macht, maar
alles duidde erop dat dit niet lang meer zou duren. De onrust in de grote steden was ook
merkbaar in Tamasaju. De onlusten en de daarmee gepaard gaande devaluatie van de rupiah
kwam voor de mensen in het dorp hard aan. Alles werd duurder, terwijl de inkomsten gelijk
bleven. In een land waar een economische crisis om zich heen slaat, staat het behoud en beheer
van het milieu voor de regering niet hoog op de agenda, ook al zou dat verstandig zijn. Op
lange termijn zal de problematiek alleen maar nog desastreuzere vormen aan gaan nemen.
Een eerdere maatregel die door de regering genomen is, was het verbod op trawling voor de
kust. Uiteindelijk zijn deze schepen verdwenen, maar daarvoor in de plaats zijn de pa'rere en
pa'renggae schepen in aantal toegenomen. Uiteindelijk heeft deze maatregel in concreto niets
opgelost. De zeer grootschalige technieken zijn vervangen door een groter aantal iets minder
grootschalige schepen. Daarmee wordt in totaal echter nog meer vis gevangen. Maatregelen
die eventueel in de toekomst moeten worden genomen, zullen de lucratieve investeringen in
boten moeten afzwakken. Het zou niet meer zo winstgevend moeten zijn om een boot te laten
bouwen en die te verhuren. Er zou eerder gedacht moeten worden aan het subsidiëren van
kleinschalige boten. Wanneer een visser, een huishouden, of een kleine groep vissers
gezamenlijk een kleine lepa-lepa boot kan aanschaffen en die langzamerhand kan afbetalen,
zal de opbrengst van de vis evenrediger verdeeld worden. Op deze manier kunnen de
investeerders niet het grootste deel van het surplus zichzelf toeëigenen, maar kunnen er velen
toegang krijgen tot de mooiste open acces bron van de wereld.