![]() |
Culturele Antropologie Utrecht
CAses
|
Voedingscultuur, voedselzekerheid en patioproductie
Anke Tijtsma
Inleiding
"Waarom schrijf jij altijd over eten?", vroeg mijn jongste broertje me laatst: "alleen omdat het
belangrijk is"?
We hebben allemaal iedere dag voedsel nodig om in leven te blijven. Maar toch eten we niet
overal ter wereld hetzelfde en mij interesseert het bestaan van deze verschillen en de invloed
van cultuur op het ontstaan van de voedingsgewoonten van een bevolkingsgroep.
Uit het werk van diverse sociale wetenschappers, waaronder de antropologen Claude Lévi-Strauss en Mary Douglas, is gebleken dat verscheidene aspecten van een samenleving invloed
hebben op de voedingsgewoonten van een groep. Sociaal-economische, culturele, politieke,
historische en ecologische factoren hebben invloed op wat we eten en waarom (Mennell
1992).
Eten betekent niet alleen dat men zichzelf voedt, maar tegelijkertijd (ver)'vullen' voedingsmiddelen andere taken in het dagelijks leven. Voedsel speelt een belangrijke rol in de sociale
en economische relaties van mensen. Een voedingsmiddel is een product (dat we consumeren),
maar daarnaast kan het functioneren als statussymbool of weerspiegelt het identiteit, hetgeen
de reden kan zijn waarom we het consumeren.
Vanaf 1990 is er in de zuidelijkste regio van Nicaragua, Río San Juan, een groep NGO's in
samenwerking met SNV-Nicaragua van start gegaan met kleinschalige landbouw/patio-projecten en de rol van vrouwen hierin om de levensomstandigheden van boerenfamilies te
verbeteren.
Anno 1998 bleek er behoefte te zijn aan informatie omtrent sociaal-culturele factoren rondom
voeding om met de bestaande patio-projecten niet alleen een vergroting van de productie te
bereiken, maar daarnaast te proberen o.a. de positie van vrouwen en de voedsel- en
voedingszekerheid op een verantwoorde wijze te verbeteren/vergroten.
Voedingscultuur
Vanuit de dagelijkse praktijk en onderzoek is gebleken, dat veranderingen in het dieet van een
bevolkingsgroep niet automatisch volgen, als de productie van voedsel (inclusief de
patioproductie) toeneemt. Zodoende is het van belang dat er wordt gekeken naar de huidige
gewoonten (praktijken) van een groep, wat men denkt en gelooft over voedsel en voeding, en
wat men weet over voeding (Helman 1994). Het verschilt per cultuur wat men doet, denkt,
gelooft en weet, als het gaat om voeding en voedsel.
Mijn veldwerk in Río San Juan, uitgevoerd van februari tot juni 1998, had als doel deze vier
aspecten (doen, denken, geloven en weten) rondom voeding te onderzoeken om kennis te
verkrijgen van de voeding en omgang met voedsel in deze cultuur. Daarnaast is bekeken wat
de invloed van het doen, denken, geloven en de kennis ten aanzien van voedsel/voeding is op
de kwaliteit en kwantiteit van het dieet en op de voedselzekerheid, met daarbij speciale aandacht voor de patio (productie en gebruik). Ter verduidelijking: voedselzekerheid betekent dat
ieder individu elke dag over voldoende voedsel van kwaliteit kan beschikken.
Daarom heb ik vier componenten onderscheiden, die bovenstaande vier aspecten benaderen.
Ze werden gebruikt om meer inzicht te krijgen in de zogenoemde voedingscultuur van de
bevolking van Río San Juan. De term voedingscultuur beslaat de voedingskennis, attitudes
(opvattingen) ten aanzien van voedsel/voeding, alle praktijken oftewel voedingsgewoonten
van een culturele groep, en het begrip omvat tevens de (oeroude) overtuigingen waar men
(nog) geloof aan hecht. Kortom, 1- Kennis/ weten (K); 2- Attitudes/ denken (A); 3- Praktijken/
doen (P); 4- Overtuigingen/(bij)geloof (O): de KAPO's die de voedingscultuur inzichtelijk(er)
maken. Tussen deze componenten is een onderlinge 'relatie' waar te nemen: kennis beïnvloedt
praktijken en andersom, de overtuigingen zijn gerelateerd aan attitudes, attitude houdt verband
met de praktijken en wordt 'gevoed' door kennis, enzovoort. Het is belangrijk te erkennen dat
een verandering in één component effect heeft op de andere componenten. Dit proces kan
soepel verlopen, maar een verandering in bijvoorbeeld de kennis over een bepaald
voedingsmiddel (bijv. via voedingsvoorlichting) hoeft niet te betekenen, dat het in praktijk kan
worden gebracht, als het tegenstrijdig is met een attitude of een overtuiging hieromtrent.
Counihan en Van Esterik (1997) beschrijven dat het mogelijk is met kennis over een cultuur
(met inbegrip van de KAPO's), adequate 'voedingsboodschappen' en suggesties voor
dieetveranderingen of -interventies te ontwikkelen en/of formuleren die aansluiten bij de
(voedings)cultuur van een groep. Daarnaast is het van belang de voedingscultuur altijd in haar
totale context te zien, zodat er ook aandacht is voor de interactie met o.a. de economische
situatie, ecologische, historische, politieke en sociale factoren (waaronder de genderverhoudingen). Ook voor de patioprojecten in Río San Juan is het belangrijk de voedingscultuur van de
bevolking te (leren) kennen en tevens rekening te houden met de hiervoor genoemde 'context'factoren (die in het onderzoeksverslag en de literatuurscriptie worden uitgewerkt).
Het is onmogelijk in dit artikel alle resultaten en conclusies van het veldwerk op basis van de
hiervoor geformuleerde doelstelling te behandelen; daarom wil ik mij beperken tot het geven
van een impressie van de voedingscultuur in Río San Juan met behulp van een schets van het
dieet, de voedingswaarde en een korte uitleg van de KAPO's (met enkele voorbeelden). Vervolgens wordt ingegaan op de interactie tussen de voedingscultuur en het probleem van
voedsel(on)zekerheid en het belang van de patio hierin.
Methodologie van het onderzoek
In overleg met twee NGO's (MUSAM en PROSUR) uit de regio Río San Juan en SNV-Nicaragua is de vraagstelling geformuleerd. Naast literatuuronderzoek was participerende observatie een belangrijke onderzoekstechniek: ik woonde steeds afwisselend bij vier boerenfamilies in vier verschillende dorpen. Aanvullende informatie werd verkregen uit interviews en groepsdiscussies, gebruikmakende van een dertigtal foto's van voedingsmiddelen, die stof bleken voor pittige discussies en zodoende waardevolle informatie opleverden.
Impressie van een voedingscultuur
Het dieet en de voedingswaarde
In het dieet van de boerenfamilies in Río San Juan is een structuur te herkennen (cf.
Weismantel 1988), bestaande uit vier niveaus. Het eerste niveau bevat de basisgranen rijst en
bonen. Niveau twee bestaat uit de zogenaamde 'bastimentos', te weten: de tortilla, de
bakbanaan en knolgewassen zoals de yuca (cassave). Het derde niveau bevat de 'verbeteraars'
van de maaltijd, die voor velen lang niet iedere dag voorhanden zijn: vlees, vis, kip, eieren,
kaas, melk, salade en groentesoep/saus. Als laatste onderscheidde ik de voedingsmiddelen die
men in kleine hoeveelheden gebruikt: knoflook, ui, paprika, tomaat, kruiden en specerijen,
ingrediënten die ook niet voor ieder gezin altijd beschikbaar zijn. Fruit hoort niet thuis in de
basisstructuur van de maaltijden. Olie, zout en suiker maken de maaltijd compleet op basis
van hun specifieke eigenschappen en voedingsstoffen, maar werden niet als echte
voedingsmiddelen genoemd en zijn daarom niet ingedeeld bij de vier niveaus.
Het dagelijkse dieet van een gemiddelde Nicaraguaan bestaat voor het overgrote deel uit koolhydraten, o.a. uit rijst, mais en bonen. De hoeveelheid eiwitten die men consumeert, is voornamelijk plantaardig en daarom in veel gevallen niet toereikend. (Dierlijk eiwit is van hogere
kwaliteit en er is minder van nodig om het lichaam van alle benodigde aminozuren te
voorzien, maar niet iedereen eet dagelijks dierlijke producten.) Het vetgehalte van de voeding
is aan de lage kant. De totale voedingswaarde van het dieet van met name vrouwen en kinderen is vaak ontoereikend; het aantal kilo-caloriën (energetische waarde) is onvoldoende en
mede hierdoor zijn bepaalde micronutriënten (vitamines en mineralen) onvoldoende aanwezig,
wat kan leiden tot voedingstekorten en uiteindelijk ondervoeding en deficiëntieziekten.
Kennis en overtuigingen / (bij)geloof
Gedurende het onderzoek werd duidelijk dat de gezinsleden van een gemiddelde boerenfamilie
in Río San Juan enige wetenschappelijke (exogene) kennis van voeding hebben: een
meerderheid van de bevolking heeft gehoord van begrippen als vitamines en mineralen en kent
het algemene belang ervan voor de gezondheid; in een aantal gevallen is specifieke
theoretische voedingskennis aanwezig. Gedurende het veldwerk werd duidelijk dat het niet
altijd mogelijk is deze kennis dagelijks toe te passen. De toepassing van wetenschappelijke
voedingskennis kan belemmerd worden door bijvoorbeeld de economische situatie van een
familie (met als gevolg een beperkte(re) toegang tot bepaalde producten), maar ook
opvattingen en taboes ten aaanzien van bepaalde voedingsmiddelen kunnen beperkend
werken.
De endogene/inheemse voedingskennis in de regio bestaat voor een belangrijk deel uit de
veelvuldig gehanteerde classificatie van voedingsmiddelen op basis van een indeling in hete en
koude voedingsmiddelen die elkaars tegenpool zijn. Zoals ook in andere Latijns-Amerikaanse
landen voorkomt, gaat men er in Nicaragua vanuit dat een stabiele, gezonde situatie er een is
van evenwicht en balans, waarbij voeding een rol speelt om dit te behouden en te herstellen
(Helman 1994, Mennell e.a. 1992). Een situatie van ziekte (onbalans) vereist hete of juist
koude voedingsmiddelen, afhankelijk van de classificatie van de lichamelijke of geestelijke
toestand (bijv. zwangerschap, diarree, onrust/gejaagdheid). Hieraan gerelateerd zijn bepaalde
overtuigingen / (bij)geloof die het naleven van dieetrestricties en voedseltaboes afdwingen om
weer in balans te komen.
Attitudes en overtuigingen / (bij)geloof
Er is gekeken naar attitudes ten aanzien van aanwezige voedingsmiddelen. Het begrip attitude
werd hiervoor onderverdeeld in drie sferen: het belang dat men hecht aan de voedingswaarde
van een voedingsmiddel, het prestige (sociale status), en de voorkeur (smaak) voor een
bepaald product. Eén van de belangrijkste uitkomsten/observaties hierbij is, dat de
meerderheid van de patio-producten niet worden gezien als voedingskundig van belang, maar
dat ze wel prestige reflecteren (varkensvlees) en/of voorkeur krijgen (kip). Bovendien werd
duidelijk dat attitudes beïnvloed worden door de beschikbaarheid en toegankelijkheid (o.a.
afhankelijk van de prijs) van het product (beide zijn dimensies van voedselzekerheid). Een
product dat niet altijd en overal door iedereen kan worden (gekocht en) gegeten, betekent in
veel gevallen dat het als statussymbool fungeert (bijv. rundvlees).
De producten waaraan men voedingswaarde toeschrijft (bv. eieren), maakten de relatie
duidelijk met de aanwezige voedingskennis (wetenschappelijk en endogeen). Men weet dat
een ei belangrijke voedingsstoffen bevat en daarnaast wordt de attitude t.a.v. eieren 'gevoed'
door de inheemse classificatie ervan, hetgeen kan resulteren in de consumptie ervan of een
taboe op het eten van eieren in een situatie van onbalans.
Praktijken en overtuigingen / (bij)geloof
Iedere cultuur kent zijn eigen gewoonten/gebruiken ten aanzien van de bereiding van de
verschillende producten en samenstelling van de maaltijden ten gevolge van o.a. de aanwezige
landbouwproductiemogelijkheden en jarenlange cultuurspecifieke tradities. De belangrijkste
algemene voedingsgewoonten van de boerenfamilies in de regio Río San Juan zijn
weergegeven in de beschrijving van het dieet, uitgebreid weergegeven in mijn scriptie 'Patio,
nutrición y cultura alimentaria' (Universiteit Utrecht, februari 1999). Daarnaast acht ik het
van belang aan te stippen, dat er een groot aantal streekgebonden praktijken te onderscheiden
is, als het gaat om de voeding van zuigelingen, kleine kinderen en vrouwen in de vruchtbare
leeftijd. Deze praktijken zijn gerelateerd aan de overtuigingen of het (bij)geloof, de attitudes
en de voedingskennis van de bevolking en vormen onderdeel van de specifieke
voedingscultuur van Río San Juan.
Een voorbeeld: vaak worden baby's in Río San Juan al vóór hun vierde levensmaand bijgevoed
met volwassen maaltijdbestanddelen, omdat men gelooft, denkt, vindt (attitude en overtuiging)
en weet (endogene inheemse voedingskennis) op basis van orale traditie en ervaringen van
(voor)ouders, dat alleen borstvoeding onvoldoende zou zijn. Door de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) wordt aanbevolen om pas na 4-6 maanden te starten met bijvoeding (in
verband met afname van de hoeveelheid borstvoeding en het infectiegevaar). Deze praktijk
kan de gezondheid van het jonge kind ondermijnen en resulteren in bijvoorbeeld diarree.
Diarree wordt in Río San Juan gezien als een situatie van onbalans en vraagt om een
behandeling waarvoor zowel endogene als exogene kennis kan worden aangewend.
Voedselzekerheid en patio
De voedselzekerheid in de vier dorpen is niet altijd toereikend; met name in de periode van
mei tot augustus is er veel schaarste (voedselonzekerheid). Met behulp van de patio-productie
is het in principe mogelijk het hele jaar door bepaalde gewassen te oogsten, zodat aan de vier
dimensies van voedselzekerheid in iedere gemeenschap kan worden voldaan: beschikbaarheid,
toegang, stabiliteit en kwaliteit. In bepaalde dorpen is er sprake van een systeem van
uitwisseling/ruil van voedingsmiddelen, wat de voedselzekerheid ten goede komt. Voor dit
ruilsysteem wordt veelal gebruik gemaakt van de productie uit de patio en de verwerking van
bepaalde patioproducten tot bijvoorbeeld kaas en jam van fruit (vrouwenwerk). De patio is een
belangrijke bron van voedingsstoffen (macro- en micronutriënten), waarmee het mogelijk is
dagelijks een volwaardig dieet samen te stellen en de voedselzekerheid te vergroten.
De voedingszekerheid is een situatie waarin ieder individu in een huishouden te allen tijde
verzekerd is van goede voeding o.a. door voedselzekerheid, goede gezondheidszorg en
voldoende zorg (Leemhuis- de Regt 1995). Deze is van veel vrouwen en kinderen (nog) onvoldoende. De voedingscultuur (KAPO's) van de boerenfamilies is hierop van invloed, net als de
(ongelijke) verdeling van voedsel binnen het gezin ten gevolge van bestaande genderrelaties.
De genderrelaties in Río San Juan kenmerken zich grotendeels door de bestaande 'macho'-cultuur. Mannen hebben meer macht en zeggenschap over het land en de productie; vrouwen
zijn ondergeschikt en doen 'minderwaardig' werk in en rondom het huis (patio). Deze
verhoudingen hebben ook hun weerslag op de omgang met en de verdeling van het voedsel
binnen het gezin. Mannen en jongens krijgen een ruime portie en kwalitatief het beste voedsel.
Daarnaast bereiden en serveren vrouwen de maaltijd en eten zij vaak als laatste; dit heeft
zowel kwantitatieve als kwalitatieve gevolgen voor hun dieet.
Van invloed op de voedingszekerheid zijn de speciale dieetpraktijken (veelal voortkomend uit
oeroude overtuigingen), als het gaat om de voeding van zwangere en zogende vrouwen, baby's
en kleine kinderen (ziek of gezond), waarbij veel voedingsmiddelen verboden/taboe zijn. Men
is ervan overtuigd dat mannen sterk zijn; er is geen enkel voedingsmiddel dat hen schaadt;
vrouwen en kinderen daarentegen zijn zwakker en veel voedseltaboes en restricties zijn op hen
van toepassing.
Ter afsluiting
Tijdens het veldwerk werd de onderlinge relatie tussen de KAPO's onderkend door een analyse van alle vier de componenten. Het veranderen van een van de componenten van de voedingscultuur is daarom moeilijk en bij interventie in de voeding/voedselsituatie moet hiermee rekening worden gehouden. In Río San Juan is interactie tussen de KAPO's die de voedingscultuur vormen en het probleem van voedsel-/voedingszekerheid geconstateerd. De voedingscultuur kan dit probleem verergeren, maar ook sociale factoren (zoals de genderverhoudingen) kunnen ondermijnend werken. Duidelijk werd dat de patioproductie kan worden aangewend om de voedselzekerheid te verbeteren. Ook op dit terrein is het van belang de invloed van de geldende KAPO's te erkennen en naast de impact van cultuur ook de invloed van politieke, historische, sociaal-economische en ecologische factoren in ogenschouw te nemen bij projectinterventies. Een verhoging van de productie kan de voedselzekerheid verhogen, maar leidt niet automatisch tot veranderingen in het dieet op huishoudniveau.
Literatuur
Counihan, C. & P. van Esterik (ed.), Food and Culture: a Reader, Routledge, New York and London, 1997.
Helman, Cecile G., Culture, Health and Illness: an Introduction for Health Professionals, Butterworth Heinemann,
Oxford, 1994.
Leemhuis - de Regt, E. (red.), Voeding, samenspel van voedsel, gezondheid en zorg, Sector- en themabeleidsdocumenten van Ontwikkelingssamenwerking nr. 10, Den Haag, 1995.
Mennell, S., A. Murcott & A.H. van Otterloo, The Sociology of Food: Eating, Diet and Culture, London: Sage, 1992.
Weismantel, M.J., Food, Gender and Poverty in the Ecuadorian Andes, University of Pennsylvania Press,
Philadelphia, 1988.