![]() |
Culturele Antropologie Utrecht
CAses
|
Cenote Xkekén, de
blauwe cenote
Toerisme als nieuwe inkomstenbron
Pieter Verbeek
Achtergrond
Antropologie en toerisme zijn van oudsher twee tegenovergestelde begrippen,
vooral gezien vanuit de kant van de antropoloog. Toerisme was dé
grote bedreiging van (inheemse) culturen en een vorm van neo-kolonialisme.
Het duurde tot midden jaren '70, voordat toerisme voor het eerst serieus
werd genomen als onderzoeksonderwerp. Voor die tijd waren antropologen
ook al bewust van de invloeden die komen kijken bij toerisme, maar omdat
het onderwerp een soort taboe binnen de discipline was, werd er nooit over
gepubliceerd (Nuñez, 1989: 265). Uiteindelijk werd 'culturele verandering'
het belangrijkste thema binnen antropologische studies van toeristische
situaties.
De laatste twee decennia is toerisme uitgegroeid tot een
van de grootste wereldindustrieën, en veranderd in allerlei vormen.
Het was vooral het massatoerisme dat in de jaren '70 en begin jaren '80
floreerde. Hierop ontstond er een tegenbeweging, het zogenaamde alternatieve
toerisme, dat in veel kleinschaligere vormen voorkomt. Termen als ecotoerisme,
etnisch toerisme, cultuurtoerisme zijn allemaal te vangen onder de noemer
alternatief toerisme. Het kleinschalige toerisme werd aangeprezen als de
juiste vorm van toerisme met minder schadelijke gevolgen voor de betrokken
natuur en lokale culturen. In het positieve beeld van het alternatief toerisme
zitten ook wat barsten; er komen de nodige problemen bij kijken. Het waren
de verschillende vormen van alternatief toerisme waar verschillende inheemse
volken mee te maken kregen, zoals de Kuna in Panama, de Maya's in Guatemala
en de Toraja in Indonesië.
Het bleek dat er relatief nog vrij weinig onderzoek is
gedaan naar de relatie tussen toerisme en inheemse volken, naar zowel de
problemen als de voordelen die er bijkomen, naar de mogelijkheden van gelijkwaardige
partnerschappen. Mijn interesse ging uit naar het bekijken van een toeristische
situatie, waarbij een inheems volk te maken krijgt met het fenomeen toerisme.
Dzitnup, Yucatán & de cenote Xkekén
Eind februari vertrok ik naar het Mexicaanse schiereiland Yucatán
en kwam ik aan in het plattelandsstadje Valladolid. In dit gebied van het
schiereiland is het toerisme nog maar jong en kleinschalig van aard, vooral
in vergelijking met de vlakbij gelegen Caraïbische kust met haar toeristencentra
als Cancún, Playa del Carmen en Cozumel. Valladolid is het hart
van het oosten van de deelstaat Yucatán, waarvan Mérida de
hoofdstad is. Het is het centrum van een gebied met een bevolking die bestaat
uit zo'n 70% Maya's. In Nederland was mijn oog al gevallen op dit gebied
via enkele reisgidsen, literatuur en advies van een AIO die onderzoek gedaan
had in het gebied. Voor mijn onderzoek had ik als kleine (inheemse) gemeenschap
het dorp Dzitnup uitgekozen, zo'n 7 km buiten Valladolid gelegen. Dzitnup
is een klein, vrij traditioneel Maya-dorp. Spaans is de tweede taal in
het dorp, al spreken de jongeren steeds minder goed Maya. Van oudsher leven
de mensen uit het dorp van de opbrengst (vooral maïs en bonen) van
hun zelfvoorzienende stukjes land (milpas). Verder werkten vele
mannen als seizoenarbeiders op verschillende ranchos (veeboerderijen)
in de buurt. Sinds begin jaren '70 lokte de opbloeiende toeristenindustrie
veel mannen uit de dorpen van het Yucateekse platteland, samen met vele
andere gelukszoekers uit heel México, naar Cancún en de andere
plaatsen aan de Caraïbische kust. In Dzitnup hebben de meeste mannen
een tijd in de toeristenzone gewerkt; meestal als metselaar, timmerman
of tuinman. Voor veel uren werk werd relatief weinig verdiend en bovendien
waren de levenskosten in Cancún verschrikkelijk hoog, zodat de meesten
weer terugkeerden naar Dzitnup. Elk jaar komen er contratistas weer
arbeidskrachten werven in Dzitnup en andere dorpen. Het blijft de manier
om in relatief korte tijd geld te verdienen en de meeste jonge mannen doen
het een tijdje om geld te verdienen voor hun bruiloft of om een huis en
terrein te kopen.
Ongeveer een kilometer van het dorp ligt de cenote
Xkekén. Een cenote is een typisch natuurverschijnsel van
het schiereiland Yucatán. In de krijtbodem hebben zich in de loop
der eeuwen onderaardse waterstromen gevormd, die zich vaak laten zien in
de vorm van onderaardse meertjes in grotten. Als het plafond van zo'n grot
instort komt het water tevoorschijn. Aangezien er geen rivieren of meren
zijn, waren de oude Maya's afhankelijk van deze waterbronnen. Nog steeds
is men in afgelegen dorpjes aangewezen op de waterbronnen. In de omgeving
van Valladolid en Dzitnup zijn er per één vierkante kilometer
drie cenotes te vinden. Eén daarvan is de cenote Xkekén,
vernoemd naar een varken (xkekén in het Maya) dat de grot
zou hebben ontdekt. Vroeger was het terrein van de cenote een veeboerderij
waarop onder ander varkens werden gehouden. Na zijn overlijden schonk de
eigenaar van de boerderij het terrein aan zijn landarbeiders, de mensen
uit Dzitnup. Zo kwam de cenote in gemeenschappelijk bezit van het dorp.
Men had toen nog niet kunnen bedenken, welke waarde de grot later zou krijgen.
Ongeveer zeven jaar geleden werd de grot ontdekt door
het toerisme. Voor die tijd kwamen er wel toeristen, maar er was geen sprake
van een vaste toeristenstroom. De afgelopen jaren begon deze stroom echter
te groeien en de cenote Xkekén kwam op verschillende reisroutes
te staan. Er kwamen steeds meer toerbussen. In het dorp werden de mogelijkheden
van het toerisme beseft. De toegang tot de grot werd bewaakt en de entreeprijs
verhoogd (van 2 naar 8 pesos, wat ongeveer 2 gulden is). In het begin werden
de inkomsten nog slecht beheerd door de toenmalige comisario (burgermeester
van Dzitnup) en zijn raad. De geldstroom ging naar de eigen familie
en relaties. De afgelopen drie jaar bloeide Dzitnup echt op met de inkomsten
van het toerisme bij de cenote. De toenmalige comisario don Lucio beheerde
het geld en bracht het ten goede van het dorp: straten worden geasfalteerd,
er is een waterleiding aangelegd zodat er niet meer water hoeft worden
gesjouwd van de waterbron naar huis, de school is verbeterd en verder komt
het geld ten goede van de ouderen en zieken in het dorp. In geval van ongeval
wordt minstens de helft van de ziekenhuiskosten betaald door de comisario.
De verkoop van artesanías
Ongeveer zeven jaar geleden stonden er buiten bij de cenote twee mannen
snoep, frisdrank en kokosnoten te verkopen. Van deze verkoop konden ze
aardig leven, in zoverre dat ze niet meer jaarlijks naar de toeristenzone
hoefden te gaan om daar extra inkomen te verdienen. Met oog op het toeristisch
potentieel haalden ze er wat familieleden en vrienden bij, die ook begonnen
met de verkoop van spullen. Twee jaar later kwamen er twee leraren in Dzitnup,
via een overheidsprogramma, die twintig mannen lesgaven in het maken van
houtsnijwerken. Na deze cursus begon de verkoop van houtsnijwerken en andere
artesanías, kunst- en handwerk. Tijdens mijn onderzoek stonden
er twaalf kraampjes die hoofdzakelijk houtsnijwerken en vergelijkbare waren
verkochten. Ondanks dat de motieven voor de houten maskers, beeldjes en
kalenders van hun voorouders komen, de oude Maya's die grootse religieuze
centra als Chichén Itzá, Cobá en Uxmal bouwden, kunnen
de houtsnijwerken uit Dzitnup niet als traditionele kunstvormen worden
beschouwd. De motieven (afkomstig van de verschillende ruïne-complexen
op het schiereiland) zijn overal waar toeristen komen, terug te vinden.
Niet alleen de mannen proberen extra inkomsten te verdienen
met de verkoop aan toeristen. De vrouwen uit Dzitnup begonnen ongeveer
zeven jaar geleden met de verkoop van hipiles in het centrum van
Valladolid. Hipiles zijn traditionele geborduurde jurken, typerend
voor de Maya-vrouwen van Yucatán. Van oudsher had elk dorp zijn
eigen motieven, die vooral bestaan uit gekleurde bloemen. In het centrum
van Valladolid, bij het park, staan de Maya-vrouwen uit de verschillende
dorpen rondom Valladolid. Ze verkopen hun hipiles vooral aan Mexicaanse
toeristen en Maya-vrouwen uit andere dorpen, maar een klein gedeelte wordt
door buitenlandse toeristen gekocht. Met de opkomst van het toerisme bij
de cenote zijn enkele vrouwen uit Dzitnup ook daar gaan staan met hun hipiles,
maar de verkoop daar is zo minimaal dat ze toch om de beurt naar Valladolid
gaan. De vrouwen verdienen met hun verkoop een extra inkomen voor het gezin,
wat in vele gevallen hard nodig is.
Ook de kinderen proberen zo veel mogelijk te profiteren
van de komst van de toerist. Helaas betekent dit, dat ze soms erg vervelend
kunnen zijn met hun gedrag. Ze bieden zich aan als gids, autowasser, auto-
en fietsbewaker en doen dit vaak erg luidruchtig. De leiding bij de cenote
is er dan ook niet blij mee. Sommige meisjes verkopen foto's van de grot
en verdienen daar een aardig extra inkomen mee (soms meer op een dag dan
hun vader met zijn houtsnijwerken). Een slecht gevolg hiervan is, dat sommige
van deze kinderen niet meer naar school gaan, maar de dagen bij de cenote
doorbrengen.
De toeristen bij de cenote
Het grootste gedeelte van de toeristen die de cenote bezoeken, komt
op eigen gelegenheid, per (huur)auto of gehuurde fiets. Vanuit Valladolid
is er namelijk een veilig fietspad naar de cenote aangelegd ter bevordering
van het toerisme. Bij de cenote en in Valladolid kan men het toeristenseizoen
indelen in drie hoogseizoenen: in de winter, wanneer er veel Amerikanen
en in mindere mate Europeanen komen; de Semana Santa (paasweek),
wanneer er hoofdzakelijk binnenlandse toeristen komen, en de zomermaanden,
wanneer de meeste Europeanen komen. Een groot gedeelte van de toeristen
komt per toerbus en de vreugde is groot bij de verkopers als er een bus
het terrein op komt rijden. Op een dag kwamen er onverwachts acht bussen
aan met gepensioneerden uit de hoofdstad México. De verkopers stonden
te jubelen en hadden meteen een topdag wat betreft de verkoop. Helaas zijn
de dagen in het laagseizoen heel anders, wanneer er dagen zijn dat er niets
verkocht wordt en de dagen traag voorbijglijden onder de hete Yucateekse
zon.
Voor de mensen uit Dzitnup zijn de binnenlandse toeristen
het leukst, omdat ze Spaans spreken en er hierdoor contact ontstaat. Ook
kopen de binnenlandse toeristen de meeste producten. Van de buitenlandse
toeristen zijn de Amerikanen het meest populair, omdat ze het meest kopen.
Er zijn af en toe ook vervelende situaties bij, zoals wanneer er dronken
toeristen rondlopen of wanneer er toeristes zeer blootgekleed na het zwemmen
rondlopen bij de stalletjes. Maar over het algemeen zijn de mensen blij
met de toeristen en het schaarse contact wat er mee is. Er is wel de wens
ontstaan om Engels te leren, zodat het contact verbeterd kan worden en
er uiteindelijk ook meer verkocht kan worden.
Toerisme als nieuwe inkomstenbron
De toeristische situatie voor de inwoners van Dzitnup lijkt een enigszins
ideale te zijn. Het dorp hoeft geen belasting te betalen over de ontvangen
inkomsten op het terrein. Met de verkoop van houtsnijwerken, hipiles en
andere spullen kan er op zijn minst een extra gezinsinkomen bijverdiend
worden. De verkoop betaalt bijna net zo goed als een baan bij de dichtbij
gelegen textielfabriek Createx, en de verkopers zijn tevreden over hun
vrijheid en het werk dat dicht bij huis is. Op een enkeling na zijn alle
verkopers ook kleine boeren. Tevens wordt de levensstandaard algemeen verbeterd
in het dorp door het asfalteren van de straten en het aanleggen van een
watersysteem. Toch zitten er ook minder positieve kanten aan het toerisme
bij de cenote. Zoals genoemd zijn er kinderen die niet meer naar school
gaan, maar bij de toeristen rondhangen. Verder wordt er in het restaurantje
(waar overigens geen eten wordt verkocht) bier verkocht, terwijl dat in
het dorp zelf nooit verkocht werd. Veel mannen komen drinken bij de cenote.
Bij sommigen gebeurt dit in grote mate.
De cenote heeft ook enige jaloezie meegebracht, welke
onlosmakelijk verbonden is met de dorpspolitiek. Om de drie jaar wordt
er een nieuwe comisario gekozen, die de inkomsten beheert uit het toerisme.
In het verleden is het voorgekomen, dat de naaste relaties van de comisario
het meest profiteerden van deze inkomsten. Tijdens mijn onderzoek was het
het laatste jaar van don Lucio, die het volgens de meeste dorpsbewoners
erg goed gedaan heeft. In de laatste maand van mijn onderzoek werd er begonnen
met de dorpsverkiezingen voor de volgende comisario. Men kwam er niet uit,
omdat een groot gedeelte nóg een keer stemde op don Lucio, iets
wat eigenlijk niet mag. Bovendien kwam er plotseling nog een andere kandidaat,
don Tito, die samen met zijn familie beweerde het eigendomsrecht te hebben
op de grond van de cenote. Toen ik wegging, was deze groep hard bezig dit
op documenten vast te leggen. De rest van het dorp was van mening dat het
gemeenschappelijk bezit is. Om het allemaal nog onzekerder te maken begon
ook de gemeente Valladolid (waaronder het dorp Dzitnup wettelijk valt)
ook het eigendomsrecht op te eisen van deze belangrijke inkomstenbron.
Ik moest het onderzoeksveld helaas verlaten, terwijl het een en ander er
onzeker uitzag.
De toekomst van de cenote en haar toerisme ziet er dus
vrij onzeker uit. Wie krijgt nu het eigendomsrecht? Hoe gaat het verder,
als er nog veel meer verkopers bij komen met hun kraampjes? Hoe moet het,
als het toerisme nog groter wordt, of hoe zal het zijn, als het wegvalt?
Er is nog vrij weinig nagedacht over een duurzame toekomst van het toerisme
bij de cenote. Al zijn er mensen in het dorp die er verschillende ideeën
over hebben, toch was er eind juli 1998 nog vrij weinig perspectief.
Slot
Naast het onderzoek doen naar het toerisme bij de cenote heb ik ook veel geleerd over het leven in een Maya-dorp in Yucatán. De gastvrijheid van de mensen was zeer groot, nadat ze aan mij gewend waren, en dankzij hen heb ik een heel ander soort leven leren kennen; iets waarvan ik altijd droomde als antropologiestudent. Het onderwerp toerisme speelde onder de mensen, aangezien het nog vrij recent van aard is. Hierdoor was het niet moeilijk informatie te krijgen uit mijn interviews. Toerisme is misschien niet bevordelijk voor het welzijn van traditionele culturen, maar het is een zeer snel groeiend fenomeen dat door de lokale bevolking vaak als iets goeds wordt gezien. Het valt gewoon niet te negeren en mijns inziens is er veel meer onderzoek nodig om juiste vormen te vinden van toerisme, waarbij de impact zo klein mogelijk is op natuur en ontvangende culturen.
Literatuur
Butler, Richard & Thomas Hinch (eds.), Tourism
and Indigenous Peoples. London: International Thomson Business Press,
1996.
Nash, Dennison & Valene L. Smith, 'Anthropology and
Tourism.' Annals of Tourism Research, 18:12-25, 1991.
Nuñez, Theron, 'Touristic Studies in anthropological
perspective.' In: Valene L. Smith (ed.),
Hosts and Guests: The Anthropology
of Tourism, pp.265-280. Philadelphia: University of Pennsylvania Press,
1989.
Smith, Valene L., Hosts and Guests: The Anthropology
of Tourism. Philadelphia: University of Pennsylvania Press, 1989.
VandenBerghe, Pierre, The Quest for the Other: Ethnic
Tourism in San Cristóbal, México. Seattle & London:
University of Washington Press, 1994.