Culturele Antropologie Utrecht

CAses
hoogtepunten uit het afstudeeronderzoek


1999
 

(On)mogelijkheden van het vrouwzijn van de antropoloog bij een gevoelig onderwerp:
veldonderzoek naar Ghanese (re)migratie

Babbe de Thouars

Mij was verteld dat het moeilijk was om in contact te komen met gedeporteerde Ghanezen, aangezien ze een pijnlijke ervaring hadden meegemaakt en daar niet aan herinnerd wilden worden. Tevens zouden ze haat naar blanken met zich meedragen voor wat hen was aangedaan. Toen ik me de eerste keer in de straat begaf, waar de gedeporteerden hun connections onderhielden, werd ik echter direct in het Duits aangesproken met: "Hallo, schöne Frau, wie geht's?" Ik kreeg wat te drinken aangeboden en kreeg meteen alle dramatische verhalen te horen over illegaliteit, gevangenisstraffen en deportatie. Ik was helemaal blij met zoveel openheid in een eerste gesprek. De dagen daarop werd ik door bijna iedereen aangesproken; ze wilden allemaal my best friend worden. Het drong echter al snel tot me door, dat al die vriendelijkheid was bedoeld om mij te paaien. Charles wond er geen doekjes om en zei met me te willen trouwen. Andere gedeporteerden vertelden mij, dat ze teleurgesteld waren, toen ze erachter kwamen dat ik (zogenaamd) getrouwd was. Oh, I thought you weren't married; I was hoping you could take me to Holland.

Van 13 maart tot en met 14 september 1998 verbleef ik in Ghana voor het uitvoeren van mijn afstudeeronderzoek naar het remigratieproces van Ghanezen die in het Westen hadden gewoond. Ik wilde mij in dit onderzoek richten op de verschillende factoren die het proces van remigratie beïnvloeden. Aangezien ik mijn onderzoeksvragen wilde beantwoorden aan de hand van het optekenen van levensgeschiedenissen en het bestuderen van het dagelijkse leven van de (re)migranten, was ik erg afhankelijk van een goed contact met deze (re)migranten.
   Onderzoek naar remigratie bleek echter heel gevoelig te liggen in Ghana. Veel Ghanezen waren bang dat ik voor de Immigratie Dienst in Nederland onderzoek deed. In het begin snapte ik niet goed waar ze voor vreesden, maar later begon ik het meer te begrijpen, toen ik hoorde over de illegale methodes waarop men in het Westen was beland. Sommige (re)migranten waren in Ghana gestrand en probeerden opnieuw met een vals paspoort of visum het Westen te bereiken en zouden dan weer op andermans papieren moeten gaan werken. Anderen hadden nog een uitkering in Europa, terwijl ze al lang en breed in Ghana woonden of probeerden kinderbijslag te krijgen voor andermans kinderen. De (re)migranten wilden de methodes waarmee zij naar het buitenland waren vertrokken en de manier waarop zij aldaar zonder (eerlijk verkregen) verblijfsvergunning hadden overleefd, niet aan de buitenwereld kenbaar maken. Ze wilden niet hun eigen ruiten ingooien of de vele toekomstige migranten belemmeren in hun tocht naar het Westen. Want migratie is een van de belangrijkste manieren waarop men in Ghana een betere levensstandaard hoopt te verkrijgen.

Het (gedwongen) gebruik van mijn vrouwelijkheid in het onderzoek

Vanwege het enorme wantrouwen waar ik tegenaan liep, werd ik genoodzaakt heel zorgvuldig contacten op te bouwen met de (re)migranten. Hierbij speelde mijn vrouwelijkheid een belangrijke rol. De meeste (re)migranten wilden alleen maar aan mijn onderzoek meewerken, omdat ze in mij een potentiële girlfriend zagen. Veel (re)migranten gaven zelfs eerlijk toe, dat wanneer ze met een man van doen hadden gehad, niet aan het onderzoek hadden meegewerkt, en wanneer ik zat te klagen dat ik het zo moeilijk vond om de waarheid boven tafel te krijgen, opperden sommigen om in de slaapkamer verder te praten.
   Vooral de (re)migranten die gedeporteerd waren uit Europa, wilden graag met mij in contact komen, omdat ze hoopten via mij terug in Europa te kunnen komen om alsnog hun gestelde doel te behalen (veel geld verdienen). Ze probeerden me te versieren in de hoop dat ik met ze wilde trouwen en zo een verblijfsvergunning voor Nederland voor hen zou verschaffen. De meeste mannen waren hier heel direct in en vroegen mij of ik getrouwd was en of ik niet met hen wilde trouwen en hen mee naar Nederland wilde nemen.

Een (re)migrant bracht bij elke ontmoeting weer ter sprake, dat hij zo van me hield en dat we toch echt bij elkaar pasten. Hij was bezig papieren te regelen om naar de VS te kunnen gaan, maar zei dat hij dat plan zou laten varen, wanneer ik hem mee naar Nederland zou nemen. Hoewel ik hem meerdere malen had verteld dat ik echt niets met hem wilde, zei hij dat hij elke dag van me droomde en tot God bad. Everyday I'm praying to God to ask to change your mind, so you will go and love me. Vrienden van hem, die mij hadden ontmoet, complimenteerden hem ook met het feit dat ze mij zo mooi vonden. Usually they only come home with ugly, fat whites. But she is beautiful.

Voor de (re)migranten die vrijwillig waren teruggekeerd in Ghana, was ik interessant, omdat omgang met blanken veel prestige gaf en ze ermee konden aantonen, dat ze in het Westen waren geweest en nu wisten hoe ze met blanke vrouwen om moesten gaan. Omdat ik me heel duidelijk bewust was van het feit, dat ik alleen maar in contact met (re)migranten kon komen en blijven vanwege mijn blanke vrouwzijn, speelde ik vaak het spelletje mee. Ik was vriendelijk, sociaal en ging vaak met de (re)migranten uit. Doordat ik zo populair was, kon ik mee naar allerlei sociale gelegenheden, waarbij ik het gedrag van de (re)migranten goed kon bestuderen. Ik paste in hun patroon van veel uitgaan en statusverwerving, waarbij een blanke vrouw extra aanzien gaf.
   Er was slechts een enkeling die niet in mij geïnteresseerd was als vrouw. Zo ontmoette ik George, een succesvolle remigrant die acht jaar in Duitsland had gewoond. Hij was heel erg open naar mij toe, zonder enige avances te maken. Hij bleek echter een motivatie te hebben om met mij om te gaan, namelijk het feit dat ik blank was. Hij nam mij mee naar verschillende instanties waar hij zijn project om Kumasi schoon te houden probeerde te verkopen. Bij de diverse instanties gaf hij voor mijn aanwezigheid als verklaring dat ik voor een NGO werkte en geïnteresseerd was in zijn project. Aangezien in Ghana blanken nog steeds hoog in aanzien staan, kreeg men zo meer vertrouwen in zijn project.

Schipperen met m'n eigen grenzen

De meeste (re)migranten bleven maar vragen of ik al een boyfriend had en of ik hen niet wilde, desnoods voor erbij. Met sommige van hen verbrak ik het contact, omdat ik hun flirtgedrag als te dwingend ervaarde. De continue avances van sommige andere (re)migranten liet ik echter wel in zekere mate toe, omdat ik bang was dat ik de zo moeilijk toegankelijke (re)migranten met wie ik inmiddels een beetje contact had opgebouwd, anders kwijt zou raken. Ik had het gevoel dat wanneer ik me minder vriendelijk zou gedragen, ik belangrijke contacten zou verliezen, omdat ik dan het 'voor wat hoort wat' principe zou doorbreken en dat men het dan niet meer zo interessant zou vinden om met mij te praten.
   Soms kwam ik in situaties waarbij ik niet goed wist in hoeverre ik het flirtgedrag van de (re)migranten toe moest laten. Zelfs wanneer mijn grenzen overschreden dreigden te worden, vond ik het moeilijk om er iets van te zeggen. Ik was bang dat ik hun bereidheid om aan mijn onderzoek mee te werken zou verspelen. Soms probeerden ook (re)migranten bij wie ik me als enige echt op m'n gemak voelde, omdat ze me nooit probeerden te versieren, alsnog met me te sjansen. Zo probeerde een oudere man die zich had aangedragen als mijn vader in Ghana en bij wie ik af en toe mijn onderzoekssores van me af kon praten, na verloop van tijd intiem met mij te doen.

Nadelen van de rol van mijn vrouwelijkheid in het onderzoek

Doordat de meeste (re)migranten zo overduidelijk op één ding uitwaren, durfde ik ook niet met hen naar hun geboortedorp. In mijn onderzoeksopzet had ik in mijn planning opgenomen om de (re)migranten te volgen, wanneer zij hun familie zouden gaan bezoeken. Toen tijdens mijn onderzoek een paar (re)migranten mij uit zichzelf uitnodigden om hen te vergezellen naar hun geboortedorp, twijfelde ik. Voor de interessante informatie die ik dacht te zullen krijgen, wilde ik heel graag met ze mee, maar ik voelde me niet veilig genoeg. Omdat de familie vaak ver weg woonde, zouden we daar moeten overnachten en ik voorzag al, dat de (re)migrant en zelfs zijn familie zouden verwachten dat ik het bed met hem zou delen. Ik had absoluut geen zin in dit soort moeilijke confrontaties en verwachtte enkel problemen, wanneer ik me tegen zulke oneerbare voorstellen zou verzetten. Dus hoewel mijn vrouwelijkheid soms juist extra toegang verschafte, heb ik er ook belangrijke dingen door gemist.
   Het was ook vaak moeilijk om het gesprek continu over (re)migratie te laten gaan. Vooral bij (re)migranten die ik mijn werkelijke doel niet had onthuld, moest ik telkens heel veel moeite doen om achter hun (re)migratiegeschiedenis te komen, omdat men eigenlijk alleen maar probeerde met me te sjansen. Telkens wanneer ik over (re)migratie begon, probeerde men het gesprek een andere wending te geven en probeerde men zoveel mogelijk lol te maken met mij. Mijn nieuwsgierigheid werd niet altijd op prijs gesteld.

Toen ik bij Alex kwam, vertelde hij dat we even ergens langs moesten, maar dat we daarna wat zouden gaan drinken. We reden naar een politiebureau. Nadat de auto was geparkeerd, droeg Alex me op in de auto te blijven. Hij verdween met wat kleren en een paar schoenen achter een grote poort en kwam tien minuten later terug met een jongen die gestoken was in de kleren die Alex zojuist uit de achterbak had gehaald. Toen we door de stad reden, keek de jongen met grote ogen naar buiten. Hij leek Accra niet te (her)kennen. Ik vroeg hem of hij hier allang niet meer geweest was, maar hij ontkende dit. Later begreep ik, ondanks dat ze Twi spraken, dat hij naar Nederland wilde bellen. Dit bevestigde mijn vermoeden dat de jongen net gedeporteerd was. Alex gaf dit ook uiteindelijk toe, maar de jongen bleef het ontkennen en zei tegen mij: Who told you that I'm deported? Nobody told you that. Toen we bij een bar stopten, stonden andere vrienden van Alex er al te wachten. Ze wilden dat ik weer in de auto bleef zitten, omdat ze iets met elkaar te bespreken hadden. Maar ik zei dat ik daar geen zin in had, waarop we iets gingen drinken in de bar. Ze probeerden me weer dronken te voeren door continu grote glazen akpeteschie1 voor me in te schenken. Ik bleef ze aanlengen met water en schonk af en toe m'n glazen bij de anderen bij. De nieuwe jongen bleef heel afwezig en bezorgd voor zich uit staren. Ik probeerde het gesprek weer te krijgen over die jongen, maar Alex zei dat ik te veel vragen stelde. Vervolgens ging een van Alex' vrienden me allerlei vragen stellen over wat ik in Ghana deed, wat voor studie ik dan in Legon volgde, waarom ik niet op de campus woonde, wat mijn specialisatie was en wie mij begeleidde. Ik voelde me ongemakkelijk bij zoveel vragen en vreesde dat hij niet geloofde dat ik echt studeerde. Ik had het gevoel dat hij me verdacht vond, omdat ik me met zaken bemoeide waar ik niets mee te maken had.

Een andere manier waarop mijn vrouwelijkheid juist negatieve effecten had, was wanneer ik daadwerkelijk als iemands vriendin beschouwd werd. Anderen vonden mij dan niet meer interessant. Ik was in hun ogen niet meer beschikbaar en zij wilden dan ook geen moeite meer steken in mijn onderzoek. Eveneens werd ik als girlfriend geacht alleen maar gezellig te doen en daaronder werd niet het stellen van serieuze en gevoelige vragen verstaan.
   Ik werd in een rol gedwongen, waar ik van te voren niet op ingesteld was en waar ik ook niet altijd zin in had. Op een gegeven moment had ik zo genoeg van de positie waarin ik continu terecht kwam, dat ik voor een paar weken naar Kumasi - de tweede stad van Ghana - ben vertrokken en daar mijn onderzoek heb gecontinueerd. Ik moest weer nieuwe contacten opbouwen, hoewel een paar (re)migranten die ik in Accra had ontmoet, familie hadden wonen in Kumasi. Wanneer zij voor een bezoek aan hen in Kumasi langskwamen, kon ik ze zo alsnog volgen, zonder afhankelijk van hen te zijn.
   Dat ik gedwongen werd heel persoonlijke contacten aan te gaan, was ook de voornaamste reden dat ik geen tolk heb genomen. Het leek me niet zo'n goede strategie, omdat ik het toch voornamelijk moest hebben van het vertrouwen en de interesse die mensen in míj hadden, als blanke vrouw. Wanneer ik met een Ghanese vriend aan kwam zetten, werd er al gauw argwanend naar hem gekeken. Altijd vroeg men of hij mijn boyfriend was en bleef men, ook nadat ik dat ontkend had, afstandelijk. Wat ik me pas achteraf heb gerealiseerd, is dat het misschien wél goed was gegaan, wanneer ik met een vrouwelijke tolk had gewerkt. In het veld had ik echter nauwelijks contact met vrouwen en werd ik door hen al snel als een rivale ervaren. Ze waren bang dat ik er met een rijke (re)migrant vandoor zou gaan, waarin ze zelf interesse hadden.
   Afgezien van het feit dat ik het erg vermoeiend vond om continu maar in die rol van potentiële girlfriend te moeten stappen en gestopt te worden, bracht het ook enkele dilemma's met zich mee. Bij sommige (re)migranten had ik mijn onderzoek verborgen gehouden, aangezien mij verteld was dat ik anders geen tot nauwelijks informatie los zou kunnen krijgen. Zo wist een groot deel van de gedeporteerden niet, dat ik onderzoek deed, maar vertelde ik hen dat ik voor een half jaar op een universiteit net buiten Accra studeerde. Bij hen was het onduidelijk wat mijn eigen motieven waren, en zij dachten waarschijnlijk dat ik inderdaad in hen als man geïnteresseerd was. Een van deze gedeporteerden in het bijzonder vond het heel raar, dat ik met zoveel verschillende mannen omging, en hij kreeg extreem last van jaloezie, wanneer hij mij met andere mannen zag. Ik was me ervan bewust dat mijn verborgen rol hiertoe bijdroeg en voelde me schuldig over de pijn die ik indirect veroorzaakte. Ik zag echter geen mogelijkheden om mijn werkelijke motieven aan hem te openbaren en probeerde hem na verloop van tijd te vermijden.

De rol van mijn persoonlijke behoeftes en eigenschappen

Toch vond ik het ook erg moeilijk om telkens mijn eigen gevoelens opzij te zetten. Omdat de (re)migranten mij op uitermate charmante manieren probeerden te versieren, was het moeilijk daar totaal ongevoelig voor te zijn. Daarbij was mijn verblijf in Ghana soms zeer eenzaam en was alle aandacht soms ook wel prettig. Maar ik kon het me niet permitteren om een relatie met een van de (re)migranten aan te gaan, omdat ik wist wat voor consequenties dat zou hebben voor de andere contacten binnen het onderzoek. Dan zou ik voor de meeste (re)migranten niet meer interessant zijn en zouden ze mij geen toegang meer geven tot hun verhalen en hun dagelijkse leven. (Daarbij was ik zelf ook zeer wantrouwig, omdat ik wist dat hun motivatie om mij als vriendin te hebben niet helemaal zuiver was.)
   In dit spel van aantrekken en afstoten was het soms zeer moeilijk om me continu bewust te blijven van de andere codes die in Ghana gelden. Aangezien ik vanuit mijn Nederlandse achtergrond een zeer open persoon ben en ook gemakkelijk lijfelijk contact maak met zowel mannen als vrouwen, kon dit gedrag heel anders uitgelegd worden in Ghana. Het was moeilijk om me continu anders te gedragen dan ik gewend ben, en ik zal daarom soms ook signalen hebben uitgestraald die de Ghanese mannen (en vrouwen) opgevat hebben als zijnde welwillend of provocatief, hoewel die niet als zodanig bedoeld waren.

Noot

1. Akpeteschie is een lokale, zeer sterke drank, vergelijkbaar met brandewijn. Het alcoholpercentage ligt veelal tussen de 40 en 80 %.

vorige naar index volgende