![]() |
Culturele Antropologie Utrecht
CAses
|
Cultuuroverdracht in het licht van migratie
Verschuiving van waarden bij Turkse moeders en dochters
Wimke van 't Spijker
Het geïnteresseerd zijn in mensen én in cultuur kwam voor mij samen in de studie culturele antropologie. Het onderwerp van mijn afstudeeronderzoek heb ik gezocht in het verlengde van wat ik als vormingsleidster in het vormingswerk en als docente agogiek in het MBO ben tegengekomen. Een studie kan zo enorm stimulerend werken in de dagelijkse bezigheden. Gelukkig is het mogelijk een afstudeeronderzoek op te zetten met beschikbaar onderzoeksmateriaal. Vooraf heb ik gedacht de levendigheid die ik veronderstel aanwezig te zijn bij een veldonderzoek, te moeten missen. Toch heeft het mij aan levendigheid niet ontbroken. Zelfs met bestaand materiaal en in de eigen omgeving blijkt het mogelijk de spanning tot grote hoogte te brengen, naast uren van stug doorgaan. Ook worden momenten van desillusie en plezier om een gevonden denklijn met elkaar afgewisseld.'Een verschijnsel blijft onverklaarbaar zolang het gezichtsveld niet breed genoeg is om de context in te sluiten waarin het optreedt.' Paul Watzlawick
Onderzoeksopzet
Het materiaal voor het onderzoek
Onder leiding van Lesthaeghe (1997) is in België een sociografisch
onderzoek gehouden, waarin sociale verandering onder etnische minderheden
in kaart is gebracht. Hier zijn door middel van demografisch en sociografisch
onderzoek, surveys, volkstellingen en diepte-interviews, databestanden
aangelegd. Eén van deze onderzoeken is een dubbelenquête die
onder Turkse en Marokkaanse vrouwen in België gehouden is van 1991
tot 1993. Door middel van deze enquête, Gezinsvorming en Waardenpatronen,
wilde men onder andere inzicht krijgen in de generationele waardenpatronen
bij Turkse en Marokkaanse migrantenvrouwen in Vlaanderen en Brussel. De
eerste enquête van deze dubbelenquête werd in 1991 uitgevoerd
bij de Turkse vrouwelijke bevolkingsgroep in Vlaanderen en Brussel. In
deze enquête is een bestand gemaakt van Turkse 'moeder-dochter' paren.
Dit unieke bestand leende zich voor verder onderzoek naar intergenerationaliteit
van waarden. De Turkse enquête werd gevolgd door eenzelfde enquête
onder Marokkaanse vrouwen in Vlaanderen en Brussel. Voor mijn onderzoek
heb ik gebruik gemaakt van een gedeelte van dit bestaande onderzoeksmateriaal,
verzameld onder leiding van Lesthaeghe.
Wat is de onderzoeksvraag?
Ten behoeve van dit onderzoek heb ik de volgende onderzoeksvragen geformuleerd.
Hoe loopt cultuuroverdracht binnen de migratiecontext in de relatie
van moeders en dochters? Is deze cultuuroverdracht in kaart te brengen?
Wat is de inhoud van deze cultuuroverdracht?
Hoe ziet de onderzoekspopulatie eruit?
De gehele onderzoekspopulatie van Lesthaeghe, bestaande uit 846 vrouwelijke
respondenten, heeft een gemiddelde leeftijd van 29 jaar. Bij migratie zijn
de vrouwen gemiddeld 15 jaar. Ze zijn gemiddeld 18 jaar bij het huwelijk
en hebben gemiddeld 2 kinderen. Ze spreken goed Turks en redelijk Nederlands.
Ze lezen en schrijven een beetje Nederlands en spreken een beetje Frans.
Ze begrijpen het TV-journaal met enige tot veel moeite.
Binnen deze steekproef zijn 112 'moeders en dochters'
geselecteerd. Voor mijn onderzoek is alleen gebruik gemaakt van de 112
Turkse moeder-dochter paren die deelgenomen hebben aan de enquête
van Lesthaeghe. Ik beperk mij nu tot een korte beschrijving van deze moeder-dochter
paren. De gemiddelde leeftijd van de moeders is 47 jaar; die van de dochters
23 jaar. De moeders zijn bij migratie gemiddeld 26 jaar; de dochters gemiddeld
6 jaar. Moeders hebben gemiddeld 5 kinderen; dochters hebben, indien ze
kinderen hebben, gemiddeld 1 kind. Moeders en dochters spreken beide goed
Turks. De dochters spreken, lezen en schrijven goed Nederlands; de moeders
niet of een beetje. De dochters volgen het TV-journaal zonder of met enige
moeite; de moeders begrijpen het TV-journaal alleen met veel moeite. Voor
deze moeder-dochter paren geldt, met andere woorden, dat de dochters beter
zijn opgeleid en meer sociaal geïntegreerd zijn in het gastland dan
de moeders.
Schaalconstructie
De bestaande variabelen uit het onderzoek van Lesthaeghe hebben verschillende
meetniveau's. Deze zijn op nominaal niveau, ordinaal niveau en intervalniveau.
Bij een meetniveau op nominaal niveau moet de respondent één
antwoord kiezen uit een lijst met meerdere mogelijkheden. Bijvoorbeeld,
op de vraag hoe respondent de echtgenoot leerde kennen, kan respondent
een antwoord kiezen uit mogelijkheden als: de ouders beslisten; ouders
of familie beslisten over m'n huwelijk, nadat ze mijn mening hadden gevraagd;
we beslisten voor onszelf en kregen toestemming van de familie; we beslisten
zelf en ouders waren het niet met onze keuze eens. Bij een meetniveau op
ordinaal niveau is gemeten aan de hand van een 'pick and order format'.
De respondent moet eerst de belangrijkste en vervolgens de tweede, derde
enzovoorts belangrijkste keuze aangeven. Bijvoorbeeld, bij opvoedingsdoelen
kunnen respondenten het eerste, tweede en vervolgens derde belangrijkste
kenmerk aangeven voor een jongen. Een keuze kan dan gemaakt worden uit:
een kind moet goede manieren hebben; een kind moet voor zichzelf kunnen
denken; een kind moet gehoorzaam zijn aan de ouders en een kind moet geïnteresseerd
zijn in het hoe en waarom van de dingen. Bij het meetniveau op intervalniveau
moet de respondent bijvoorbeeld aangeven of zij het met een stelling eens
of oneens is, op een meerpuntenschaal. 1 Staat dan voor 'helemaal mee eens'
tot 6 dat staat voor 'helemaal mee oneens'. Een voorbeeld van een stelling
waarbij de respondent aan moet geven het er helemaal mee eens te zijn of
juist helemaal niet, is: Een vrouw moet die dingen doen, die haar man haar
oplegt.
Voor een aantal thema's zijn schalen geconstrueerd aan
de hand van factoranalyse (Principale Componenten Analyse, PCA, met varimax
rotatie). Voor de verschillende schalen zijn somscores berekend. De betrouwbaarheid
van deze schalen is gemeten met Cronbachs Alpha.
Attitudes
In mijn onderzoek wordt de aandacht gericht op overeenkomsten en verschillen
van moeders en dochters op een achttal attitudeaspecten van cultuur. Om
overeenkomsten en/of verschillen te kunnen aanwijzen zijn een aantal variabelen
met betrekking tot attituden op verschillende levensdomeinen in het onderzoek
van Lesthaeghe onderscheiden, die opvattingen van mensen weergeven. Hieruit
zijn acht attitudedomeinen gekozen, die de overdracht van cultuur tussen
moeders en dochters kunnen aantonen. Deze relevante variabelen zijn gegroepeerd
rondom centrale thema's in de acht attitudedomeinen. De acht attitudeaspecten
van cultuur waarop het onderzoek zich richt, zijn achtereenvolgens:
Resultaten
Wat zijn de attitudes van moeders?
Moeders willen hun kinderen conformistisch opvoeden. Zij zijn voor
een conformistische regeling van het huwelijk. Ze hebben kinderen, omdat
deze een affectieve functie vervullen. Moeders staan positief tegenover
religie en zien zichzelf als moslim. Ze nemen deel aan de ramadan en sturen
de kinderen naar de koranschool. In hun politieke opvattingen zijn moeders
niet uitgesproken behoudend of progressief. En over de toekomst denken
ze in non-conformistische termen.
Hoe consistent zijn moeders?
Moeders zijn in hun attitudes niet echt consistent. Wanneer moeders
hun jongens conformistisch willen opvoeden, betekent dat niet automatisch
dat ze dat ook voor hun meisjes willen. Ook betekent conformistisch opvoeden
niet vanzelfsprekend ook een conformistische attitude op de andere levensterreinen.
Wel is het zo, dat wanneer moeders conformistisch denken over de positie
van de vrouw, ze dan een individualistische opvoeding minder belangrijk
vinden.
Wat zijn de attitudes van dochters?
Dochters willen met name hun dochters, hun kinderen conformistisch
opvoeden. Ze hebben kinderen vanwege affectieve belangen. Ze zien de positie
van de vrouw niet conformistisch, denken gematigd traditioneel over de
regeling van het huwelijk, denken positief over de functie van religie,
beschouwen zich Moslim, nemen deel aan de ramadan en sturen hun kinderen
naar de koranschool. In hun politieke opvattingen zijn dochters meer progressief
dan behoudend en over de toekomst denken ze in non-conformistische termen.
Hoe consistent zijn dochters?
Dochters zijn in hun attitudes meer consistent dan moeders. Wanneer
ze kiezen voor een conformistische of individualistische opvoeding, dan
willen ze dat voor jongens én meisjes. Bovendien betekent een conformistische
attitude op dit terrein ook, dat ze op de andere levensdomeinen een conformistische
attitude hebben. Hetzelfde geldt, wanneer dochters individualistische opvoedingsdoelen
hebben; ze hebben dan ook non-conformistische attitudes op de andere terreinen.
Is er sprake van intergenerationele overdracht?
Op slechts drie vlakken is (licht) sprake van intergenerationele overdracht.
Het conformistisch denken over de positie van de vrouw is iets dat wordt
overgedragen van moeder op dochter. Daarnaast is er sprake van overdracht
op het gebied van moskeebezoek. Moskeebezoek wordt overgedragen, maar dan
wel in omgekeerde richting, lijkt het. Moeders gaan naar de moskee, dochters
bijna niet. Bovendien is er sprake van overdracht op het vlak van toekomstverwachtingen.
Moeders met non-conformistische denkbeelden dragen conformistische toekomstverwachtingen
over op hun dochters.
Zijn er verschuivingen te zien van moeders naar dochters of andersom?
Over alle terreinen blijkt, dat dochters minder conformistisch zijn,
denken en doen dan moeders. Wat betreft het opvoeden van kinderen, voeden
dochters hun kinderen minder conformistisch en meer individualistisch op.
Wat betreft de waarde van het hebben van kinderen, zien dochters het hebben
van kinderen op het vlak van affectie. Inzake de positie van vrouwen vinden
dochters, dat vrouwen zich minder conformistisch behoeven te gedragen.
Wat betreft politieke opvattingen, denken dochters minder traditioneel
en meer progressief. Ook vinden dochters dat het huwelijk minder traditioneel
geregeld hoeft te worden. Over de waarde of betekenis van religie denken
dochters iets minder positief. Ze gaan minder naar de moskee, maar sturen
hun zoons wel meer naar de koranschool. Wanneer het gaat over het denken
over de toekomst, is er een verschuiving te zien van moeders naar dochters,
waarbij dochters iets minder conformistisch over de toekomst denken én
iets minder non-conformistisch.
Besluit
Het meest verrassende resultaat van dit onderzoek is het feit, dat dochters
meer consistent blijken te zijn in hun attitudes, terwijl moeders op de
verschillende attitudeterreinen minder eensluidend zijn. Hoe omgegaan wordt
met situaties, zoals na migratie, is voor moeders en dochters verschillend.
In de literatuur ten aanzien van interculturele overdracht, ten behoeve
van de literatuurscriptie, is dit vergeleken met een samengesteld model.
Hierin zijn het uiteindelijke, bewuste of onbewuste doel van acculturatie
(de acculturatiestrategieën van Berry) en de fase waarin men zich
kan bevinden, geplaatst tegen de wisselwerking van de individuele leden
van de dominante en minderheidsgroepen en de omgeving. Het blijkt, in de
literatuur, belangrijk te zijn een biculturele competentie te ontwikkelen.
In deze studie wordt dit gegeven onderschreven. Vrouwen blijken in staat
te zijn deze spanningsvolle situaties productief en creatief te benutten.
Een duidelijke verschuiving tussen moeders en dochters
is zichtbaar in de richting van non-conformistische attitudes. Ook is gevonden
dat affectieve waarden bij zowel moeders als dochters belangrijk zijn.
Gezien de aard van de gebruikte vragen voor deze studie is het misschien
te simplistisch te onderschrijven wat Kagitcibasi (1990) zegt. Namelijk,
dat de waarde van kinderen niet onder invloed van veranderende economische
factoren verschuift in de richting van individualiteit en autonomie. Dat
de verschuivingen niet in hetzelfde tempo en op alle levensdomeinen tegelijk
plaatsvinden, is iets dat met behulp van het samengestelde model herkend
kan worden. Immers wat voorkomen dient te worden, zijn grote veralgemeniseringen.
In de literatuur zijn deze veralgemeniseringen erg aanwezig, kijkend naar
grote algemene tegenstellingen als westers - niet westers, en traditioneel
tegenover modern. De praktijk laat zien, dat de werkelijkheid zich via
andere patronen afspeelt, waarbij rekening wordt gehouden met de dagelijkse
realiteit.
De wederkerigheid die er bestaat in de uitwisseling van
gedachten en invloeden van kinderen en ouders, heeft ook haar neerslag
op het ontvangende land. In het ontvangende land dienen dan ook mensen,
scholen, instellingen en beleid zich bewust te zijn van deze wederkerigheid
en rekening te houden met dit wederkerige proces. De actie in de richting
van een gezonde multiculturele samenleving ligt dus bij de mensen uit het
ontvangende land en bij migranten beide.
Dat dochters zich meer consistent opstellen in een ofwel
conformistische ofwel individualistische opvoeding, kan beïnvloed
zijn doordat dochters meer opleiding hebben genoten en daardoor een meer
bewuste houding aan kunnen of willen nemen. Het kan ook te maken hebben
met het feit, dat dochters wat betreft hun identiteitsontwikkeling meer
gericht zijn op een versteviging van identiteit in plaats van hun identiteit
samen te stellen uit verschillend gevormde deelidentiteiten, verkregen
op verschillende levensdomeinen.
Een beperking van het onderzoek is het werken met bestaand
onderzoeksmateriaal. Het onderzoek met bestaand materiaal dicteert namelijk
een bepaalde richting. Je kunt niet om de bestaande vragen en variabelen
heen, en kunt geen informatie krijgen over onderwerpen en of nuances die
een ander licht kunnen werpen op de vraagstelling.
Literatuur
Lesthaeghe, R., Diversiteit in sociale verandering:
Turkse en Marokkaanse vrouwen in België.
Brussel: VUB, 1997.
Kagitcibasi, C., 'Family and socialization in cross-cultural
perspective: A model of Change.
In: J. Berman (ed.), Nebraska
Symposion on Motivation 1989, Lincoln: University of Nebraska Press,
1990, pp 135-197.