![]() |
Culturele Antropologie Utrecht
CAses
|
Het afstudeeronderzoek: resultaat van keuzes
Myra van Veenendaal
Wie aan het begin van zijn of haar studie staat, heeft meestal nog geen
idee welke vorm een en ander aan het eind van de studie zal aannemen. Als
je aan een studie begint, is het ten eerste al moeilijk te voorspellen
of je deze af zult maken of dat je onderweg zult afhaken. Ten tweede hebben
diegenen die hun studie wel afronden, hier soms een richting aan gegeven,
die ze van te voren nooit hadden kunnen bedenken. Dit laatste is ook op
mij van toepassing. Aan het begin van mijn studie had ik nooit gedacht,
dat ik zou afstuderen op het onderwerp waar ik uiteindelijk voor heb gekozen.
Ik heb zelf vaak de indruk gehad, dat de studie culturele
antropologie zo breed is, dat bijna alles lijkt te mogen en te kunnen.
Dit maakt het soms extra lastig om voor één bepaald onderwerp
te kiezen. Bovendien denk ik, dat de keuze voor het afstudeeronderwerp
samenhangt met eerdere keuzes die je in je studietijd hebt gemaakt. Nu
dat ik, ter afronding van mijn studie, een stukje moet schrijven dat 'iets
met de afstudeerscriptie te maken heeft', vind ik het leuk om te schrijven
over het proces dat uiteindelijk tot de keuze van mijn afstudeeronderwerp
heeft geleid en hoe ik dit onderwerp vorm heb gegeven.
Keuze voor de studie culturele antropologie
Ik weet nog goed, hoe ik eind '93 in een klaslokaal zat van de Hogeschool
Holland in Diemen, alwaar ik de opleiding Nederlands Tekstschrijven volgde.
Het was een college 'Journalistiek schrijven' en we bespraken een artikel
dat handelde over de gruwelijkheden die Hutu's en Tutsi's elkaar aandeden
in Rwanda. In dit artikel stonden de meest vreselijke dingen beschreven
en, terwijl de docente en mijn medestudenten zich bezig hielden met de
opbouw van de tekst, vroeg ik me af hoe het in godsnaam zover kon komen,
dat mensen in het hetzelfde land elkaar dit konden aandoen.
Vanaf dat moment wist ik, dat ik niet op deze manier met
teksten om kon gaan. Als ik zelf ergens over zou schrijven, zou ik mezelf
er zodanig in hebben willen verdiepen, dat mijn teksten niet beperkt zouden
blijven tot verslaggeving van gebeurtenissen. Ik zou er het fijne van willen
weten en dit over willen brengen op de lezer.
Omdat ik mij altijd heb geïnteresseerd in andere
culturen, heb ik mij, terwijl ik hard studeerde om mijn HBO-propaedeuse
te halen, ingeschreven voor de studie culturele antropologie. September
'94 begonnen de eerste colleges en na niet al te lange tijd wist ik, dat
ik mijn plek had gevonden.
Ervaringen buiten de studie
Naast mijn studie heb ik steeds bijbaantjes gehad: achter de kassa bij Mac Donalds, taartenbakkend in het restaurant van V&D enzovoorts, enzovoorts. In dit werk heb ik veel contact gehad met mensen, zowel allochtone als autochtone Nederlanders. Ik vond het interessant om te zien, hoe deze mensen met elkaar omgingen op de werkplek. Zo heb ik mijzelf dikwijls een 'participerende observant' in het veld gevoeld. Verschillende situaties deden zich voor, die bij mij vragen opriepen omtrent de integratie en acceptatie van en de beeldvorming over allochtonen in Nederland. Zo herinner ik mij de hoog oplopende discussies in de keuken van de Mac Donalds ten tijde van de verkiezingen. Hoe kon een (autochtone) collega die dagelijks (zowel tijdens als buiten werkuren) de grootste lol had met een van oorsprong Marokkaanse collega, stemmen op de Centrum Democraten?
"Dus je wil me weg hebben!?", riep de Marokkaanse jongen verontwaardigd uit.Ik herinner me ook de keer dat een Ma Flodder-achtige verschijning het restaurant binnen kwam gestormd en in gehaast, plat Utrechts een bestelling aan me doorgaf, die ze vervolgens drie keer wijzigde. Mijn (autochtone) collega had bij de eerste bestelling de hamburgers en aanverwante artikelen al op het dienblad geplaatst. Bij de eerste wijziging dreigde het al de mist in te gaan, maar toen mevrouw zich nog twee keer bedacht, was het eindresultaat al helemaal niet wat ze had bedoeld. Dit leidde tot grote woede. Een blik op mijn buitenlands uitziende hoofd werpend (ik ben Surinaams/Nederlands), stelde de ontevreden klant met zekerheid vast: "Het leg d'r gewoon oan da je gewoon geen Hollaands ken verstoan".
- "Nee, natuurlijk niet."
"Maar je bent toch tegen buitenlanders?"
- "Ja, maar jij bent geen buitenlander."
"En ik dan?", schreeuwde een vrouwelijke Surinaamse collega. "Moet ik wel weg!?"
- "Nee, jij ook niet, natuurlijk."
Keuze voor het te volgen tracé
Naar aanleiding van dergelijke situaties kwamen er verschillende vragen
bij me op, die me intrigeerden. "Wat is integratie?" "Leidt integratie
vanzelfsprekend tot acceptatie?" "Hoe ontstaan vooroordelen, racisme en
discriminatie?" "Welke beeldvorming bestaat er rond allochtonen, hoe komt
deze tot stand en welke invloed heeft dit in het dagelijks leven?"
Toen ik aan het eind van het tweede jaar van mijn studie
moest kiezen, welk tracé ik wilde volgen, was de keuze snel gemaakt.
Hoewel vreemde culturen in verre landen lonkten, ben ik van mening dat
Nederland voldoende onderwerpen biedt, die voor een antropoloog interessant
zijn om te onderzoeken. Daarom heb ik er toen voor gekozen het tracé
'Studies van Culturen en Minderheden' te volgen. Binnen dit tracé
wordt veel aandacht besteed aan de integratie van migranten in de samenleving.
Naar mijn mening wordt dit onderwerp vaak op een negatieve manier benaderd.
Hiermee bedoel ik, dat wanneer er wordt gesproken over de integratie van
migranten, de nadruk vaak wordt gelegd op de problemen die zich hierbij
voordoen. Ik zal niet ontkennen dat de integratie van migranten problemen
met zich mee kan brengen, maar ik denk tegelijkertijd dat er ook andere
manieren zijn om te schrijven over de integratie van migranten.
Keuze voor het onderwerp van afstuderen
In mijn afstudeeronderzoek wilde ik mij bezighouden met het onderwerp
van integratie van migranten in Nederland, maar ik wilde dit op een positieve
manier benaderen. Ik wilde niet over migranten schrijven als zijnde mensen
die per definitie buitengesloten zijn van de samenleving en die volledig
afhankelijk zijn van de kansen die de samenleving hen al dan niet biedt.
Ik wilde schrijven over de actieve rol die migranten kunnen spelen in het
integratieproces. Mensen die hun eigen kansen creëren, in plaats van
af te wachten.
Wat mij verder opviel aan de leerstof binnen het tracé
was, dat de positie van vrouwelijke migranten relatief weinig of vaak zelfs
geheel niet wordt belicht, wanneer er over de integratie van migranten
wordt gesproken. Ik vond dit opmerkelijk, want migranten zijn natuurlijk
niet alleen maar mannen. En gaat hetgeen voor mannen geldt, vanzelfsprekend
ook op voor vrouwen? Omdat ik bovendien het idee heb, dat er nog altijd
veel vooroordelen bestaan over vrouwelijke migranten, wilde ik met mijn
afstudeerverslag iets bijdragen aan de beeldvorming omtrent deze vrouwen.
Maar vanuit welke invalshoek pak je zoiets aan? Uiteindelijk ben ik toen
gekomen op het zelfstandig ondernemerschap van vrouwelijke migranten.
Het ondernemerschap
Ik zie het zelfstandig ondernemerschap van migranten als een inventieve
manier van migranten zèlf om deel te nemen aan de economie. Zij
creëren door het ondernemerschap werkgelegenheid voor zichzelf en
eventueel voor anderen (uit de eigen etnische groep). Hierdoor creëren
zij mogelijkheden om geld te verdienen, ondanks dat zij op de arbeidsmarkt
vaak worden uitgesloten.
Voor migranten is het vaak moeilijker dan voor autochtonen
om een bedrijf te beginnen, omdat zij niet bekend zijn met de geldende
wet- en regelgeving in het land en omdat er sprake kan zijn van een taalprobleem.
Ook voor vrouwen kan het extra moeilijk zijn een eigen bedrijf te starten
en te runnen, omdat zij vaak niet serieus worden genomen als vrouwelijke
ondernemer (bijvoorbeeld bij het verkrijgen van een lening bij de bank).
Vrouwelijke migranten die ondanks deze belemmeringen toch een eigen bedrijf
hebben, moeten over veel moed, wilskracht en doorzettingsvermogen beschikken.
Door over deze vrouwen te schrijven hoop ik bij te dragen aan de positieve
beeldvorming rond deze groep.
Oriëntatie op het onderwerp: de literatuurscriptie
Het onderwerp van ondernemerschap van vrouwelijke migranten was geheel
nieuw voor mij. Om mijzelf op dit onderwerp te oriënteren heb ik eerst
literatuur gelezen over het ondernemerschap in het algemeen en over vrouwelijke
ondernemers in het bijzonder. Daarna ging ik op zoek naar literatuur over
vrouwelijke migrantenondernemers, zodat ik hier mijn literatuurscriptie
over kon schrijven. Helaas is er nog zo weinig over dit onderwerp gepubliceerd,
dat ik vrijwel geen literatuur hierover kon vinden. Daarom heb ik besloten
de literatuurscriptie te gebruiken om een overzicht te krijgen van de theorieën
die bestaan op het gebied van het migrantenondernemerschap in het algemeen.
Ik heb dit gedaan aan de hand van de volgende vraagstelling: "Wat zijn
de bepalende factoren in de verklaring van het succesvol ondernemerschap
van migranten?"
Ik heb twee soorten verklaringen gevonden hiervoor. De
ene verklaring legt de nadruk op de markt als bepalende factor voor het
succesvol ondernemerschap van migranten. De markt is het geheel van vraag
en aanbod. De mate waarin migrantenondernemers in staat zijn te beantwoorden
aan de vraag, wordt in deze verklaring gezien als de bepalende factor voor
het succes van migrantenondernemers. De andere verklaring legt de nadruk
op de sociale netwerken van migrantenondernemers. Een sociaal netwerk is
het geheel van sociale relaties waarin migrantenondernemers zijn ingebed.
De sociale netwerktheorie gaat er vanuit dat migrantenondernemers zijn
ingebed in een sterk sociaal netwerk dat gebaseerd is op gedeelde etniciteit
van de leden. Migrantenondernemers kunnen een beroep doen op dit netwerk.
Op deze manier kunnen zij via via aan zaken komen, die gunstig zijn voor
hun ondernemerschap, zoals informatie over bedrijfspanden, adviezen over
personeel, rente-vrije leningen enzovoorts. Het uitgangspunt van deze laatste
theorie vond ik erg interessant. Daarom heb ik de sociale netwerktheorie
gekozen als theoretisch kader van mijn empirisch onderzoek.
Het empirisch onderzoek
In mijn empirisch onderzoek wilde ik dus vrouwelijke migrantenondernemers
in Nederland onderzoeken en dit binnen het kader van de sociale netwerktheorie
plaatsen. In eerste instantie was ik van plan mijn respondenten te zoeken
binnen één etnische groep en allen werkzaam binnen één
en dezelfde branche. De reden hiervoor was, dat ik zo weinig mogelijk variabelen
wilde hebben in mijn onderzoekspopulatie. Helaas bleek het niet mogelijk
te zijn deze criteria te handhaven, om drie redenen. Ten eerste bleek de
groep vrouwelijke migrantenondernemers in Nederland relatief klein te zijn.
Op een bepaald punt in mijn onderzoek werd ik door verschillende mensen
steeds naar dezelfde onderneemsters verwezen. Ten tweede waren deze vrouwen
vrij moeilijk te bereiken. Tenslotte had ik te maken met een grote non-respons
die volgens mij te wijten was aan het feit dat ten tijde van mijn onderzoek
er nogal veel te doen was over het ondernemerschap van vrouwelijke migranten.
Hierdoor waren veel vrouwen al meerdere malen benaderd door verschillende
mensen die hen wilden interviewen. Sommigen hadden het gewoon te druk en
anderen hadden gewoon geen zin.
Uiteindelijk heb ik vijftien onderneemsters kunnen interviewen,
die ofwel van Chinese, Surinaamse, Turkse of Marokkaanse afkomst zijn en
hun bedrijf hebben in verschillende branches. Mijn vraagstelling hierbij
was: "In hoeverre mobiliseren vrouwelijke migrantenondernemers hun sociaal
netwerk ten gunste van hun eigen bedrijf?" Er is vrijwel niets geschreven
over dit onderwerp; daarom zie ik mijn eigen onderzoek als een explorerend
onderzoek. Dat de onderzoekspopulatie wat betreft herkomst en branche nogal
variabel was, heb ik hierdoor uiteindelijk niet als een minpunt ervaren.
Om mijn probleemstelling onderzoekbaar te maken heb ik
het ondernemerschap uiteengezet in verschillende punten, namelijk het bedrijfspand,
startkapitaal, personeel, leveranciers, boekhouder, ondernemerschapsvaardigheden,
lidmaatschap van brancheverenigingen en het eigen huishouden. Op ieder
van deze punten heb ik geprobeerd te onderzoeken, in hoeverre mijn respondenten
hierbij gebruik maakten van hun sociaal netwerk. Ik heb daarbij gebruik
gemaakt van open interviews waarbij ik een topiclijst hanteerde. Deze interviews
duurden gemiddeld anderhalf uur en vonden meestal plaats in het bedrijf
van de vrouw of in een enkel geval bij haar thuis. De interviews zijn alle
opgenomen op een cassettebandje, waarna ik ze thuis letterlijk heb uitgewerkt.
In het uiteindelijke afstudeerverslag heb ik geprobeerd mijn eigen bevindingen
over vrouwelijke migrantenondernemers te koppelen aan de algemene sociale
netwerktheorie en te bekijken wat de verschillen en overeenkomsten zijn
tussen beide. Het verslag heb ik geïllustreerd met citaten van de
verschillende respondenten.
Conclusie
Ik denk niet, dat dit de plaats is om uit te wijden over mijn conclusies.
Wat ik echter wel kwijt wil, is dat één van de belangrijkste
dingen die ik heb geleerd, is dat bestaande theorieën ook slechts
gebaseerd zijn op het onderzoek van anderen. Deze theorieën kunnen
zeker als richtlijn dienen, wanneer je zelf onderzoek gaat doen. Wat mij
echter wel duidelijk is geworden, is dat wanneer de tijd, plaats en groep
waarbinnen onderzoeken plaatsvinden, variëren, theorieën in ieder
geval niet klakkeloos over te nemen zijn voor elke andere tijd, plaats
en groep.
Een laatste opmerking die ik kwijt wil, is dat ik besef
dat ik het mezelf met de keuze van mijn afstudeeronderwerp vrij moeilijk
heb gemaakt door te kiezen voor een zodanig nieuw onderwerp, dat er nog
maar weinig over geschreven is. Hierdoor had ik weinig specifieke theoretische
informatie tot mijn beschikking om mee te beginnen en mee verder te gaan.
Soms stuitte ik hierdoor op onbegrip van de mensen om mij heen. Anderen
waren erg enthousiast. Dikwijls heb ik mijzelf afgevraagd: "Waar ben ik
aan begonnen?" Maar ik weet, dat dit is wat ik wilde, dat het mijn eigen
wel doordachte keuze is geweest. En nu dat mijn afstudeerverslag klaar
is, heb ik zeker geen spijt van mijn keuze. Ik kijk naar mijn verslag en
besef, dat als ik me aan het begin van mijn studie een afstudeeronderwerp
had kunnen wensen, dat dit het zou zijn.
Literatuur
Portes, A., The Economic sociology of immigration:
Essays on networks, ethnicity and entrepreneurship. Russel Sage NY,
1995.
Waldinger, R., R. Ward & H. Aldrich, Ethnic entrepreneurs:
Immigrant business in industrial societies. Sage Newbury Park, 1990.