Culturele Antropologie Utrecht

CAses
hoogtepunten uit het afstudeeronderzoek


1999
 

Religie als brug
De betekenis van religieuze hulpverleningsorganisaties
voor ex-prostituees in Nederland

Diane Koster

Inleiding

Meer en meer horen we de laatste jaren over een groeiende kloof die de bevolking dreigt te verdelen. Wanneer iemand een minder gunstige positie bezit qua opleidingsniveau, inkomen, woonsituatie, etniciteit, gezinssituatie, leeftijd en geslacht, kan deze in een proces van sociale uitsluiting terechtkomen (Engbersen, 1997: 50). Bepaalde groepen in de samenleving bevinden zich in een dergelijk proces van uitsluiting en ondervinden de negatieve gevolgen van verdeling in de samenleving. De vraag rijst of dit proces omkeerbaar is of zich juist beweegt in een neerwaartse richting. Deze vraag vormde de achtergrond voor mijn onderzoek met en naar vrouwen die werkzaam waren als prostituee in de grote steden van Nederland.

Onderzoek

In dit onderzoek stonden religieuze ex-prostituees centraal. Dit zijn vrouwen die in de prostitutie hebben gewerkt en op een gegeven moment een zodanige ervaring hebben ondergaan, dat zij religieus, gelovig, zijn geworden. De vrouwen uit de onderzoeksgroep hebben tijdens de prostitutie in religie, soms door middel van een religieuze hulpverleningsorganisatie1, mogelijkheden gezien om zich te ontworstelen aan het proces van uitsluiting waarin zij zich bevonden. Enkele vrouwen zijn juist na de periode in de prostitutie erg door religie beïnvloed geraakt en konden hierdoor problemen die ex-prostituees ondervinden, beter hanteren.
   In het onderzoek heb ik gezocht naar de betekenissen van religie in het proces van prostituee naar ex-prostituee en de rol die religieuze hulpverleningsorganisaties hierin spelen. Op grond hiervan zijn een aantal onderzoeksvragen geformuleerd. Deze zijn uitgewerkt met behulp van verschillende onderzoeksmethoden, zoals open en gestructureerd interviewen, participerende observatie, observaties en secundair bronnenonderzoek. Naast leeswerk betekende dit het op pad gaan met een cassetterecordertje of meedraaien in een open huis voor daklozen, door bijvoorbeeld boterhammen met pindakaas te smeren, participerende observatie in een huiskamer voor straatprostituees en het meegaan met respondenten naar religieuze diensten.

Achtergronden voor prostitutie

De groep vrouwen die betrokken was bij dit onderzoek, was zeer divers. Binnen deze groep heb ik onderscheid kunnen maken tussen twee groepen vrouwen, wat betreft hun afkomst en redenen waarom zij in de prostitutie terecht zijn gekomen. Wat betreft afkomst is er een onderscheid te maken tussen niet-westerse en westerse vrouwen. De niet-westerse vrouwen kennen een geschiedenis van armoede, overleven en strijd leveren voor de kinderen en hun toekomst. Vaak betrof het zogenaamde 'female headed households': huishoudens waarbij de moeder alleen aan het hoofd staat. Prostitutie maakte deel uit van hun overlevingsstrategie, voor enkele vrouwen al in het land van herkomst, voor anderen op het moment dat zij in Nederland aankwamen. Deze vrouwen hebben vrijwel zonder uitzondering nauwelijks enige opleiding gehad en ook het beroep dat zij beoefenden, gaf slechts weinig mogelijkheden tot het verkrijgen van een goed inkomen. Uiteindelijk zijn de vrouwen, soms onder valse voorwendselen, terechtgekomen in de prostitutie in Nederland.
   De westerse vrouwen, van Nederlandse en (Oost-)Europese afkomst, zijn in twee categorieën op te splitsen: enkele vrouwen zijn door hun drugsverslaving terechtgekomen in een vrijwel uitzichtloze situatie, waardoor zij als prostituee probeerden hogere inkomsten te verkrijgen. De andere categorie vrouwen heeft in het verleden zulke indringende ervaringen opgedaan, bijvoorbeeld door incest, dat zij hierdoor innerlijk verscheurd zijn geraakt en prostitutie voor hen min of meer een vervolg van vroeger is geworden. Vaak hebben zij een jeugd gehad van pleeggezinnen en kindertehuizen. Hoewel deze vrouwen meer opleiding hebben genoten dan de niet-westerse vrouwen, hebben ook deze vrouwen slechts een laag onderwijsniveau bereikt.

Strijd in de prostitutie

Duidelijk is, dat alle vrouwen hun leven lang al strijd voeren om het bestaan. Voordat de vrouwen terechtkwamen in de prostitutie, bevonden zij zich al in een situatie van armoede en/of uitsluiting. Prostitutie leek voor hen een strategie om hieruit te komen. Als prostituee worden zij echter geconfronteerd met allerlei aspecten van uitsluiting. Allereerst toont zich dit in een illegale status. Een groot aantal respondenten kwam illegaal naar Nederland. Veel respondenten zijn dit gevaar tegengegaan door een schijnhuwelijk te sluiten met een man met een Nederlandse identiteit. Hierdoor verkregen de vrouwen een Nederlandse nationaliteit.
   In de tweede plaats worden de vrouwen juist in de prostitutie geconfronteerd met isolement. Een geïsoleerde positie wordt onder andere beïnvloed door de mate waarin de vrouwen het Nederlands beheersen en de verslavingsproblematiek van de vrouwen. Veel respondenten beheersten het Nederlands niet of nauwelijks. Voor enkele vrouwen was verslaving een reden om de prostitutie in te gaan. Tijdens de prostitutie is echter het merendeel van de respondenten verslaafd geraakt. Vaak ging men verslavende middelen gebruiken om het moeilijke werk aan te kunnen. Hieruit blijkt duidelijk, dat de strijd tegen de moeilijkheden van uitsluiting en isolement zwaar is en dat de vrouwen zich moedeloos voelden. Ook de woonsituatie versterkte de geïsoleerde positie in de maatschappij. Het merendeel van de vrouwen woonde in de rosse buurt, soms zelfs in de werkkamer. Het sociale netwerk van de vrouwen geeft eveneens de geïsoleerde positie van de vrouwen weer. Het merendeel van de respondenten had ten tijde van de prostitutie geen tot vrijwel geen contacten. De vrouwen leefden geïsoleerd. Contacten vond men met name binnen de prostitutie- of drugswereld. Ook met de familie hadden de meeste vrouwen, met uitzondering van de Latijns-Amerikaanse vrouwen, geen tot weinig contact. Ook middels een vrijetijdsbesteding konden de vrouwen niet participeren in de samenleving. Zij waren hiervoor te moe of hadden te weinig tijd.
   Ten derde maakten de vrouwen vrijwel geen gebruik van burgerrechten, mede doordat men de taal niet goed machtig was en hierdoor informatie misliep. Dit geldt ook voor het gebruik dat de vrouwen maakten van sociale voorzieningen. Een groot deel van de respondenten kwam alleen bij de GG & GD. Van verdere voorzieningen maakten zij geen gebruik, omdat zij hier geen recht op hadden of niet wisten dat zij daar recht op hadden. Mede doordat zij de taal slecht beheersten, liepen zij veel informatie mis en kenden zij hun burgerrechten niet.
   Als laatste kregen alle vrouwen te maken met uitsluiting op grond van stigmatisering. Er rust nu eenmaal een stigma op dit beroep, met name op tippelen. Kortom, prostitutie bracht hen in een neerwaartse spiraal van toenemende, meervoudige deprivatie en sociale uitsluiting.

Uit de prostitutie

Veel vrouwen zagen geen mogelijkheden om uit de prostitutie te komen en aansluiting te vinden bij de dominante maatschappelijke instituties. Dit omdat men bijvoorbeeld geen mogelijkheden zag om op een andere wijze te voorzien in een levensonderhoud. Soms werd de individuele vrijheid zodanig beperkt, dat het niet lukte om weg te komen uit het prostitutiecircuit. Ook de verslavingsproblematiek maakte dat men in de prostitutie bleef. Bovendien oefende het vertrouwde milieu soms veel aantrekkingskracht uit.
   De vrouwen die betrokken waren bij het onderzoek, zijn allen uit de prostitutie. Enkele vrouwen nog maar sinds kort, een aantal vrouwen al jarenlang. Uit de prostitutie gaan is niet probleemloos. Vrouwen die stoppen met het werk als prostituee, komen allerlei problemen tegen, bijvoorbeeld op psychisch en praktisch gebied. De respondenten blijken in veel opzichten goed door deze problemen heen te zijn gekomen. Religie en religieuze hulpverleningsorganisaties blijken in dit proces een grote rol te hebben gespeeld.
   Allereerst worden veel vrouwen die uit de prostitutie gaan, achtervolgd door allerlei angsten en schuldgevoelens. Het merendeel van de respondenten kent echter een rust over het verleden en wordt hierdoor niet meer achtervolgd door angsten en schuldgevoelens. Ook is het vaak moeilijk om emotioneel afstand te doen van het verleden. Voor de respondenten wordt dit draaglijker gemaakt door het geloof dat de respondenten hebben in God.
   Een ander psychisch probleem voor veel ex-prostituees is het creëren van een nieuw gevoel van eigenwaarde, dat niet langer alleen op gangbare ideeën binnen de prostitutiewereld is gebaseerd. Door de religie die de respondenten zijn gaan aanhangen en de totale ommekeer die zij hierdoor hebben gemaakt, hebben zij hier minder moeite mee. De oude ideeën vanuit de prostitutiewereld zijn niet langer relevant. Bovendien doen zij binnen de religie nieuwe ideeën, normen en waarden op, waardoor zij een nieuwe identiteit kunnen ontwikkelen.
   Veel ex-prostituees hebben, wanneer zij uit de prostitutie gaan, geen familie- en kennissenkring om op terug te vallen. Hoewel ook de respondenten dit probleem herkennen, speelt de religie hier een positieve rol in. Nadat deze vrouwen uit de prostitutie zijn gegaan, is het niet altijd zo, dat de familie weer herenigd kan worden. Wel geeft men vaak aan binnen de religieuze groepering nieuwe familie en kennissen te hebben gevonden.
   Ook allerlei praktische problemen kunnen naar voren komen, wanneer vrouwen uit de prostitutie gaan, zoals problemen op financieel vlak. Een overgrote meerderheid van de respondenten heeft hulp gekregen van een religieuze hulpverleningsorganisatie, die hen hielp door duidelijkheid te scheppen over mogelijke hulpbronnen voor de vrouwen. Voor veel ex-prostituees geeft het zoeken naar een nieuwe baan problemen. Ook de respondenten hebben geen baan op de reguliere arbeidsmarkt gevonden. Wel is het merendeel van de vrouwen actief geworden binnen een religieuze instelling, soms zelfs bij de religieuze hulpverleningsorganisatie zelf, en verrichten zij vrijwilligerswerk hierbinnen. Een ander praktisch probleem, waar veel ex-prostituees moeite mee hebben, is de aansluiting met het reguliere arbeidsproces, bijvoorbeeld het andere dag- en nachtritme. Doordat de respondenten veelal een bepaalde periode in een opvanghuis gaan wonen, nadat zij uit de prostitutie zijn gegaan, leren zij hier een nieuw ritme aan.
   Als laatste kampen veel ex-prostituees met onzekerheid over de nieuwe toekomst. De respondenten hebben veel steun gehad aan religie om hierdoor de toekomst aan te kunnen. De vrouwen leren op een nieuwe manier met geld omgaan en krijgen een andere instelling op dit gebied.

Met het voorgaande is aangegeven hoe de respondenten omgaan met de problematiek die alle ex-prostituees kunnen tegenkomen. Hiermee is echter nog geen duidelijkheid gegeven over de positie van de vrouwen in het proces van sociale uitsluiting. Om hier een beter beeld van te krijgen zal ik voor de huidige situatie, nu de vrouwen uit de prostitutie zijn, nagaan in hoeverre zij het proces van uitsluiting hebben kunnen keren. Het eerste wat daarbij opvalt is, dat zij erin geslaagd zijn zich te ontworstelen aan hun situatie van meervoudige deprivatie. Een aantal aspecten, die hen voorheen deed classificeren als sociaal uitgeslotenen, hebben zij weten te overwinnen. Op een enkeling na zijn de vrouwen niet verslaafd en hebben zij meer zekerheden wat betreft hun inkomen. Dit doordat zij nu een uitkering ontvangen, in het ziekenfonds zitten en hierdoor toegang hebben tot sociale voorzieningen. Ook wonen de meeste vrouwen nu in een eigen huis of appartement en bovendien in wijken met een meer gemêleerde samenstelling van de bevolking. De vrouwen hebben een uitgebreider sociaal netwerk opgebouwd, met name binnen een religieuze gemeenschap, en zijn druk met vrijwilligerswerk en hobby's. Ook laten de vrouwen hun burgerrechten gelden en stemmen zij tegenwoordig allemaal. Belemmeringen om contact te kunnen onderhouden met de rest van de samenleving zijn dus goeddeels overwonnen, waardoor zij aansluiting hebben kunnen vinden in de sfeer van sociale voorzieningen, woningmarkt, vrije tijd en gemeenschapsverbanden.
   Ondanks deze vooruitgang is er geen sprake van volledige insluiting. Nog altijd zijn de ex-prostituees buitengesloten van een van de belangrijkste dominante maatschappelijke instituties, te weten de arbeidsmarkt. De vrouwen hebben (nog) geen toegang gekregen tot de reguliere arbeidsmarkt. De kans op een goed betaalde baan is beperkt, omdat het alle vrouwen aan opleiding ontbreekt en doordat de groep allochtone vrouwen nog steeds nauwelijks Nederlands spreekt. Door die taalbeperking is het sociale netwerk van die groep bovendien vaak beperkt tot mensen uit dezelfde taalgroep. Dus, hoewel de ex-prostituees nu hun voordeel doen met het stelsel van sociale zekerheid, profiteren zij van andere overheidsvoorzieningen minder. Onderwijsdeelname is daarvan het beste voorbeeld.

De betekenissen van religie

De verwerking van problemen door de respondenten geeft aan, dat religie een positieve werking heeft. Dat de vrouwen zich hebben ingelaten met religie en gelovig zijn geworden, vindt zijn oorsprong in specifieke noden van de vrouwen, die door religie, in veel gevallen door religieuze hulpverleningsorganisaties heen, geledigd kunnen worden. De vrouwen komen in religie, of in dat wat de organisaties aanbieden, mogelijkheden tegen om te stoppen met het werken in de prostitutie. Enkele kenmerken van de religieuze hulpverleningsorganisaties spelen hierop in, zoals een vrijwel continue aanwezigheid, het bieden van een luisterend oor, soms een gesprek in de moedertaal en een voorzichtige omgang met de vrouwen door in hun werkwijze aan te sluiten bij de behoeften van de vrouwen, bijvoorbeeld door alleen met vrouwelijke medewerkers naar de prostituees te gaan. Een laatste punt dat de organisaties bieden, is kennis op het gebied van sociale diensten en het aanbieden van praktische, sociale en psychosociale hulp.
   De bekering tot geloof en de inzet van de religieuze hulpverleningsorganisaties hebben de vrouwen de mogelijkheden geboden om uit de prostitutie te gaan en het proces van uitsluiting te keren. De religieuze hulporganisaties treden op als brug naar maatschappelijke instanties die de vrouwen voorheen individueel niet konden bereiken. Daarnaast bieden de organisaties hen een sociaal vangnet aan, waardoor zij uit hun sociaal isolement kunnen ontsnappen. De vrouwen worden opgenomen binnen een maatschappelijk gewaardeerde groep, waar zij geaccepteerd worden en volwaardig lid kunnen zijn. Op de derde plaats vervult hun bekering een individueel-psychologische behoefte. Zodra de vrouwen hun bestaan als prostituee de rug toekeren, vallen zij in een psychologisch vacuüm: zij verliezen hun identiteit. Binnen de gemeenschap van religieuze organisaties wordt hen een nieuwe, religieuze, identiteit aangereikt, die hen psychologisch in staat stelt te ontsnappen aan uitsluiting en de weg naar sociale insluiting te bewandelen. Religie biedt hen weer een toekomstperspectief aan. De toekomst krijgt een nieuwe dimensie. Dit helpt de vrouwen om niet terug te keren tot hun vroegere leefwijze. Religie geeft een nieuw wereldbeeld, op grond waarvan men het oude gaat herwaarderen. Men vormt een nieuwe levensstijl en identiteit.

Conclusie

Wanneer vrouwen uit de prostitutie gaan, zijn zij niet langer prostituee. Uitsluiting gebeurt dan niet langer op grond van dit beroep. Toch is insluiting in de samenleving niet vanzelfsprekend verkregen met het zetten van deze stap. Ex-prostituees komen veel moeilijkheden en problemen tegen op hun weg naar insluiting. Ik heb met mijn onderzoek laten zien, dat religie een handreiking kan doen naar de mensen die zich in een dergelijk proces bevinden. Soms doordat religieuze organisaties al aan het beginpunt van de stap uit de prostitutie staan en een brug vormen naar maatschappelijke instanties toe. Insluiting en het zich settelen in de samenleving wordt bovendien vergemakkelijkt, wanneer iemand een geloof heeft om zich aan vast te houden en om een identiteit aan te ontlenen, wanneer een sociaal vangnet wordt geboden en er sprake is van acceptatie en volwaardig lid-zijn. Religie kan een brug naar insluiting zijn.

Noot

1. Een religieuze hulpverleningsorganisatie is een organisatie die op grond van een religieuze identiteit hulp aanbiedt aan prostituees en zich er bewust voor inzet, dat deze vrouwen in het proces van uitsluiting naar insluiting terechtkomen.

Literatuur

Engbersen, G. (red.), De kwetsbaren: tweede jaarrapport armoede en sociale uitsluiting. Amsterdam: Amsterdam University Press, 1997.

vorige naar index