![]() |
Culturele Antropologie Utrecht
CAses
|
Religie als brug
De betekenis van religieuze
hulpverleningsorganisaties
voor ex-prostituees in Nederland
Diane Koster
Inleiding
Meer en meer horen we de laatste jaren over een groeiende kloof die de bevolking dreigt te verdelen. Wanneer iemand een minder gunstige positie bezit qua opleidingsniveau, inkomen, woonsituatie, etniciteit, gezinssituatie, leeftijd en geslacht, kan deze in een proces van sociale uitsluiting terechtkomen (Engbersen, 1997: 50). Bepaalde groepen in de samenleving bevinden zich in een dergelijk proces van uitsluiting en ondervinden de negatieve gevolgen van verdeling in de samenleving. De vraag rijst of dit proces omkeerbaar is of zich juist beweegt in een neerwaartse richting. Deze vraag vormde de achtergrond voor mijn onderzoek met en naar vrouwen die werkzaam waren als prostituee in de grote steden van Nederland.
Onderzoek
In dit onderzoek stonden religieuze ex-prostituees centraal. Dit zijn
vrouwen die in de prostitutie hebben gewerkt en op een gegeven moment een
zodanige ervaring hebben ondergaan, dat zij religieus, gelovig, zijn geworden.
De vrouwen uit de onderzoeksgroep hebben tijdens de prostitutie in religie,
soms door middel van een religieuze hulpverleningsorganisatie1,
mogelijkheden gezien om zich te ontworstelen aan het proces van uitsluiting
waarin zij zich bevonden. Enkele vrouwen zijn juist na de periode in de
prostitutie erg door religie beïnvloed geraakt en konden hierdoor
problemen die ex-prostituees ondervinden, beter hanteren.
In het onderzoek heb ik gezocht naar de betekenissen van
religie in het proces van prostituee naar ex-prostituee en de rol die religieuze
hulpverleningsorganisaties hierin spelen. Op grond hiervan zijn een aantal
onderzoeksvragen geformuleerd. Deze zijn uitgewerkt met behulp van verschillende
onderzoeksmethoden, zoals open en gestructureerd interviewen, participerende
observatie, observaties en secundair bronnenonderzoek. Naast leeswerk betekende
dit het op pad gaan met een cassetterecordertje of meedraaien in een open
huis voor daklozen, door bijvoorbeeld boterhammen met pindakaas te smeren,
participerende observatie in een huiskamer voor straatprostituees en het
meegaan met respondenten naar religieuze diensten.
Achtergronden voor prostitutie
De groep vrouwen die betrokken was bij dit onderzoek, was zeer divers.
Binnen deze groep heb ik onderscheid kunnen maken tussen twee groepen vrouwen,
wat betreft hun afkomst en redenen waarom zij in de prostitutie terecht
zijn gekomen. Wat betreft afkomst is er een onderscheid te maken tussen
niet-westerse en westerse vrouwen. De niet-westerse vrouwen kennen een
geschiedenis van armoede, overleven en strijd leveren voor de kinderen
en hun toekomst. Vaak betrof het zogenaamde 'female headed households':
huishoudens waarbij de moeder alleen aan het hoofd staat. Prostitutie maakte
deel uit van hun overlevingsstrategie, voor enkele vrouwen al in het land
van herkomst, voor anderen op het moment dat zij in Nederland aankwamen.
Deze vrouwen hebben vrijwel zonder uitzondering nauwelijks enige opleiding
gehad en ook het beroep dat zij beoefenden, gaf slechts weinig mogelijkheden
tot het verkrijgen van een goed inkomen. Uiteindelijk zijn de vrouwen,
soms onder valse voorwendselen, terechtgekomen in de prostitutie in Nederland.
De westerse vrouwen, van Nederlandse en (Oost-)Europese
afkomst, zijn in twee categorieën op te splitsen: enkele vrouwen zijn
door hun drugsverslaving terechtgekomen in een vrijwel uitzichtloze situatie,
waardoor zij als prostituee probeerden hogere inkomsten te verkrijgen.
De andere categorie vrouwen heeft in het verleden zulke indringende ervaringen
opgedaan, bijvoorbeeld door incest, dat zij hierdoor innerlijk verscheurd
zijn geraakt en prostitutie voor hen min of meer een vervolg van vroeger
is geworden. Vaak hebben zij een jeugd gehad van pleeggezinnen en kindertehuizen.
Hoewel deze vrouwen meer opleiding hebben genoten dan de niet-westerse
vrouwen, hebben ook deze vrouwen slechts een laag onderwijsniveau bereikt.
Strijd in de prostitutie
Duidelijk is, dat alle vrouwen hun leven lang al strijd voeren om het
bestaan. Voordat de vrouwen terechtkwamen in de prostitutie, bevonden zij
zich al in een situatie van armoede en/of uitsluiting. Prostitutie leek
voor hen een strategie om hieruit te komen. Als prostituee worden zij echter
geconfronteerd met allerlei aspecten van uitsluiting. Allereerst toont
zich dit in een illegale status. Een groot aantal respondenten kwam illegaal
naar Nederland. Veel respondenten zijn dit gevaar tegengegaan door een
schijnhuwelijk te sluiten met een man met een Nederlandse identiteit. Hierdoor
verkregen de vrouwen een Nederlandse nationaliteit.
In de tweede plaats worden de vrouwen juist in de prostitutie
geconfronteerd met isolement. Een geïsoleerde positie wordt onder
andere beïnvloed door de mate waarin de vrouwen het Nederlands beheersen
en de verslavingsproblematiek van de vrouwen. Veel respondenten beheersten
het Nederlands niet of nauwelijks. Voor enkele vrouwen was verslaving een
reden om de prostitutie in te gaan. Tijdens de prostitutie is echter het
merendeel van de respondenten verslaafd geraakt. Vaak ging men verslavende
middelen gebruiken om het moeilijke werk aan te kunnen. Hieruit blijkt
duidelijk, dat de strijd tegen de moeilijkheden van uitsluiting en isolement
zwaar is en dat de vrouwen zich moedeloos voelden. Ook de woonsituatie
versterkte de geïsoleerde positie in de maatschappij. Het merendeel
van de vrouwen woonde in de rosse buurt, soms zelfs in de werkkamer. Het
sociale netwerk van de vrouwen geeft eveneens de geïsoleerde positie
van de vrouwen weer. Het merendeel van de respondenten had ten tijde van
de prostitutie geen tot vrijwel geen contacten. De vrouwen leefden geïsoleerd.
Contacten vond men met name binnen de prostitutie- of drugswereld. Ook
met de familie hadden de meeste vrouwen, met uitzondering van de Latijns-Amerikaanse
vrouwen, geen tot weinig contact. Ook middels een vrijetijdsbesteding konden
de vrouwen niet participeren in de samenleving. Zij waren hiervoor te moe
of hadden te weinig tijd.
Ten derde maakten de vrouwen vrijwel geen gebruik van
burgerrechten, mede doordat men de taal niet goed machtig was en hierdoor
informatie misliep. Dit geldt ook voor het gebruik dat de vrouwen maakten
van sociale voorzieningen. Een groot deel van de respondenten kwam alleen
bij de GG & GD. Van verdere voorzieningen maakten zij geen gebruik,
omdat zij hier geen recht op hadden of niet wisten dat zij daar recht op
hadden. Mede doordat zij de taal slecht beheersten, liepen zij veel informatie
mis en kenden zij hun burgerrechten niet.
Als laatste kregen alle vrouwen te maken met uitsluiting
op grond van stigmatisering. Er rust nu eenmaal een stigma op dit beroep,
met name op tippelen. Kortom, prostitutie bracht hen in een neerwaartse
spiraal van toenemende, meervoudige deprivatie en sociale uitsluiting.
Uit de prostitutie
Veel vrouwen zagen geen mogelijkheden om uit de prostitutie te komen
en aansluiting te vinden bij de dominante maatschappelijke instituties.
Dit omdat men bijvoorbeeld geen mogelijkheden zag om op een andere wijze
te voorzien in een levensonderhoud. Soms werd de individuele vrijheid zodanig
beperkt, dat het niet lukte om weg te komen uit het prostitutiecircuit.
Ook de verslavingsproblematiek maakte dat men in de prostitutie bleef.
Bovendien oefende het vertrouwde milieu soms veel aantrekkingskracht uit.
De vrouwen die betrokken waren bij het onderzoek, zijn
allen uit de prostitutie. Enkele vrouwen nog maar sinds kort, een aantal
vrouwen al jarenlang. Uit de prostitutie gaan is niet probleemloos. Vrouwen
die stoppen met het werk als prostituee, komen allerlei problemen tegen,
bijvoorbeeld op psychisch en praktisch gebied. De respondenten blijken
in veel opzichten goed door deze problemen heen te zijn gekomen. Religie
en religieuze hulpverleningsorganisaties blijken in dit proces een grote
rol te hebben gespeeld.
Allereerst worden veel vrouwen die uit de prostitutie
gaan, achtervolgd door allerlei angsten en schuldgevoelens. Het merendeel
van de respondenten kent echter een rust over het verleden en wordt hierdoor
niet meer achtervolgd door angsten en schuldgevoelens. Ook is het vaak
moeilijk om emotioneel afstand te doen van het verleden. Voor de respondenten
wordt dit draaglijker gemaakt door het geloof dat de respondenten hebben
in God.
Een ander psychisch probleem voor veel ex-prostituees
is het creëren van een nieuw gevoel van eigenwaarde, dat niet langer
alleen op gangbare ideeën binnen de prostitutiewereld is gebaseerd.
Door de religie die de respondenten zijn gaan aanhangen en de totale ommekeer
die zij hierdoor hebben gemaakt, hebben zij hier minder moeite mee. De
oude ideeën vanuit de prostitutiewereld zijn niet langer relevant.
Bovendien doen zij binnen de religie nieuwe ideeën, normen en waarden
op, waardoor zij een nieuwe identiteit kunnen ontwikkelen.
Veel ex-prostituees hebben, wanneer zij uit de prostitutie
gaan, geen familie- en kennissenkring om op terug te vallen. Hoewel ook
de respondenten dit probleem herkennen, speelt de religie hier een positieve
rol in. Nadat deze vrouwen uit de prostitutie zijn gegaan, is het niet
altijd zo, dat de familie weer herenigd kan worden. Wel geeft men vaak
aan binnen de religieuze groepering nieuwe familie en kennissen te hebben
gevonden.
Ook allerlei praktische problemen kunnen naar voren komen,
wanneer vrouwen uit de prostitutie gaan, zoals problemen op financieel
vlak. Een overgrote meerderheid van de respondenten heeft hulp gekregen
van een religieuze hulpverleningsorganisatie, die hen hielp door duidelijkheid
te scheppen over mogelijke hulpbronnen voor de vrouwen. Voor veel ex-prostituees
geeft het zoeken naar een nieuwe baan problemen. Ook de respondenten hebben
geen baan op de reguliere arbeidsmarkt gevonden. Wel is het merendeel van
de vrouwen actief geworden binnen een religieuze instelling, soms zelfs
bij de religieuze hulpverleningsorganisatie zelf, en verrichten zij vrijwilligerswerk
hierbinnen. Een ander praktisch probleem, waar veel ex-prostituees moeite
mee hebben, is de aansluiting met het reguliere arbeidsproces, bijvoorbeeld
het andere dag- en nachtritme. Doordat de respondenten veelal een bepaalde
periode in een opvanghuis gaan wonen, nadat zij uit de prostitutie zijn
gegaan, leren zij hier een nieuw ritme aan.
Als laatste kampen veel ex-prostituees met onzekerheid
over de nieuwe toekomst. De respondenten hebben veel steun gehad aan religie
om hierdoor de toekomst aan te kunnen. De vrouwen leren op een nieuwe manier
met geld omgaan en krijgen een andere instelling op dit gebied.
Met het voorgaande is aangegeven hoe de respondenten omgaan met de problematiek
die alle ex-prostituees kunnen tegenkomen. Hiermee is echter nog geen duidelijkheid
gegeven over de positie van de vrouwen in het proces van sociale uitsluiting.
Om hier een beter beeld van te krijgen zal ik voor de huidige situatie,
nu de vrouwen uit de prostitutie zijn, nagaan in hoeverre zij het proces
van uitsluiting hebben kunnen keren. Het eerste wat daarbij opvalt is,
dat zij erin geslaagd zijn zich te ontworstelen aan hun situatie van meervoudige
deprivatie. Een aantal aspecten, die hen voorheen deed classificeren als
sociaal uitgeslotenen, hebben zij weten te overwinnen. Op een enkeling
na zijn de vrouwen niet verslaafd en hebben zij meer zekerheden wat betreft
hun inkomen. Dit doordat zij nu een uitkering ontvangen, in het ziekenfonds
zitten en hierdoor toegang hebben tot sociale voorzieningen. Ook wonen
de meeste vrouwen nu in een eigen huis of appartement en bovendien in wijken
met een meer gemêleerde samenstelling van de bevolking. De vrouwen
hebben een uitgebreider sociaal netwerk opgebouwd, met name binnen een
religieuze gemeenschap, en zijn druk met vrijwilligerswerk en hobby's.
Ook laten de vrouwen hun burgerrechten gelden en stemmen zij tegenwoordig
allemaal. Belemmeringen om contact te kunnen onderhouden met de rest van
de samenleving zijn dus goeddeels overwonnen, waardoor zij aansluiting
hebben kunnen vinden in de sfeer van sociale voorzieningen, woningmarkt,
vrije tijd en gemeenschapsverbanden.
Ondanks deze vooruitgang is er geen sprake van volledige
insluiting. Nog altijd zijn de ex-prostituees buitengesloten van een van
de belangrijkste dominante maatschappelijke instituties, te weten de arbeidsmarkt.
De vrouwen hebben (nog) geen toegang gekregen tot de reguliere arbeidsmarkt.
De kans op een goed betaalde baan is beperkt, omdat het alle vrouwen aan
opleiding ontbreekt en doordat de groep allochtone vrouwen nog steeds nauwelijks
Nederlands spreekt. Door die taalbeperking is het sociale netwerk van die
groep bovendien vaak beperkt tot mensen uit dezelfde taalgroep. Dus, hoewel
de ex-prostituees nu hun voordeel doen met het stelsel van sociale zekerheid,
profiteren zij van andere overheidsvoorzieningen minder. Onderwijsdeelname
is daarvan het beste voorbeeld.
De betekenissen van religie
De verwerking van problemen door de respondenten geeft aan, dat religie
een positieve werking heeft. Dat de vrouwen zich hebben ingelaten met religie
en gelovig zijn geworden, vindt zijn oorsprong in specifieke noden van
de vrouwen, die door religie, in veel gevallen door religieuze hulpverleningsorganisaties
heen, geledigd kunnen worden. De vrouwen komen in religie, of in dat wat
de organisaties aanbieden, mogelijkheden tegen om te stoppen met het werken
in de prostitutie. Enkele kenmerken van de religieuze hulpverleningsorganisaties
spelen hierop in, zoals een vrijwel continue aanwezigheid, het bieden van
een luisterend oor, soms een gesprek in de moedertaal en een voorzichtige
omgang met de vrouwen door in hun werkwijze aan te sluiten bij de behoeften
van de vrouwen, bijvoorbeeld door alleen met vrouwelijke medewerkers naar
de prostituees te gaan. Een laatste punt dat de organisaties bieden, is
kennis op het gebied van sociale diensten en het aanbieden van praktische,
sociale en psychosociale hulp.
De bekering tot geloof en de inzet van de religieuze hulpverleningsorganisaties
hebben de vrouwen de mogelijkheden geboden om uit de prostitutie te gaan
en het proces van uitsluiting te keren. De religieuze hulporganisaties
treden op als brug naar maatschappelijke instanties die de vrouwen voorheen
individueel niet konden bereiken. Daarnaast bieden de organisaties hen
een sociaal vangnet aan, waardoor zij uit hun sociaal isolement kunnen
ontsnappen. De vrouwen worden opgenomen binnen een maatschappelijk gewaardeerde
groep, waar zij geaccepteerd worden en volwaardig lid kunnen zijn. Op de
derde plaats vervult hun bekering een individueel-psychologische behoefte.
Zodra de vrouwen hun bestaan als prostituee de rug toekeren, vallen zij
in een psychologisch vacuüm: zij verliezen hun identiteit. Binnen
de gemeenschap van religieuze organisaties wordt hen een nieuwe, religieuze,
identiteit aangereikt, die hen psychologisch in staat stelt te ontsnappen
aan uitsluiting en de weg naar sociale insluiting te bewandelen. Religie
biedt hen weer een toekomstperspectief aan. De toekomst krijgt een nieuwe
dimensie. Dit helpt de vrouwen om niet terug te keren tot hun vroegere
leefwijze. Religie geeft een nieuw wereldbeeld, op grond waarvan men het
oude gaat herwaarderen. Men vormt een nieuwe levensstijl en identiteit.
Conclusie
Wanneer vrouwen uit de prostitutie gaan, zijn zij niet langer prostituee. Uitsluiting gebeurt dan niet langer op grond van dit beroep. Toch is insluiting in de samenleving niet vanzelfsprekend verkregen met het zetten van deze stap. Ex-prostituees komen veel moeilijkheden en problemen tegen op hun weg naar insluiting. Ik heb met mijn onderzoek laten zien, dat religie een handreiking kan doen naar de mensen die zich in een dergelijk proces bevinden. Soms doordat religieuze organisaties al aan het beginpunt van de stap uit de prostitutie staan en een brug vormen naar maatschappelijke instanties toe. Insluiting en het zich settelen in de samenleving wordt bovendien vergemakkelijkt, wanneer iemand een geloof heeft om zich aan vast te houden en om een identiteit aan te ontlenen, wanneer een sociaal vangnet wordt geboden en er sprake is van acceptatie en volwaardig lid-zijn. Religie kan een brug naar insluiting zijn.
Noot
1. Een religieuze hulpverleningsorganisatie is een organisatie die op grond van een religieuze identiteit hulp aanbiedt aan prostituees en zich er bewust voor inzet, dat deze vrouwen in het proces van uitsluiting naar insluiting terechtkomen.
Literatuur
Engbersen, G. (red.), De kwetsbaren: tweede jaarrapport armoede en sociale uitsluiting. Amsterdam: Amsterdam University Press, 1997.