|
Vreemdelingen omhelzen,
vreemdelingen vermijden?
Marlieke van Woerkom
In de laatste decennia is Nederland in toenemende mate een multiculturele
of poly-etnische samenleving geworden. Was het samenwonen van mensen van
verschillende kleur en herkomst aanvankelijk beperkt tot de vooroorlogse
wijken van grote steden, de laatste tien jaar zijn met name de wijken uit
de jaren vijftig en zestig van grote en middelgrote steden etnisch steeds
heterogener geworden. Dit geldt met name voor de hoogbouw in die wijken.
De Stokhasselt in Tilburg-Noord is zo'n na-oorlogse wijk,
waarvan ruim de helft van de inwoners momenteel van allochtone afkomst
is. Het wonen en leven met elkaar verloopt niet altijd van een leien dakje.
Alhoewel er zich geen extreme omstandigheden voordoen, zoals openlijk verzet
tegen de komst van nieuwe allochtone inwoners, is er wel sprake van 'ondergronds'
verzet dat zich uit in de toenemende mate waarin inwoners van de Stokhasselt
hun irritaties en ongenoegens met de ontstane woon- en leefsituatie kenbaar
maken aan de verantwoordelijke instanties en de gemeentelijke overheid.
Deze wederzijdse irritaties en ongenoegens komen onder andere voort uit
de onbekendheid met elkaars culturele en persoonlijke achtergronden, het
verschil in dag- en nachtritme, de verschillende eetgewoonten en het op
een verschillende manier omgaan met woon- en leefregels, opvoeden van kinderen
en de officiële instanties.
In dit artikel staat het onderzoek naar het tot stand
komen van de sociale component van de multiculturele samenleving in de
Stokhasselt centraal. De sociale component behelst de manier waarop individuen
met een verschillende culturele en/of etnische achtergrond al dan niet
met elkaar samenleven. Of, met andere woorden, hoe gaan inwoners van de
Stokhasselt in het leven van alle dag met de gevoelde en ervaren culturele
diversiteit om? Welke keuzes maken zij in het proces van managing of
diversity? Zoeken zij elkaar op om de culturele verscheidenheid te
overbruggen of gaan zij deze, en daarmee elkaar, juist uit de weg? Welke
rol spelen wijkgerichte instellingen, organisaties en de gemeentelijke
overheid in deze? Zijn zij in staat om de burger in dit proces van 'managing
of diversity' te ondersteunen? En wat is uiteindelijk het resultaat van
dit alles? Ontstaat er een samenleving die met betrekking tot haar sociale
component met recht een multiculturele samenleving genoemd kan worden,
of ontstaat er een samenleving waarin de 'andere' vreemdeling blijft en
slechts gast is?
Allereerst sta ik stil bij wat onder een multiculturele
samenleving verstaan kan worden. Vervolgens geef ik aan, welke keuzes burgers,
instellingen en de (gemeentelijke) overheid in het proces van 'managing
of diversity' kunnen maken en wanneer deze keuzes al dan niet leiden tot
het tot stand komen van de sociale component van de multiculturele samenleving.
Aan de hand hiervan bespreek ik de resultaten van het onderzoek in de Stokhasselt.
Hierbij maak ik onderscheid tussen het micro-, meso- en macro-niveau, respectievelijk
de burgers, het maatschappelijk middenveld en de gemeentelijke overheid.1
Tenslotte zal ik het 'wenselijke' verloop van het proces van 'managing
of diversity' naast de gevonden realiteit in de Stokhasselt leggen om aldus
te kunnen concluderen of er in de Stokhasselt sprake is van het tot stand
komen van de sociale component van de multiculturele samenleving.
De multiculturele samenleving en het proces van managing
of diversity
In de huidige sociologische, antropologische en politicologische literatuur
worden de termen multiculturele, multi-etnische en poly-etnische samenleving
veelal door elkaar heen en als synoniem gebruikt, zonder dat zij afdoende
gedefinieerd worden. Kymlicka (1995: 11-15) heeft getracht enige helderheid
in deze verwarring te scheppen door te kijken naar de ontstaansgeschiedenis
van culturele diversiteit in een bepaald land. Hij onderscheidt hiertoe
de multinatie staat en de poly-etnische staat. Een multinatie staat ontstaat,
wanneer een bepaald land meer dan één natie (volk) bevat,
doordat meerdere naties onvrijwillig, door verovering of kolonisatie, binnen
de grenzen van dat bepaalde land zijn opgenomen. Een poly-etnische staat
daarentegen ontstaat, doordat een land in groten getale immigranten heeft
opgenomen en hen toestaat (een deel van) hun identiteit en culturele eigenheid
te bewaren.
Met deze definiëring is echter nog niet gezegd, hoe
met de culturele verscheidenheid in een poly-etnische of multinatie staat
wordt omgegaan of, anders gezegd, welke invloed de culturele verscheidenheid
heeft op de inrichting van een dergelijke samenleving. Op dit punt zou
ik de term multicultureel (opnieuw) willen introduceren, als een soort
meetlat waarop kan worden afgelezen, in welke mate de culturele verscheidenheid
in een bepaald land bepalend is voor de 'inrichting' van dat land. In deze
zin kunnen multinatie staten en poly-etnische staten in meer of mindere
mate multicultureel zijn.
In een multiculturele samenleving zijn een vijftal componenten
te onderscheiden, die elkaar deels overlappen, te weten een sociale, politieke,
economische, culturele en juridische component. Elke component afzonderlijk
of in combinatie kan in ontwikkeling zijn, richting multicultureel, en/of,
op elementen, ter discussie staan. Uitgaande van deze vijf componenten
definieer ik de multiculturele samenleving als: een samenleving waarin
individuen - autochtoon en allochtoon - met een verschillende culturele
achtergrond op basis van gelijkwaardigheid en wederzijds respect samenleven
of streven daartoe door zich met elkaar op een dusdanige manier in het
proces van 'managing of diversity' te begeven, dat een samenleving ontstaat
of kan ontstaan, die in al haar componenten - politiek, economisch, cultureel,
juridisch en sociaal - door alle betrokkenen gewild wordt.
Deze definiëring behoeft, met name op de zinsnede
'(op)dat een samenleving ontstaat of kan ontstaan, die (...) door alle
betrokkenen gewild wordt', nadere uitleg. De uitkomst van het proces van
'managing of diversity' in deze is niet waardevrij. Ik ga er impliciet
vanuit, dat een door alle betrokkenen gewilde samenleving niet een gesepareerde
of parallelle samenleving zal zijn, waarin de diverse etnische groeperingen
of culturele minderheden op de vijf genoemde componenten een eigen beleid
voeren. Uitgangspunt is, dat de 'wenselijke' samenleving het resultaat
zal zijn van een voortdurende dialoog tussen alle betrokkenen, waarin een
ieder bijdraagt aan en zich kan herkennen in de inhoudelijke vormgeving
van de vijf genoemde componenten. Dit houdt mijn inziens in, dat een herijking
van het liberale gedachtengoed, waarop de Nederlandse samenleving gebaseerd
is, een mogelijke uitkomst van deze dialoog kan zijn. Culturele minderheidsgroeperingen
vragen immers niet louter om een tolerante opstelling, maar om, voor zover
mogelijk en in wederzijds overleg, erkenning van de eigen waarden en normen.
Bovenstaande definitie van de multiculturele samenleving
is (deels) ontleent aan het neo-republikeins burgerschap zoals omschreven
door van Gunsteren (1998). Hij stelt dat het omgaan met culturele diversiteit
(organizing plurality) één van de belangrijkste taken
van burgers in de huidige samenleving is. Idealiter begeven burgers zich
op een dusdanige manier in het proces van 'managing of diversity', dat
de door alle betrokkenen gewilde samenleving kan ontstaan. Echter, situaties
zijn nooit ideaal. Burgers, instellingen en de gemeentelijke overheid kunnen
om zeer verschillende redenen of geleid door een zekere incompetentie keuzes
maken, die de dialoog en/of het tot stand komen van de wenselijke samenleving
in de weg staan. Het probleem met de theorie van het neo-republikeins burgerschap
is echter, dat van Gunsteren dit 'organizing of plurality', dit 'managing
of diversity', niet nader specificeert of operationaliseert. Met andere
woorden, hij beschrijft niet welke keuzes burgers kunnen aanwenden in dit
proces van 'managing of diversity'.
Hiervoor kunnen we te rade gaan bij Hirschman die stelt
dat burgers, wanneer zij in een situatie verkeren, die zij als onprettig
ervaren, drie opties of keuzemogelijkheden hebben om hierin verandering
aan te brengen, namelijk exit, voice en loyalty. Burgers
maken gebruik van de exit-optie, wanneer zij de als onplezierig
ervaren situatie verlaten, bijvoorbeeld door te verhuizen naar een wijk
die qua bevolkingssamenstelling meer homogeen is. Wanneer de exit-optie
niet voorhanden is, bijvoorbeeld doordat men in economisch, dan wel emotioneel
opzicht aan de wijk gebonden is, kan de burger kiezen voor de voice-optie.
Dit betekent dat de burger in dialoog met de 'andere' of de daartoe geëigende
instanties zal proberen de als onprettig ervaren situatie te veranderen.
Deze optie zal echter alleen aangewend worden, wanneer de burger het gevoel
heeft dat hij ook daadwerkelijk invloed kan uitoefenen. De keuze voor de
voice-optie gaat vaak samen met het principe van loyalty.
Dit betekent dat de burger, ondanks het feit dat de exit-optie aanwezig
is, hiervoor niet zal kiezen, omdat hij zich op een dermate manier met
de samenleving waartoe hij behoort, verbonden voelt, dat hij deze onder
geen beding wil verlaten en er voor kiest van de voice-optie gebruik
te maken.
Er is echter nog een vierde optie, die niet door Hirschman
genoemd wordt, namelijk de retreatment-optie.2
Burgers zullen voor deze optie kiezen, wanneer zowel de exit-optie
als de voice-optie uitgesloten zijn en zij zich ook niet loyaal
voelen ten opzichte van de omringende samenleving als geheel. De retreatment-optie
houdt in, dat burgers zich terugtrekken in de eigen etnische groepering
en daardoor de als onprettig ervaren situatie, evenals de 'andere', uit
de weg gaan door alleen contact te onderhouden met leden van de eigen vertrouwde
groep.
Uit bovenstaande zal duidelijk zijn, dat de sociale component
van de multiculturele samenleving, zoals hierboven gedefinieerd, alleen
dan tot stand kan komen, wanneer de overgrote meerderheid van de burgers
in het proces van 'managing of diversity' kiest voor de voice- en/of
loyalty-optie. Het is immers alleen bij deze keuzes dat er een dialoog
met de 'andere' kan ontstaan. In beide andere gevallen wordt de 'andere'
gemeden en uit de weg gegaan en zal, doordat de dialoog met elkaar niet
tot stand komt, er geen samenleving kunnen ontstaan die door alle betrokkenen,
op de manier zoals hierboven aangegeven, gewild wordt.
Managing of diversity in de Stokhasselt
a. Het micro-niveau
Inwoners uit de Stokhasselt, behorend tot de drie onderzochte groeperingen,
onderhouden over het algemeen slechts een negatief of functioneel (buren)contact
met elkaar. Dit betekent dat zij óf geen contact met leden van de
andere groeperingen onderhouden óf deze beperken tot het allernoodzakelijkste,
zoals het elkaar groeten bij een toevallige ontmoeting. Daardoor zijn culturele
verschillen wel zichtbaar en merkbaar en vaak oorzaak van irritaties en
ergernissen, maar vormen zij geen aanleiding tot het aangaan van de dialoog
met elkaar. Voor het niet tot stand komen van een meer dan negatief of
functioneel (buren)contact is een aantal oorzaken aan te geven.
-
De voortgaande binnenkomst van allochtonen in de wijk heeft bij de autochtone
bewoners tot een zekere vermoeidheid geleid. Zij kunnen en willen zich
niet steeds weer verdiepen in of rekening houden met de gewoonten en gebruiken
van nieuwkomers. Daarnaast zijn de binnenkomende groepen onderling zeer
heterogeen van aard, waardoor met name de autochtone bewoners onzeker zijn
in de wijze waarop de 'andere' benaderd moet worden. Het gevolg hiervan
is, dat zij de 'andere' liever uit de weg gaan, zodat zij niet het risico
lopen deze met een verkeerde houding of uitspraak te kwetsen, en een meer
dan negatief of functioneel (buren)contact reserveren voor autochtone (mede)bewoners.
-
Daarnaast blijkt uit wetenschappelijk onderzoek, dat ook leden van zowel
de Turkse (Roelandt & Veenman, 1994: 179) als de Somalische (Tabibian,
1999: 27) gemeenschap bij voorkeur contacten onderhouden met leden uit
de eigen etnische groepering. Een van de redenen hiervoor is, dat zij geloven
dat op deze manier het behoud van de eigen culturele identiteit en taal
het best gewaarborgd is.
-
Bovendien speelt de gebrekkige beheersing van de Nederlandse taal bij veel
allochtonen een niet te onderschatten rol in het niet tot stand komen van
een meer dan negatief of functioneel burencontact, de geringe deelname
aan de door het wijkcentrum georganiseerde activiteiten (het participeren
in bijvoorbeeld bewonerscommissies) en het moeizame contact dat veel allochtonen
met de officiële instellingen en organisaties hebben. Hierdoor ontbreekt
bij velen van hen het 'vermogen om te luisteren en hun positie, ideeën
en emoties zuiver uit te drukken' (van Gunsteren, 1992: 3), een noodzakelijke
voorwaarde voor het deelnemen aan de dialoog.
-
Ook de tijdgeest, die zich uit in een grote mate van individualisering
en het minder belangrijk worden van buurtnetwerken, werkt niet bevorderend
voor het ontstaan van contacten tussen leden van de verschillende groeperingen.
Wanneer contacten tussen leden van de zittende gemeenschap minder belangrijk
en minder intensief worden, zal het voor nieuwkomers moeilijker zijn om
zich bij de zittende gemeenschap aan te sluiten. Met andere woorden, wanneer
er geen of nauwelijks sprake is van een reeds bestaande gemeenschap, mag
in alle redelijkheid van nieuwkomers niet verwacht worden, dat zij hierin
het initiatief nemen. Zo zij dit initiatief al zouden nemen, en soms gebeurt
dat, worden zij geconfronteerd met het feit dat de behoefte aan contact
met 'de andere' bij leden van de ontvangende gemeenschap over het algemeen
gering is. De 'afwijzing' die hierdoor ontstaat, zal niet snel leiden tot
een hernieuwde poging.
-
Tot slot spelen persoonlijke omstandigheden en motivaties van nieuwkomers
en vluchtelingen - de zogenaamde pull- en push-factoren3
- een belangrijke rol in het al dan niet tot stand komen van het contact
met 'de andere'. Bij de Somalische gemeenschap is vooral sprake van 'push'-factoren,
hetgeen onder andere leidt tot een onzeker toekomstperspectief en problemen
van persoonlijke aard, in de gezinssfeer en met en in de omringende samenleving.
Hierdoor is de aandacht van Somaliers in eerste instantie gericht op het
oplossen van deze problemen en veel minder op integratie in en het contact
leggen met de omringende samenleving en haar bewoners.
Uit bovenstaande kan geconcludeerd worden, dat inwoners van de Stokhasselt,
behorend tot de onderzochte groeperingen, overwegend de 'andere' uit de
weg gaan, waardoor de noodzakelijke dialoog niet tot stand komt. Dit 'uit
de weg gaan' gebeurt op twee manieren: autochtone Nederlanders en in toenemende
mate Nederlanders van Turkse herkomst kiezen voor de exit-optie.
Dit betekent dat zij, wanneer zij daar in financieel en/of economisch opzicht
toe in staat zijn, verhuizen naar een woning buiten de Stokhasselt. Wanneer
de exit-optie niet aanwezig is, kiezen leden van de onderzochte
groeperingen overwegend voor de
retreatment-optie. Dit wil zeggen
dat zij zich terugtrekken in de eigen etnische groepering en voornamelijk
hierbinnen contacten onderhouden.
Leden uit alle drie de groeperingen maken gebruik van
de voice-optie. Meestal is dit een keuze tegen wil en dank en soms
komt zij voort uit loyaliteitsgevoelens ten opzichte van de omringende
samenleving. In het eerste geval betreft het inwoners die om financiële
dan wel emotionele redenen aan de Stokhasselt gebonden zijn, maar feitelijk
liever zouden verhuizen. Het gebruik maken van de voice-optie beperkt
zich bij deze inwoners tot het kenbaar maken van ongenoegens en irritaties,
ervaren in de woon- en leefomgeving, aan de daartoe geëigende instanties.
Daarbij hebben deze inwoners vaak het gevoel, dat het 'toch niet helpt'
en dat het moeilijk is een luisterend oor te vinden. Door het gebrek aan
contact met flat- en/of buurtgenoten komen deze inwoners er over het algemeen
niet toe hun ongenoegens en irritaties te bespreken met de personen die
het betreft.
In het tweede geval betreft het inwoners die van de voice-optie
gebruik maken uit loyaliteitgevoelens ten opzichte van de samenleving waarvan
zij deel uitmaken. Deze inwoners kiezen, ondanks de soms ervaren ongemakken,
bewust voor het wonen in de Stokhasselt. Wel zien zij, dat het samenleven
en -wonen met individuen met een verschillende culturele achtergrond niet
altijd van een leien dakje verloopt. Het zijn veelal deze bewoners die
door ondersteuning te zoeken bij de daartoe geëigende instanties of
door het (mede)organiseren van activiteiten trachten daarin verbetering
aan te brengen. Het zijn ook met name deze bewoners die bewust de dialoog
met de 'andere' zoeken, meer dan een functioneel contact met buurt- en/of
medeflatbewoners onderhouden en zich vrijwillig inzetten voor een verbetering
van de leefbaarheid in de wijk. Dit laatste doen zij onder andere door
zitting te nemen in bewonerscommissies en/of actief te zijn in (etnische)
zelforganisaties.
Uit bovenstaande kan geconcludeerd worden, dat inwoners
van Stokhasselt-N, behorend tot de drie onderzochte groeperingen, over
het algemeen niet op een zodanige wijze gestalte kunnen en soms ook niet
willen geven aan het proces van 'managing of diversity', dat de door alle
betrokkenen gewilde samenleving ontstaat. Zij kiezen voornamelijk voor
de exit- en retreatment-optie, omdat en waardoor de dialoog
met elkaar niet of nauwelijks tot stand komt. Leden van de drie onderzochte
groeperingen leven, met andere woorden, náást maar niet mét
elkaar.
b. Het meso-niveau
Officiële instellingen c.q. organisaties, behorend tot het maatschappelijk
middenveld en geheel of gedeeltelijk werkzaam in de Stokhasselt, proberen
op velerlei manieren de principes van loyalty en voice ten
koste van de principes van exit en retreatment bij de inwoners
van de wijk te versterken. Zo organiseren zij multiculturele activiteiten
die vooral bedoeld zijn om een ontmoeting tussen leden van verschillende
etnische groeperingen mogelijk te maken, leiden zij intermediairs op, die
een brugfunctie tussen de diverse etnische groeperingen en de omringende
samenleving vervullen, proberen zij zicht te krijgen op en oplossingen
te zoeken voor problemen die zich in de woonomgeving voordoen, creëren
zij gelegenheden voor bewoners om stoom af te blazen en kennis te nemen
van elkaars culturele achtergrond et cetera.
De officiële instellingen c.q. organisaties worden
in hun werkzaamheden in deze echter belemmerd door een aantal factoren.
Ten eerste ontbreekt een visie, met daaraan gekoppeld een beleid voor de
lange termijn, ten aanzien van de multiculturele samenleving. Daardoor
ontberen werknemers van deze instellingen c.q. organisaties een duidelijk
raamwerk c.q. methodiek waarbinnen activiteiten ter bevordering van de
sociale component van de multiculturele samenleving ontwikkeld kunnen worden.
Daardoor hebben de georganiseerde activiteiten veelal een ad-hoc karakter,
dat wil zeggen dat ze aansluiten bij de realiteit van dat moment, zonder
ingebed te zijn in een duidelijk beleid voor de lange termijn. Eveneens
werkt het gemis aan een visie door in het ontbreken van een structuur en
samenwerkingsverband waarbinnen het noodzakelijke overleg met andere instellingen
c.q. organisaties evenals een afstemming op en coördinatie van de
verschillende activiteiten plaatsvindt. Daardoor overlappen sommige activiteiten
elkaar, terwijl er op andere terreinen witte vlekken ontstaan. Bovendien
bestaat het gevaar, dat door de gebrekkige samenwerking actieve wijkbewoners
overvraagd worden.
De tweede factor wordt gevormd door het feit dat de samenstelling
van het kader van met name de wijkgerichte instellingen c.q. organisaties
voornamelijk uit autochtone Nederlanders bestaat en de 'bedrijfscultuur'
van deze instellingen c.q. organisaties té Nederlands is. Dit heeft
deels te maken met een gebrek aan financiële middelen en/of menskracht,
waardoor de mogelijkheid om afdoende accuraat, flexibel en innovatief op
de veranderende behoeften en omstandigheden in de omringende samenleving
te kunnen reageren ontbreekt. Ook ervaren werknemers van een aantal officiële
instellingen c.q. organisaties een gebrek aan ondersteuning, sturing en
geëngageerdheid vanuit de gemeentelijke overheid.
De eenzijdige samenstelling van het professionele kader
en de té Nederlandse bedrijfscultuur uit zich in verschillende facetten,
zoals onder andere het, overwegend, gebruik van de Nederlandse taal voor
communicatie - een voorbeeld hiervan is, dat de Wijkkrant alleen in het
Nederlands verschijnt - en de inrichting en openingstijden van bijvoorbeeld
het wijkcentrum. Dit centrum is in het weekend, wanneer juist de allochtone
groeperingen er gebruik van willen maken, op een enkele uitzondering na,
gesloten. Bovendien wordt er, in de namiddag, alcohol geschonken, waardoor
het voor veel Islamieten bezwaarlijk is er te vertoeven. De eenzijdige
samenstelling van het professionele kader heeft voorts tot gevolg, dat
werknemers van deze instellingen onvoldoende insight-informatie
hebben met betrekking tot de sociale en culturele leefomstandigheden en
gewoonten van de verschillende etnische groeperingen en ook onbekendheid
zijn met de belangrijkste sleutelfiguren. Hierdoor wordt onvoldoende 'gebruik'
gemaakt van de organiserende kwaliteiten, kennis en bereidheid om bij te
dragen aan de ontwikkeling van een leefbare samenleving, die bij verschillende
individuen uit de etnische groeperingen aanwezig zijn. Evenzo wordt onvoldoende
aangesloten bij of rekening gehouden met de merites, gewoonten, behoeften
en wensen van de verschillende etnische groeperingen.
Bovenstaande factoren maken, dat werknemers van de officiële
instellingen c.q organisaties ondanks hun grote inzet en bereidheid hun
rol met betrekking tot het tot stand komen van de sociale component van
de multiculturele samenleving niet optimaal kunnen verwezenlijken. Door
de 'aard' van de instellingen c.q. organisaties en het gebrek aan financiële
middelen en/of menskracht komen het ondersteunen van burgers in het proces
van 'managing of diversity' en het versterken van de principes van 'voice'
en 'loyalty' minder uit de verf dan noodzakelijk en wenselijk is.
c. Het macro-niveau
De multiculturele samenleving heeft lange tijd geen of te weinig prioriteit
gehad bij de gemeentelijke overheid. Dit heeft onder andere geleid tot
een onderschatting van het belang om het door projecten uit het verleden
in gang gezette proces van 'managing of diversity' te blijven sturen en
ondersteunen, waarde te hechten en prioriteit te geven aan het ontwikkelen
van een visie ten aanzien van de multiculturele samenleving en het ontbreken
van kennis over een aantal etnische groeperingen in de Stokhasselt, waardoor
zij deels een 'ongekende' samenleving werd. Het laatste jaar neemt de gemeentelijke
overheid haar rol in het tot stand komen van de sociale component van de
multiculturele samenleving serieus. Deels is dit het gevolg van de signalen
die bewoners, zelforganisaties, officiële instellingen en organisaties
uitzenden over de toenemende problematiek in de Stokhasselt.
De multiculturele samenleving staat thans op de politieke
agenda en wordt in allerlei beleidsstukken - waaronder het Wijkontwikkelingsplan
Noord en het Meerjaren Investerings- en Ontwikkelingsprogramma Tilburg
2009 - nadrukkelijk genoemd. Daarnaast heeft het stadsbestuur het initiatief
genomen te komen tot een brede maatschappelijke discussie met betrekking
tot de multiculturele samenleving, welke moet resulteren in een te formuleren
visie met daaruit voortkomende programma's ter bevordering van de multiculturele
samenleving. Evenzo nam het stadsbestuur het initiatief tot het inventariseren
van knelpunten die de Somalische gemeenschap in en met de Tilburgse samenleving
ervaart, waardoor de deels 'ongekende' samenleving in de Stokhasselt weer
meer bekend en gekend wordt en beter kan worden ingesprongen op de behoeften
en wensen die in deze gemeenschap leven. Ook het Woning-in-Zicht beleid,
dat een onevenredige toestroom van allochtonen in de Stokhasselt mede bevordert,
en de weinig gevarieerde woningvoorraad in de Stokhasselt, welke voor 79,6%
uit sociale huurwoningen bestaat, worden thans onder de loep genomen en
waar nodig en mogelijk verbeterd. Bovendien heeft de gemeentelijke overheid
onlangs 300.000 gulden extra uitgetrokken voor projecten die het samenleven
van individuen met een verschillende culturele en/of etnische achtergrond
moeten bevorderen. Een deel van dit bedrag is bestemd voor een experimentele
'wooncursus', een cursus die deel gaat uitmaken van de al bestaande inburgeringscursus
voor nieuwkomers en waarin de woon- en leefregels centraal staan.
Bovenstaande betekent, dat de gemeentelijke overheid zich
meer uitdrukkelijk in het proces van 'managing of diversity' begeeft, meer
uitdrukkelijk de dialoog met burgers en officiële instellingen c.q.
organisaties aangaat en haar sturende en voorwaarden scheppende taak in
het proces van 'managing of diversity' serieus neemt.
De wenselijkheid en de werkelijkheid naast elkaar:
conclusie
Ik begon dit artikel met te stellen, dat de sociale component van de
multiculturele samenleving alleen dan tot stand kan komen, wanneer een
overgrote meerderheid van de burgers in het proces van 'managing of diversity'
voor de 'voice'- en 'loyalty'-optie kiezen, hierin mede ondersteund door
de officiële instellingen en de gemeentelijke overheid. Alleen op
deze manier zou de 'wenselijke' samenleving, die het uiteindelijke resultaat
is van een voortdurende dialoog tussen alle betrokkenen, tot stand kunnen
komen.
De werkelijkheid in een wijk als de Stokhasselt is, zoals
ik in dit artikel heb aangegeven, echter anders. Ondanks de grote inzet
die tot nu toe in deze is aangewend, ontberen burgers en officiële
instellingen op verschillende punten de ondersteuning, vaardigheden, kennis,
financiële middelen et cetera en soms de bereidheid om op een dermate
manier gestalte te geven aan het proces van 'managing of diversity', dat
de door alle betrokkenen gewilde samenleving kan ontstaan. Daardoor worden
'vreemdelingen' - burgers van allochtone afkomst - op micro-niveau vooralsnog
meer gemeden dan omhelst, waardoor een samenleving ontstaat waarin leden
van de onderzochte groeperingen meer naast dan met elkaar leven, de participatie
van allochtone inwoners aan de omringende samenleving gering is en problemen
in het samenleven met elkaar toenemen. De 'vreemde' blijft over het algemeen
vreemd en ongekend, waardoor burgers eerder kiezen voor vertrekken (exit)
en zich terugtrekken in de eigen vertrouwde groep (retreatment), dan voor
het aangaan van de dialoog met elkaar, waardoor binding met en zorg voor
de samenleving als geheel (loyality) niet ontstaat.
Het maatschappelijk middenveld is op dit moment en ondanks
haar grote inzet te weinig toegerust om aan bovenstaande situatie een positieve
wending te kunnen geven en de burger op een dusdanige manier te ondersteunen,
dat de dialoog en daarmee de sociale component van de multiculturele samenleving
tot stand kan komen. De gemeentelijke overheid heeft hierin een belangrijke
taak. Zij kan het proces van 'managing of diversity' sturen, ondersteunen
en er de noodzakelijke voorwaarden voor scheppen. Het heeft er alle schijn
van, dat de gemeentelijke overheid haar taak in deze sinds kort serieus
neemt.
Laat ik dit artikel beëindigen met de hoop uit te
spreken, dat er in Tilburg, en in de Stokhasselt in het bijzonder, een
blijvende dialoog zal ontstaan tussen alle burgers, organisaties en leden
van de gemeentelijke overheid. Een dialoog waarin, in gelijkwaardigheid
en met wederzijds respect, over de inrichting van de sociale component
van de samenleving van gedachten gewisseld kan worden, en die steeds weer
zal resulteren in de uitvoering van alle wenselijk en noodzakelijk geachte
programma's, waarbij niet de kosten maar de resultaten als belangrijkste
criterium gelden. Alleen op deze manier zou het mogelijk kunnen zijn uiteindelijk
te komen tot een samenleving die door alle betrokkenen gewild wordt en
die met recht, ten aanzien van haar sociale component, een multiculturele
samenleving genoemd kan worden. Immers, zoals van Gunsteren (1998: 27),
stelt:
'What counts is that in the actual situation in which they
find themselves, in which conditions are never ideal, imperfect citizens
get going on the road toward citizenship for all in the republic by dealing
with their real differences. What counts most, then, is not the arrival
at a final destination, but movement, and the direction in which it takes
place.'
Noten
-
Op het micro-niveau werden drie groeperingen in het
onderzoek betrokken, namelijk de autochtoon Nederlandse, de Turkse en de
Somalische gemeenschap. Daarnaast waren de meeste informanten van deze
groeperingen woonachtig in de hoogbouw.
- Deze toevoeging is van belang omdat, zoals zal blijken,
de retreatment-optie een veel gekozen optie is. De omschrijving
van deze optie is afgeleid van R.K. Mertons' anomie-theorie die stelt dat,
wanneer een individu de cultureel vastgestelde doelen afwijst én
niet kan beschikken over de middelen om deze doelen te bereiken, hij zich
zal terugtrekken uit de samenleving.
- 'Push'-factoren zijn omstandigheden die voor een persoon
aanleiding vormen een land te ontvluchten, terwijl 'pull'-factoren omstandigheden
in een ander land zijn, die een persoon aanspreken en hem stimuleren naar
dat land te vertrekken.
Literatuur
Gunsteren, H. van, Eigentijds burgerschap. WRR-publicatie
vervaardigd onder leiding van H.R. van Gunsteren. 's-Gravenhage: Sdu uitgeverij,
1992.
Gunsteren, H. van, A Theory of Citizenship: Organizing
Plurality in Contemporary Democracies. Boulder: Westview Press, 1998.
Kymlicka, W., Multicultural Citizenship: a Liberal
Theory of Minority Rights. Oxford: Clarendon Press, 1995.
Merton, R.K., 'Social Structure and Anomie.' American
Sociological Review, june, 1938, pp. 672-682.
Roelandt, Th. & J. Veenman, 'Besluit.' In: Veenman,
J. & Th. Roelandt (red.), Onzeker bestaan: De maatschappelijke positie
van Turken, Marokkanen, Surinamers en Antillianen in Nederland. Amsterdam:
Boom, 1994, pp. 173-188.
Tabibian, N., Maatschappelijke zelfstandigheid van
Somalische vluchtelingenvrouwen. Tilburg: PON, 1999.
|
|