Culturele Antropologie Utrecht

CAses
hoogtepunten uit het afstudeeronderzoek


2000
vorige naar index volgende

Vreemdelingen omhelzen, vreemdelingen vermijden?

Marlieke van Woerkom

In de laatste decennia is Nederland in toenemende mate een multiculturele of poly-etnische samenleving geworden. Was het samenwonen van mensen van verschillende kleur en herkomst aanvankelijk beperkt tot de vooroorlogse wijken van grote steden, de laatste tien jaar zijn met name de wijken uit de jaren vijftig en zestig van grote en middelgrote steden etnisch steeds heterogener geworden. Dit geldt met name voor de hoogbouw in die wijken.
   De Stokhasselt in Tilburg-Noord is zo'n na-oorlogse wijk, waarvan ruim de helft van de inwoners momenteel van allochtone afkomst is. Het wonen en leven met elkaar verloopt niet altijd van een leien dakje. Alhoewel er zich geen extreme omstandigheden voordoen, zoals openlijk verzet tegen de komst van nieuwe allochtone inwoners, is er wel sprake van 'ondergronds' verzet dat zich uit in de toenemende mate waarin inwoners van de Stokhasselt hun irritaties en ongenoegens met de ontstane woon- en leefsituatie kenbaar maken aan de verantwoordelijke instanties en de gemeentelijke overheid. Deze wederzijdse irritaties en ongenoegens komen onder andere voort uit de onbekendheid met elkaars culturele en persoonlijke achtergronden, het verschil in dag- en nachtritme, de verschillende eetgewoonten en het op een verschillende manier omgaan met woon- en leefregels, opvoeden van kinderen en de officiële instanties.
   In dit artikel staat het onderzoek naar het tot stand komen van de sociale component van de multiculturele samenleving in de Stokhasselt centraal. De sociale component behelst de manier waarop individuen met een verschillende culturele en/of etnische achtergrond al dan niet met elkaar samenleven. Of, met andere woorden, hoe gaan inwoners van de Stokhasselt in het leven van alle dag met de gevoelde en ervaren culturele diversiteit om? Welke keuzes maken zij in het proces van managing of diversity? Zoeken zij elkaar op om de culturele verscheidenheid te overbruggen of gaan zij deze, en daarmee elkaar, juist uit de weg? Welke rol spelen wijkgerichte instellingen, organisaties en de gemeentelijke overheid in deze? Zijn zij in staat om de burger in dit proces van 'managing of diversity' te ondersteunen? En wat is uiteindelijk het resultaat van dit alles? Ontstaat er een samenleving die met betrekking tot haar sociale component met recht een multiculturele samenleving genoemd kan worden, of ontstaat er een samenleving waarin de 'andere' vreemdeling blijft en slechts gast is?
   Allereerst sta ik stil bij wat onder een multiculturele samenleving verstaan kan worden. Vervolgens geef ik aan, welke keuzes burgers, instellingen en de (gemeentelijke) overheid in het proces van 'managing of diversity' kunnen maken en wanneer deze keuzes al dan niet leiden tot het tot stand komen van de sociale component van de multiculturele samenleving. Aan de hand hiervan bespreek ik de resultaten van het onderzoek in de Stokhasselt. Hierbij maak ik onderscheid tussen het micro-, meso- en macro-niveau, respectievelijk de burgers, het maatschappelijk middenveld en de gemeentelijke overheid.1 Tenslotte zal ik het 'wenselijke' verloop van het proces van 'managing of diversity' naast de gevonden realiteit in de Stokhasselt leggen om aldus te kunnen concluderen of er in de Stokhasselt sprake is van het tot stand komen van de sociale component van de multiculturele samenleving.

De multiculturele samenleving en het proces van managing of diversity

In de huidige sociologische, antropologische en politicologische literatuur worden de termen multiculturele, multi-etnische en poly-etnische samenleving veelal door elkaar heen en als synoniem gebruikt, zonder dat zij afdoende gedefinieerd worden. Kymlicka (1995: 11-15) heeft getracht enige helderheid in deze verwarring te scheppen door te kijken naar de ontstaansgeschiedenis van culturele diversiteit in een bepaald land. Hij onderscheidt hiertoe de multinatie staat en de poly-etnische staat. Een multinatie staat ontstaat, wanneer een bepaald land meer dan één natie (volk) bevat, doordat meerdere naties onvrijwillig, door verovering of kolonisatie, binnen de grenzen van dat bepaalde land zijn opgenomen. Een poly-etnische staat daarentegen ontstaat, doordat een land in groten getale immigranten heeft opgenomen en hen toestaat (een deel van) hun identiteit en culturele eigenheid te bewaren.
   Met deze definiëring is echter nog niet gezegd, hoe met de culturele verscheidenheid in een poly-etnische of multinatie staat wordt omgegaan of, anders gezegd, welke invloed de culturele verscheidenheid heeft op de inrichting van een dergelijke samenleving. Op dit punt zou ik de term multicultureel (opnieuw) willen introduceren, als een soort meetlat waarop kan worden afgelezen, in welke mate de culturele verscheidenheid in een bepaald land bepalend is voor de 'inrichting' van dat land. In deze zin kunnen multinatie staten en poly-etnische staten in meer of mindere mate multicultureel zijn.
   In een multiculturele samenleving zijn een vijftal componenten te onderscheiden, die elkaar deels overlappen, te weten een sociale, politieke, economische, culturele en juridische component. Elke component afzonderlijk of in combinatie kan in ontwikkeling zijn, richting multicultureel, en/of, op elementen, ter discussie staan. Uitgaande van deze vijf componenten definieer ik de multiculturele samenleving als: een samenleving waarin individuen - autochtoon en allochtoon - met een verschillende culturele achtergrond op basis van gelijkwaardigheid en wederzijds respect samenleven of streven daartoe door zich met elkaar op een dusdanige manier in het proces van 'managing of diversity' te begeven, dat een samenleving ontstaat of kan ontstaan, die in al haar componenten - politiek, economisch, cultureel, juridisch en sociaal - door alle betrokkenen gewild wordt.
   Deze definiëring behoeft, met name op de zinsnede '(op)dat een samenleving ontstaat of kan ontstaan, die (...) door alle betrokkenen gewild wordt', nadere uitleg. De uitkomst van het proces van 'managing of diversity' in deze is niet waardevrij. Ik ga er impliciet vanuit, dat een door alle betrokkenen gewilde samenleving niet een gesepareerde of parallelle samenleving zal zijn, waarin de diverse etnische groeperingen of culturele minderheden op de vijf genoemde componenten een eigen beleid voeren. Uitgangspunt is, dat de 'wenselijke' samenleving het resultaat zal zijn van een voortdurende dialoog tussen alle betrokkenen, waarin een ieder bijdraagt aan en zich kan herkennen in de inhoudelijke vormgeving van de vijf genoemde componenten. Dit houdt mijn inziens in, dat een herijking van het liberale gedachtengoed, waarop de Nederlandse samenleving gebaseerd is, een mogelijke uitkomst van deze dialoog kan zijn. Culturele minderheidsgroeperingen vragen immers niet louter om een tolerante opstelling, maar om, voor zover mogelijk en in wederzijds overleg, erkenning van de eigen waarden en normen.
   Bovenstaande definitie van de multiculturele samenleving is (deels) ontleent aan het neo-republikeins burgerschap zoals omschreven door van Gunsteren (1998). Hij stelt dat het omgaan met culturele diversiteit (organizing plurality) één van de belangrijkste taken van burgers in de huidige samenleving is. Idealiter begeven burgers zich op een dusdanige manier in het proces van 'managing of diversity', dat de door alle betrokkenen gewilde samenleving kan ontstaan. Echter, situaties zijn nooit ideaal. Burgers, instellingen en de gemeentelijke overheid kunnen om zeer verschillende redenen of geleid door een zekere incompetentie keuzes maken, die de dialoog en/of het tot stand komen van de wenselijke samenleving in de weg staan. Het probleem met de theorie van het neo-republikeins burgerschap is echter, dat van Gunsteren dit 'organizing of plurality', dit 'managing of diversity', niet nader specificeert of operationaliseert. Met andere woorden, hij beschrijft niet welke keuzes burgers kunnen aanwenden in dit proces van 'managing of diversity'.
   Hiervoor kunnen we te rade gaan bij Hirschman die stelt dat burgers, wanneer zij in een situatie verkeren, die zij als onprettig ervaren, drie opties of keuzemogelijkheden hebben om hierin verandering aan te brengen, namelijk exit, voice en loyalty. Burgers maken gebruik van de exit-optie, wanneer zij de als onplezierig ervaren situatie verlaten, bijvoorbeeld door te verhuizen naar een wijk die qua bevolkingssamenstelling meer homogeen is. Wanneer de exit-optie niet voorhanden is, bijvoorbeeld doordat men in economisch, dan wel emotioneel opzicht aan de wijk gebonden is, kan de burger kiezen voor de voice-optie. Dit betekent dat de burger in dialoog met de 'andere' of de daartoe geëigende instanties zal proberen de als onprettig ervaren situatie te veranderen. Deze optie zal echter alleen aangewend worden, wanneer de burger het gevoel heeft dat hij ook daadwerkelijk invloed kan uitoefenen. De keuze voor de voice-optie gaat vaak samen met het principe van loyalty. Dit betekent dat de burger, ondanks het feit dat de exit-optie aanwezig is, hiervoor niet zal kiezen, omdat hij zich op een dermate manier met de samenleving waartoe hij behoort, verbonden voelt, dat hij deze onder geen beding wil verlaten en er voor kiest van de voice-optie gebruik te maken.
   Er is echter nog een vierde optie, die niet door Hirschman genoemd wordt, namelijk de retreatment-optie.2 Burgers zullen voor deze optie kiezen, wanneer zowel de exit-optie als de voice-optie uitgesloten zijn en zij zich ook niet loyaal voelen ten opzichte van de omringende samenleving als geheel. De retreatment-optie houdt in, dat burgers zich terugtrekken in de eigen etnische groepering en daardoor de als onprettig ervaren situatie, evenals de 'andere', uit de weg gaan door alleen contact te onderhouden met leden van de eigen vertrouwde groep.
   Uit bovenstaande zal duidelijk zijn, dat de sociale component van de multiculturele samenleving, zoals hierboven gedefinieerd, alleen dan tot stand kan komen, wanneer de overgrote meerderheid van de burgers in het proces van 'managing of diversity' kiest voor de voice- en/of loyalty-optie. Het is immers alleen bij deze keuzes dat er een dialoog met de 'andere' kan ontstaan. In beide andere gevallen wordt de 'andere' gemeden en uit de weg gegaan en zal, doordat de dialoog met elkaar niet tot stand komt, er geen samenleving kunnen ontstaan die door alle betrokkenen, op de manier zoals hierboven aangegeven, gewild wordt.

Managing of diversity in de Stokhasselt

a. Het micro-niveau
Inwoners uit de Stokhasselt, behorend tot de drie onderzochte groeperingen, onderhouden over het algemeen slechts een negatief of functioneel (buren)contact met elkaar. Dit betekent dat zij óf geen contact met leden van de andere groeperingen onderhouden óf deze beperken tot het allernoodzakelijkste, zoals het elkaar groeten bij een toevallige ontmoeting. Daardoor zijn culturele verschillen wel zichtbaar en merkbaar en vaak oorzaak van irritaties en ergernissen, maar vormen zij geen aanleiding tot het aangaan van de dialoog met elkaar. Voor het niet tot stand komen van een meer dan negatief of functioneel (buren)contact is een aantal oorzaken aan te geven.

  1. De voortgaande binnenkomst van allochtonen in de wijk heeft bij de autochtone bewoners tot een zekere vermoeidheid geleid. Zij kunnen en willen zich niet steeds weer verdiepen in of rekening houden met de gewoonten en gebruiken van nieuwkomers. Daarnaast zijn de binnenkomende groepen onderling zeer heterogeen van aard, waardoor met name de autochtone bewoners onzeker zijn in de wijze waarop de 'andere' benaderd moet worden. Het gevolg hiervan is, dat zij de 'andere' liever uit de weg gaan, zodat zij niet het risico lopen deze met een verkeerde houding of uitspraak te kwetsen, en een meer dan negatief of functioneel (buren)contact reserveren voor autochtone (mede)bewoners.
  2. Daarnaast blijkt uit wetenschappelijk onderzoek, dat ook leden van zowel de Turkse (Roelandt & Veenman, 1994: 179) als de Somalische (Tabibian, 1999: 27) gemeenschap bij voorkeur contacten onderhouden met leden uit de eigen etnische groepering. Een van de redenen hiervoor is, dat zij geloven dat op deze manier het behoud van de eigen culturele identiteit en taal het best gewaarborgd is.
  3. Bovendien speelt de gebrekkige beheersing van de Nederlandse taal bij veel allochtonen een niet te onderschatten rol in het niet tot stand komen van een meer dan negatief of functioneel burencontact, de geringe deelname aan de door het wijkcentrum georganiseerde activiteiten (het participeren in bijvoorbeeld bewonerscommissies) en het moeizame contact dat veel allochtonen met de officiële instellingen en organisaties hebben. Hierdoor ontbreekt bij velen van hen het 'vermogen om te luisteren en hun positie, ideeën en emoties zuiver uit te drukken' (van Gunsteren, 1992: 3), een noodzakelijke voorwaarde voor het deelnemen aan de dialoog.
  4. Ook de tijdgeest, die zich uit in een grote mate van individualisering en het minder belangrijk worden van buurtnetwerken, werkt niet bevorderend voor het ontstaan van contacten tussen leden van de verschillende groeperingen. Wanneer contacten tussen leden van de zittende gemeenschap minder belangrijk en minder intensief worden, zal het voor nieuwkomers moeilijker zijn om zich bij de zittende gemeenschap aan te sluiten. Met andere woorden, wanneer er geen of nauwelijks sprake is van een reeds bestaande gemeenschap, mag in alle redelijkheid van nieuwkomers niet verwacht worden, dat zij hierin het initiatief nemen. Zo zij dit initiatief al zouden nemen, en soms gebeurt dat, worden zij geconfronteerd met het feit dat de behoefte aan contact met 'de andere' bij leden van de ontvangende gemeenschap over het algemeen gering is. De 'afwijzing' die hierdoor ontstaat, zal niet snel leiden tot een hernieuwde poging.
  5. Tot slot spelen persoonlijke omstandigheden en motivaties van nieuwkomers en vluchtelingen - de zogenaamde pull- en push-factoren3 - een belangrijke rol in het al dan niet tot stand komen van het contact met 'de andere'. Bij de Somalische gemeenschap is vooral sprake van 'push'-factoren, hetgeen onder andere leidt tot een onzeker toekomstperspectief en problemen van persoonlijke aard, in de gezinssfeer en met en in de omringende samenleving. Hierdoor is de aandacht van Somaliers in eerste instantie gericht op het oplossen van deze problemen en veel minder op integratie in en het contact leggen met de omringende samenleving en haar bewoners.
Uit bovenstaande kan geconcludeerd worden, dat inwoners van de Stokhasselt, behorend tot de onderzochte groeperingen, overwegend de 'andere' uit de weg gaan, waardoor de noodzakelijke dialoog niet tot stand komt. Dit 'uit de weg gaan' gebeurt op twee manieren: autochtone Nederlanders en in toenemende mate Nederlanders van Turkse herkomst kiezen voor de exit-optie. Dit betekent dat zij, wanneer zij daar in financieel en/of economisch opzicht toe in staat zijn, verhuizen naar een woning buiten de Stokhasselt. Wanneer de exit-optie niet aanwezig is, kiezen leden van de onderzochte groeperingen overwegend voor de retreatment-optie. Dit wil zeggen dat zij zich terugtrekken in de eigen etnische groepering en voornamelijk hierbinnen contacten onderhouden.
   Leden uit alle drie de groeperingen maken gebruik van de voice-optie. Meestal is dit een keuze tegen wil en dank en soms komt zij voort uit loyaliteitsgevoelens ten opzichte van de omringende samenleving. In het eerste geval betreft het inwoners die om financiële dan wel emotionele redenen aan de Stokhasselt gebonden zijn, maar feitelijk liever zouden verhuizen. Het gebruik maken van de voice-optie beperkt zich bij deze inwoners tot het kenbaar maken van ongenoegens en irritaties, ervaren in de woon- en leefomgeving, aan de daartoe geëigende instanties. Daarbij hebben deze inwoners vaak het gevoel, dat het 'toch niet helpt' en dat het moeilijk is een luisterend oor te vinden. Door het gebrek aan contact met flat- en/of buurtgenoten komen deze inwoners er over het algemeen niet toe hun ongenoegens en irritaties te bespreken met de personen die het betreft.
   In het tweede geval betreft het inwoners die van de voice-optie gebruik maken uit loyaliteitgevoelens ten opzichte van de samenleving waarvan zij deel uitmaken. Deze inwoners kiezen, ondanks de soms ervaren ongemakken, bewust voor het wonen in de Stokhasselt. Wel zien zij, dat het samenleven en -wonen met individuen met een verschillende culturele achtergrond niet altijd van een leien dakje verloopt. Het zijn veelal deze bewoners die door ondersteuning te zoeken bij de daartoe geëigende instanties of door het (mede)organiseren van activiteiten trachten daarin verbetering aan te brengen. Het zijn ook met name deze bewoners die bewust de dialoog met de 'andere' zoeken, meer dan een functioneel contact met buurt- en/of medeflatbewoners onderhouden en zich vrijwillig inzetten voor een verbetering van de leefbaarheid in de wijk. Dit laatste doen zij onder andere door zitting te nemen in bewonerscommissies en/of actief te zijn in (etnische) zelforganisaties.
   Uit bovenstaande kan geconcludeerd worden, dat inwoners van Stokhasselt-N, behorend tot de drie onderzochte groeperingen, over het algemeen niet op een zodanige wijze gestalte kunnen en soms ook niet willen geven aan het proces van 'managing of diversity', dat de door alle betrokkenen gewilde samenleving ontstaat. Zij kiezen voornamelijk voor de exit- en retreatment-optie, omdat en waardoor de dialoog met elkaar niet of nauwelijks tot stand komt. Leden van de drie onderzochte groeperingen leven, met andere woorden, náást maar niet mét elkaar.

b. Het meso-niveau
Officiële instellingen c.q. organisaties, behorend tot het maatschappelijk middenveld en geheel of gedeeltelijk werkzaam in de Stokhasselt, proberen op velerlei manieren de principes van loyalty en voice ten koste van de principes van exit en retreatment bij de inwoners van de wijk te versterken. Zo organiseren zij multiculturele activiteiten die vooral bedoeld zijn om een ontmoeting tussen leden van verschillende etnische groeperingen mogelijk te maken, leiden zij intermediairs op, die een brugfunctie tussen de diverse etnische groeperingen en de omringende samenleving vervullen, proberen zij zicht te krijgen op en oplossingen te zoeken voor problemen die zich in de woonomgeving voordoen, creëren zij gelegenheden voor bewoners om stoom af te blazen en kennis te nemen van elkaars culturele achtergrond et cetera.
   De officiële instellingen c.q. organisaties worden in hun werkzaamheden in deze echter belemmerd door een aantal factoren. Ten eerste ontbreekt een visie, met daaraan gekoppeld een beleid voor de lange termijn, ten aanzien van de multiculturele samenleving. Daardoor ontberen werknemers van deze instellingen c.q. organisaties een duidelijk raamwerk c.q. methodiek waarbinnen activiteiten ter bevordering van de sociale component van de multiculturele samenleving ontwikkeld kunnen worden. Daardoor hebben de georganiseerde activiteiten veelal een ad-hoc karakter, dat wil zeggen dat ze aansluiten bij de realiteit van dat moment, zonder ingebed te zijn in een duidelijk beleid voor de lange termijn. Eveneens werkt het gemis aan een visie door in het ontbreken van een structuur en samenwerkingsverband waarbinnen het noodzakelijke overleg met andere instellingen c.q. organisaties evenals een afstemming op en coördinatie van de verschillende activiteiten plaatsvindt. Daardoor overlappen sommige activiteiten elkaar, terwijl er op andere terreinen witte vlekken ontstaan. Bovendien bestaat het gevaar, dat door de gebrekkige samenwerking actieve wijkbewoners overvraagd worden.
   De tweede factor wordt gevormd door het feit dat de samenstelling van het kader van met name de wijkgerichte instellingen c.q. organisaties voornamelijk uit autochtone Nederlanders bestaat en de 'bedrijfscultuur' van deze instellingen c.q. organisaties té Nederlands is. Dit heeft deels te maken met een gebrek aan financiële middelen en/of menskracht, waardoor de mogelijkheid om afdoende accuraat, flexibel en innovatief op de veranderende behoeften en omstandigheden in de omringende samenleving te kunnen reageren ontbreekt. Ook ervaren werknemers van een aantal officiële instellingen c.q. organisaties een gebrek aan ondersteuning, sturing en geëngageerdheid vanuit de gemeentelijke overheid.
   De eenzijdige samenstelling van het professionele kader en de té Nederlandse bedrijfscultuur uit zich in verschillende facetten, zoals onder andere het, overwegend, gebruik van de Nederlandse taal voor communicatie - een voorbeeld hiervan is, dat de Wijkkrant alleen in het Nederlands verschijnt - en de inrichting en openingstijden van bijvoorbeeld het wijkcentrum. Dit centrum is in het weekend, wanneer juist de allochtone groeperingen er gebruik van willen maken, op een enkele uitzondering na, gesloten. Bovendien wordt er, in de namiddag, alcohol geschonken, waardoor het voor veel Islamieten bezwaarlijk is er te vertoeven. De eenzijdige samenstelling van het professionele kader heeft voorts tot gevolg, dat werknemers van deze instellingen onvoldoende insight-informatie hebben met betrekking tot de sociale en culturele leefomstandigheden en gewoonten van de verschillende etnische groeperingen en ook onbekendheid zijn met de belangrijkste sleutelfiguren. Hierdoor wordt onvoldoende 'gebruik' gemaakt van de organiserende kwaliteiten, kennis en bereidheid om bij te dragen aan de ontwikkeling van een leefbare samenleving, die bij verschillende individuen uit de etnische groeperingen aanwezig zijn. Evenzo wordt onvoldoende aangesloten bij of rekening gehouden met de merites, gewoonten, behoeften en wensen van de verschillende etnische groeperingen.
   Bovenstaande factoren maken, dat werknemers van de officiële instellingen c.q organisaties ondanks hun grote inzet en bereidheid hun rol met betrekking tot het tot stand komen van de sociale component van de multiculturele samenleving niet optimaal kunnen verwezenlijken. Door de 'aard' van de instellingen c.q. organisaties en het gebrek aan financiële middelen en/of menskracht komen het ondersteunen van burgers in het proces van 'managing of diversity' en het versterken van de principes van 'voice' en 'loyalty' minder uit de verf dan noodzakelijk en wenselijk is.

c. Het macro-niveau
De multiculturele samenleving heeft lange tijd geen of te weinig prioriteit gehad bij de gemeentelijke overheid. Dit heeft onder andere geleid tot een onderschatting van het belang om het door projecten uit het verleden in gang gezette proces van 'managing of diversity' te blijven sturen en ondersteunen, waarde te hechten en prioriteit te geven aan het ontwikkelen van een visie ten aanzien van de multiculturele samenleving en het ontbreken van kennis over een aantal etnische groeperingen in de Stokhasselt, waardoor zij deels een 'ongekende' samenleving werd. Het laatste jaar neemt de gemeentelijke overheid haar rol in het tot stand komen van de sociale component van de multiculturele samenleving serieus. Deels is dit het gevolg van de signalen die bewoners, zelforganisaties, officiële instellingen en organisaties uitzenden over de toenemende problematiek in de Stokhasselt.
   De multiculturele samenleving staat thans op de politieke agenda en wordt in allerlei beleidsstukken - waaronder het Wijkontwikkelingsplan Noord en het Meerjaren Investerings- en Ontwikkelingsprogramma Tilburg 2009 - nadrukkelijk genoemd. Daarnaast heeft het stadsbestuur het initiatief genomen te komen tot een brede maatschappelijke discussie met betrekking tot de multiculturele samenleving, welke moet resulteren in een te formuleren visie met daaruit voortkomende programma's ter bevordering van de multiculturele samenleving. Evenzo nam het stadsbestuur het initiatief tot het inventariseren van knelpunten die de Somalische gemeenschap in en met de Tilburgse samenleving ervaart, waardoor de deels 'ongekende' samenleving in de Stokhasselt weer meer bekend en gekend wordt en beter kan worden ingesprongen op de behoeften en wensen die in deze gemeenschap leven. Ook het Woning-in-Zicht beleid, dat een onevenredige toestroom van allochtonen in de Stokhasselt mede bevordert, en de weinig gevarieerde woningvoorraad in de Stokhasselt, welke voor 79,6% uit sociale huurwoningen bestaat, worden thans onder de loep genomen en waar nodig en mogelijk verbeterd. Bovendien heeft de gemeentelijke overheid onlangs 300.000 gulden extra uitgetrokken voor projecten die het samenleven van individuen met een verschillende culturele en/of etnische achtergrond moeten bevorderen. Een deel van dit bedrag is bestemd voor een experimentele 'wooncursus', een cursus die deel gaat uitmaken van de al bestaande inburgeringscursus voor nieuwkomers en waarin de woon- en leefregels centraal staan.
   Bovenstaande betekent, dat de gemeentelijke overheid zich meer uitdrukkelijk in het proces van 'managing of diversity' begeeft, meer uitdrukkelijk de dialoog met burgers en officiële instellingen c.q. organisaties aangaat en haar sturende en voorwaarden scheppende taak in het proces van 'managing of diversity' serieus neemt.

De wenselijkheid en de werkelijkheid naast elkaar: conclusie

Ik begon dit artikel met te stellen, dat de sociale component van de multiculturele samenleving alleen dan tot stand kan komen, wanneer een overgrote meerderheid van de burgers in het proces van 'managing of diversity' voor de 'voice'- en 'loyalty'-optie kiezen, hierin mede ondersteund door de officiële instellingen en de gemeentelijke overheid. Alleen op deze manier zou de 'wenselijke' samenleving, die het uiteindelijke resultaat is van een voortdurende dialoog tussen alle betrokkenen, tot stand kunnen komen.
   De werkelijkheid in een wijk als de Stokhasselt is, zoals ik in dit artikel heb aangegeven, echter anders. Ondanks de grote inzet die tot nu toe in deze is aangewend, ontberen burgers en officiële instellingen op verschillende punten de ondersteuning, vaardigheden, kennis, financiële middelen et cetera en soms de bereidheid om op een dermate manier gestalte te geven aan het proces van 'managing of diversity', dat de door alle betrokkenen gewilde samenleving kan ontstaan. Daardoor worden 'vreemdelingen' - burgers van allochtone afkomst - op micro-niveau vooralsnog meer gemeden dan omhelst, waardoor een samenleving ontstaat waarin leden van de onderzochte groeperingen meer naast dan met elkaar leven, de participatie van allochtone inwoners aan de omringende samenleving gering is en problemen in het samenleven met elkaar toenemen. De 'vreemde' blijft over het algemeen vreemd en ongekend, waardoor burgers eerder kiezen voor vertrekken (exit) en zich terugtrekken in de eigen vertrouwde groep (retreatment), dan voor het aangaan van de dialoog met elkaar, waardoor binding met en zorg voor de samenleving als geheel (loyality) niet ontstaat.
   Het maatschappelijk middenveld is op dit moment en ondanks haar grote inzet te weinig toegerust om aan bovenstaande situatie een positieve wending te kunnen geven en de burger op een dusdanige manier te ondersteunen, dat de dialoog en daarmee de sociale component van de multiculturele samenleving tot stand kan komen. De gemeentelijke overheid heeft hierin een belangrijke taak. Zij kan het proces van 'managing of diversity' sturen, ondersteunen en er de noodzakelijke voorwaarden voor scheppen. Het heeft er alle schijn van, dat de gemeentelijke overheid haar taak in deze sinds kort serieus neemt.
   Laat ik dit artikel beëindigen met de hoop uit te spreken, dat er in Tilburg, en in de Stokhasselt in het bijzonder, een blijvende dialoog zal ontstaan tussen alle burgers, organisaties en leden van de gemeentelijke overheid. Een dialoog waarin, in gelijkwaardigheid en met wederzijds respect, over de inrichting van de sociale component van de samenleving van gedachten gewisseld kan worden, en die steeds weer zal resulteren in de uitvoering van alle wenselijk en noodzakelijk geachte programma's, waarbij niet de kosten maar de resultaten als belangrijkste criterium gelden. Alleen op deze manier zou het mogelijk kunnen zijn uiteindelijk te komen tot een samenleving die door alle betrokkenen gewild wordt en die met recht, ten aanzien van haar sociale component, een multiculturele samenleving genoemd kan worden. Immers, zoals van Gunsteren (1998: 27), stelt:

'What counts is that in the actual situation in which they find themselves, in which conditions are never ideal, imperfect citizens get going on the road toward citizenship for all in the republic by dealing with their real differences. What counts most, then, is not the arrival at a final destination, but movement, and the direction in which it takes place.'
Noten
  1. Op het micro-niveau werden drie groeperingen in het onderzoek betrokken, namelijk de autochtoon Nederlandse, de Turkse en de Somalische gemeenschap. Daarnaast waren de meeste informanten van deze groeperingen woonachtig in de hoogbouw.
  2. Deze toevoeging is van belang omdat, zoals zal blijken, de retreatment-optie een veel gekozen optie is. De omschrijving van deze optie is afgeleid van R.K. Mertons' anomie-theorie die stelt dat, wanneer een individu de cultureel vastgestelde doelen afwijst én niet kan beschikken over de middelen om deze doelen te bereiken, hij zich zal terugtrekken uit de samenleving.
  3. 'Push'-factoren zijn omstandigheden die voor een persoon aanleiding vormen een land te ontvluchten, terwijl 'pull'-factoren omstandigheden in een ander land zijn, die een persoon aanspreken en hem stimuleren naar dat land te vertrekken.

Literatuur

Gunsteren, H. van, Eigentijds burgerschap. WRR-publicatie vervaardigd onder leiding van H.R. van Gunsteren. 's-Gravenhage: Sdu uitgeverij, 1992.
Gunsteren, H. van, A Theory of Citizenship: Organizing Plurality in Contemporary Democracies. Boulder: Westview Press, 1998.
Kymlicka, W., Multicultural Citizenship: a Liberal Theory of Minority Rights. Oxford: Clarendon Press, 1995.
Merton, R.K., 'Social Structure and Anomie.' American Sociological Review, june, 1938, pp. 672-682.
Roelandt, Th. & J. Veenman, 'Besluit.' In: Veenman, J. & Th. Roelandt (red.), Onzeker bestaan: De maatschappelijke positie van Turken, Marokkanen, Surinamers en Antillianen in Nederland. Amsterdam: Boom, 1994, pp. 173-188.
Tabibian, N., Maatschappelijke zelfstandigheid van Somalische vluchtelingenvrouwen. Tilburg: PON, 1999.


 
vorige naar index volgende