|
Zorg en counselling voor
mensen met HIV/aids in Laos
Joke Meindersma
Inleiding
Toen ik in november 1998 in Laos aankwam om daar onderzoek te gaan doen,
dacht ik dat ik het goed voor elkaar had: ik zou gaan samenwerken met een
bekende medische antropoloog, Maurice Eisenbruch, en diens onderzoeksteam
uit Parijs. Tijdens de besprekingen met dit team, waarvoor ik naar Parijs
was gegaan, was ik erg onder de indruk geraakt van hun kennis, ervaring
en aanpak. Het feit dat Eisenbruch grote plannen voor mij had, onder andere
om samen artikelen te gaan publiceren, verbaasde mij, gezien mijn geringe
ervaring als antropoloog. Eenmaal aangekomen in Laos liet het team twee
maanden op zich wachten en kreeg ik geen antwoord op mijn mailtjes en faxen.
Pas toen ik eind december Eisenbruch een e-mail stuurde, waarin ik schreef
dat ik het wachten zat was en dat ik had besloten om iets anders te gaan
doen, kreeg ik een poeslief mailtje terug. Voor mij was het toen echter
al duidelijk, dat ik geen onderzoek meer wilde doen naar de opvattingen
van vrouwelijke, traditionele genezers over HIV/aids, maar dat ik mij wilde
gaan richten op de beschikbare zorg en counselling voor mensen met HIV/aids.
Daar stond ik dan, alleen en zonder onderzoeksvergunning.
Ik denk dat ik van geluk mag spreken, dat ik ongestoord onderzoek heb kunnen
doen in een communistisch land op een veelvuldig verlengd toeristenvisum.
In Savannakhet werd ik door een medewerkster van het Laotiaanse Rode Kruis
voorgesteld aan iedereen die daar werkzaam was op het gebied van HIV/aids-preventie.
Tevens werd ik geïntroduceerd bij gezondheidswerkers in het provincieziekenhuis.
Door gesprekken met deze mensen raakte ik steeds meer geïnteresseerd
in de problematiek rond mensen met HIV/aids: wat voor zorg is er voor hen
beschikbaar en hoe gaan ze met de ziekte om?
Omgang met de ziekte
In september 1999 waren er in de provincie Savannakhet in totaal 233
mensen seropositief getest. Hiermee heeft de provincie Savannakhet relatief
het hoogste aantal HIV-besmettingen van Laos. Een duidelijke verklaring
is hier niet voor te geven. De provincie Savannakhet grenst aan Thailand
en Vietnam, twee landen met veel hogere HIV/aids-cijfers dan Laos. Er is
een hoge mobiliteit onder de bevolking in de provincie; veel jongeren gaan
tijdelijk in Thailand of in andere buurlanden werken. Echter, er zijn meerdere
provincies die aan deze landen grenzen en waar een hoge mobiliteit onder
de bevolking is. Mijns inziens moet de verklaring gezocht worden in het
feit, dat er in het provincieziekenhuis van Savannakhet meer mensen op
aids worden getest dan in andere provincies, waardoor er ook meer mensen
seropositief bevonden kunnen worden.
Aids wordt in Laos gezien als een ziekte van prostituées
en van buitenlanders en ook van Laotianen die in het buitenland hebben
gewerkt. Hierdoor is de bevolking zich er nauwelijks van bewust, dat iederéén
met HIV besmet kan worden en dat Laotianen ook elkaar kunnen besmetten.
Een ander gevolg is de stigmatisering en discriminatie van mensen met HIV/aids.
Gebrek aan kennis over de manieren waarop de ziekte wordt verspreid, leidt
tot angst voor en het ontwijken van mensen met HIV/aids. Het is daarom
niet verwonderlijk, dat op een enkele uitzondering na alle mensen in de
provincie Savannakhet, die seropositief zijn getest, hun ziekte voor de
omgeving geheim proberen te houden. Ze zeggen dat ze 'gewoon' malaria of
tuberculose hebben. Deze ziektes komen in Laos veel voor en worden niet
met aids geassocieerd. Aan een vrouw wiens man aan aids was overleden,
vroeg ik of er wel eens mensen in het dorp waren geweest, die hadden gevraagd
of haar man aids had, omdat hij erg was afgevallen en tuberculose had.
Dit was een enkele keer voorgekomen, maar meer in de vorm van een grapje
("Zo, heb je nu aids?") Het echtpaar maakte dan een grapje terug, maar
zei nooit wat er werkelijk aan de hand was.
Dit angstvallig geheimhouden van de ziekte heeft ook gevolgen
voor het medisch hulpzoekgedrag van mensen met HIV/aids. Het bezoeken van
mensen met HIV/aids thuis door artsen zou in kleine plattelandsgemeenschappen
bijvoorbeeld teveel opvallen. Bovendien kan de geheimhouding in ziekenhuizen
ook niet altijd gegarandeerd worden, waardoor sommige mensen hier niet
graag naar toe gaan. Andere factoren die het medisch hulpzoekgedrag van
mensen met HIV/aids beïnvloeden, zijn financiële en logistieke
problemen, het verloop van de ziekte en de beschikbare zorg in ziekenhuizen.
De beste medische zorg in de provincie Savannakhet is
te vinden in het provincieziekenhuis, gevolgd door de districtziekenhuizen.
In Laos zijn geen aids-remmende medicijnen, zoals AZT, verkrijgbaar; men
kan dus alleen de symptomen behandelen. Met name in de districtziekenhuizen
is de kwaliteit van de zorg zeer matig, maar het provincieziekenhuis is
voor veel mensen te ver weg. Bovendien is een verblijf in het provincieziekenhuis
niet goedkoop, onder andere omdat er een familielid met de patiënt
mee moet komen om voor hem te zorgen. In de meeste gevallen blijft het
bij een eenmalig bezoek aan het provincieziekenhuis om een aids-test te
laten doen. Patiënten die een aids-test ondergaan, zijn vaak al ziek
en hebben niet lang meer te leven. Ze blijven daarom niet in het ziekenhuis,
maar gaan naar huis, waar ze na niet al te lange tijd overlijden. Volgens
artsen in het provincieziekenhuis kopen de meeste mensen met HIV/aids medicijnen
bij een apotheek, waar zonder recept veel medicijnen verkrijgbaar zijn,
of laten ze zich door traditionele genezers behandelen. Voor deze genezers
geldt, dat ze goedkoop zijn en vaak in de nabije omgeving van de patiënt
wonen.
Counselling
Vanuit de medische antropologie is er tot nu toe weinig aandacht geweest
voor de zorg en counselling voor mensen met HIV/aids. Er is een aantal
studies geweest naar de effecten van
pre-test en post-test
counselling op gedragsverandering en enkele onderzoeken waren gericht op
de mogelijkheden voor verzorging van mensen met HIV/aids door hun familie.
Al deze studies hebben echter betrekking op een Afrikaanse of westerse
context; over zorg en counselling voor mensen met HIV/aids in Azië
is nauwelijks iets geschreven. Toch komt er een aantal belangrijke punten
uit de literatuur naar voren. Net als HIV/aids-voorlichtingsprogramma's
moeten counsellingdiensten worden aangepast aan de lokale normen en waarden.
In de meeste ontwikkelingslanden is men niet gewend om open over seksualiteit
of persoonlijke problemen te praten. Counselling heeft in deze landen daarom
vaak een andere vorm dan in westerse landen; de nadruk ligt hier niet zozeer
op het bespreken van gevoelens en emotionele problemen als wel op het verschaffen
van informatie (Green, 1989a).
Bij pre-test counselling wordt een patiënt
voorbereid op een mogelijk positieve uitslag van de aids-test (onder andere
door het risicogedrag van de patiënt te bespreken) en wordt de patiënt
voorgelicht over de ziekte (McCreaner, 1989). Bij post-test counselling
wordt de patiënt de uitslag van de aids-test verteld en krijgt de
patiënt nogmaals te horen, hoe hij kan voorkomen anderen te besmetten
en hoe hij het beste voor zijn gezondheid kan zorgen. Om deze gevoelige
informatie te kunnen bespreken is het belangrijk, dat een counseller het
vertrouwen wint van de patiënt en zijn eigen vooroordelen opzij kan
zetten. Geheimhouding is cruciaal voor het ontwikkelen van een goede relatie
tussen counseller en patiënt, omdat de meeste mensen met HIV/aids
niet willen, dat hun omgeving te weten komt wat hen mankeert (Green, 1989b).
In het provincieziekenhuis van de provincie Savannakhet
worden sinds 1993 aids-testen gedaan. Deze testen zijn gratis, omdat ze
door het Japanse Rode Kruis worden gefinancierd; patiënten hoeven
alleen voor injectienaalden en plastic handschoenen te betalen. In het
districtziekenhuis van Tjampon kunnen sinds 1998 ook aids-testen worden
gedaan, maar deze zijn tot nu toe alleen voor patiënten bedoeld, terwijl
in het provincieziekenhuis ook mensen die zelf om een aids-test vragen,
getest kunnen worden. Op het moment van mijn onderzoek konden er om technische
redenen in Tjampon al een tijdje helemaal geen aids-testen meer worden
gedaan.
In het provincieziekenhuis zijn zes gezondheidswerkers
getraind in de omgang met en het geven van counselling aan mensen met HIV/aids.
Het team toont veel enthousiasme en inzet om zo goed mogelijk voor mensen
met HIV/aids te zorgen, maar door een gebrek aan financiële middelen
kunnen ze minder doen dan ze eigenlijk willen. Huisbezoeken zijn bijvoorbeeld
bijna niet mogelijk, alleen bij patiënten die vlakbij het ziekenhuis
wonen, omdat er geen geld voor is.
Als een arts in een districtziekenhuis vermoedt, dat een
patiënt aids heeft, wordt de patiënt naar het provincieziekenhuis
doorverwezen. Vóór de test heeft elke patiënt een counsellinggesprek
met een gezondheidswerker die hierin is getraind, waarbij wordt uitgelegd,
hoe de test werkt en wat een positieve uitslag betekent. Bij zowel een
negatieve als een positieve uitslag heeft de patiënt een post-test
counsellinggesprek. In dit gesprek wordt nogmaals uitgelegd wat aids voor
een ziekte is, en in geval van een positieve uitslag wordt de patiënt
verteld, hoe hij het beste voor zichzelf kan zorgen en hoe hij kan voorkomen
anderen te besmetten. In principe wordt aan alle patiënten persoonlijk
de positieve uitslag van de aids-test verteld. Maar in sommige gevallen
waren gezondheidswerkers van mening, dat het beter was dat een patiënt
niet wist, dat hij seropositief was. In zo'n geval werden naaste familieleden
van de situatie op de hoogte gesteld. De arts die in het districtziekenhuis
van Tjampon de aids-testen uitvoert, heeft nooit training gehad in het
geven van counselling aan mensen met HIV/aids. Volgens de arts is hij hierdoor
niet in staat om een positieve uitslag van een aids-test aan een patiënt
te vertellen. In dit ziekenhuis is er dus geen sprake van pre-test en
post-test counselling; patiënten zijn meestal niet eens op
de hoogte van waar hun bloed op wordt onderzocht.
Als iemand seropositief is getest, biedt het provincieziekenhuis
de mogelijkheid om één keer per maand met een gezondheidswerker
te komen praten. Deze counsellinggesprekken zijn gratis en zijn bedoeld
om mensen met HIV/aids over hun problemen te laten praten of om bijvoorbeeld
onduidelijkheden over de ziekte te bespreken. Tot nu toe heeft echter nog
niemand van deze mogelijkheid gebruik gemaakt. Mijns inziens zijn de belangrijkste
redenen hiervoor de volgende.
-
Het angstvallig willen geheimhouden van de ziekte voor de buitenwereld.
Vrijwel alle mensen met HIV/aids zijn heel bang, dat hun omgeving erachter
komt dat ze aan deze ziekte lijden. Een maandelijks bezoek aan het provincieziekenhuis
zou wellicht teveel opvallen.
-
Manier van omgaan met gevoelens en emoties. In Laos is men niet
gewend om diepgaande gesprekken te voeren over eigen gevoelens en emoties,
zeker niet met een vreemde.
-
Kennis over de ziekte. Uit mijn onderzoek is naar voren gekomen,
dat mensen met HIV/aids niet zozeer behoefte hebben om over persoonlijke
problemen te praten; men wil eigenlijk vooral informatie krijgen over de
ziekte zelf. Als mensen de ziekte goed begrijpen en er goed mee om weten
te gaan, zullen ze minder snel behoefte hebben aan een vervolggesprek.
-
Financiële en logistieke problemen. Voor mensen die ver van
het provincieziekenhuis wonen, is het vaak niet haalbaar om hier regelmatig
heen te gaan. Het trainen van gezondheidswerkers in districtziekenhuizen
zou hier wellicht een oplossing voor kunnen zijn.
-
Verloop van de ziekte. Mensen waarbij een aids-test wordt gedaan,
hebben vaak al symptomen en komen niet lang na de test te overlijden. In
de toekomst zullen er waarschijnlijk meer mensen seropositief worden getest,
die nog geen symptomen hebben. Het is niet ondenkbaar dat deze groep mensen
wel behoefte zullen hebben om met een gezondheidswerker over hun problemen
te praten.
Literatuur
Green, J., 1989a. 'Counselling in developing countries.'
In: Green, J. & A. McCreaner (eds.),
Counselling in HIV infection
and AIDS. UK: Blackwell Scientific Publications, pp. 248-275.
Green, J., 1989b. 'Post-test counselling.' In: Green,
J. & A. McCreaner (eds.), Counselling in HIV infection and aids.
UK: Blackwell Scientific Publications, pp. 28-68.
McCreaner, A., 1989. 'Pre-test counselling.' In: Green,
J. & A. McCreaner (eds.), Counselling in HIV infection and AIDS.
UK: Blackwell Scientific Publications, pp. 21-27.
|
|