![]() |
Culturele Antropologie Utrecht
CAses
|
| 2000 |
Een onderzoek naar de invloed van direct contact met vluchtelingen op Nederlanders A. van Driel De verrassende invalshoek, onderzoek naar Nederlanders, is maar één
van de redenen waardoor ik wist dat ik eind '98 mijn afstudeeronderwerp
had gevonden. Ik had mij namelijk al langer afgevraagd, waarom er, relatief
gezien, zo weinig aandacht was in antropologisch onderzoek voor de snel
veranderende situatie in de eigen samenleving. Met de effecten van globalisatie
en het ontstaan van een multiculturele samenleving en de daarbij behorende
integratievraagstukken in Nederland was daar reden genoeg voor, dacht ik.
Bij de onderzoekers die zich wel met deze integratiethematiek bezighielden,
lag de nadruk op de positie van de 'ander' in het integratieproces. Ook
in het politieke en publieke debat lag de focus vooral bij de vreemdeling.
Onderzoek naar hoe Nederlanders integreren in de multiculturele samenleving,
gebeurt bijna niet en het leek me dan ook erg leuk en nuttig om hieraan
mee te werken.
Het onderzoek Omdat er maar een beperkte tijd was om het onderzoek uit te voeren, hebben we een aantal keuzes moeten maken. Wie de respondenten zouden worden, bijvoorbeeld. Er werd gekozen voor die Nederlanders waarmee vluchtelingen in het begin in contact komen, namelijk medewerkers van het Vluchtelingenwerk, taaldocenten NT-2 en werkgevers. Het gaat hier om mensen bij wie je ervan kan uitgaan, dat ze tot op zekere hoogte 'open' staan voor de komst en de aanwezigheid van vluchtelingen. De vooronderstelling hierbij is, dat een dergelijke 'openheid' een voorwaarde is voor integratie. Soms dacht ik waar ben ik in godsnaam aan begonnen, en dat denk ik nog wel eens. Meestal als er allerlei dingen niet gaan zoals ik het wil. Vrijwilliger bij Vluchtelingenwerk, het klinkt aardig, maar eenmaal aangemeld als vrijwilliger kwam en kom ik toch een aantal zaken tegen die ik helemaal niet leuk of aardig vind, integendeel: heel rottige dingen. Ruim tien jaar geleden werd vanuit de kerken in T. om vrijwilligers gevraagd voor de opvang van asielzoekers. Dit verzoek was ook gericht aan de fracties in de gemeenteraad. Op dat moment had ik geen enkele zin om als lid van de P.v.d.A. in de gemeenteraad zitting te nemen. Dus uit nieuwsgierigheid wilde ik wel proberen om asielzoekers in T. en in onze samenleving wat wegwijs te maken. Een groep vrijwilligers, waaronder ik, kreeg een stukje training en daar ging ik dan. Aan de slag... Uit de analyse van het materiaal blijkt, dat de betrokkenheid bij de
belangen van anderen bij de deelnemers bovenal humanitair is. Slechts heel
zelden geven mensen expliciet aan een ideologische betrokkenheid te hebben,
die voortvloeit uit een bepaalde politieke overtuiging. Alleen bij deelnemers
die zelf een vluchtervaring hebben, of - op een andere manier - die zelf
een migratie-ervaring hebben, speelt naast humanitaire betrokkenheid ook
lotsverbondenheid als beweegreden voor hun handelen.
Als vrijwilligers maken we meestal afspraken. We komen bijvoorbeeld één keer per week langs. Telefoonnummers en adressen kun je beter niet geven, of alleen in gevallen als het echt nodig is. Toch hebben veel van onze vrijwilligers zich daar lelijk mee in de vingers gesneden. Ikzelf trouwens ook. Tijdens de begeleiding van een zwangere Chinese mevrouw ben ik in de laatste maand van de zwangerschap zeker wel vijftig keer moeten komen opdraven. Thuis en op mijn werk werd ik gebeld en iedereen zei telkens: 'Ga maar gauw. Het kan nodig zijn.' En daar ging ik weer met mijn Chinese woordenlijst op stap. Deze mevrouw woonde samen met drie mannen, maar tijdens de bevalling was er niet één aanwezig. Ik weet nog steeds niet wie de vader is... Kun je nu, wanneer je kijkt naar wat mensen hebben gezegd over hun beweegredenen om zich in te zetten voor vluchtelingen, spreken over wat Abram de Swaan1 noemt 'identificatie in uitdijende kring'? Ik kan daar op grond van het onderzoek geen eenduidig antwoord op geven. Een deel van de humanitaire betrokkenheid van de respondenten heeft niet zozeer te maken met het nieuwe verschijnsel van globalisering, maar voert veeleer terug op morele waarden die wortelen in oudere, religieuze tradities of in die van politiek links. Voor zover de beweegredenen van de deelnemers verband houden met globalisering, dan is dat in zoverre dat mensen via de media kennis kunnen nemen van oorlogen en gewelddadige conflicten elders in de wereld en van hoe mensen 'als u en ik' daar de dupe van worden. Dit speelt bij een aantal van de deelnemers (zo niet bij allemaal) zeker een rol. Feit is natuurlijk ook, dat de kans om überhaupt vluchtelingen uit alle delen van de wereld tegen te komen aanzienlijk is toegenomen met de toegenomen technische mogelijkheden van vervoer over grote afstanden. Of dat echter leidt tot een uitdijende identificatie met de mensheid wereldwijd is daarmee nog niet gezegd. Ik denk dat zo'n uitdijende identificatie niet zozeer een beweegreden is voor mensen om zich in te zetten voor vluchtelingen, als wel dat het tot op zekere hoogte een effect kan zijn van het directe contact met vluchtelingen. De deelnemers aan het onderzoek zijn vluchtelingen meer 'als mensen' gaan zien. Ze zijn met andere woorden minder 'anders' geworden. Door de verhalen van vluchtelingen over hun landen van herkomst worden die landen bovendien minder 'ver weg'. Wat ik in al die jaren wel geleerd of eigenlijk afgeleerd heb, is om mensen die uit veel verschillende landen komen, andere culturen, andere leefgewoonten, om die onze gewoonten voor te houden, als zijnde goed. Ik heb gezien dat kinderen gestraft worden op een manier waar we in Nederland de vertrouwensarts voor zouden bellen. Maar wat doodnormaal gevonden wordt. Hoe vrouwen behandeld worden, hoe mensen soms absoluut niet blij zijn met de geboorte van een gezonde dochter. Een man zei eens tegen me, toen ik hem feliciteerde met de geboorte van zijn derde dochter: 'Ik wil haar niet, en als het volgende weer een meisje is, dan doe ik het weg.' En ik achtte hem ertoe in staat. Toen ik samen met de verloskundige met mevrouw over een voorbehoedsmiddel sprak, raakte deze mevrouw bijna in paniek; ze moest toch ééns een zoon baren. Hoe durfden we!!! Voor een aanzienlijk deel van de deelnemers geldt, mijns inziens, dat ze niet alleen bereid zijn Nederland te delen zoals-het-is, maar dat ze ook bereid zijn veranderingen te accepteren, die de komst van vluchtelingen en andere migranten met zich meebrengen. Veel mensen zeggen de toegenomen culturele diversiteit als een verrijking te beschouwen. Sommigen wijzen op het belang van de aanwezigheid van migranten en vluchtelingen met het oog op de vergrijzing van Nederland. Anderen wijzen op specifieke kwaliteiten van migranten en vluchtelingen, die belangrijk kunnen zijn in een tijd van globalisering en multiculturalisering. Diverse mensen geven aan, dat wat hen betreft vluchtelingen zich niet volkomen hoeven aan te passen aan hoe het hier is. Zij respecteren het, wanneer vluchtelingen een deel van hun eigen identiteit willen behouden. Ook menen zij, dat Nederlanders kunnen leren van mensen met een andere culturele achtergrond. In feite zoeken veel deelnemers deze kans tot leren juist ook op. Het moeilijkste in het begeleiden van asielzoekers heb ik altijd die mannen gevonden, die vrouw en kinderen waar ook ter wereld hebben moeten achterlaten. Ik vraag me nog steeds af hoe erg dat is. Hoe hoog is de nood, hoe bang, hoe angstig ben je, als je alles wat je lief hebt, achterlaat op een plaats waar zij ook niet veilig zijn. Soms worden alle bezittingen verkocht om maar aan een vals paspoort en een ticket te komen. Het is dan ook te begrijpen dat die mensen dan, als ze eenmaal hier zijn in Nederland, zo snel mogelijk willen dat de Nederlandse regering zorgt dat hun familieleden overkomen. Hoe moet ik, want meestal zijn dat de vrijwilligers die hen vertrouwd zijn, vertellen dat er eerst onderzoeken plaats moeten vinden naar de waarheid van hun vluchtverhaal? En als dat nu maar een kwestie van enkele maanden zou zijn, maar helaas is anderhalf tot twee jaar normaal. Het is dan ook niet te verwonderen dat sommigen erg agressief worden. In woorden, maar soms ook in daden. Zelf ben ik een keer in elkaar geslagen, door iemand die radeloos was. Hij was heel H. afgelopen, had mijn naam genoemd en gevraagd waar ik woonde. Een dorp blijft een dorp en hij had een duidelijke uitleg gekregen, met als gevolg dat om drie uur 's nachts de deurbel ging. Toen ik opendeed, kreeg ik gelijk enkele vuistslagen in mijn gezicht. Gelukkig, zowel voor mij als voor mijn belager, was onze hond en mijn man direct bij ons. We hebben dit na ongeveer zes weken kunnen uitpraten en konden begrip voor elkaar opbrengen. Toch ben ik na dit voorval meer gaan begrijpen van vechtpartijen die soms in de asielzoekerscentra plaatsvinden. De één laat alles gelaten over zich komen en wordt depressief, terwijl bij de ander het tegenovergestelde gebeurt. De grenzen aan die 'openheid' blijken in de eerste plaats een erg persoonlijke zaak te zijn. Eén van de dingen die mensen zeggen te leren in hun werk met vluchtelingen, is dat ze hun eigen grenzen beter leren kennen. Het interessantste voor mij waren eigenlijk de mensen bij wie de grenzen tussen ik en de ander, werk en privé niet zo duidelijk vastlagen. Deze mensen gingen, niet altijd met die intentie overigens, wat meer het avontuur aan. Avontuur, in de zin dat ze hun eigen grenzen nog moesten ontdekken. Klaarblijkelijk is het daarvoor soms nodig om over die grenzen heen te gaan. Tegenover de moeilijkheden die dit met zich meebrengt, staat naar mijn mening dat de betreffende mensen vaak een intensiever contact met vluchtelingen hadden. Omdat je voor erg veel dingen zorgt en er meestal toch taalproblemen zijn, doe je soms ook hele stomme dingen en worden er ook dingen van je verwacht waar je niet aan kunt voldoen. En soms ook niet aan wil voldoen. Ik voel me bijvoorbeeld absoluut niet verplicht om elke zondag mee naar een kerk te gaan. Ik vertel hen wel waar verschillende kerken zijn en ik ga een keertje mee, en dat is het. De kinderen naar school brengen doe ik ook maar een paar keer, daarna moeten de ouders meegaan. Hetzelfde geldt voor boodschappen doen. Toch worden elke keer dingen van je gevraagd, zoals: Maak jij mijn huis schoon? Kun jij strijken? Wil jij even afwassen? Enzovoorts... Op basis van het onderzoek kan ik stellen, dat de deelnemers aan het
onderzoek over het algemeen veel hebben geleerd van hun contact met vluchtelingen.
Niet in de laatste plaats heeft dat leren plaatsgevonden in het omgaan
met de moeilijkheden. Een groot deel van de moeilijkheden blijkt te maken
te hebben met conflicterende verwachtingen als gevolg van verschillen in
cultuur, sociaal-economische positie en macht. Mensen hebben in de praktijk
manieren gevonden om daarmee om te gaan. Ze wijzen onder meer op het belang
van humor en van duidelijk en direct zijn naar elkaar. Daarnaast probeert
men verklaringen te zoeken voor moeilijkheden die zich voordoen, door zich
te verdiepen in de culturele, politieke en religieuze achtergronden van
vluchtelingen of door zich in te leven in hun situatie. Opvallend vaak
geven deelnemers aan, dat het belangrijk is om vluchtelingen niet te betuttelen.
Dat creëert meer moeilijkheden dan dat het oplost. Vluchtelingen zijn
zelf verantwoordelijk voor hun doen en laten, is het idee.
Door alle dingen die ik in de afgelopen jaren gehoord, gezien en gedaan heb, ben ik wel een stuk rijker geworden. Ook gewoon in kleine dagelijkse dingen die met vluchtelingen te maken hebben... Gewoon met nieuwjaar een kaartje. Wat ik tot slot wil zeggen is, dat de mensen niet zo lang in onzekerheid gelaten moeten worden. Als ze hier om een of andere reden niet kunnen blijven, laat ze niet vervreemden van hun familie en van hun thuisland. En degenen die echt niet terug kunnen, laat ze blijven. Er is echt nog plaats voor hen, ons land is niet vol. Noot
|