|
Strijden, lijden en zich
bevrijden
De sociale positie van vrouwen in Women-Headed
Households in een kleine stad in het Noordoosten van Brazilië
Irma Lubbinge
In het NRC Handelsblad van 19 augustus 1999 kopt een artikel: 'Xuxa
mag geen kinderen krijgen.' De reden zou zijn dat haar alleenstaand moederschap
jongeren op het slechte pad brengt. Xuxa is al meer dan tien jaar prominent
aanwezig op de Braziliaanse televisie als nationale, blonde megaster. Haar
programma's zijn gericht op kinderen, maar informeert eigenlijk iedereen
over de levensstijl in de Braziliaanse maatschappij. Zij had tot voor kort
zes dagen per week een vijf uur durend programma op TV Globo, de grootste
televisiezender van Brazilië. Momenteel worden haar shows iedere zaterdag
en zondag uitgezonden. Zij beweegt jong en oud tot tranen en is voor veel
kinderen het grote voorbeeld. Zij is lang, heeft blauwe ogen en blond haar
en is daarmee de vertegenwoordiging van vrouwelijkheid, van blanke schoonheid.
Met haar shows promoot zij cultuur en moderniteit, gebaseerd op consumptie
(zie Simpson, 1993).
Sinds kort heeft ze een dochter, en die heeft zij bewust
alleen gekregen. Net als de zangeres Madonna besloot ze, toen ze al een
eind in de dertig was en geen relatie meer had, dat ze een kind wilde.
Dit kind maakte ze samen met een Braziliaanse acteur die verder geen aandeel
zou hebben in de opvoeding. En volgens de krant maken de minister van Onderwijs
en Xuxa daar nu ruzie over. Xuxa is een voorbeeld voor veel meisjes en
dit zou een heel slecht voorbeeld zijn. De minister noemt het 'onafhankelijke
productie van kinderen'. Hij zou zelfs bereid zijn een wet te maken om
openbare persoonlijkheden die 'aanzetten tot de onafhankelijke productie
van kinderen' te bestraffen.
Wat Xuxa doet is aanzetten tot destructief en sociaal
laakbaar gedrag. 'Waar maakt een socialistische minister in een land als
Brazilië zich druk om?' vraagt de verslaggeefster zich af. In Brazilië
is 40 procent van de vrouwen gezinshoofd en leeft daarbij zonder (vaste)
man. In de hogere klassen ligt dat percentage een stuk lager, maar ongewoon
is het alleenstaand moederschap ook daar niet. Brazilië is, schrijft
de krant, via de slaven sterk beïnvloed door de Afrikaanse cultuur.
Vrouwen hebben er weinig moeite mee te leven met kinderen van verschillende
mannen. De reactie van Xuxa zou onder meer zijn geweest: 'Ik ben misschien
een alleenstaande moeder, maar ik kan voor de opvoeding betalen.' Het ter
discussie stellen van Xuxa's onafhankelijke productie is een uiting van
neerbuigend moralisme van de elite ten opzichte van de armen, concludeert
de verslaggeefster (NRC Handelsblad, 19-08-99: 4).
Xuxa en racisme
Ik haal dit artikel aan, omdat zowel Xuxa als het alleenstaand moederschap
te maken hebben met mijn afstudeerproject: de sociale positie van vrouwen
in women-headed households, moeders in Canudos, een kleine stad
in het Noordoosten van Brazilië. Hiervoor ben ik in de periode april
- juli 1999 in Canudos zelf en in een tweetal omliggende gehuchten met
22 alleenstaande moeders opgetrokken.
Ik kon niet om Xuxa heen, want sinds kort heeft ze haar
lange blonde haar kortgeknipt en daardoor lijken wij veel op elkaar. Iedereen
die mij zag en aansprak, had er een opmerking over: 'Je lijkt wel heel
erg veel op Xuxa.' In de bus in Salvador, de hoofdstad van Bahia, viel
een meisje bijna van schrik in mijn armen. Ze verontschuldigde zich later
en zei dat ze dacht dat ze Xuxa zag. Mijn buurmeisjes in Canudos, die het
liefst met een Xuxa t-shirt liepen, adoreerden mij. Vast niet omdat ik
zo geweldig was; volgens mij alleen maar vanwege mijn gelijkenis op Xuxa.
Ik vond de vergelijking met Xuxa niet leuk. Ik kreeg zelfs een hekel aan
haar, hoewel ik haar tv-shows best leuk vond. Waarom had ik er zoveel moeite
mee te worden herkend als Xuxa? Dat had vast alles te maken met racisme.
Hoe witter hoe beter lijkt ook in Brazilië te gelden.
Uit studies blijkt, dat voor veel zwarte vrouwen blank
en blond 'beter' betekent. Wit staat voor reinheid, goedheid, schoonheid
en intelligentie. In de media wordt de zwarte vrouw vaak afgebeeld als
naïef, dom en bijgelovig. Ze draagt meestal een schort en om haar
hoofd een shawl. Op tv is de meerderheid van de hoofdpersonen in soaps
en commercials blank en blond en zijn de dienstmeisjes zwart, een aanduiding
dat blank staat voor een hogere positie in de maatschappij. Ook in werkelijkheid
is het zo, dat de meerderheid van de dienstmeisjes zwart is. Dienstmeisjes
worden vaak slecht betaald, minder dan het wettelijk minimumloon (130 Braziliaanse
reais per maand, ongeveer 150 gulden). Het is blijkbaar goedkoper een dienstmeisje
te nemen dan een wasmachine te kopen. Een argument van de middenklasse
hiervoor is, dat zij vrouwen in dienst neemt die uit het arme Noordoosten
komen, vrouwen die nooit naar school zijn gegaan en die anders zouden zijn
verhongerd (Caipora Women's Group, 1993: 47-53).
Mijn onderzoek vond plaats in dit arme Noordoosten. Ik
ben daar soms pijnlijk gewezen op het feit dat blank als beter wordt gezien.
Zo werd mijn vriendje uit Salvador te donker bevonden. 'Hij is van mijn
kleur', zei mijn sleutelinformante. 'Ik zal mijn hand wit verven, opdat
je wel met mij gaat dansen', riep een jongen waarmee ik tijdens de festas
juninas1 niet wilde dansen. 'Vandaag
maken wij drie poppen, een rijke, een arme en een blanke. De rijke is een
mooie slanke vrouw, net als jij', vertelde een vrouw mij op moederdag.
'En de arme dan?' vroeg ik. 'Donker en lelijk, net als wij.' 'Goh Irma,
kook jij? Was je je eigen kleren? Ik dacht dat jullie dat niet deden.'
Ik voelde me hierbij niet altijd op mijn gemak.
Alleenstaande moeders in Women-Headed Households
In 1995 werd in Latijns-Amerika zo'n 21 procent van de huishoudens door
een vrouw geleid, in Brazilië ongeveer 28 procent (World Bank, 1995:
52). Cijfers kunnen verschillen door de definiëring van deze huishoudens.
In de literatuur worden deze huishoudens vaak omschreven als 'women-headed
households', waarbij onderscheid wordt gemaakt in de facto en de
jure 'women-headed households'. De jure wil zeggen dat er in
het huishouden geen mannelijke partner of echtgenoot aanwezig is. De vrouw
is gescheiden, alleenstaand of weduwe en is verantwoordelijk voor de familie.
De facto wil zeggen dat er in het huishouden wel een man is, maar
dat deze tijdelijk afwezig is, bijvoorbeeld om elders te werken. Of het
wil zeggen dat er wel een man is, maar dat zijn bijdrage aan het huishouden
minimaal is (Henderson, 1995: 10).
Leden uit gezinnen van alleenstaande moeders worden in
de literatuur vaak beschreven als slachtoffers. Ze zouden minder kansen
hebben en worden in één adem genoemd met leden uit families
waarvan het hoofd van het huishouden ziek, alcoholist of oud is (Mariz,
1994: 41). Vanuit de sociale wetenschappen zijn er ook onderzoeken die
aantonen dat leden uit deze gezinnen juist beter af kunnen zijn. Bijvoorbeeld
doordat het inkomen binnen het huishouden meer evenredig verdeeld wordt,
het gezin stabieler is of omdat er minder kans is op lichamelijk geweld
(zie Chant, 1985 en 1997, en González de la Rocha, 1995). 'Beter
alleen dan in slecht gezelschap', concludeerde in 1997 een studente antropologie
in een onderzoek naar alleenstaande vrouwen in een stad in Ecuador.2
De meeste onderzoeken zijn echter gericht op stedelijke gebieden. Vanuit
mijn interesse voor het platteland wilde ik alleenstaande vrouwen in een
ruraal gebied aan het woord laten. Is het alleen misère voor hen?
Wat vinden ze zelf van hun situatie? Is het hier ook zo: beter alleen dan
in slecht gezelschap?
Canudos: de strijd van het volk
Canudos ligt in de sertão ('het grote lege achterland')
van de staat Bahia, op 385 km afstand van de hoofdstad van Bahia, Salvador.
Canudos is binnen en buiten Brazilië bekend vanwege de unieke burgeroorlog
die hier in 1897 heeft plaatsgevonden. Deze oorlog is door Euclides da
Cunha (1902) beschreven in zijn boek Os sertões, dat een
klassieker in de Braziliaanse literatuur is geworden. Ook de schrijver
Mario Vargas Llosa heeft zich laten inspireren door deze geschiedenis en
er het boek De oorlog van het einde van de wereld over geschreven,
dat hij zelf beschouwt als zijn beste boek (1996: 165). Een paar jaar nadat
de Republiek was uitgeroepen in Brazilië (1888) werd Canudos gesticht
door de religieuze leider Antônio Conselheiro (de Raadgever). Onder
zijn leiding gingen de bewoners zich organiseren vanuit de beginselen gelijkheid,
broederschap, democratie en zelfbestuur. Volgens de ideeën van Conselheiro
had de aarde geen eigenaar, maar was de grond van iedereen. Dit in tegenstelling
tot het grootgrondbezit dat in het Noordoosten de overhand had. Conselheiro
was ook tegen de veranderingen van de regering, zoals die van de scheiding
tussen Kerk en Staat en de nieuwe maatregelen voor het innen van belasting.
Het bestaan van Canudos was de grootgrondbezitters, de federale overheid
en de leiding van de Katholieke Kerk een doorn in het oog. Er werden verschillende
militaire expedities naar Canudos gestuurd en met de laatste leed de bevolking
een nederlaag waarbij bijna alle inwoners (25.000) omkwamen. De Braziliaanse
regering kon weer opgelucht ademhalen: de dreiging van een nieuwe sociale
macht was voorbij (Costa, 1990).
Canudos, nu een plaats met ongeveer 18.000 inwoners, kreeg
in 1969 ter compensatie van de gevolgen van de oorlog een stuwmeer, de
açude Cocorobó. Dit stuwmeer zorgde voor de voornaamste
werkgelegenheid in de plaats: visserij en landbouw, met name bananenteelt.
Jarenlang was Canudos daarom een rijke plaats voor wie irrigatiegrond bezat.
Maar ook voor kleine boeren met onbevloeide grond zorgden de regens in
dit semi-aride klimaat voor voldoende landbouwopbrengst. De sertão
werd echter vaak geteisterd door grote periodes van droogte, de grootste
vijand van de bewoners die vaak zelfvoorzienende landbouw bedrijven.
Ook nu is de droogte een actueel thema. Het stuwmeer is
bijna opgedroogd en bevat nog zo'n tien procent van de watercapaciteit.
Volgens de bewoners regent het al tien jaar niet meer of valt er in ieder
geval geen regen van betekenis. Naast de bananenteelt was er voorheen ook
volop groente en fruit, zoals watermeloen, tomaten en mango's, maar deze
zijn er nauwelijks meer. De visserij is afgelopen, buiten een enkele garnaal
om. Enkele boeren houden zich in stand met het fokken van geiten, de enige
veesoort die zich goed staande houdt in de sertão.
Canudos: de strijd van de vrouw
Het is onder andere vanwege de droogte dat er in Canudos veel 'women-headed
households' zijn. Door de droogte trekken veel jongeren, mannen en ook
vrouwen weg naar een grotere stad om werk te zoeken. São Paulo is
daarbij absoluut favoriet. Volgens een onderzoek van het Braziliaanse Bureau
voor Statistiek werd in 1991 23 procent van de huishoudens in Canudos door
een vrouw geleid (IBGE, 1991: 128). Al is dit een indrukwekkend aantal,
naar mijn stellige indruk zijn het er meer en is het bureau waarschijnlijk
uitgegaan van de jure 'women-headed households'. Door de droogte
is de werkloosheid groot onder zowel de mannen als de vrouwen. Het verwerven
van inkomen is dan ook het grootste probleem voor de bevolking van Canudos.
De meesten van de vrouwen uit mijn onderzoek hebben nauwelijks
een eigen inkomen. Ze leven van het pensioen van hun ouders, van baantjes
bij de gemeente of verdienen iets via het informele circuit door naaiwerk
of verkoop van koffie en ijsjes op de wekelijkse markt. Door het ontbreken
van goede sociale voorzieningen zijn vrouwen veelal op wederzijdse hulp
aangewezen. Geen van de vrouwen ontving steun van haar ex-man. Soms begrepen
ze dat niet, meestal echter wel: want ook hij is 'zwak', heeft geen inkomen
en moet daarbij vaak voor kinderen uit andere huwelijken zorgen. 'Wat nou
hulp van mannen, ze zijn er alleen maar om je met kinderen achter te laten',
hoorde ik vaak. De hulp die de vrouwen krijgen, bestaat uit een pak suiker
of poedermelk voor de baby's. Dat de vader poedermelk koopt voor de baby
is volgens Scheper-Hughes een belangrijke symbolische transactie, omdat
hij daarmee erkent dat het kind van hem is. De definitie van een vader
is dan ook de persoon die binnen een week de prestigieuze blikken Nestlé
brengt, of die deze laat bezorgen door een vriend of tussenpersoon (1992:
232).
Het gevolg van het gebrek aan inkomsten is, dat de kinderen
van de vrouwen soms honger lijden. Veel vrouwen hebben angst voor de dag
van zondag, omdat ze bang zijn die dag geen geld te hebben voor de boodschappen.
Op zondag is er markt in Canudos en dat is vaak de enige gelegenheid vlees,
groente en fruit te kopen. Soms vindt een moeder dat haar kinderen met
honger moeten leren leven: beter met honger naar school dan niet naar school.
Zefinha, één van mijn sleutelinformantes en zelf ook alleenstaande
moeder, begreep niet waarom ik zoveel vrouwen wilde spreken. Want het gaat
toch maar om één ding: eten. Temidden van de op het eerste
gezicht goed gevoede bevolking zag ik af en toe gezichten die geen uitdrukking
meer hebben, of kinderen die te klein zijn voor hun leeftijd. Zefinha,
die werkt als wijkverpleegkundige van het consultatiebureau in de armste
buurt van Canudos, liet mij voorbeelden van ondervoeding zien: kinderen,
ouder dan één jaar, die zes kilo wegen.
Scheper-Hughes (1992) toont in haar studie over moederliefde
in de sertão aan, dat in een samenleving waarin veel kinderen
eerder regel is dan uitzondering en waar de kindersterfte hoog is, een
bepaalde houding ten opzichte van de dood belangrijk is voor het overleven.
Moeders maken vanaf de geboorte van hun kinderen onderscheid tussen kinderen
die waarschijnlijk zullen overleven en kinderen die voorbestemd zijn te
overlijden. De houding van de moeders is dan zo, zegt Scheper-Hughes, dat
zij kinderen die meer kans hebben te overleven meer aandacht geven dan
de anderen. Deze onverschillige houding ziet zij als cultureel aangepast
aan de misère van de kindersterfte.
Ik ben te kort in Canudos geweest om iets te kunnen zeggen
over de houding van de moeders ten opzichte van kindersterfte, maar kindersterfte
is er wel onderdeel van het dagelijks leven. In de relatief korte tijd
dat ik met de moeders optrok, heb ik twee keer meegemaakt dat een baby
overleed, volgens de deskundigen aan verwaarlozing en ondervoeding. De
oudere vrouwen uit mijn onderzoek (boven de 40) hadden het vaak over onvoorstelbare
aantallen: 'Ik heb zeventien kinderen gekregen; er leven er negen.'
Machismo: 'Zodra ik zwanger was, ging hij ervandoor'
In de grote steden worden de alleenstaande moeders in de sertão
'weduwen van de droogte' genoemd, maar het vertrek van de mannen op zoek
naar werk is niet de enige reden voor het grote aantal alleenstaande moeders.
Een belangrijke reden is de houding van de mannen.
Namoradores of
raparigueras worden ze genoemd: mannen die van veel vrouwen houden
en die hun vrouw zo weer voor een andere vrouw verlaten. Machismo
noemt de literatuur dit.
Machismo slaat op het complex aan ideeën
over de verhouding tussen mannen en vrouwen in de Latijnsamerikaanse samenleving.
Machismo wijst aan vrouwen een inferieure plaats toe: zij dienen
gehoorzaam en onderworpen te zijn aan echtgenoten, vaders en broers en
moeten vooral kuis zijn. In Brazilië wordt het machismo geassocieerd
met de traditionele waarden van de mannelijke rol in de Braziliaanse cultuur,
ofwel kracht en macht, geweld en agressie, mannelijkheid en seksuele potentie
(Parker, 1991: 44). Mannen dienen hun mannelijkheid voortdurend te bewijzen
en wel door middel van veel seksuele veroveringen en veel kinderen. Het
verlaten van een gezin voor een andere vrouw of om hun tijd en geld aan
zichzelf te besteden komt daardoor veel voor.
Het machismo maakt dat het lastig is vrouw te zijn in
Canudos. 'Je moet altijd de mooiste zijn. Er zijn steeds vrouwen die je
man willen verleiden. Je kunt je man verliezen aan een sexy achterwerk
in een korte broek tijdens carnaval of een ander feest', vertrouwde een
vriendin mij toe. Een vrouw moet dan ook voortdurend haar man behagen en
er alert op zijn er goed uit te zien. 'Lak jij je nagels niet?' vroeg een
jongetje van zes aan mij. 'Hoe komt het toch dat mensen uit landen als
het jouwe niet zo met hun uiterlijk bezig zijn?' vroeg een vrouw in de
groentezaak, toen ik met een gestreept shirt uit Nederland binnenkwam.
Ze bedoelde het positief, voegde ze er snel aan toe, toen ze mij wat verdwaasd
zag kijken, want ze vindt dat vrouwen in Brazilië zich er veel te
druk om maken: 'De vrouwen hier lopen er altijd opgetut bij.'
Enkele vrouwen uit mijn onderzoek hebben kinderen van
drie tot vijf vaders. Op zoek naar intimiteit laten de vrouwen zich steeds
weer verleiden. 'Ik dacht, deze blijft bij mij, maar zodra ik zwanger was,
ging hij er vandoor', was een veel gehoorde opmerking in mijn interviews.
'Waarom zou ik liegen? Twee van die, drie van die, één van
die, van die, van die... Wat kan ik anders zeggen?'
In een vaste relatie zijn de vrouwen op een gegeven moment
het gedrag van de mannen zat. Zo ook mijn sleutelinformante, dona Isabel.
Op haar veertigste besloot ze dat ze het beter alleen kon en zette haar
man uit huis. Hij had toen al veel kinderen buiten het huwelijk en nu heeft
hij op z'n zestigste zo'n dertig kinderen bij zes verschillende vrouwen;
zijn jongste kind is drie jaar, jonger dan zijn kleinkinderen.
Toch duurt het even voordat een vrouw de beslissing neemt
haar man te verlaten. Volgens de heersende waarden en normen, beïnvloed
door het katholicisme, is het voor een vrouw belangrijk respect te hebben
voor de man en dient zij maagdelijkheid en deugdzaamheid na te streven.
De verwarrende tegenstelling tussen moraal en machismo maakt dat een vrouw
telkens weer toegeeft aan de man, totdat leeftijd of bijvoorbeeld het vaak
gebukt gaan onder geslachtsziekten, veroorzaakt door het gedrag van de
man, de vrouw zó sterk maakt, dat hij geweigerd wordt. Opnieuw 'trouwen'
(er wordt geen onderscheid gemaakt tussen trouwen en samenwonen, beide
worden trouwen genoemd) willen de vrouwen toch vaak niet. Bang dat het
huwelijk weer mislukt of bang voor haar reputatie houden enkele vrouwen
het liever bij één man. Uit gesprekken met alleenstaande
vrouwen maak ik ook op, dat vrouwen soms bewust 'manloos' blijven om niet
in de situatie van alleenstaande moeder terecht te komen. Want het opvoeden
van kinderen is een zeer zware taak waar de meeste vrouwen niet graag alleen
aan willen beginnen.
Conclusie
Uit het krantenartikel zou je kunnen concluderen dat vrouwen in Brazilië
er geen moeite mee hebben kinderen alleen op te voeden en dat hun kinderen
daarbij vaak van verschillende mannen zijn. Uit mijn onderzoek blijkt dat
het inderdaad zo is, dat veel vrouwen hun kinderen zonder man opvoeden
en dat de kinderen vaak van verschillende mannen zijn. Maar vanuit mijn
ervaringen in Canudos kan ik het niet eens zijn met de veronderstelling
dat ze er geen moeite mee zouden hebben. Want alleen opvoeden in een gebied
dat lijdt onder werkloosheid, die versterkt wordt door de droogte, is zwaar,
erg zwaar. Een veel gehoorde uitdrukking is:
uma mulher é sofrida,
een vrouw lijdt. Een vrouw kan op verschillende manieren lijden. Ze kan
lijden onder schaamte voor het alleenstaand moederschap, onder schaamte
voor het vragen om hulp, onder het gedrag van de (ex-)man, door het gebrek
aan tijd voor zichzelf of door het niet kunnen verkrijgen van voldoende
inkomsten. Een vrouw gaat vaak gebukt onder morele lasten. Zo dient zij
respect te hebben voor haar man en daarbij maagdelijk en rein te zijn.
Als gescheiden vrouw is zij in haar morele waardigheid aangetast en loopt
zij het gevaar als prostituée te worden gezien, zeker als zij een
nieuw 'huwelijk' aangaat. Dit maakt dat zij het gedrag van haar (ex-)man
lang accepteert.
Maar de conclusie van mijn onderzoek is niet alleen negatief.
In Canudos is geloof, hoop en liefde volop aanwezig en dat maakt dat er
sterke sociale banden zijn en volop gefeest wordt als het kan. Daarbij
is het zo, dat vrouwen elkaar niet snel in de steek laten. Zo werd op het
moment dat ik wegging een huis gebouwd voor de armste vrouw uit mijn onderzoek.
Met hulp van de hele gemeente kan zij haar kinderen nu een goed onderkomen
bieden, zo liet één van de nonnen met wie ik veel optrok,
mij onlangs in een brief weten.
Noten
-
In juni worden veel volksfeesten gehouden ter ere van de
heiligen Santo Antônio, São João en São Pedro.
In Canudos is Santo Antônio het belangrijkste feest; het wordt gehouden
van 1 t/m 13 juni.
-
Zie Sonja Leferink, CAhier, jaargang 6, nummer 3,
1997.
Literatuur
- Caipora Women's Group, 1993. Women in Brazil.
London: Latin American Bureau (Research and Action).
- Chant, Sylvia, 1985. Single Parent Families: Choice
or Constraint? The Formation of Female - Headed Households in Mexican Shanty
Towns. Development and Change, 16 (4), pp. 635-653.
- Chant, Sylvia, 1997. Women-Headed Households: Diversity
and Dynamics in the Developing World. London: MacMillan Press.
- Costa, Nicola S., 1990. Canudos: Ordem e Progresso
no Sertão. São Paulo: Editora Moderna.
- Da Cunha, Euclides, 1944. Rebellion in the Backlands.
Chicago: University of Chicago Press. (Translation of 1902. Os sertões.
Rio de Janeiro: Livraria Francisco Alves.)
- González de la Rocha, Mercedes, 1995. The Urban
Family and Poverty in Latin America.
Latin American Perspectives,
22 (2), pp. 12-31.
- Henderson, Helen Kreider, 1995. 'The Gender Division
of Labor.' In: H.K. Henderson (ed.), Gender and Agricultural Development.
Tucson: University of Arizona Press, pp. 3-11.
- IBGE, 1991. Censo Demográfico do Brasil -
1991- Bahia. Salvador: Instituto Brasileiro de Geografía e Estatística,
pp. 127-131.
- Mariz, Cecília Loreto, 1994. Coping with
Poverty: Pentecostals and Christian Base Communities in Brazil. Philadelphia:
Temple University Press.
- Parker, Richard G., 1991. Bodies, Pleasures and
Passions: Sexual Culture in Comtemporary Brazil. Boston: Beacon Press.
- Simpson, Amelia, 1993. Xuxa: The Mega-Marketing
of Gender, Race, and Modernity. Philadelphia: Temple University Press.
- Scheper-Hughes, Nancy, 1992. Death Without Weeping:
The violence of Everyday Life in Brazil. Berkeley and Los Angelos:
University of California Press.
- Vargas Llosa, Mario, 1988. De oorlog van het einde
van de wereld. Amsterdam: Meulenhoff. (Vertaling van 1981, La Guerra
del Fin del Mundo.)
- Vargas Llosa, Mario, 1996. Een manier om ongeluk
te bestrijden. Literaire autobiografie. Amsterdam: Meulenhoff.
- World Bank, 1995. Brazil: A Poverty Assessment.
Washington, Rep. No. 14324-BR d.d. June 27, 1995, Vol I: Main Report, pp.
49-52.
|
|