Culturele Antropologie Utrecht

CAses
hoogtepunten uit het afstudeeronderzoek


2000
vorige naar index volgende

Straatkinderen in Latijns Amerika
Het ontstaan en (voort)bestaan

Een onderzoek naar de realiteit en belevingswereld van straatkinderen in Guatemala Stad en de hulpverlening van Casa Alianza

Sofie Ovaa

De eerste keer dat ik in Guatemala Stad aankwam, zal ik nooit vergeten. Nadat ik armoedige buitenwijken met golfplaten daken was gepasseerd, reed ik met de bus door zone 10. Hoge kantoorgebouwen zag ik aan mij voorbijgaan. Op ruime parkeerplaatsen stonden dure auto's. Tussen de straten bevonden zich keurig aangelegde perken met groene bomen. Soms kon ik door de poorten heen kijken en zag ik wat er achter de hoge muren schuilging: mooie huizen, omgeven door enorme tuinen. Soms stond iemand van de particuliere beveiligingsdienst in uniform de wacht te houden met een geweer in de hand. Soms zag ik een tuinman een heg bijsnoeien. Een groepje kinderen in uniform was op weg naar school. Langzaam reden we door deze rustige buurt tot we aankwamen in zone 1.
   Zwarte rook kwam uit de tientallen bussen die toeterend door de veel te drukke winkelstraten reden. Uithangborden zaten schots en scheef aan de muren getimmerd. De stoepen stonden vol met marktkraampjes waar de meest uiteenlopende artikelen werden verkocht. De gebouwen en straten leken verwaarloosd, de lucht was zwaar vervuild en op de kleurig geklede indianen na leek alles grauw en grijs. Tussen enkele zakenmensen die in mooie pakken op weg waren naar hun werk, liepen anderen gekleed in vodden en op kapotte schoenen te bedelen. Kinderen en volwassenen probeerden snoep, sigaretten of kranten te verkopen aan de voorbijgangers. Om de paar meter zaten schoenpoetsers op de stoep. Bij elke straathoek moest ik oppassen dat ik niet overreden zou worden. Te midden van deze chaos zag ik overal kinderen, de meeste smoezelig en met oude kleren. Ze renden achter elkaar aan tussen de massa van mensen en verkeer. In een portiek lagen een paar kinderen, omringd door lege flesjes thinner, op kartonnen dozen. Ondanks de drukte en het lawaai leken ze te slapen.
   Straatkinderen maken een vast onderdeel uit van het straatbeeld van Guatemala Stad. Door de meeste mensen worden ze gemeden. Ze worden beschouwd als de 'marginalen der marginalen' en nemen op de sociale ladder de laagste positie in. Ze worden geassocieerd met drugs, geweld, criminaliteit en prostitutie. Ze zijn vies en gevaarlijk, zo is de mening van het overgrote deel van de bevolking. Als je even niet uitkijkt, stelen ze je portemonnee, je oorbellen of je zonnebril. Het bewijs wordt helaas dagelijks geleverd. De algehele crisis waarmee Guatemala te kampen heeft, maakt dat duizenden kinderen hun toevlucht zoeken tot de straat. Daar zij minderjarig zijn en niet kunnen rekenen op de steun van hun familie, bevinden zij zich in een uiterst kwetsbare positie.
   Het leven op straat verhindert een onbezorgde jeugd en is schadelijk voor de lichamelijke, geestelijke en morele ontwikkeling. Straatkinderen hebben geen recht op gezondheidszorg en sociale voorzieningen. Door hun levensstijl is het risico van infecties en allerlei overdraagbare ziektes groot. Dikwijls vormen zij het mikpunt van geweld vanuit alle hoeken van de samenleving. Om te overleven zijn de straatkinderen afhankelijk van hun eigen activiteiten; velen zien zich gedwongen tot diefstal en prostitutie. Drugsgebruik vindt veelvuldig plaats onder deze groep en van schoolbezoek is geen sprake.
   Dit alles heeft grote gevolgen voor de toekomst van de kinderen. Ze zijn nauwelijks in staat zich aan te passen aan de samenleving en het is voor hen bijna onmogelijk stabiel en redelijk betaald werk te vinden. Op deze manier blijft het een vicieuze cirkel: de kinderen blijven verkeren in een situatie van armoede en ook hun kinderen zullen in de toekomst weinig kans hebben op een normale jeugd. De realiteit waarin straatkinderen leven, is een sociaal probleem dat de laatste jaren alleen maar toeneemt. Straatkinderen mogen daarom niet genegeerd worden. Dit soort kinderen verdient hulp en aandacht. Ze hebben er recht op en ook de samenleving zou erbij gebaat zijn.
   In plaats van afkeer te tonen zou het daarom beter op zijn plaats zijn wat verder te kijken. Wie zijn die kinderen eigenlijk? Wie is dat jongetje dat lijm snuift, die ander die een handtas steelt en de volgende die in een hoekje ligt te slapen? Waar komt dat kind vandaan en wat heeft ertoe geleid dat het op straat terechtkwam? Hoe ziet het leven van dat kind op straat er eigenlijk uit? Een oordeel vellen is makkelijk, maar beter is het om te trachten de problematiek te begrijpen en van daar uit te zoeken naar een oplossing of een vorm van hulp die (beter) aansluit bij de behoeften van de straatkinderen. Ik heb literatuuronderzoek verricht om een inzicht te bieden in het ontstaan en (voort)bestaan van het fenomeen straatkinderen in Latijns Amerika en in het bijzonder in Guatemala.

Uit de literatuur blijkt dat de context van het fenomeen straatkinderen complex is. Macrostructurele beperkingen hebben hun weerslag op de (kans)arme huishoudens die een dagelijkse strijd moeten leveren om te overleven. Uiteindelijk zijn het de levensomstandigheden binnen de marginale omgeving, die direct verantwoordelijk zijn voor het ontstaan van het fenomeen straatkinderen. Straatkinderen vergen veel aandacht en de bestrijding van het fenomeen vraagt om structurele antwoorden op grote schaal. Voordat de straatkinderproblematiek de wereld uit is, moet er nog heel wat gebeuren, vooral omdat overheden vooralsnog niet werkelijk geïnteresseerd lijken om hier grotere toewijding aan te geven. De noden van de armen, en ook die van kinderen, hebben nauwelijks enige politieke prioriteit. Als er geen werkgelegenheid is voor de ouders, zullen de kinderen moeten blijven werken. Bij gebrek aan adequaat onderwijs, gesubsidieerde kinderopvang en mogelijkheden tot recreatie blijven de kinderen rondzwerven op straat. Het zijn echter niet alleen structurele beperkingen die verantwoordelijk zijn voor het (voort)bestaan van straatkinderen; ook sociaal-culturele factoren spelen een belangrijke rol. Zolang het alcoholisme leidt tot desintegratie van de familie, het geweld een gangbare methode is voor het opleggen van discipline en het machismo zich uit in achterstelling en mishandeling van vrouwen en kinderen, zullen kinderen in extreme situaties definitief naar de straat vertrekken.
   De straatkinderen vinden geen waardige gesprekspartner in de analyse van hun eigen situatie en behoeften. Ze vinden nergens steun om acties van interventie te ondernemen. De straatkinderen kunnen niet participeren in het nemen van beslissingen en hebben geen politieke macht. Toch zijn het juist de straatkinderen die hulp nodig hebben; ondanks hun creatieve vindingrijkheid en zekere onafhankelijkheid ondervinden zij op straat vele problemen en gevaren en ondanks alles blijven ze dromen van een betere toekomst. De 'zwijgzaamheid' en 'onzichtbaarheid' van straatkinderen moeten doorbroken worden, zodat samenlevingen en overheden zich bewust worden van de problematiek van hun bestaan.
   De literatuur brengt de problematiek van straatkinderen duidelijk naar voren, maar de eigen stem van de kinderen wordt nauwelijks gehoord. Het is belangrijk om de kinderen zelf te laten spreken. Als de straatkinderen vertellen hoe zij hun realiteit beleven, kunnen er hulpprogramma's ontwikkeld worden, die (beter) aansluiten op hun behoeftes. Zolang een oplossing voor de problematiek op zich laat wachten, is het van belang om hulp te bieden aan die kinderen die nu op straat leven, en inspanning te leveren teneinde verdediging en rehabilitatie van deze kinderen te realiseren. Ik heb veldonderzoek verricht om inzicht te verschaffen in de realiteit en belevingswereld van straatkinderen in Guatemala Stad en de wijze waarop een hulporganisatie, Casa Alianza, zich inzet voor het lot van deze kinderen. Vanuit de kennis van de problematiek van straatkinderen wilde ik kijken, in hoeverre Casa Alianza succesvol en doeltreffend te werk gaat.

Casa Alianza is een onafhankelijke, non-gouvernementele organisatie zonder winstdoeleinden, die zich inzet voor de rehabilitatie en verdediging van straatkinderen in Guatemala, Honduras, Mexico en Nicaragua. In 1996 heeft de organisatie de Zweedse Olof Palme prijs ontvangen voor 'de toewijding in haar werk met straatkinderen in Midden Amerika, haar hulp bij het beginnen van een zinvoller leven en haar moedige verdediging van de rechten van deze kinderen'. In haar streven naar verdediging van de straatkinderen en in haar strijd tegen straffeloosheid spant Casa Alianza processen aan tegen personen die zich schuldig hebben gemaakt aan mishandeling van en moord op straatkinderen. De organisatie wil bovendien een bewustzijn van de situatie van straatkinderen onder de bevolking creëren. Hiertoe brengt zij de schending van de mensenrechten jegens straatkinderen in verschillende publicaties uitgebreid naar voren. Casa Alianza hoopt een einde te maken aan de onverschilligheid ten opzichte van straatkinderen over de hele wereld, die elke dag sterven omdat de samenleving ze de rug toekeert. Als mensen stilstaan bij wat er van deze kinderen had kunnen worden, als ze waren opgegroeid in een liefdevolle en beschermende omgeving, zou er misschien meer aandacht aan de problematiek geschonken worden.
   Tot nu toe is Casa Alianza de enige organisatie in Guatemala Stad, die werkelijk elke dag de straat opgaat om de straatkinderen hulp en aandacht te bieden. Ik heb vier maanden gewerkt binnen het team van educadores de la calle (straatwerkers) in Guatemala Stad. Gedurende deze periode heb ik de straatkinderen opgezocht in de parken, op de pleinen, in de kleine steegjes rond de busstations, de markten en de vuilnisbelten. Het team van 'educadores de la calle' biedt de straatkinderen medische hulp, oriëntatie, informeel onderwijs, respect en vriendschap. Er wordt naar gestreefd om het vertrouwen van de kinderen te winnen, zodat ze de moed verzamelen om de straat te verlaten en hulp te zoeken in een crisiscentrum. Hier vinden ze directe zorg, een luisterend oor, raadgeving en een meelevend hart. Daarnaast heeft Casa Alianza verschillende programma's en tehuizen voor de straatkinderen die met behulp van Casa Alianza willen werken aan een betere toekomst.

Met de straatkinderen, vooral met degenen die een intensief contact onderhouden met en/of een vertrouwen hebben in de 'educadores de la calle', kon ik, als educadora de la calle, een goede relatie aangaan. Ik heb met de straatkinderen gepraat en ik heb naar ze geluisterd. Zodoende ben ik in staat geweest hun verhalen op te tekenen en een beeld te krijgen van hun leven. Hieruit blijkt dat de straatkinderen in eerste instantie blij kunnen zijn met hun verworven vrijheid, hun nieuwe mogelijkheden en hun ontsnapping aan de armoede en mishandeling thuis, maar dat de straat voor de meeste kinderen uiteindelijk vooral een gevaarlijke en vijandige leefomgeving wordt. Nagenoeg alle straatkinderen gebruiken drugs, velen overleven door middel van diefstal en prostitutie, met zowel hun fysieke als psychisch-sociale welzijn is het slecht gesteld, hun rechten worden op alle mogelijke manieren geschonden en zij ondervinden nauwelijks kansen en mogelijkheden om hun positie te verbeteren.
   De relaties met andere straatkinderen en volwassenen op straat kunnen positief en voordelig zijn, maar dikwijls worden de straatkinderen, vooral de meisjes en de jongere kinderen, het slachtoffer van uitbuiting, afpersing, beroving, fysieke mishandeling en verkrachting. De politie is één van de belangrijkste vijanden van de straatkinderen; zij maakt zich schuldig aan illegale inhechtenisneming en heeft de dood van een groot aantal straatkinderen op haar geweten. De houding van de samenleving maakt, dat de straatkinderen zich minderwaardig, afgewezen en niet-begrepen voelen, hetgeen grote invloed heeft op hun gevoel van eigenwaarde en het vertrouwen in de mensheid en zichzelf. Ze denken dat de samenleving niks met ze te maken wil hebben en dat de eventuele kans om iets op te bouwen hen weer afgenomen zal worden. De woorden van Sonia, een straatmeisje dat sinds kort in een crisiscentrum van Casa Alianza verblijft, maken duidelijk dat de onverschilligheid, de onwetendheid en de mishandeling vanuit samenleving bij de straatkinderen grote schade kunnen aanrichten.

"Soms zijn we op zoek naar liefde, maar tegelijkertijd zijn we bang om afgewezen te worden. Af en toe kost het ons moeite om de mensen om ons heen te accepteren. Altijd voelen we ons minderwaardig. Altijd denken we dat mensen op ons afkomen met een bepaalde bedoeling, dat het om ons lichaam gaat of om iets anders. Dit alles kost me nog veel moeite. Soms zit ik in een bus en heb ik het gevoel dat de halve wereld me aanstaart. Soms houd ik me gek, maar soms staar ik de mensen ook aan. Ik kijk ze aan met een blik van verachting. Dan wil ik ze vragen waarom ze me aanstaren. Zie ik eruit als een clown of zo? Het kost me nog steeds moeite om me aan te passen. Het is iets waarvan mensen zeggen dat het komt, omdat we ons afgewezen voelen door de samenleving. Er zijn mensen die iemand aankijken en diegene meteen veroordelen, omdat hij met een zak lijm rondloopt. Toch heeft niemand zich ooit afgevraagd wat ons verleden is en waarom we op straat moeten leven." (Sonia, 15 jaar)
Uit alles blijkt dat het van belang is om de straatkinderen hulp en aandacht te bieden. Niet alle straatkinderen in Guatemala kunnen echter geholpen worden. Casa Alianza is de enige organisatie in de stad, die daadwerkelijk elke dag de straat opgaat, en de 'educadores de la calle' zijn niet in staat om ze allemaal te bereiken. In een stad met ruim twee miljoen inwoners en, naar schatting van Casa Alianza, ongeveer 4.000 straatkinderen, is het onmogelijk om overal te zijn en met alle straatkinderen contact te leggen. In 1998 bereikten de 'educadores de la calle' volgens onderzoek van Casa Alianza 66 procent van het totale aantal straatkinderen in Guatemala Stad. Hoewel de 'educadores de la calle' dikwijls op onderzoek gaan in 'nieuwe' zones en buurten, zijn ze niet in staat alle verblijfplaatsen van de straatkinderen te achterhalen. Sommige straatkinderen lijken onzichtbaar; waar zij zich ophouden is niet bekend. Verder zijn er straatkinderen die geen contact willen en er vandoor gaan zodra ze door onbekenden benaderd worden. De 'educadores de la calle' zijn speciaal getraind in het contact leggen met straatkinderen, maar sommige kinderen zijn zo angstig en hebben zo weinig vertrouwen, dat zelfs de educadores geen kans krijgen om toenadering te zoeken.
   Met de straatkinderen die de 'educadores de la calle' inmiddels beter hebben leren kennen, bestaat een band van vriendschap en vertrouwen. De educadores behandelen de kinderen met liefde en respect. Ieder kind krijgt in principe dezelfde kansen en mogelijkheden en telkens weer proberen de educadores de kinderen over te halen om opvang en verdere hulp te zoeken. Dat sommige van deze kinderen niet naar een crisiscentrum willen, heeft te maken met de waarde die zij hechten aan de vrijheid, de ruimte en de mogelijkheden tot vermaak die zij op straat vinden. Bovendien willen ze geen afscheid nemen van hun vrienden. Anderen hebben een partner die ze niet willen verlaten. Tot slot zijn er velen die dermate afhankelijk zijn van drugs, dat zij niet meer zonder kunnen of willen. Vooral voor de kinderen die al wat langer op straat leven, is het moeilijk om alles achter zich te laten. Voor de meeste straatkinderen is het leven op straat ondanks alle ellende ook een verslaving. Het vergt heel wat moed en kracht om dat leven achter je te laten. De meeste kinderen besluiten pas na de vierde of vijfde keer van opname in een tehuis om werkelijk te blijven en zich werkelijk in te zetten om het straatleven definitief achter zich te laten. Aangezien de kinderen zoveel hebben meegemaakt en het nooit te laat is om te leren, krijgen alle straatkinderen die uit een centrum vertrekken, altijd weer een nieuwe kans.

Met haar stappenplan en overige programma's heeft Casa Alianza in principe mogelijkheden voor alle straatkinderen. Elk kind heeft de kans om met behulp van Casa Alianza de straat te verlaten en te werken aan een betere toekomst. Op de werkwijze en organisatie van Casa Alianza heb ik niks aan te merken. De 'educadores de la calle' doen alles wat in hun macht ligt om een kind op straat te helpen en te steunen en uiteindelijk onder te brengen in een centrum. Zij zijn niet in staat alle straatkinderen te helpen, maar de kinderen waarmee ze wel contact onderhouden, kunnen elke dag bij ze terecht. Als de kinderen de educadores niet tegenkomen op straat, kunnen ze zelf naar het crisiscentrum komen. De deuren staan 24 uur per dag open. Dat sommige kinderen de straat niet verlaten, is een persoonlijke 'keuze' die voortkomt uit de verslaving aan de straat en aan de drugs.
  Dit is een verslaving die niet zou ontstaan, als overheden en families in staat zouden zijn om te voorkomen, dat kinderen opgroeien onder marginale omstandigheden en slachtoffer worden van geweld. De economische situatie van de families en de sociaal-relationele problemen die hieruit voortvloeien, zijn de belangrijkste oorzaken van het naar de straat vertrekken van kinderen die zo getraumatiseerd zijn, en dat onder de huidige omstandigheden nog steeds worden, dat zij naar drugs grijpen om pijn en ellende te onderdrukken en de harde realiteit te ontvluchten. Zij worden gedwongen tot een leven dat hen soms niet meer in staat stelt te functioneren in een gestructureerde omgeving tussen vier muren, ook al krijgen ze daar de kans om omringd door liefde en respect te werken aan een betere toekomst. Daar staan de educadores machteloos tegenover. Dit mag echter niet leiden tot ontmoediging, maar zou juist een reden moeten zijn om op grotere schaal te streven naar de rehabilitatie en de verdediging van straatkinderen.
   De organisatie en werkwijze van Casa Alianza zijn voorbeelden waar overheden en hulporganisaties een les uit kunnen trekken. Straatkinderen moeten met onvoorwaardelijke liefde en absoluut respect behandeld worden, hun rechten moeten verdedigd worden en ze moeten zonder uitzondering in aanmerking komen voor hulp en aandacht. De kinderen moeten worden opgezocht op straat. Er moet een band van vertrouwen gecreëerd worden met alle straatkinderen, maar vooral met degenen die het grootste risico lopen (jongere straatkinderen, drugsverslaafde straatkinderen, straatkinderen in de prostitutie of drugshandel, straatmeisjes, jonge moeders op straat en hun kinderen) en/of al het vertrouwen in de mensheid en zichzelf verloren hebben. De kinderen moeten hun gevoel voor eigenwaarde terugkrijgen en geloven in de mogelijkheid van een betere toekomst. De straatkinderen mogen nergens toe gedwongen worden, maar er moet getracht worden om ze uit de omgeving van drugs, criminaliteit, prostitutie en geweld te halen. Ze moeten de mogelijkheid hebben om zich vanuit een liefdevolle en beschermende omgeving te ontwikkelen tot waardige individuen met vaardigheden die onmisbaar zijn voor een onafhankelijk, productief en zinvol leven.


 
vorige naar index volgende