|
Straatkinderen in Latijns
Amerika
Het ontstaan en (voort)bestaan
Een onderzoek naar de realiteit en belevingswereld
van straatkinderen in Guatemala Stad en de hulpverlening van Casa Alianza
Sofie Ovaa
De eerste keer dat ik in Guatemala Stad aankwam, zal ik nooit vergeten.
Nadat ik armoedige buitenwijken met golfplaten daken was gepasseerd, reed
ik met de bus door zone 10. Hoge kantoorgebouwen zag ik aan mij voorbijgaan.
Op ruime parkeerplaatsen stonden dure auto's. Tussen de straten bevonden
zich keurig aangelegde perken met groene bomen. Soms kon ik door de poorten
heen kijken en zag ik wat er achter de hoge muren schuilging: mooie huizen,
omgeven door enorme tuinen. Soms stond iemand van de particuliere beveiligingsdienst
in uniform de wacht te houden met een geweer in de hand. Soms zag ik een
tuinman een heg bijsnoeien. Een groepje kinderen in uniform was op weg
naar school. Langzaam reden we door deze rustige buurt tot we aankwamen
in zone 1.
Zwarte rook kwam uit de tientallen bussen die toeterend
door de veel te drukke winkelstraten reden. Uithangborden zaten schots
en scheef aan de muren getimmerd. De stoepen stonden vol met marktkraampjes
waar de meest uiteenlopende artikelen werden verkocht. De gebouwen en straten
leken verwaarloosd, de lucht was zwaar vervuild en op de kleurig geklede
indianen na leek alles grauw en grijs. Tussen enkele zakenmensen die in
mooie pakken op weg waren naar hun werk, liepen anderen gekleed in vodden
en op kapotte schoenen te bedelen. Kinderen en volwassenen probeerden snoep,
sigaretten of kranten te verkopen aan de voorbijgangers. Om de paar meter
zaten schoenpoetsers op de stoep. Bij elke straathoek moest ik oppassen
dat ik niet overreden zou worden. Te midden van deze chaos zag ik overal
kinderen, de meeste smoezelig en met oude kleren. Ze renden achter elkaar
aan tussen de massa van mensen en verkeer. In een portiek lagen een paar
kinderen, omringd door lege flesjes thinner, op kartonnen dozen. Ondanks
de drukte en het lawaai leken ze te slapen.
Straatkinderen maken een vast onderdeel uit van het straatbeeld
van Guatemala Stad. Door de meeste mensen worden ze gemeden. Ze worden
beschouwd als de 'marginalen der marginalen' en nemen op de sociale ladder
de laagste positie in. Ze worden geassocieerd met drugs, geweld, criminaliteit
en prostitutie. Ze zijn vies en gevaarlijk, zo is de mening van het overgrote
deel van de bevolking. Als je even niet uitkijkt, stelen ze je portemonnee,
je oorbellen of je zonnebril. Het bewijs wordt helaas dagelijks geleverd.
De algehele crisis waarmee Guatemala te kampen heeft, maakt dat duizenden
kinderen hun toevlucht zoeken tot de straat. Daar zij minderjarig zijn
en niet kunnen rekenen op de steun van hun familie, bevinden zij zich in
een uiterst kwetsbare positie.
Het leven op straat verhindert een onbezorgde jeugd en
is schadelijk voor de lichamelijke, geestelijke en morele ontwikkeling.
Straatkinderen hebben geen recht op gezondheidszorg en sociale voorzieningen.
Door hun levensstijl is het risico van infecties en allerlei overdraagbare
ziektes groot. Dikwijls vormen zij het mikpunt van geweld vanuit alle hoeken
van de samenleving. Om te overleven zijn de straatkinderen afhankelijk
van hun eigen activiteiten; velen zien zich gedwongen tot diefstal en prostitutie.
Drugsgebruik vindt veelvuldig plaats onder deze groep en van schoolbezoek
is geen sprake.
Dit alles heeft grote gevolgen voor de toekomst van de
kinderen. Ze zijn nauwelijks in staat zich aan te passen aan de samenleving
en het is voor hen bijna onmogelijk stabiel en redelijk betaald werk te
vinden. Op deze manier blijft het een vicieuze cirkel: de kinderen blijven
verkeren in een situatie van armoede en ook hun kinderen zullen in de toekomst
weinig kans hebben op een normale jeugd. De realiteit waarin straatkinderen
leven, is een sociaal probleem dat de laatste jaren alleen maar toeneemt.
Straatkinderen mogen daarom niet genegeerd worden. Dit soort kinderen verdient
hulp en aandacht. Ze hebben er recht op en ook de samenleving zou erbij
gebaat zijn.
In plaats van afkeer te tonen zou het daarom beter op
zijn plaats zijn wat verder te kijken. Wie zijn die kinderen eigenlijk?
Wie is dat jongetje dat lijm snuift, die ander die een handtas steelt en
de volgende die in een hoekje ligt te slapen? Waar komt dat kind vandaan
en wat heeft ertoe geleid dat het op straat terechtkwam? Hoe ziet het leven
van dat kind op straat er eigenlijk uit? Een oordeel vellen is makkelijk,
maar beter is het om te trachten de problematiek te begrijpen en van daar
uit te zoeken naar een oplossing of een vorm van hulp die (beter) aansluit
bij de behoeften van de straatkinderen. Ik heb literatuuronderzoek verricht
om een inzicht te bieden in het ontstaan en (voort)bestaan van het fenomeen
straatkinderen in Latijns Amerika en in het bijzonder in Guatemala.
Uit de literatuur blijkt dat de context van het fenomeen straatkinderen
complex is. Macrostructurele beperkingen hebben hun weerslag op de (kans)arme
huishoudens die een dagelijkse strijd moeten leveren om te overleven. Uiteindelijk
zijn het de levensomstandigheden binnen de marginale omgeving, die direct
verantwoordelijk zijn voor het ontstaan van het fenomeen straatkinderen.
Straatkinderen vergen veel aandacht en de bestrijding van het fenomeen
vraagt om structurele antwoorden op grote schaal. Voordat de straatkinderproblematiek
de wereld uit is, moet er nog heel wat gebeuren, vooral omdat overheden
vooralsnog niet werkelijk geïnteresseerd lijken om hier grotere toewijding
aan te geven. De noden van de armen, en ook die van kinderen, hebben nauwelijks
enige politieke prioriteit. Als er geen werkgelegenheid is voor de ouders,
zullen de kinderen moeten blijven werken. Bij gebrek aan adequaat onderwijs,
gesubsidieerde kinderopvang en mogelijkheden tot recreatie blijven de kinderen
rondzwerven op straat. Het zijn echter niet alleen structurele beperkingen
die verantwoordelijk zijn voor het (voort)bestaan van straatkinderen; ook
sociaal-culturele factoren spelen een belangrijke rol. Zolang het alcoholisme
leidt tot desintegratie van de familie, het geweld een gangbare methode
is voor het opleggen van discipline en het
machismo zich uit in
achterstelling en mishandeling van vrouwen en kinderen, zullen kinderen
in extreme situaties definitief naar de straat vertrekken.
De straatkinderen vinden geen waardige gesprekspartner
in de analyse van hun eigen situatie en behoeften. Ze vinden nergens steun
om acties van interventie te ondernemen. De straatkinderen kunnen niet
participeren in het nemen van beslissingen en hebben geen politieke macht.
Toch zijn het juist de straatkinderen die hulp nodig hebben; ondanks hun
creatieve vindingrijkheid en zekere onafhankelijkheid ondervinden zij op
straat vele problemen en gevaren en ondanks alles blijven ze dromen van
een betere toekomst. De 'zwijgzaamheid' en 'onzichtbaarheid' van straatkinderen
moeten doorbroken worden, zodat samenlevingen en overheden zich bewust
worden van de problematiek van hun bestaan.
De literatuur brengt de problematiek van straatkinderen
duidelijk naar voren, maar de eigen stem van de kinderen wordt nauwelijks
gehoord. Het is belangrijk om de kinderen zelf te laten spreken. Als de
straatkinderen vertellen hoe zij hun realiteit beleven, kunnen er hulpprogramma's
ontwikkeld worden, die (beter) aansluiten op hun behoeftes. Zolang een
oplossing voor de problematiek op zich laat wachten, is het van belang
om hulp te bieden aan die kinderen die nu op straat leven, en inspanning
te leveren teneinde verdediging en rehabilitatie van deze kinderen te realiseren.
Ik heb veldonderzoek verricht om inzicht te verschaffen in de realiteit
en belevingswereld van straatkinderen in Guatemala Stad en de wijze waarop
een hulporganisatie, Casa Alianza, zich inzet voor het lot van deze
kinderen. Vanuit de kennis van de problematiek van straatkinderen wilde
ik kijken, in hoeverre Casa Alianza succesvol en doeltreffend te werk gaat.
Casa Alianza is een onafhankelijke, non-gouvernementele organisatie
zonder winstdoeleinden, die zich inzet voor de rehabilitatie en verdediging
van straatkinderen in Guatemala, Honduras, Mexico en Nicaragua. In 1996
heeft de organisatie de Zweedse Olof Palme prijs ontvangen voor 'de toewijding
in haar werk met straatkinderen in Midden Amerika, haar hulp bij het beginnen
van een zinvoller leven en haar moedige verdediging van de rechten van
deze kinderen'. In haar streven naar verdediging van de straatkinderen
en in haar strijd tegen straffeloosheid spant Casa Alianza processen aan
tegen personen die zich schuldig hebben gemaakt aan mishandeling van en
moord op straatkinderen. De organisatie wil bovendien een bewustzijn van
de situatie van straatkinderen onder de bevolking creëren. Hiertoe
brengt zij de schending van de mensenrechten jegens straatkinderen in verschillende
publicaties uitgebreid naar voren. Casa Alianza hoopt een einde te maken
aan de onverschilligheid ten opzichte van straatkinderen over de hele wereld,
die elke dag sterven omdat de samenleving ze de rug toekeert. Als mensen
stilstaan bij wat er van deze kinderen had kunnen worden, als ze waren
opgegroeid in een liefdevolle en beschermende omgeving, zou er misschien
meer aandacht aan de problematiek geschonken worden.
Tot nu toe is Casa Alianza de enige organisatie in Guatemala
Stad, die werkelijk elke dag de straat opgaat om de straatkinderen hulp
en aandacht te bieden. Ik heb vier maanden gewerkt binnen het team van
educadores de la calle (straatwerkers) in Guatemala Stad. Gedurende
deze periode heb ik de straatkinderen opgezocht in de parken, op de pleinen,
in de kleine steegjes rond de busstations, de markten en de vuilnisbelten.
Het team van 'educadores de la calle' biedt de straatkinderen medische
hulp, oriëntatie, informeel onderwijs, respect en vriendschap. Er
wordt naar gestreefd om het vertrouwen van de kinderen te winnen, zodat
ze de moed verzamelen om de straat te verlaten en hulp te zoeken in een
crisiscentrum. Hier vinden ze directe zorg, een luisterend oor, raadgeving
en een meelevend hart. Daarnaast heeft Casa Alianza verschillende programma's
en tehuizen voor de straatkinderen die met behulp van Casa Alianza willen
werken aan een betere toekomst.
Met de straatkinderen, vooral met degenen die een intensief contact
onderhouden met en/of een vertrouwen hebben in de 'educadores de la calle',
kon ik, als educadora de la calle, een goede relatie aangaan. Ik
heb met de straatkinderen gepraat en ik heb naar ze geluisterd. Zodoende
ben ik in staat geweest hun verhalen op te tekenen en een beeld te krijgen
van hun leven. Hieruit blijkt dat de straatkinderen in eerste instantie
blij kunnen zijn met hun verworven vrijheid, hun nieuwe mogelijkheden en
hun ontsnapping aan de armoede en mishandeling thuis, maar dat de straat
voor de meeste kinderen uiteindelijk vooral een gevaarlijke en vijandige
leefomgeving wordt. Nagenoeg alle straatkinderen gebruiken drugs, velen
overleven door middel van diefstal en prostitutie, met zowel hun fysieke
als psychisch-sociale welzijn is het slecht gesteld, hun rechten worden
op alle mogelijke manieren geschonden en zij ondervinden nauwelijks kansen
en mogelijkheden om hun positie te verbeteren.
De relaties met andere straatkinderen en volwassenen op
straat kunnen positief en voordelig zijn, maar dikwijls worden de straatkinderen,
vooral de meisjes en de jongere kinderen, het slachtoffer van uitbuiting,
afpersing, beroving, fysieke mishandeling en verkrachting. De politie is
één van de belangrijkste vijanden van de straatkinderen;
zij maakt zich schuldig aan illegale inhechtenisneming en heeft de dood
van een groot aantal straatkinderen op haar geweten. De houding van de
samenleving maakt, dat de straatkinderen zich minderwaardig, afgewezen
en niet-begrepen voelen, hetgeen grote invloed heeft op hun gevoel van
eigenwaarde en het vertrouwen in de mensheid en zichzelf. Ze denken dat
de samenleving niks met ze te maken wil hebben en dat de eventuele kans
om iets op te bouwen hen weer afgenomen zal worden. De woorden van Sonia,
een straatmeisje dat sinds kort in een crisiscentrum van Casa Alianza verblijft,
maken duidelijk dat de onverschilligheid, de onwetendheid en de mishandeling
vanuit samenleving bij de straatkinderen grote schade kunnen aanrichten.
"Soms zijn we op zoek naar liefde, maar tegelijkertijd zijn
we bang om afgewezen te worden. Af en toe kost het ons moeite om de mensen
om ons heen te accepteren. Altijd voelen we ons minderwaardig. Altijd denken
we dat mensen op ons afkomen met een bepaalde bedoeling, dat het om ons
lichaam gaat of om iets anders. Dit alles kost me nog veel moeite. Soms
zit ik in een bus en heb ik het gevoel dat de halve wereld me aanstaart.
Soms houd ik me gek, maar soms staar ik de mensen ook aan. Ik kijk ze aan
met een blik van verachting. Dan wil ik ze vragen waarom ze me aanstaren.
Zie ik eruit als een clown of zo? Het kost me nog steeds moeite om me aan
te passen. Het is iets waarvan mensen zeggen dat het komt, omdat we ons
afgewezen voelen door de samenleving. Er zijn mensen die iemand aankijken
en diegene meteen veroordelen, omdat hij met een zak lijm rondloopt. Toch
heeft niemand zich ooit afgevraagd wat ons verleden is en waarom we op
straat moeten leven." (Sonia, 15 jaar)
Uit alles blijkt dat het van belang is om de straatkinderen hulp en aandacht
te bieden. Niet alle straatkinderen in Guatemala kunnen echter geholpen
worden. Casa Alianza is de enige organisatie in de stad, die daadwerkelijk
elke dag de straat opgaat, en de 'educadores de la calle' zijn niet in
staat om ze allemaal te bereiken. In een stad met ruim twee miljoen inwoners
en, naar schatting van Casa Alianza, ongeveer 4.000 straatkinderen, is
het onmogelijk om overal te zijn en met alle straatkinderen contact te
leggen. In 1998 bereikten de 'educadores de la calle' volgens onderzoek
van Casa Alianza 66 procent van het totale aantal straatkinderen in Guatemala
Stad. Hoewel de 'educadores de la calle' dikwijls op onderzoek gaan in
'nieuwe' zones en buurten, zijn ze niet in staat alle verblijfplaatsen
van de straatkinderen te achterhalen. Sommige straatkinderen lijken onzichtbaar;
waar zij zich ophouden is niet bekend. Verder zijn er straatkinderen die
geen contact willen en er vandoor gaan zodra ze door onbekenden benaderd
worden. De 'educadores de la calle' zijn speciaal getraind in het contact
leggen met straatkinderen, maar sommige kinderen zijn zo angstig en hebben
zo weinig vertrouwen, dat zelfs de educadores geen kans krijgen om toenadering
te zoeken.
Met de straatkinderen die de 'educadores de la calle'
inmiddels beter hebben leren kennen, bestaat een band van vriendschap en
vertrouwen. De educadores behandelen de kinderen met liefde en respect.
Ieder kind krijgt in principe dezelfde kansen en mogelijkheden en telkens
weer proberen de educadores de kinderen over te halen om opvang en verdere
hulp te zoeken. Dat sommige van deze kinderen niet naar een crisiscentrum
willen, heeft te maken met de waarde die zij hechten aan de vrijheid, de
ruimte en de mogelijkheden tot vermaak die zij op straat vinden. Bovendien
willen ze geen afscheid nemen van hun vrienden. Anderen hebben een partner
die ze niet willen verlaten. Tot slot zijn er velen die dermate afhankelijk
zijn van drugs, dat zij niet meer zonder kunnen of willen. Vooral voor
de kinderen die al wat langer op straat leven, is het moeilijk om alles
achter zich te laten. Voor de meeste straatkinderen is het leven op straat
ondanks alle ellende ook een verslaving. Het vergt heel wat moed en kracht
om dat leven achter je te laten. De meeste kinderen besluiten pas na de
vierde of vijfde keer van opname in een tehuis om werkelijk te blijven
en zich werkelijk in te zetten om het straatleven definitief achter zich
te laten. Aangezien de kinderen zoveel hebben meegemaakt en het nooit te
laat is om te leren, krijgen alle straatkinderen die uit een centrum vertrekken,
altijd weer een nieuwe kans.
Met haar stappenplan en overige programma's heeft Casa Alianza in principe
mogelijkheden voor alle straatkinderen. Elk kind heeft de kans om met behulp
van Casa Alianza de straat te verlaten en te werken aan een betere toekomst.
Op de werkwijze en organisatie van Casa Alianza heb ik niks aan te merken.
De 'educadores de la calle' doen alles wat in hun macht ligt om een kind
op straat te helpen en te steunen en uiteindelijk onder te brengen in een
centrum. Zij zijn niet in staat alle straatkinderen te helpen, maar de
kinderen waarmee ze wel contact onderhouden, kunnen elke dag bij ze terecht.
Als de kinderen de educadores niet tegenkomen op straat, kunnen ze zelf
naar het crisiscentrum komen. De deuren staan 24 uur per dag open. Dat
sommige kinderen de straat niet verlaten, is een persoonlijke 'keuze' die
voortkomt uit de verslaving aan de straat en aan de drugs.
Dit is een verslaving die niet zou ontstaan, als overheden en
families in staat zouden zijn om te voorkomen, dat kinderen opgroeien onder
marginale omstandigheden en slachtoffer worden van geweld. De economische
situatie van de families en de sociaal-relationele problemen die hieruit
voortvloeien, zijn de belangrijkste oorzaken van het naar de straat vertrekken
van kinderen die zo getraumatiseerd zijn, en dat onder de huidige omstandigheden
nog steeds worden, dat zij naar drugs grijpen om pijn en ellende te onderdrukken
en de harde realiteit te ontvluchten. Zij worden gedwongen tot een leven
dat hen soms niet meer in staat stelt te functioneren in een gestructureerde
omgeving tussen vier muren, ook al krijgen ze daar de kans om omringd door
liefde en respect te werken aan een betere toekomst. Daar staan de educadores
machteloos tegenover. Dit mag echter niet leiden tot ontmoediging, maar
zou juist een reden moeten zijn om op grotere schaal te streven naar de
rehabilitatie en de verdediging van straatkinderen.
De organisatie en werkwijze van Casa Alianza zijn voorbeelden
waar overheden en hulporganisaties een les uit kunnen trekken. Straatkinderen
moeten met onvoorwaardelijke liefde en absoluut respect behandeld worden,
hun rechten moeten verdedigd worden en ze moeten zonder uitzondering in
aanmerking komen voor hulp en aandacht. De kinderen moeten worden opgezocht
op straat. Er moet een band van vertrouwen gecreëerd worden met alle
straatkinderen, maar vooral met degenen die het grootste risico lopen (jongere
straatkinderen, drugsverslaafde straatkinderen, straatkinderen in de prostitutie
of drugshandel, straatmeisjes, jonge moeders op straat en hun kinderen)
en/of al het vertrouwen in de mensheid en zichzelf verloren hebben. De
kinderen moeten hun gevoel voor eigenwaarde terugkrijgen en geloven in
de mogelijkheid van een betere toekomst. De straatkinderen mogen nergens
toe gedwongen worden, maar er moet getracht worden om ze uit de omgeving
van drugs, criminaliteit, prostitutie en geweld te halen. Ze moeten de
mogelijkheid hebben om zich vanuit een liefdevolle en beschermende omgeving
te ontwikkelen tot waardige individuen met vaardigheden die onmisbaar zijn
voor een onafhankelijk, productief en zinvol leven.
|
|