|
De cultuurvisie van een
lerende organisatie
Een Case-studie waard
Jacomina Eijkelboom
Inleiding
De jaren negentig kenmerken zich door steeds snellere technologische,
economische en sociale veranderingen. Een van de meest in het oog springende
markten waar de ontwikkelingen bijna niet meer te volgen zijn, is de markt
van de informatie-technologie (IT). Er is grote vraag naar geautomatiseerde
systemen en de IT-bedrijven schieten dan ook als paddestoelen uit de grond.
Om deze veranderingen de baas te kunnen zijn en de ontwikkelingen op de
voet te volgen zal een organisatie die in deze markt wil overleven, zich
flexibel moeten opstellen. Veel managers zijn er tegenwoordig van overtuigd,
dat het concept 'lerende organisatie' goede mogelijkheden biedt om snel
in te kunnen spelen op ontwikkelingen in de markt. De 'lerende organisatie'
bezit het vermogen zichzelf te veranderen en op deze manier kan de organisatie
ontwikkelingen bijblijven. Het leren van organisaties is niets anders dan
het veranderen van organisatiegedrag. De term lerende organisatie is in
de afgelopen jaren een ware trend gebleken.
Bij de term lerende organisatie rijst een aantal vragen.
Hoe ziet een 'lerende organisatie' er bijvoorbeeld uit? Op welke manier
kan een organisatie flexibel zijn? Welke factoren zorgen ervoor dat een
organisatie kan 'leren'? Wat voor cultuur heerst er in een lerende organisatie?
Aan de hand van een literatuuronderzoek worden er antwoorden gegeven op
deze vragen. Hieronder zal het ideaalbeeld van een lerende organisatie
beschreven worden. Daarbij ligt de nadruk op de bijpassende cultuurvisie.
De problematiek van een lerende organisatie heb ik onderzocht
bij de XYZ Groep (een pseudoniem). Deze organisatie pretendeert een lerende
organisatie te zijn. Er zijn vele factoren die een grote rol spelen bij
het leren van de organisatieleden. Spreken alleen de managers over het
leren van de organisatie of wordt er ook daadwerkelijk door de medewerkers
van de XYZ Groep geleerd? Aan de hand van de uitkomsten van het onderzoek
bij de XYZ Groep wordt in het tweede gedeelte een beeld geschetst van de
organisatiecultuur.
De lerende organisatie
Uit de bestudering van de literatuur over lerende organisaties blijkt,
dat er veel geschreven is over het creëren van een lerende organisatie.
Er zijn vele handboeken geschreven over hoe een 'niet-lerende' organisatie
omgevormd kan worden tot een lerende organisatie. Ideale structuren en
systemen die passen bij een lerende organisatie, worden beschreven met
daarbij de strategie die gehanteerd dient te worden. In de literatuur is
weinig terug te vinden over de cultuur die bij een lerende organisatie
zou passen. Komt de cultuur aan bod, dan wordt zij benaderd alsof het een
'maakbare factor' betreft binnen de organisatie. Kortom, als een factor
die net als systemen, structuur en strategie beïnvloed kan worden
door het management. In dit onderzoek wordt de opvatting gehanteerd dat
organisatiecultuur nauwelijks 'maakbaar' is; het is een geïntegreerd
proces binnen de organisatie. Het management kan slechts gunstige voorwaarden
scheppen voor een goede voedingsbodem voor het collectief leren.
De lerende organisatie wordt door Garvin (1993: 79) als
volgt gedefinieerd: 'Een lerende organisatie is in staat nieuwe kennis
te creëren, verwerven en distribueren en om gedrag aan te passen aan
nieuwe kennis en inzichten. De nieuwe kennis moet worden omgezet in alternatieve
gedragspatronen en het leerproces dient door de hele organisatie actief
te worden ondersteund om te kunnen spreken van een lerende organisatie.'
In de literatuur wordt een ideaalbeeld geschetst met een aantal kenmerken
waaraan zowel de organisatie als de organisatieleden moeten voldoen. Bij
de organisatie zijn dit bijvoorbeeld flexibele systemen en structuren.
Van de organisatieleden wordt een actieve houding ten opzichte van het
leren verwacht. Deze kenmerken lijken erop te duiden dat het een eenvoudige
opgave is om een lerende organisatie te worden en blijven.
Een lerende organisatie staat of valt met de inzet van
de organisatieleden. Het collectieve leren kan gestimuleerd worden vanuit
de omgeving, bijvoorbeeld door het management. Daarnaast is het belangrijk
dat de faciliteiten het leren ondersteunen. Maar het leren van de organisatie
kan niet afgedwongen worden. Het gaat uiteindelijk om de individuele organisatieleden
en hun wil om te leren. Een organisatie bestaat uit individuen en individueel
leren is een noodzakelijke voorwaarde voor het leren door organisaties.
De individuele leercycli beïnvloeden het leerproces op organisatieniveau
door hun invloed op de gezamenlijke mentale modellen. De organisatie kan
dus alleen leren via haar leden (Swierenga & Wierdsma, 1990). Echter,
de organisatie is in staat onafhankelijk van een afzonderlijk individu
te leren (Argyris & Schön, 1978).
Het leren van individuen en organisaties kan zowel bewust
als onbewust plaatsvinden. Bewust leren leidt tot een hoger niveau van
bekwaamheid, omdat het toevoegend en opbouwend is. Doordat men zich realiseert
wat men geleerd heeft en hoe, kan men beslissen het leerproces te corrigeren
dan wel te continueren. Het leervermogen, dat wil zeggen het vermogen om
het eigen leerproces te sturen, wordt ontwikkeld bij bewust leren.
Leren is niet meer dan gedragsverandering. Aangezien cultuur
de kaders aangeeft van het gedrag van de organisatieleden, geeft de cultuur
dus ook de kaders aan voor het leergedrag. Dit leergedrag kan op verschillende
niveaus plaatsvinden. Swierenga & Wierdsma (1990) beschrijven het enkelslag,
dubbelslag en drieslag leren. Het enkelslag leren wordt gedomineerd
door de routines van doen en denken. Er vindt een verandering plaats in
de bestaande regels; er is sprake van verbetering. Om te kunnen leren op
enkelslag niveau moeten de organisatieleden openstaan voor verbeteringen.
Bij het tweeslag leren door de organisatie worden aspecten uit de
omgeving gesignaleerd en deze worden gerelateerd aan de geldende normen.
Kennis omtrent de normen van de organisatie is daarbij vanzelfsprekend
een vereiste. De betrokkenheid van de medewerkers speelt een grote rol.
Hoe meer de medewerkers betrokken zijn bij de organisatie, des te meer
ze weten van de normen en des te meer ze zaken aan die normen relateren.
Om te voorkomen dat normen verschillend geïnterpreteerd worden, moet
er over de normen gecommuniceerd worden. Als de mogelijkheid bestaat te
kunnen discussiëren over de normen en de normen naar aanleiding van
die discussies te kunnen bijstellen, kunnen de organisatieleden zelfs op
drieslagniveau leren. Discussiëren over normen en waarden kan alleen,
als iedereen open is over beleid en beleidsvoering. De discussies hebben
pas nut, als de organisatieleden ook daadwerkelijk openstaan voor nieuwe
gedachten en werkwijzen. Bij het drieslag leren ontwikkelen de organisatieleden
zich. Het ontwikkelen is een antwoord op de veranderingen in de omgeving
van een organisatie. Het gaat dan om het ontwikkelen van het vermogen tot
zelforganisatie. Dit vermogen kan beschreven worden aan de hand van de
metafoor van hersenen. De kwaliteit van het geheugen is dusdanig, dat de
verschillende onderdelen van de hersenen de functies van elkaar kunnen
overnemen.
Het management dient vier elementen te stimuleren om zelforganisatie
in de hand te werken. Onzekerheden en fouten zijn onvermijdelijke onderdelen
in een complexe en veranderende omgeving. Fouten moeten dus geaccepteerd
worden door het management en ook door de collega's. Essentieel is eveneens
een benadering die vanuit meerdere uitgangspunten de complexe problemen
bekijkt voor analyse en oplossing. Verder moet voorkomen worden dat er
structuren gecreëerd worden, die in een 'standaardantwoord' voorzien
bij bepaalde situaties. Het laatste element dat gestimuleerd dient te worden,
is het invoeren van organisatiestructuren en processen die de andere drie
principes helpen te implementeren (Morgan, 1986).
Voor een lerende organisatie is het belangrijk dat de
gehele organisatie gericht is op het leren. Het beleid moet daarop afgestemd
zijn en het management moet het leren van de organisatieleden stimuleren.
In de literatuur wordt het ideaalbeeld van de lerende organisatie beschreven
aan de hand van vier componenten met bijbehorende kenmerken. Deze componenten
worden als geïsoleerde factoren beschreven, die onderling geen invloed
op elkaar hebben. In dit onderzoek zijn er vier componenten als leidraad
gebruikt bij de beschrijving van het ideaalbeeld van de lerende organisatie.
Echter, wel met in het achterhoofd de wetenschap dat deze componenten niet
geïsoleerd kunnen worden. Een organisatie is een verzameling van processen
die onderling invloed op elkaar hebben.
De componenten die telkens terugkeren in de literatuur
zijn: de strategie, de structuren, de systemen en de cultuur. De strategie
geeft de doeleinden van de organisatie aan. De structuur bepaalt de posities
van de organisatieleden en de onderlinge relaties. De voorschriften en
afspraken over de wijze waarop processen en stromen verlopen, zijn terug
te vinden in de systemen van de organisatie. De cultuur wordt omschreven
als het geheel van gedeelde opvattingen, waarden en normen van de leden
van de organisatie (Swierenga & Wierdsma, 1990). Dit is echter een
definitie waarin dynamiek en complexiteit niet naar voren komen. In dit
onderzoek wordt gebruik gemaakt van de definitie van Martin (1992: 153).
De definitie luidt: 'Organisational culture is a web of individuals, sporadically
and loosely connected by their changing positions on a variety of issues.
Their involvement, their subcultural identities, and their individual selfdefinitions
fluctuate, depending on which issues are activated at a given moment.'
De complexiteit wordt veroorzaakt door de verschillende netwerken waarin
een individu zich bevindt. De ambiguïteit wordt in de hand gewerkt,
doordat de betrokkenheid, subculturele identiteiten en individuele zelfdefinities
van de organisatieleden veranderlijk zijn.
Om tot zelforganisatie te komen en te blijven moeten de
organisatieleden in staat zijn om veelzijdig te kunnen leren; dat is op
drie niveaus. Daarbij is al naar voren gekomen dat de organisatieleden
onder andere open moeten zijn, open moeten staan, vertrouwen moeten hebben,
willen leren en bewust leren, kritisch zijn, flexibel zijn, verantwoordelijkheden
willen dragen en fouten durven te maken. Deze aspecten hangen nauw samen
met elkaar.
De cultuurvisie van een lerende organisatie is gebaseerd
op een actieve houding van het individu ten aanzien van het bewust leren
en delen en verspreiden van kennis. In het volgende gedeelte komt de XYZ
Groep en haar cultuur aan bod. Aan de hand van interviews, documentenonderzoek
en participerende observaties is de organisatiecultuur in kaart gebracht
voor wat betreft de cultuur van de XYZ Groep.
De XYZ Groep
De XYZ Groep is een holding met meerdere werkmaatschappijen die hun
activiteiten in de IT-branche hebben. Er werken ruim 300 personen bij de
XYZ Groep en de gemiddelde leeftijd is ongeveer 28 jaar. Een paradepaardje
van de XYZ Groep is de groeistrategie van 'Operational Excellence'. Door
het optimaliseren van alle bedrijfsprocessen streeft de XYZ Groep ernaar
om een combinatie van kwaliteit, prijs en duidelijkheid aan te bieden,
die door geen enkele organisatie te evenaren valt.
Het management van de XYZ Groep hanteert een alternatieve
besturingsvorm. Deze besturingsvorm kenmerkt zich door een grote verantwoordelijkheid
van de eigen medewerkers. De XYZ Groep verwacht van de medewerkers een
sterke betrokkenheid bij het werk en bij de organisatie. Het management
creëert bewust omstandigheden waarbinnen de medewerkers kunnen leren.
Een dergelijke bedrijfsvoering richt zich met name op de organisatiestructuur
en systemen. Dat wil zeggen dat de structuur en systemen inzichtelijk gehouden
worden door onder andere korte communicatielijnen. Maar niet alleen de
structuren en systemen spelen een rol bij een lerende organisatie. Zoals
uit de literatuur blijkt, heeft de cultuur invloed op het leergedrag van
de organisatieleden.
Het beeld van de organisatiecultuur, geschetst door het
management en door de medewerkers, vertoont grote overlap. Beide groepen
spreken van een XYZ-gevoel dat zich laat omschrijven als een familieband
waarbij vertrouwen, aandacht, zorg, respect en vrijheid belangrijke kenmerken
zijn. Onderling is men attent en er wordt elkaar een luisterend oor geboden.
Daarbij is de omgang informeel en kan men kritisch naar elkaar zijn. Medewerkers
vinden dat iedereen 'gewoon gewoon' doet en men is enthousiast. De uitgelaten
en baldadige sfeer onder de medewerkers zorgt voor het gevoel van een 'XYZ-familie'.
Onderling worden makkelijk contacten gemaakt en er is een groot gevoel
van solidariteit.
De organisatie kan beschreven worden als open en flexibel.
Door de groei van de organisatie zijn er altijd perspectieven voor de medewerkers.
Er is aandacht vanuit de organisatie voor de medewerkers en de 'thuissituatie'.
De werksfeer kenmerkt zich door eigen verantwoordelijkheden, vrijheid om
de werkzaamheden in te vullen en ruimte om fouten te maken. Er heerst een
sfeer van tevredenheid onder de medewerkers. De XYZ Groep verwacht veel
van de medewerkers: een actieve houding waarbij initiatieven genomen worden,
meegedacht wordt en de medewerkers 'lerend werken'. Dit laatste houdt voornamelijk
verband met de focus op kwaliteit. De organisatie wil excellent functioneren
en succes boeken. De medewerkers spreken in deze context liever van een
gezonde prestatiedrang. Bij de term lerende organisatie denken alle organisatieleden
in eerste instantie aan het leren van individuen.
De XYZ Groep en de lerende organisatie
In het onderzoek bij de XYZ Groep is de nadruk gelegd op de organisatiecultuur.
Daarbij zijn de eerder genoemde componenten, te weten strategie, structuur,
systemen en cultuur, niet als zodanig naar voren gekomen. Maar ik zal in
dit gedeelte proberen een beeld te schetsen van de overeenkomsten van de
kenmerken van de XYZ Groep en van de kenmerken behorend bij het ideaalbeeld.
Het kenmerk van de strategie is, dat deze continu in ontwikkeling
is. Bij de XYZ Groep wordt er een groeistrategie gehanteerd door het management.
Bovendien is er constant oog voor ontwikkelingen in de markt. In het ideaalbeeld
van een lerende organisatie bestaat de structuur uit organische netwerken
met een grote mate van decentralisatie. Het management van de XYZ Groep
hanteert een alternatieve besturingsvorm, namelijk die van de omgekeerde
driehoek. De medewerkers hebben een grote mate van verantwoordelijkheid
en het management heeft een faciliterende rol binnen de organisatie. De
netwerken worden gevormd door 'taskforces' die bestaan uit medewerkers
van verschillende afdelingen en werkmaatschappijen. Verder dienen de systemen
bij een lerende organisatie voornamelijk als ondersteuning. Bij de XYZ
Groep dienen de systemen om inzicht te geven in het geheel van processen
en om informatie te geven. De kenmerken van de drie componenten zijn grotendeels
terug te vinden bij de XYZ Groep.
Bovenstaande kenmerken van de strategie, de systemen en
de structuur lijken het leren van de organisatieleden niet in de weg te
staan. Echter, er zijn drie barrières in de organisatie te onderscheiden,
die het leren kunnen belemmeren. De eerste barrière heeft betrekking
op de kennis binnen de organisatie. De aanwezige kennis wordt binnen organisaties
vaak in onvoldoende mate verspreid. Het management van de XYZ Groep stimuleert
de mogelijkheden om kennis te verspreiden. Hierbij kan gedacht worden aan
het intranet en de taskforces. Door de medewerkers wordt hiervan ook gebruik
gemaakt. Zo worden op het intranet de technische ontwikkelingen vermeld
en houden de taskforces zich bezig met de informatieverzameling en de verspreiding
ervan. De managers presenteren hun beleidszaken tijdens Profocusavonden.
De tweede barrière die bij het leren in de weg kan staan, heeft
betrekking op het beeld van het geheel dat organisatieleden niet altijd
hebben. Doordat er niet een totaalbeeld is van het geheel kan de betrokkenheid
van de organisatieleden minder zijn. Het management van de XYZ Groep probeert
de medewerkers op de hoogte te houden door middel van Profocusavonden en
nieuwsbrieven. Bovendien stimuleren zij de medewerkers om mee te denken
over het beleid, zodat de betrokkenheid wordt vergroot. De laatste barrière
voor het leren van organisaties is de angst van organisatieleden om fouten
te maken. Men durft minder snel fouten toe te geven, als de kans bestaat
dat sancties volgen. Zowel het management als de medewerkers van de XYZ
Groep geven aan, dat fouten gemaakt mogen worden. Bovendien wordt er gezamenlijk
naar een oplossing gezocht. Bij de XYZ Groep zijn er dus geen barrières
aanwezig voor het leren van de organisatieleden.
Naar aanleiding van het literatuuronderzoek is een cultuurvisie
beschreven met een aantal aspecten die van toepassing zijn voor de organisatieleden.
Deze aspecten komen hier wederom naar voren met de toevoeging van de mening
van het management en de medewerkers. De eerste twee aspecten hebben betrekking
op het open zijn en openstaan van de organisatieleden. Volgens zowel de
medewerkers als het management van de XYZ Groep is iedereen open naar elkaar
en staat een ieder open voor opmerkingen en ideeën. De medewerkers
spreken van een vertrouwenssfeer die er onderling heerst. De wil om te
leren is aanwezig, maar veel medewerkers zijn daar niet bewust mee bezig.
Zowel het management als de medewerkers geven aan, dat je kritisch mag
zijn naar de organisatie, collega's en naar het management. Het lijkt erop
dat de organisatieleden flexibel zijn. Verantwoordelijkheden worden door
het management bewust laag in de organisatie gelegd en de medewerkers vinden
zelf, dat ze veel verantwoordelijkheden hebben. Eventuele fouten die gemaakt
worden, worden geaccepteerd door management en collega's. Gezamenlijk wordt
er gekeken naar een oplossing en eveneens wordt er bekeken, hoe de fout
in de toekomst vermeden kan worden.
Conclusie
Uit de bovenstaande vergelijking van de XYZ Groep met het ideaalbeeld
van een lerende organisatie zien we, dat de organisatie vele kenmerken
van dit ideaalbeeld bezit. Vanuit de organisatie worden alle faciliteiten
geboden en door het management wordt het leren gestimuleerd. Uit de literatuur
blijkt, dat een belangrijk kenmerk van een lerende organisatie het collectief
denkvermogen is, waarbij alle organisatieleden bewust leren op collectief
niveau. Op deze manier kan een lerende organisatie gevormd worden en zich
blijven ontwikkelen. Bij de XYZ Groep zien we deze actieve houding echter
niet terug. De medewerkers zijn wel actief bezig met hun eigen opleiding
en kennis, maar op collectief niveau is niet iedereen bewust bezig met
leren en het delen en verspreiden van kennis. Daardoor zou er geen collectief
denkvermogen gevormd kunnen worden. De vraag is echter, of er wel organisaties
bestaan, waarbij iedereen bewust leert op collectief niveau. Als een dergelijke
organisatie bestaat, is het collectief bewust leren dan een noodzakelijke
voorwaarde voor een lerende organisatie? Bij Argyris & Schön (1978)
zagen we al, dat er op collectief niveau geleerd kan worden zonder dat
elk individu leert. Kijkend naar de aard van de vaak genoemde componenten
en processen
binnen de XYZ Groep kan ik niet anders dan tot de conclusie
komen, dat deze organisatie in hoge mate overeenkomsten vertoont met de
in de literatuur genoemde karakteristieken van een lerende organisatie.
Literatuur
- Argyris, C. & D.A. Schön, Organizational
Learning: A Theory of Action Perspective Perspective, Addison-Wesley,
Reading, 1978.
- Garvin, D.A., Building a Learning Organization, Harvard
Business Review, 71, July-August 1993, pp. 78-91.
- Martin, J., Cultures in Organizations: Three Perspectives,
New York, Oxford Univ. Press, 1992.
- Morgan, G., Images of Organization, Beverly-Hills,
Sage, 1986.
- Swierenga J. & A.F.M. Wierdsma, Op weg naar
een lerende organisatie, Groningen, Wolters-Noordhoff, 1990.
|
|