Culturele Antropologie Utrecht

CAses
hoogtepunten uit het afstudeeronderzoek


2000
vorige naar index volgende

Onderzoeksperikelen in de Arctic

Wouter van Doorn & Sandra Gernaat

Op 20 april 1999 begon ons veldonderzoek. Na een lange voorbereiding verlieten we op een mooie zomerdag Nederland en gingen op weg naar arctisch Canada. Gepakt in dikke winterjassen, warme truien, skibroeken en stevige, gevoerde bergschoenen waren we op alles voorbereid, althans dat dachten we. Onze vliegreis naar Montreal verliep prima. We verbleven één nacht in Montreal, om vervolgens verder te vliegen naar ons uiteindelijke doel: Iqaluit. De volgende dag waren we ruim op tijd op het vliegveld Dorval in Montreal. We liepen naar onze vertrekhal. Er was nog niemand. Maar ja, hoeveel mensen gaan er dan ook naar Iqaluit, dachten we. Dat viel uiteindelijk wel mee. Langzaam aan druppelden de mensen binnen. Allen gekleed in luchtige kleding en windjassen. We voelden ons in onze poolkleding lichtelijk 'overdressed'. Maar dat mocht de spanning niet drukken. Dit was onze droomreis. Hier hadden we onze hele studie naar uitgekeken en nu gebeurde het. Het vliegtuig steeg op. Onder ons zagen we Montreal verdwijnen. Op naar de Inuit (Eskimo's)! Uitgestrekte, dichte bosgebieden schoten onder ons door. Hoe verder we richting het noorden vlogen, des te minder dicht werd het bos. Langzaam maar zeker schemerden er besneeuwde ruimten tussen de bomen door. Deze ruimten werden steeds groter, totdat er een kale, witte vlakte verscheen. We waren de boomgrens gepasseerd. Na een lange vliegreis kwamen we aan in ons onderzoeksdorp Iqaluit.

Place of fish

Iqaluit is gelegen op het eiland Baffinland, ten noorden van de Canadese provincie Quebec. De naam Iqaluit betekent 'place of fish'. De nederzetting ligt te midden van een kaal, uitgestrekt heuvellandschap. De enige manier om Iqaluit te bereiken is via de lucht en, voor een korte periode (in de zomer), per ijsbreker. De winterperiode neemt het grootste deel van het jaar in. De winter wordt gekenmerkt door veel sneeuw en ijs. Het is er ijzig koud. De temperatuur ligt gemiddeld tussen de -30 en -21.7 graden Celsius (Baffin Regional Health Board, 1994). Door de gure poolwind is de gevoelstemperatuur veel kouder, soms met wel zo'n 30 tot 40 graden Celsius. De dagen zijn kort. Dagen met ongeveer vier uur licht per dag zijn eerder normaal dan uitzondering. Tijdens de korte zomer zijn de dagen zeer lang. De temperaturen liggen dan tussen de 3.7 en 11.4 graden Celsius. Het wordt niet meer donker, hoogstens schemerig. De zon draait cirkels om je heen, een vreemde gewaarwording. Meer dan twee uur nacht is dan al erg lang.
   Het aantal inwoners is gemiddeld 4.556 personen (McKenna, 1996). Van de totale bevolking in Iqaluit is bijna driekwart Inuit. De meeste Inuit spreken Inuktitut, maar velen gebruiken Engels als voertaal (Baffin Regional Health Board, 1994). Het gebied zelf behoort na Antarctica tot een van de minst bevolkte gebieden ter wereld. Direct buiten het dorp begint de arctische wildernis. Voor zover je kan zien en lopen is er geen teken van menselijk leven in het lage heuvellandschap. Of je zou de condenssporen van de zeldzame, hoog overvliegende vliegtuigen mee moeten rekenen. De dichtstbij zijnde dorpen liggen honderden tot duizenden kilometers verder. Er heerst een absolute stilte, op het af en toe huilen van de poolwind na. Dit is geen geluid dat je als Nederlander, uit een druk bevolkt land kent. Hier kom je erachter dat stilte ook een geluid heeft.

Your supposed to arrive tomorrow!

We stapten het vliegtuig uit en bevonden ons op een klein vliegveld. Onze medepassagiers hadden de reis duidelijk veel vaker gemaakt en verdwenen dan ook snel uit zicht. We keken elkaar aan en dachten: 'Waar zijn we aan begonnen? Hoe houden we het hier drie maanden lang uit?' In de verte zagen we het dorp liggen, enkele houten huisjes in de sneeuw, somber en verlaten in een uitgestrekt heuvellandschap. 'Wat doen we hier in de kou? Waarom zijn wij niet naar het warme Afrika gegaan?' Het werd er niet veel beter op. Na, voor ons gevoel, ruim een uur te hebben gewacht was er nog steeds niemand om ons af te halen. Waren ze ons misschien vergeten?


Iqaluit in de winter

Het vliegveld lag er inmiddels verlaten bij. Ondanks dat er buiten Iqaluit geen wegen zijn, rijden er in Iqaluit taxi's om de kleine, maar zeer koude afstanden in het dorp te overbruggen. We besloten dan ook gebruik te maken van een taxi om naar onze verblijfplaats te gaan. Daar aangekomen, zagen we een groot, somber ogend gebouw. Het bleken tot campus omgebouwde, oude legerbarakken te zijn. Met het laatste restje moed dat we nog hadden, gingen we naar binnen. De receptie was dicht, maar, zo werd ons door enkele Inuit verteld, die ging vandaag nog wel open. Goed, weer wachten dus. Na een half uur te hebben gewacht kwam er een klein, gedrongen vrouwtje naar ons toe. Of wij misschien de Nederlandse studenten waren? Ja, die zijn wij. "You're supposed to arrive to-morrow." Gelukkig, ze waren ons niet vergeten, slechts een communicatiefoutje. We kregen een kamertje en uitleg over de gang van zaken in het studentenhuis. Daar waren we dus. De moed was ons inmiddels in de knieën gezakt, maar we waren in ons onderzoeksdorp gearriveerd.

Wij zijn Qablunaat

Ons blank zijn had een grote invloed op de omgang met Inuit. In de ogen van de meeste Inuit waren en bleven we Qablunaat (blanke mensen). De ene keer werd dat sterker benadrukt dan de andere keer. Qablunaat begrijpen Inuit niet en Inuit begrijpen Qablunaat niet. Elke cultuur heeft zijn eigen perspectief op de wereld en dat kan heel anders zijn dan het perspectief dat een andere cultuur heeft. Dit kan tot uiting komen in verschillende kleine aspecten. Een duidelijk voorbeeld hiervan wordt gegeven door een leuke anekdote die ons door een Inuk is verteld.

Lang geleden, toen de Inuit voor het eerst in contact kwamen met de blanken, kregen ze van de blanken een klok. Voor blanken was tijd immers zeer belangrijk. Inuit wisten echter niet wat een klok was, en waren bang voor het vreemde object dat tikte. Omdat het tikte, dachten ze dat de klok leefde, en ze gooiden hem in het water.
Voor Inuit heeft tijd een heel andere waarde. Voor een Inuit is het heel gewoon om ruim twee uur te laat te komen op een afspraak, of om maar helemaal niet te komen. Zo hadden we eens met een Inuk afgesproken, die ons zou leren een iglo te bouwen. We hadden om drie uur afgesproken. Om vijf uur was hij er nog steeds niet. De volgende dag kwamen we hem tegen en vroegen, waar hij gisteren was. Hij vertelde dat hij met zijn neef muziek was gaan maken. Een afspraak geldt voor de meeste Inuit niet als vaststaand; dat werd ons steeds duidelijker. In het begin hebben we het niet nakomen van hun afspraken persoonlijk opgevat. Maar al snel kwamen we erachter, dat zulk gedrag heel normaal was voor Inuit, alleen toch wel erg frustrerend voor ons Qablunaat.
   Inuit houden zich graag op de vlakte over het wel en wee van Qablunaat. In hun ogen zijn Qablunaat allemaal rijk en moeten ze niet klagen. Met ruim veertig televisiezenders worden ze zowel geconfronteerd met rijke Qablunaat, als met de armoede waar vele Qablunaat in verkeren. Toch verkiezen veel Inuit ervoor om alle Qablunaat te generaliseren tot één rijk geheel. Een aantal malen is aan ons gevraagd, wie nu de 'native people', de oorspronkelijke inwoners, van Nederland zijn. 'Dat zijn wij', vertelden we hen. Dat geloofden ze maar amper. Het kon gewoon niet waar zijn, dat Qablunaat, net als zij, 'native people' konden zijn. Verder klaagden een aantal Inuit over het feit, dat wij (antropologen en andere sociale wetenschappers) alleen maar hen aan het bestuderen zijn. "Wanneer gaan jullie nu eens jezelf (Qablunaat) bestuderen?" Wanneer we hen dan vertelden, dat onze bibliotheken vol staan met onderzoeken over mede-Qablunaat en dat het gedeelte van de onderzoeken die aan de Inuit gewijd zijn, eigenlijk vrij klein is, geloofden zij ons vaak niet. De Inuit willen vaak hun percepties over de Qablunaat niet loslaten, ook al weten ze dat hun perceptie niet altijd de juiste is.
   Inuit hebben een gemengd gevoel over Qablunaat, een soort haat - liefde verhouding. De haat-verhouding komt vooral naar boven, wanneer er alcohol in het spel is. Normaal zijn Inuit geen spraakzame en emotionele mensen. Echter, onder invloed van alcohol verandert hun houding geheel. Opeens beginnen ze volop te praten. Ook worden ze over-emotioneel. Hun frustraties leven ze vooral uit op Qablunaat; zij zijn de schuld van alles wat fout gaat. De alcohol heeft haast een schizofrene uitwerking op Inuit. Dat hebben we regelmatig aan den lijve ondervonden. Op een avond gingen we met een aantal Inuit vrienden naar de Legion (een kroeg). Na een gezellige avond stonden we buiten de Legion in de kou te wachten op een taxi die ons naar huis zou brengen. Naast ons stond een zwaar aangeschoten vrouw. We stonden met onze Inuit vrienden rustig te praten, toen de vrouw opeens agressief begon te doen. Ze vroeg vol haat of onze Inuit vrienden ons kenden. Op hun beurt vertelden zij de vrouw, dat wij hun vrienden waren. Daarop begon de vrouw in onze richting te spugen. Hoe het mogelijk was, dat je als Inuit vrienden kon zijn met Qablunaat. Ze sprak het woord vol walging uit. Even later kwam de vrouw in een agressieve houding op ons af lopen en vroeg wie we waren en wat we in Iqaluit deden. Zodra ze hoorde dat we studenten uit Nederland waren, wilde ze ons graag interviewen voor de radio waar ze werkte. Ze vond het namelijk zo leuk om met buitenlandse studenten te praten. Dat ze ons vijf minuten geleden nog verafschuwde was ze blijkbaar vergeten.
   Dit wisselende, tegenstrijdige gedrag is kenmerkend voor veel Inuit die hebben gedronken. Het is dan ook geen uitzondering, als een (aangeschoten tot dronken) Inuit het ene moment je beste vriend is, vervolgens je ergste vijand, om tenslotte weer een goede vriend te zijn. Het zal dan ook niemand verbazen, dat alcoholgebruik aan banden is gelegd. Alcohol is niet zomaar te verkrijgen; het is nergens te koop. Alleen in bepaalde gelegenheden wordt alcohol geschonken. Vaak moet je van deze gelegenheden lid zijn of door een lid geïntroduceerd worden. Wanneer de toegang voor iedereen vrij is, wordt er nauwkeurig opgelet, dat iemand niet meer dan zeven biertjes krijgt. De controle gebeurt door het geven van een rij kaartjes (zeven stuks) bij de ingang van de bar. Bij elk biertje dat gekocht wordt, neemt de barman een kaartje in beslag. Het alcoholgebruik is een groot probleem in het noorden; sommige Inuit gemeenschappen zijn zelfs geheel drooggelegd.

Op jacht

Op een koude winterdag gingen wij op jacht. We verzamelden ons bij het huis van onze Inuit gids. Vanaf zijn huis gingen we naar de opslagruimte waar zijn skidoo (sneeuwscooter) stond. De skidoo werd naar buiten gereden en erachter werd een kamatik (houten slee) geplaatst. De kamatik diende als vervoermiddel voor de jachtmiddelen en de geschoten buit. Twee man op de skidoo en één persoon in de kamatik. Daar gingen we. We scheurden het uitgestrekte landschap in. Een skidoo kan een aardige snelheid maken. Hopelijk zou het deze keer voorspoediger gaan dan de vorige keer.
   De vorige keer dat we mee op jacht gingen, ging de skidoo na ruim een uur rijden kapot. Daar stonden we. Het enige wat erop zat, was teruglopen. Na ruim twee uur lopen door zachte sneeuw bij een temperatuur van minus 30 graden Celsius kwam het dorp in zicht. Wij waren uitgeput. Wouters baard zat vol ijspegels en Sandra's kamiks (sneeuwschoenen) waren doorweekt. We waren koud en heel erg moe. Onze Inuit gids stelde voor, dat wij naar het dichtstbij zijnde gebouw toe zouden lopen en dat hij ons daar met een nieuwe skidoo zou halen om ons naar zijn huis te rijden. Wij stemden in. Tot onze grote verbazing snelde onze Inuit gids weg. Terwijl wij verder strompelden naar het dichtstbij zijnde gebouw, zagen we hem in de verte, nog steeds rennend, verdwijnen.


Op jacht

Deze jacht verliep voorspoedig. Na een tijd rijden zagen we ver voor ons een kudde kariboes. We stopten en onze gids pakte zijn jachtgeweer en schoot. De kudde vloog uit elkaar en één kariboe viel op de grond neer. We reden richting de kudde, naar het geschoten dier. Het dier leefde nog. Onze gids stak met een mes achter in de kop van de kariboe en het dier was op slag dood. Een akelig gezicht. Vervolgens stripte onze gids het dier van zijn vel. Normaal wordt de huid van de kariboe gebruikt voor kleding, maar aan het einde van de winter is de huid van de kariboe erg dun en laat het haar los, waardoor het niet meer waardevol is om te gebruiken voor kleding. Verder sneed hij delen uit het dier, die hij wilde gebruiken voor voedsel. Het vlees werd in plastic zakken gestopt en in de houten bak gelegd. De restanten van het dier werden begraven onder een dikke laag sneeuw. Toen we onze gids vroegen, waarom hij dat deed, zei hij dat hij dat eigenlijk altijd al gedaan had. Dat had zijn grootvader hem geleerd.
   De achterliggende gedachte hiervan ligt in het verleden. De relatie tussen mensen en dieren had een speciale plaats in het leven van Inuit. Inuit geloofden dat zij niet superieur waren boven dieren. Ze geloofden dat dieren, net als zij zelf, over een inua (een levensziel) beschikten. De inua stelde de eigenaar voor. Het concept 'inua' drukte een fundamentele notie uit, namelijk dat alle leven een menselijke aard had (Oosten, 1976: 40). Een dier had dan ook een menselijke aard en kon in een menselijk wezen veranderen. Voor hun overleving moesten Inuit dieren doden. Vanwege de gedeelde menselijke aard moesten dieren met respect behandeld worden. Het jagen was dan ook aan een aantal regels gebonden. Allereerst mochten Inuit niet meer dieren doden dan ze nodig hadden om te overleven (Rasing, 1994). Verder was het een morele verplichting om te jagen. Er werd geloofd dat diersoorten waarop gejaagd werd, zouden overleven en diersoorten waarop niet gejaagd werd, van de aarde zouden verdwijnen. Een dier zou het dan ook plezierig vinden, dat er op hem gejaagd werd. Wanneer een jager een dier met respect behandelde, werd zijn gedrag beloond. De inua van het dier verliet het dode lichaam en transformeerde naar een nog ongeboren dier. Dit dier liet zich dan weer vangen, doordat het zich herinnerde hoe mensen hem behandeld hadden.
   Deze keer was de jacht voorspoedig verlopen. Thuis gekomen werden we door onze Inuit gids uitgenodigd om te blijven eten. We aten kariboe vlees!

High 80, low 40!

Het onderhandelen met Inuit vereist enige aanpassing. Het is namelijk niet de bedoeling om te onderhandelen. Deze fout maakten wij in het begin van onze veldwerkperiode. Regelmatig spreken Inuit carvers (makers van zeepstenen beeldjes) mensen op straat aan om hun carvings te kopen. Zo ook ons.
   Op een koude winterdag komt er een man naar ons toe om zijn carving aan ons te verkopen. Op straat kun je goedkoop aan een carving komen; vaak zijn deze wel minder mooi dan de duurdere carvings die in de kunstwinkeltjes liggen, maar deze was echt heel erg mooi. We vroegen aan de man wat hij ervoor wilde hebben. Hij noemde een bedrag. Wouter vond het de perfecte gelegenheid om zijn 'afdingingstechnieken' in de strijd te gooien en maakte zich verheugd klaar voor het 'gevecht'. Hij bood de Inuk, na het verplichte hoofdschudden en keurend kijken naar het beeldje, een bedrag onder de eerder genoemde prijs en wachtte op de tegenaanval: een zogenaamd verontwaardigde uitroep, gevolgd door een iets lager bedrag. Dit alles was, volgens ons, de eerste fase van het onderhandelen volgens de 'internationale regels' van het afdingen. Het liep niet helemaal zoals Wouter het verwachtte. De man pakte zeer verontwaardigd het beeldje uit onze handen en liep weg. We waren erg verbaasd en vroegen ons af of wij misschien veel te laag geboden hadden. Later hoorden we, dat we deze man zwaar beledigd hadden door zo onder de prijs te bieden. Wanneer je het niet eens bent met de prijs, dan vraag je de verkoper wat zijn laagste prijs is. Dit is dan ook echt de laagste prijs; hier gaan ze niet onder zitten. Ook al kom je maar vijf dollar tekort (of je doet alsof), negen van de tien keer loopt de verkoper weg. Regelmatig kwam het voor, dat verkopers naar ons toekwamen en hun carving aanboden en zeiden: 'High 60, low 40'. Zelf mocht je dan bepalen welk bedrag je het waard vond. Wat niet moeilijk was. De beste techniek was te wachten tot later in de avond; dan gingen de prijzen meestal omlaag.
   Een Qablunaat die al jaren in het arctisch gebied woont, vertelde ons een grappig verhaal over onderhandelen, uit de tijd dat hij, ruim veertig jaar geleden, in het noorden van Canada kwam wonen. Terwijl hij en zijn vrouw de verhuisdozen aan het uitpakken waren, kwam er een klein Inuit jongetje binnen met een mooie carving. De man bekeek de carving en besloot het te kopen. Hij vroeg naar de prijs. De jongen antwoordde met: 'High 80, low 40.' De man vond 80 CAN dollars toch wel wat veel, maar 40 CAN dollars was weer wat weinig voor het kunststuk. Hij besloot het jongetje 60 CAN dollars te geven. Het jongetje keek heel teleurgesteld naar het geld en liep weg. Even later stond hij er weer. De man was erg verbaasd en vroeg of er iets niet goed was. Daarop antwoordde het jongetje, dat zijn moeder de carving terug wilde hebben. De man was hoogst verbaasd, omdat hij de carving net gekocht had. Hij vroeg het jongetje, waarom zijn moeder het terug wilde hebben, waarop het jongetje antwoordde: 'High 80, low 40.' De man had hem 60 CAN dollars gegeven en dat was niet goed. Het is óf 80 CAN dollars óf 40 CAN dollars! De man keek hierop zeer verbaasd. Hij pakte het geld uit de handen van het jongetje en verdeelde het in tweeën. Hij gaf 40 CAN dollars aan het jongetje voor zijn moeder en 20 CAN dollars voor het jongetje zelf. De jongen vond het maar heel erg vreemd en liep weg en kwam niet meer terug.

Slotopmerkingen

Al met al hebben we een geweldige periode gehad in Iqaluit. Dit kwam voornamelijk, doordat we door een aantal Inuit ontzettend hartelijk zijn ontvangen en zij ons meerdere malen uitgenodigd hebben om te komen eten of andere activiteiten te ondernemen. De omgeving zelf heeft een enorme indruk op ons gemaakt. De uitgestrektheid van het gebied is erg indrukwekkend en overweldigend.

Literatuur

- Baffin Regional Health Board, 1994. Iqaluit, Community Profile. Baffin Regional Health Board's Health Needs Assessment Project.
- McKenna, E., 1996. The Nemographic Workbook. Department of Resources, Wildlife & Economic Development, Nunavut Headquarters: Iqaluit.
- Oosten, J.G., 1976. The Theoretical Structure of the Religion of the Netsilik and Iglulik. Krips Repro, Meppel.
- Rasing, W., 1994. Too many people: Order and non-conformity in Iglulingmiut: Social process. Nijmegen: Katholieke Universiteit Faculteit der Rechtsgeleerdheid.


 
vorige naar index volgende