Culturele Antropologie Utrecht

CAses
hoogtepunten uit het afstudeeronderzoek


2000
vorige naar index volgende

Allochtone ouderen in Housing Associations in Engeland

Jennifer Pfundt

In juli 1999 reisde ik af naar Engeland om daar mijn afstudeeronderzoek uit te voeren. Ik zou daar tot november blijven. Dit afstudeeronderzoek deed ik samen met Adry Beugelsdijk. Wij bestudeerden verschillende aspecten van hetzelfde onderwerp. In de steden Manchester en Leicester wilde ik onderzoek doen naar de financiële positie van allochtone ouderen. Om met deze allochtone ouderen in aanraking te komen had ik in Nederland al contact opgenomen met verschillende Britse Housing Associations.
   Housing Associations zijn stichtingen die woningen bouwen en verhuren voor een zo laag mogelijke prijs. Deze woningen zijn bedoeld voor mensen die om een of andere reden een laag inkomen hebben. Dit kan zijn, omdat zij een laagbetaalde baan hebben of omdat zij afhankelijk zijn van uitkeringen. Dit kunnen allerlei soorten mensen zijn: alleenstaande moeders, ouderen, vrouwen die vluchten voor huiselijk geweld, weggelopen jongeren en daklozen.
   Mijn onderzoek verliep vrij goed. Voor ik naar Engeland afreisde, had ik al contact met een Housing Association in Manchester; dit was Arawak Walton Housing Association. Via deze stichting kwam ik in contact met Tung Sing Housing Association in Manchester en Asra Midlands Housing Association en Foundation Housing Association in Leicester. Dit waren allemaal Housing Associations die zich hadden gespecialiseerd in het verhuren van woningen aan mensen van een bepaalde allochtone afkomst. Housing Associations die dit doen worden Black and Minority Ethnic Housing Associations genoemd. Arawak Walton Housing Association en Foundation Housing Association hebben zich gespecialiseerd in het verhuren van woningen aan mensen van Afro-Caribische afkomst, Tung Sing Housing Association heeft zich gespecialiseerd in woningen voor mensen van Chinese afkomst en Asra Midlands Housing Association in woningen voor mensen die afkomstig zijn uit India, Pakistan en Bangladesh. Dit wil niet zeggen dat mensen met een andere etnische achtergrond niet welkom zijn in deze Housing Associations; dan zouden zij discrimineren en volgens de Britse wet mag dit niet.

Mijn onderzoek naar de financiële positie van allochtone ouderen vond dus plaats onder allochtone ouderen die huurders waren van deze Housing Associations. Ik heb gesproken met zeventien oudere allochtone huurders van de verschillende Housing Associations. Verder heb ik ook met medewerkers van alle onderzochte Housing Associations gesproken. De doelstelling van mijn onderzoek was: inzicht verkrijgen in het functioneren van Housing Associations in Engeland en in de financiële positie van allochtone bewoners van hun woonprojecten voor ouderen. Hierbij had ik verschillende deelvragen. Ik wilde de werking van de Housing Associations en de werking van hun woonprojecten voor ouderen onderzoeken. Daarnaast wilde ik weten, welke allochtone ouderen besloten om in een woonproject te gaan wonen, hoe hun financiële situatie er uitzag en, tot slot, wat zij van deze financiële situatie vonden.
   In mijn onderzoek heb ik voornamelijk gewerkt met Tung Sing Housing Association. De afstand tussen Manchester en Leicester is groot; vandaar dat ik bij de twee Housing Associations in Leicester minder intensief onderzoek heb kunnen doen. Met Arawak Walton Housing Association heb ik mij uiteindelijk minder beziggehouden dan verwacht. Ik heb bij alle Housing Associations met verschillende medewerkers van de Housing Associations gesproken. Bij Tung Sing Housing Association en Foundation Housing Association heb ik ook van oudere huurders interviews af kunnen nemen.

Tijdens mijn onderzoek ben ik veel te weten gekomen over de werking van de Housing Associations en hun woonprojecten. Zij lijken meer op wooncorporaties dan op bejaardentehuizen. Het zijn stichtingen die mensen willen voorzien van goede woningen. Soms verlenen zij daarnaast ook nog bepaalde vormen van zorg of diensten, vooral in de woonprojecten voor ouderen. Het niveau van deze zorg kan verschillen. Soms is er alleen een alarmkoord, soms is iemand continu op het terrein aanwezig om de ouderen met raad en daad bij te staan en er bestaan ook woonprojecten voor ouderen die niet langer zelfstandig kunnen leven en in deze projecten krijgen zij alle mogelijke zorg. Vooral in het geval van de Black and Minority Ethnic Housing Associations worden er ook andere diensten verleend. Veel van de huurders van deze Housing Associations beheersen de Engelse taal niet goed. Vandaar dat deze Housing Associations mensen in dienst hebben, die onder andere de taal van de etnische groep waar de Housing Association zich op richt, beheersen en dus kunnen helpen met brieven en rekeningen.
   De Housing Associations hebben de huisvestingsrol van de overheid overgenomen. Zij zijn verantwoordelijk voor het vinden van woningen voor mensen die vroeger bij de overheid zouden aankloppen voor een woning. Sinds de jaren '70 heeft de Britse overheid zich meer en meer teruggetrokken uit de sociale woningbouw en sinds 1979 bouwt de Britse overheid helemaal geen woningen meer voor mensen met een laag inkomen. Sindsdien worden de Housing Associations gestimuleerd om dit te doen. Soms bouwen zij nieuwe woningen, maar soms nemen zij ook de woningen over, die vroeger door de gemeente verhuurd werden.
   Aangezien de Housing Associations stichtingen zijn, mogen zij geen winst maken. Om toch aan voldoende geld te komen om nieuwe woonprojecten op te starten en te exploiteren zijn zij afhankelijk van overheidsgeld. Via een orgaan, de Housing Corporation genaamd, kunnen zij subsidies aanvragen. Omdat dit overheidsgeld is, worden de Housing Associations streng gecontroleerd op het gebruik van dit geld. De Housing Corporation is niet de enige bron van inkomsten. De Housing Associations krijgen ook geld van hun huurders, er zijn liefdadige instellingen die geld wegschenken, en zij kunnen ook bij instellingen als banken geld lenen.
   De woonprojecten van de Housing Associations kunnen onderling erg verschillen. Meestal zijn de verschillende woonprojecten geschikt voor een bepaalde doelgroep, zoals jonge gezinnen. Ik heb me alleen geconcentreerd op de woonprojecten die geschikt waren voor ouderen. Deze hielden meestal op verschillende manieren rekening met de levensstijl van de ouderen. Zo woonden er alleen ouderen in zo'n woonproject en was er een lift aanwezig, zelfs als er maar één verdieping was. Verder zijn in de woningen overal handgrepen geplaatst, zodat de ouderen langer zelfstandig kunnen leven. Als een Housing Association zich voornamelijk richt op huisvesting van een bepaalde allochtone groep, dan wordt ook met de wensen van die groep rekening gehouden. Zo werd in het interieur van de woonprojecten van Tung Sing Housing Association rekening gehouden met de regels van Feng Shui, dat een belangrijke rol speelt in het leven van veel Chinezen. Feng Shui is het geloof, dat de inrichting van de woonomgeving invloed heeft op iemands leven. Een 'goede' woning brengt geluk en voorspoed, een 'slechte' woning brengt ongeluk en narigheid. Vandaar dat in het interieur van de woonprojecten van Tung Sing Housing Association de kleur rood veel werd gebruikt. Deze kleur zou geluk brengen.
   De woonprojecten worden vaak gebouwd op locaties die prettig zijn voor allochtone ouderen, in een wijk waar veel mensen met dezelfde achtergrond wonen, bijvoorbeeld. Tung Sing Housing Association bouwt alle woonprojecten voor ouderen in de buurt van het China Town van Manchester. Op die manier kunnen de allochtone ouderen, die vaak slecht ter been zijn, toch nog gebruik maken van die faciliteiten die bij hun behoeften aansluiten, zonder dat zij daar ver voor hoeven te reizen.
   Het is voor de Housing Associations vaak moeilijk om de woningen van een woonproject voor ouderen te verhuren, ondanks het feit dat deze woningen zijn aangepast aan de behoeften van de ouderen. De reden hiervoor is, dat mensen niet graag willen toegeven, dat zij oud worden en niet langer in hun eigen woning kunnen leven. Als zij zouden verhuizen naar een woonproject voor ouderen, geven zij dit wel toe en dat proberen velen zo lang mogelijk uit te stellen. Daarnaast bestaat in Engeland een groot stigma ten aanzien van het huren van een woning op zich. Met huren geeft iemand aan, dat hij niet genoeg geld heeft om zelf een woning te kopen.

De allochtone ouderen die ik heb onderzocht, waren allemaal van Chinese of Afro-Caribische afkomst. Er bestonden verschillen tussen deze twee groepen, maar ook overeenkomsten. De gezinssituaties verschilden erg. De Chinese ouderen waren vaker getrouwd of verweduwd dan de Afro-Caribiërs, die weer vaker gescheiden of alleenstaand waren. Daarnaast hadden vooral de Chinese mannen meer contact met hun kinderen en familie in het land van herkomst dan de Afro-Caribische mannen. Voor de onderzochte vrouwen ging dit gelijk op.
   De redenen voor een verhuizing naar een woning van een Housing Association verschilden ook erg. De Chinese ouderen wilden voornamelijk te midden van andere Chinezen wonen in het China Town van Manchester. Verder wilden zij bij hun kinderen het huis uit. De Afro-Caribische ouderen hadden een minder duidelijke reden om naar de Housing Association te verhuizen. Vaak was het de eerste woning die hen werd aangeboden.
   De reden voor de migratie naar Engeland was wel vrij eenduidig. De meeste allochtone ouderen waren naar Engeland gekomen om geld te verdienen door hard te gaan werken. De Afro-Caribische ouderen werden hiertoe door de Britse overheid gestimuleerd door middel van campagnes in hun land van herkomst na de Tweede Wereldoorlog. Enkele vrouwen volgden hun mannen die in Engeland kwamen werken. Een enkele Chinese oudere besloot om na zijn pensionering in Hongkong bij zijn kinderen in Engeland te komen wonen.
   Veel van de Afro-Caribische ouderen hadden plannen om terug te keren naar het land van herkomst, wanneer zij ouder zouden worden. Enkelen hadden daar geen geld voor of hadden in het land van herkomst geen familie meer in leven. Onder de Chinese ouderen waren er minder die terug konden keren. De meesten hadden er geen geld voor en geen familie meer in leven in het land van herkomst.

Om een beter inzicht te kunnen krijgen in de financiële situatie van de onderzochte, allochtone ouderen heb ik informatie opgezocht over pensioenen en uitkeringen in Engeland. Daarnaast heb ik de ouderen vragen gesteld over hun inkomensbronnen. Ik heb ook met de medewerkers van de Housing Associations gesproken over het inkomen van alle ouderen in hun woonprojecten. Veel van de onderzochte ouderen leefden van een combinatie van pensioen en uitkeringen. De rest leefde van een combinatie van verschillende uitkeringen. Alle onderzochte ouderen ontvingen Housing Benefit, de Britse versie van huursubsidie. Geen van de onderzochte, allochtone ouderen werkte nog. Twee van de Chinese ouderen kregen hun uitkeringen direct op hun rekening gestort en omdat zij geen Engels konden lezen, wisten zij niet wat voor uitkering of pensioen zij nu precies kregen.
   Verschillende van de allochtone ouderen konden rekenen op financiële steun van hun kinderen. Soms was deze steun in de vorm van geld, vooral wanneer de kinderen in het buitenland woonden, maar soms was deze steun ook in natura of diensten. Zo kregen sommige ouderen spulletjes om hun woning mee in te richten of werden zij door hun kinderen rondgereden of mee uit eten genomen. Deze steun kwam vaker voor onder de onderzochte ouderen van Chinese afkomst. Van de ouderen van Afro-Caribische afkomst kregen alleen de twee vrouwen enige steun van hun kinderen.
   De ouderen waren over het algemeen niet tevreden met hun inkomen. Sommigen vonden zelfs, dat zij helemaal niet rond konden komen van hun inkomen. Bijna iedereen klaagde over het feit, dat het inkomen zo laag was, dat men altijd heel voorzichtig moest zijn met het uitgeven van geld en het kopen van allerlei zaken. Het altijd maar voorzichtig moeten zijn vonden veel ouderen erg vervelend en frustrerend.
   Omdat het inkomen van de onderzochte, allochtone ouderen zo laag was, konden zij veel dingen niet doen, die zij wel zouden willen doen. Zo was het voor de onderzochte ouderen van Chinese afkomst erg belangrijk om regelmatig uit eten te gaan of om naar het casino te gaan. Niet alleen om te eten of om te gokken, maar ook om mensen te ontmoeten en een praatje te kunnen maken. De Chinese ouderen konden dit niet meer doen. Wanneer zij toch naar het casino gingen, deden zij dit alleen om toe te kijken en niet om zelf te spelen. Verder waren de ouderen ook zeer aan hun omgeving gebonden. Zij hadden het geld niet meer om met het openbaar vervoer reizen te maken om vrienden of familie te bezoeken. Een man zag zijn vrienden die buiten de stad woonden, nooit meer; hij belde ze alleen nog maar op.
   Het viel mij ook op, dat veel ouderen eenzaam waren en zich verveelden. Zij verzonnen vaak voor zichzelf verschillende activiteiten die niet echt nodig waren, en trokken daar veel tijd voor uit. Deze activiteiten kostten geen geld en zorgden er toch voor, dat de onderzochte ouderen uit hun woning kwamen en onder de mensen waren. Zo gingen de ouderen ergens heen lopen in plaats van het openbaar vervoer te nemen, zodat zij langer onderweg zouden zijn. Een oudere vrouw vertelde mij, dat zij de vogels ging voeren om bezig te zijn.
   De telefoon en de televisie bleken voor veel ouderen ook erg belangrijk te zijn. De telefoon was voor velen het enige contact dat zij nog hadden met mensen die verder weg woonden. Voor de ouderen die in het project van Tung Sing Housing Association woonden, was er een Chinese zender te ontvangen op de televisie. Dit was voor de ouderen heel belangrijk. Op deze manier konden zij programma's in hun eigen taal ontvangen en bekijken. Een vrouw vertelde, dat de televisie bij haar altijd aanstond en haar gezelschap was geworden.

Uit mijn onderzoek bleek, dat de Housing Associations en hun woonprojecten voor allochtone ouderen veel toevoegen aan het leven van deze ouderen. Ten eerste zijn de allochtone ouderen nu verzekerd van een goedkope woning die kwalitatief goed is en aansluit bij hun behoeften. Verder krijgen zij nu de zorg die zij nodig hebben, nu zij ouder worden. Deze zorg wordt ook aangepast aan hun behoeften. Daarnaast verlenen de Housing Associations ook diensten die erg van pas komen voor de ouderen. Zo worden brieven vertaald voor die ouderen die de taal niet beheersen, en worden zij geholpen met het aanvragen van de juiste uitkeringen. Ten vierde wonen zij in een gebied dat voor hen prettig is om er te wonen.
   Verder bleek dat de financiële positie van de allochtone ouderen niet rooskleurig is en dat zij de effecten van hun krappe budget vooral in hun sociale contacten voelen. Zij kunnen niet langer die activiteiten ontplooien, die zij zouden willen ontplooien. Maar doordat zij wonen in een woning van een Housing Association, wordt een deel van de effecten van hun slechte financiële situatie opgevangen. Zij hebben in ieder geval een goede woning, krijgen hulp met het ontvangen van hun uitkeringen en hebben meer contacten met de mensen met wie zij in het project wonen. Op deze manier wordt een deel van de effecten van financiële tekorten op een afstand gehouden.


 
vorige naar index volgende