|
De vrienden van God en hun
verering
Jennifer de Boer
Het beeld dat in het Westen bestaat van de islam, is dat van fundamentalisten,
imams en moskeebezoekers, allemaal mannen. De islam wordt dan ook gezien
als een mannenreligie (El-Solh et al., 1994). Bovendien wordt het gezien
als een religie die statisch is en die door alle moslims hetzelfde beleefd
wordt. De regels ervan zijn vastgelegd in de koran en de tradities (vertellingen
over het leven van de profeet Mohammed) en het leven van moslims wordt
op alle mogelijke vlakken bepaald door deze regels.
Antropologen die de geloofsbeleving van moslims in verschillende
delen van de wereld bestuderen, beschrijven echter situaties, gebruiken
en geloofsvoorstellingen die niet te rijmen zijn met dit beeld. Een duidelijk
voorbeeld van een dergelijk gebruik is de verering van islamitische heiligen.
Ten eerste gaat dit veel voorkomende gebruik in tegen de regels van de
islam, aangezien de verering van iets of iemand buiten God om uitdrukkelijk
verboden wordt in de geschriften. Ten tweede is het een religieus gebruik
waarin niet de deelname van mannen dominant is, maar juist die van vrouwen.
Deze twee aspecten van de verering van heiligen in de islamitische wereld
maken het tot een interessant verschijnsel. In dit artikel zal ik beide
aspecten en hun onderlinge samenhang aan de hand van literatuur over Noord
Afrika en mijn onderzoek in Bukhara (Oezbekistan) nader bekijken.
De belangrijkste boodschap die de profeet Mohammed in de zevende eeuw
bracht, was dat er slechts één God was. Alleen Hij dient
vereerd te worden. In de islamitische geschriften, met name in de koran
en in de tradities van de profeet, wordt de gelovige hier regelmatig op
gewezen:
'En zij dienen in plaats van God wat hen niet schaadt en
niet nut en zij zeggen: "Dezen zijn onze bemiddelaars bij God."
Zeg: "Willen jullie dan aan God iets meedelen wat Hij in de hemelen en
op aarde niet kent?" Hij zij geprezen, verheven als hij is boven wat zij
aan Hem als metgezellen toevoegen.' (Soera 10:18)
Toch is God in grote delen van de islamitische wereld niet de enige die
vereerd wordt. Met name in de literatuur over Noord Afrika wordt vaak gewezen
op de centrale rol die de verering van heiligen speelt in de samenleving;
zie o.a. Fernea (1993) en Reysoo (1988) voor Marokko, Bartels (1993) voor
Tunesië en Brandt (1994) voor Egypte. Heiligenverering is daarmee
enerzijds een belangrijk aspect in de geloofsbeleving van moslims, maar
past anderzijds officieel niet in de islam. De verering van islamitische
heiligen wordt door onderzoekers en hoog opgeleide moslims (die op de hoogte
zijn van de inhoud van de koran en de tradities) ervaren als een tegenstrijdigheid.
Voor moslims die heiligen vereren, is er echter geen tegenstrijdigheid
in hun geloofsvoorstellingen. Heiligen worden geacht een band te hebben
met God en worden de 'vrienden van God' genoemd. Zij zijn dichter bij God
dan gewone mensen. Als belangrijk element in het religieuze leven van moslims
vormen heiligen een verbinding met het bovennatuurlijke in het algemeen
en met God in het bijzonder. Ondanks de waarschuwingen die in de koran
gegeven worden, dat men niet moet vertrouwen op bemiddeling tussen mens
en God, gelooft men dat heiligen in staat zijn een goed woordje te doen
bij God. Wensen die geuit worden bij het graf van een heilige, de plaats
waarmee de heilige in contact staat en waar dientengevolge de verering
plaatsvindt, maken een grote kans op vervulling dankzij de tussenkomst
van de heilige. Daarnaast levert het bezoeken van de graven van heiligen
volgens sommige moslims beloning op in het hiernamaals. Een heilige is
immers een goede moslim, die de mensen laat zien hoe een moslim hoort te
leven. Door eer te betuigen aan een heilige laat men zien, dat men het
belang van de islam erkent. Een dergelijk teken van vroomheid wordt beloond
met toegang tot het paradijs (Brandt, 1994).
Bovendien bezitten heiligen als gevolg van de band die
zij hebben met God, baraka, goddelijke zegening. Door heiligen te
vereren en door hun graven te bezoeken (bijna alle heiligen zijn overleden;
levende heiligen zijn zeldzaam) kunnen mensen baraka overnemen. Vervolgens
kunnen ze de goddelijke zegening gebruiken, met name voor het oplossen
van allerlei praktische problemen. Baraka is de spirituele energie die
men nodig heeft tijdens het leven op deze aarde, waarmee het tegenover
azjr staat, de goddelijke zegening die men nodig heeft voor het
leven in het hiernamaals (Buitelaar, 1993).
Baraka heeft men dus nodig om problemen op te lossen.
Het is op dit punt, dat de vrouwen in beeld komen. Doordat vrouwen in islamitische
samenlevingen geassocieerd worden met de privé sfeer, hebben vrouwen
minder toegang tot openbare terreinen als gezondheidszorg, economie en
politiek dan mannen. Wanneer zij praktische problemen op moeten lossen,
kunnen vrouwen minder makkelijk terecht bij officiële instanties.
Daarom zoeken zij hulp bij heiligen (Bartels, 1993; Mernissi, 1977).
In de literatuur wordt bovendien gewezen op de therapeutische
werking van een bezoek aan een heiligengraf. Volgens Mernissi (1975) is
het zo, dat Marokkaanse vrouwen die een heiligengraf bezoeken, daar andere
vrouwen ontmoeten die met dezelfde problemen zitten als zijzelf. De vrouwen
vertellen hun zorgen aan de heilige, maar de andere aanwezigen luisteren
mee en geven hun mening over het probleem, waardoor een vrouw zich gesteund
voelt. Bij een heiligengraf kunnen zij hun onvrede over de heersende genderorde
uiten en daardoor vermindert de spanning die zij dagelijks hiervan ondervinden.
Het vereren van heiligen wordt niet gezien als onderdeel
van de officiële islam, aangezien het niet overeenkomt met de regels
die in de religieuze geschriften te vinden zijn. Daarom wordt heiligenverering
geplaatst onder de noemer 'volksislam'. Het onderscheid tussen officiële
islam en volksislam is echter niet alleen een onderscheid tussen geloofsvoorstellingen
die wel of niet in de geschriften zijn vastgelegd. Het wordt soms ook gebruikt
als een onderscheid tussen gebruiken en religieuze voorstellingen van mannen
en die van vrouwen (zie Buitelaar, 1993). De officiële islam wordt
dan vertegenwoordigd door mannen, doordat alle religieuze autoriteiten
(imams, rechtsgeleerden) mannelijk zijn. Mannen bezoeken moskeeën
en horen daar van imams wat islamitisch is en wat niet. Vrouwen worden
dientengevolge geassocieerd met volksislam. Doordat de officiële instanties
van de islam voor hen niet of nauwelijks toegankelijk zijn, zoeken zij
alternatieve uitingsmogelijkheden voor hun geloof. Het vereren van heiligen
is daarbij een voor de hand liggende keuze. Vrouwen kunnen door heiligen
te vereren voorzien in hun religieuze en sociale behoeften, zo luidt de
algemene verklaring die in de literatuur gegeven wordt voor het feit dat
heiligenverering een zaak van vrouwen is.
Tot zover de situatie zoals die beschreven wordt met betrekking tot
heiligenverering in Noord Afrika. Hoe zit het nu met de verering van de
'vrienden van God' in Oezbekistan? Door de situatie waarin Oezbekistan
zich bevindt, valt te verwachten dat er enerzijds overeenkomsten zullen
zijn met heiligenverering zoals die beschreven wordt in de literatuur,
maar dat er anderzijds ook verschillen te vinden zijn. De situatie waarin
Oezbekistan zich bevindt, is er een van pas verworven onafhankelijkheid,
na zeventig jaar tot de Sovjet Unie te hebben behoord. Deze onafhankelijkheid
gaat gepaard met voordelen, zoals de vrijheid om de islam, die vanaf de
inlijving van het gebied bij de communistische en atheïstische Sovjet
Unie verboden was, een plaats te geven in het openbare leven. Vanaf 1991,
het jaar waarin de Sovjet Unie uiteenviel, zijn de moskeeën in Oezbekistan
weer geopend en mag de koran weer gelezen worden. Tegenover deze vrijheid
staan de nadelen van de onafhankelijkheid, die op economisch, politiek
en etnisch gebied voor problemen en spanningen zorgen.
Het zijn juist de laatstgenoemde problemen die een voedingsbodem
vormen voor religieuze uitingen in de vorm van fundamentalisme. Dit gebeurt
dan ook op beperkte schaal en deze ontwikkeling wordt door de (voormalig
communistische) overheid nauwlettend in het oog gehouden. Fundamentalisme
is echter niet het enige religieuze antwoord op de problemen. Want ook
heiligen kunnen problemen oplossen of verzachten. Het zou te ver voeren
om de populariteit van heiligenverering enkel te verklaren vanuit de economische,
politieke en sociale problemen waarmee de inwoners van Oezbekistan geconfronteerd
worden als gevolg van het onafhankelijk worden van de republiek. Maar,
zoals Driessen (1985) eveneens aangeeft voor de situatie in Noord Afrika,
er is in elk geval een (indirect) verband tussen sociaal-economische problemen
en de verering van heiligen.
In Bukhara, een stad met ongeveer 250.000 inwoners in
het zuidwesten van Oezbekistan, heeft men in elk geval genoeg heiligen
om te verzoeken om hulp en bijstand. In deze stad heb ik mijn onderzoek
uitgevoerd. In de vier maanden dat ik in Bukhara verbleef, heb ik over
deze heiligen en hun verering gesproken met mannen en vrouwen, imams, beheerders
van heiligengraven, marktvrouwen, kortom: met uiteenlopende personen. Op
die manier heb ik geprobeerd een algemeen beeld te krijgen van de betekenis
van heiligenverering in het leven van de inwoners van Bukhara. De mensen
die ik sprak, vertelden dat de stad en haar omgeving 160 heilige plaatsen
kent, als gevolg van het feit dat Bukhara eeuwenlang het centrum voor islamitische
cultuur en educatie is geweest. De geleerden, soefi's en andere vrome moslims
die zich hier verzamelden, vormen de groep waaronder men heiligen kan vinden.
Zij zijn gestorven en begraven in en om Bukhara en hun graven worden door
de inwoners van de stad bezocht.
De meeste mensen gaan naar een heiligengraf om er te bidden,
ofwel voor het welzijn van de ziel van de heilige, ofwel voor het eigen
welzijn. In het eerste geval rekent men erop, dat God dit zal onthouden
en dat het hen op de Dag des Oordeels ten goede zal komen. Het is immers
goed om een vriend van God te eren. In het tweede geval betreft het niet
eren, maar vereren. Men gelooft dat een heilige kan bemiddelen tussen mens
en God. Een heilige staat dichter bij God dan een mens en dat is genoeg
reden om een heilige te benaderen in plaats van zich direct tot God te
wenden. Zoals hierboven is aangegeven, wordt in de literatuur - met name
die over Noord Afrika - de motivatie om heiligen te vereren vaak beschreven
in de context van het vergaren van baraka. Dit beeld komt mijns inziens
niet overeen met de situatie in Bukhara, waar het verkrijgen van bemiddeling
en beloning in het hiernamaals twee belangrijke motivaties voor de verering
zijn.
Het bezoeken van een heiligengraf is in Bukhara iets persoonlijks.
Vaak gaan mensen er heen om hun hart te luchten. Ook in Bukhara geven mensen
aan, dat een bezoek een zekere therapeutische uitwerking heeft, maar dit
loopt anders dan in Marokko. In tegenstelling tot de situatie die Mernissi
(1975) beschrijft, gedragen bezoekers bij de tombes van heiligen in Bukhara
zich stil en rustig. Zij praten tegen de heiligen, maar doen dit 'met hun
hart', zoals ze het zelf omschrijven. Praten over problemen is in Bukhara
niet gebruikelijk; er heerst een sterke angst dat er dan geroddeld gaat
worden. Door naar een heilige te gaan kunnen problemen 'besproken' en kan
het hart gelucht worden zonder dat iemand ervan weet.
Zoals eerder is aangegeven, wijzen verschillende onderzoekers
die heiligenverering in Noord Afrika hebben bestudeerd, erop dat het bijna
uitsluitend vrouwen zijn, die erin participeren, of in elk geval dat heiligenverering
voor vrouwen van groter belang is dan voor mannen. De mannen en vrouwen
die ik in Bukhara sprak, gaven aan, dat er volgens hen geen verschil is
tussen de genders, als het gaat om het vereren van heiligen. Dat er iets
meer vrouwen dan mannen te vinden zijn bij de graven, komt volgens hen,
doordat mannen over het algemeen zes dagen per week moeten werken en simpelweg
minder tijd hebben om heiligen te vereren dan vrouwen.
Toch zijn er in Bukhara gendergerelateerde verschillen
in de verering te zien. Zo geven mannen de voorkeur aan de vrijdag om een
heiligengraf te bezoeken, aangezien ze het bezoek dan kunnen combineren
met het bijwonen van de gebedsdienst in de moskee. Niet elke heilige plaats
heeft een moskee, maar de grotere wel en daar zijn vrijdags veel meer mannen
dan vrouwen te vinden. Vrouwen, die niet tot nauwelijks in de moskee komen,
geven de voorkeur aan woensdag en zaterdag om de heiligen te bezoeken.
Volgens hen zijn dit traditioneel de dagen voor een bezoek. Ook qua handelingen
zijn er verschillen tussen de genders. Mannen treden het mausoleum binnen
om er te bidden, vrouwen lopen rond het mausoleum. Het is voor vrouwen
'te gevaarlijk' om dicht bij de tombe te komen en dus om het mausoleum
te betreden. De reden daarvoor is onduidelijk, maar volgens sommigen staat
het zo in de tradities van de profeet. Bij eventueel aanwezige heilige
bomen staan vaker vrouwen om iets van de genezende werking ervan op te
vangen dan mannen. Een laatste verschil tussen mannen en vrouwen heeft
te maken met hun relatie tot de heilige. De meerderheid van de heiligen
van Bukhara is mannelijk en officieel mogen alleen mannen bij hun graven
komen. Deze regel wordt echter niet in acht genomen en daarom zijn op elke
heilige plaats vrouwelijke bezoekers te vinden. Andersom is het echter
strenger. De weinige graven van vrouwelijke heiligen die Bukhara telt,
zijn het terrein van vrouwen. Afgezien van het feit dat mannen er niet
horen te komen, hebben zij er ook niets te zoeken. Vrouwelijke heiligen
helpen namelijk bij vrouwenproblemen als onvruchtbaarheid, zwangerschap
en bevalling. Al met al hebben vrouwen meer keuze in heiligengraven die
ze kunnen bezoeken.
Ondanks deze gendergerelateerde verschillen is heiligenverering
in Bukhara niet duidelijk een vrouwenaangelegenheid. De meeste verklaringen
die in de diverse studies naar heiligenverering in Noord Afrika gegeven
worden, benadrukken de sociale kant van het vereren van heiligen. Heiligenverering
heeft als doel praktische problemen op te lossen (door baraka te verkrijgen
en deze in te zetten) en om uiting te geven aan de onvrede die heerst over
de genderverhoudingen. Vrouwen, zo wordt gesteld, hebben door hun huishoudelijke
taken meer praktische problemen dan mannen en daarom is heiligenverering
voor vrouwen belangrijker. Het beeld dat in de literatuur geschetst wordt,
kan ik op basis van mijn onderzoek niet bevestigen voor de situatie in
Oezbekistan. Nog afgezien van het feit, dat naar mijn mening mannen in
Bukhara evengoed praktische problemen hebben (bijvoorbeeld op het gebied
van werk), bezoekt men de heiligengraven in Bukhara niet enkel om praktische
problemen op te lossen. Men komt er om God te bereiken en om door Hem opgemerkt
te worden en dit is van belang voor beide genders. Onvrede over de relatie
tussen de genders vormt wellicht een aanleiding voor het zoeken van bovennatuurlijke
steun van of via een heilige, maar het is zeker niet de enige aanleiding.
Een andere verklaring die wordt aangehaald in de literatuur
over Noord Afrika voor het feit dat heiligenverering voor vrouwen belangrijker
is dan voor mannen, is dat mannen hun religie in het openbaar kunnen beleven
en vrouwen niet. In theorie geldt ook voor Oezbekistan, dat mannen wel
naar de moskee kunnen gaan en vrouwen niet. In de praktijk blijkt echter,
dat het bezoeken van een moskee voor mannen in Oezbekistan nadelen heeft.
Moskeeën worden door de overheid geassocieerd met fundamentalisme
en regelmatige bezoekers lopen het gevaar om als wahhabieten1
bestempeld te worden. Heiligengraven worden daarentegen geenszins met fundamentalisme
in verband gebracht. Wahhabieten keuren het vereren van heiligen sterk
af, aangezien dit volgens de regels van de koran en de tradities van de
profeet verboden is. Dit maakt dat ook voor mannen het bezoek aan een tombe
van een heilige een alternatief vormt voor dat aan de moskee. Ook op dit
punt is het verschil tussen de genders minder groot dan in Noord Afrika.
Dat heiligenverering in Bukhara geen duidelijk gendergerelateerd
verschijnsel is, zou verklaard kunnen worden aan de hand van het feit,
dat zeventig jaar communisme de positie van vrouwen min of meer gelijk
heeft getrokken aan die van mannen. Vrouwen die buitenshuis werken, zijn
al lang geen uitzondering meer. Het door de Sovjets ingevoerde onderwijssysteem
waarin iedereen tot zestien jaar op school moet zitten, heeft ervoor gezorgd
dat vrouwen bovendien niet structureel achtergesteld zijn op het gebied
van educatie. Formeel gezien is de positie die mannen en vrouwen innemen
in de samenleving, gelijk. Dit zou kunnen verklaren, waarom vrouwen niet
beduidend meer behoefte hebben aan het bezoeken van heiligengraven dan
mannen.
Bovendien is het onderscheid tussen officiële islam
en volksislam, dat in Noord Afrika duidelijk aanwezig lijkt te zijn en
dat heiligenverering in de marges van de islam plaatst, in Oezbekistan
minder duidelijk te zien. In Noord Afrika is heiligenverering voor met
name vrouwen een alternatief voor de officiële islam, waarvan vrouwen
uitgesloten zijn. In Bukhara zijn weinig mensen op de hoogte van de inhoud
van de koran en de tradities, waardoor velen het vereren van heiligen niet
als een onofficiële geloofsuiting zien. Heiligenverering is voor zowel
mannen als vrouwen aantrekkelijk, omdat het een manier is om problemen
op te lossen en om uiting te geven aan religieuze gevoelens.
De verschillen tussen heiligenverering in Noord Afrika
en in Oezbekistan tonen de diversiteit die in de islamitische wereld te
vinden is. Niet alleen de eenvormigheid van de islam wordt hiermee ontkracht.
Heiligenverering laat ook zien, dat het religieuze leven in islamitische
samenlevingen niet per se gedomineerd wordt door mannen. Bovendien blijkt,
dat de regels uit de islamitische geschriften niet allesbepalend zijn in
het dagelijks leven van moslims. In elk geval geldt in Oezbekistan, dat
het vereren van de vrienden van God voor zowel mannen als vrouwen een manier
is om uiting te geven aan hun geloof.
Noot
-
Wahhabieten zijn volgelingen van de wetgeleerde al-Wahhaab.
De militante beweging ontstond in de achttiende eeuw in Saoedi Arabië
en heeft als doel een 'waarlijk islamitische samenleving' te doen ontstaan.
De leer van de wahhabieten is tegenwoordig de staatsdoctrine van Saoedi
Arabië en heeft aanhangers op verschillende plaatsen in de islamitische
wereld (Waardenburg, 1997). Ook in Oezbekistan zijn wahhabieten actief.
Literatuur
- Bartels, E., 1993. Eén dochter is beter dan
duizend zonen: Arabische vrouwen, symbolen en machtsverhoudingen tussen
de sexen. Utrecht: Uitgeverij Van Arkel.
- Brandt, E., 1994. 'Pelgrimsoorden in Caïro: de
islam van schrijnbezoekers.' In: Sharqiyyât 6/2 (1994), 99-113.
- Buitelaar, M., 1993. Ramadan: vasten en feesten
in Marokko. Amsterdam: Uitgeverij Maarten Muntinga.
- Driessen, H., 1985. 'Heiligen, maraboets en volgelingen:
Vergelijkende notities over een cultureel complex in het Westelijk Mediterrane
gebied.' In: Jansen, W. (red.), Lokale islam: Geloof en ritueel in Noord-Afrika
en Iran. Muiderberg: Coutinho, pp. 13-17.
- El-Solh, C. Fawzi & J. Mabro (ed.), 1994, Muslim
Women's Choices: Religious Belief and Social Reality. Oxford: Berg
Publishers.
- Fernea, E., 1993. Een straat in Marrakech. Amsterdam:
Bulaaq.
- Mernissi, F., 1975. Beyond the Veil: Male-Female
Dynamics in a Modern Muslim Society. Cambridge: Schenkman Publishing
Company.
- Reysoo, F., 1988. Des moussems du Maroc: Une approche
anthropologique de fêtes patronales. Proefschrift Nijmegen.
- Waardenburg, J. (red.), 1997. Islam - Norm, ideaal
en werkelijkheid. Houten: Fibula.
Gebruikte koranvertaling: Leemhuis 1996.
|
|