Culturele Antropologie Utrecht

CAses
hoogtepunten uit het afstudeeronderzoek


2000
vorige naar index volgende

Van Masterplan tot Hondenhok

Hañi Quint

Inleiding

De Nederlandse samenleving is na de jaren vijftig steeds meer veranderd in een multiculturele samenleving en dat deze verandering niet van een leien dakje gaat, blijkt onder andere uit de problemen die de politie ondervindt met bijvoorbeeld Marokkaanse jongens. In publicaties, artikelen en krantenberichten wordt veelvuldig gesproken over de criminaliteit onder Marokkaanse jongens. In sommige berichten wordt beweerd, dat 60 tot 80% van de Marokkaanse jongens in aanraking komt met de politie en deze contacten lopen zeker niet soepel (Coppes e.a., 1997). Veel Marokkaanse jongens komen in aanraking met de politie, omdat zij verantwoordelijk zijn voor overlastsituaties die soms jaren achtereen voortduren en in enkele gevallen uitlopen tot ware rellen (Amsterdam West 23 april 1998; COT, 1998; Rotterdam Lijnbaan 25 april 1997, Rotterdams Dagblad, Leiden 1994; Meloen, 1997).
   De afgelopen 15 jaar zijn er, al dan niet in samenwerkingsverband, door de politie vele interventie-modaliteiten ontwikkeld om de criminaliteit en/of overlast, gepleegd of veroorzaakt door Marokkaanse jongens, terug te dringen. Helaas is er tot nu toe geen interventie-modaliteit gevonden, die een positief effect sorteert (Bovenkerk, 1991; Commissie Marokkaanse jeugd, 1998). Tevens is er tot nu toe geen wetenschappelijke verklaring gevonden, die de criminaliteit onder Marokkaanse jongens kan verklaren (Bovenkerk, 1991).
   Bovenstaande is er de reden van, dat de politie behoefte heeft aan informatie over welke interventie-modaliteiten wel en niet werken om de criminaliteit en/of overlast, gepleegd of veroorzaakt door Marokkaanse jongens, terug te dringen en daarom heeft dhr. G. Horstmann M. Sc., Korpschef Flevoland en Portefeuillehouder Politie en minderheden van de Raad van Hoofdcommissarissen een opdracht doen uitgaan om een aantal interventie-modaliteiten van de politie wetenschappelijk te evalueren. Dr. F. Bovenkerk, als hoogleraar Criminologie verbonden aan het Willem Pompe Instituut van de faculteit Rechten van de Rijks Universiteit Utrecht, heeft de opdracht aanvaard en treedt op als projectleider om een viertal onderzoekers te begeleiden in het verrichten van evaluatieonderzoek naar de effectiviteit van politie-interventies.
   Als een van de vier onderzoekers ging mijn belangstelling vooral uit naar eigenplek-projecten (Bovenkerk e.a., 1999), bedoeld voor Marokkaanse jongens. Eigenplek-projecten worden vaak in samenwerkingsverband (politie, gemeente en welzijnswerk) opgezet en kunnen vele vormen hebben, zoals bijvoorbeeld een overkapping met een paar bankjes, maar het kan ook een volwaardig buurthuis betreffen. Ik heb twee eigenplek-projecten onderzocht. In Zeist heb ik in de Vogelwijk een Jongeren Ontmoetings Plaats (JOP) geëvalueerd en in Amsterdam Noord het Marokkaans centrum 'T Crat.
   Dit artikel belicht een aantal zaken uit het evaluatieonderzoek in Zeist. De vraag die in dit artikel centraal staat, luidt: 'Welke factoren hebben ertoe geleid, dat er weinig tot geen vertrouwen is tussen leden van de Marokkaanse gemeenschap en autochtone professionals en vrijwilligers?' Na de inleiding volgt een korte beschrijving van Zeist. Paragraaf twee gaat verder in op de grootste groep allochtonen in Zeist, waarna kort het imago van de buurt Vogelwijk aan bod komt. In de vierde paragraaf wordt beschreven, hoe de plaatsing van de JOP tot stand kwam. Wat het alternatief is voor een buurthuis, wordt in paragraaf vijf vermeld. Dan volgt een paragraaf over discontinuïteit en reorganisaties. In paragraaf zeven wordt beschreven wat aanleiding gaf tot kortsluiting. Tot slot wordt ingegaan op de gestelde vraag.

Marokkanen in Zeist en Vogelwijk

Zeist ligt in het midden van Nederland en dat maakt dat Zeist geschikt is als centrum voor bijvoorbeeld dienstverlening. Zeist staat bekend om de buitenplaatsen, historische gebouwen en het natuurschoon. Zeist is een middelgrote gemeente en telt 59.820 inwoners. De gemeente Zeist bestaat uit de volgende vijf wijken: Den Dolder en omstreken, Zeist-Oost, Centrum, Zeist-Noord en Zeist-West. Het onderzoek naar de JOP vond plaats in de wijk Zeist-West en wel in de buurt Vogelwijk.
   Iemand wordt in Zeist tot de groep allochtonen gerekend, als de persoon of een van de ouders een ander geboorteland heeft dan Nederland. Op grond van deze definitie is 21% van de inwoners van Zeist allochtoon, waarvan 19% afkomstig is uit Marokko. De sterkste groei van de populatie Marokkanen vond plaats in de jaren tachtig en negentig. Uit de statistieken valt op te maken, dat in de jaren zeventig het aantal Marokkanen rond de 300 lag. Vanaf 1981 tot en met 1988 groeide het aantal Marokkanen van 877 tot 1404 inwoners. Tot aan het eind van de jaren negentig groeide hun aantal uit tot 2402 inwoners (Statistisch zakboek, 1999).
   In 1998 telde de buurt Vogelwijk 1872 inwoners; daarvan was 30,82% allochtoon. Marokkanen zijn in de buurt het sterkst vertegenwoordigd. Kijken we echter specifiek naar een aantal straten als de Roerdomplaan, Kievitlaan, Gruttolaan en Reigerlaan, dan valt op, dat in deze straten het aantal allochtonen op 70,42% ligt, waarvan 81% afkomstig is uit Marokko. De op een na grootste groep zijn mensen die afkomstig zijn uit Turkije, maar zij maken slechts 11% uit van de groep allochtonen. Dit betekent dat bijna de gehele populatie Marokkanen van de Vogelwijk geconcentreerd leeft in vier straten van de buurt. Het aantal werklozen en mensen die afhankelijk zijn van een uitkering, is in Vogelwijk het hoogst van heel Zeist-West, maar ook van Zeist in het algemeen. In de vier genoemde straten is het percentage werklozen 29,95% en 24,75% van de buurtbewoners heeft een uitkering. Dit zijn de hoogste percentages van heel Zeist. In de overige straten van Vogelwijk bedragen de percentages respectievelijk 7,73% en 5,61%.

Het gezicht van Vogelwijk

'Soms stond ik met mensen uit Zeist te praten en dan vroegen ze, waar woon je, en als ik dan zei in Vogelwijk dan zeiden ze: oh, kom jij uit Vogelwijk; ja dan was het gesprek meestal afgelopen.'
Bovenstaande reactie van een van de autochtone respondenten zegt iets over het imago dat Vogelwijk heeft. Toch is dit niet altijd zo geweest. In de jaren vijftig woonden er politieambtenaren, gemeenteambtenaren etc. De wijk had toen een net uiterlijk en iedereen maakte de trapportalen om beurten schoon en hing de was aan de achterkant van de huizen. Dit veranderde eind jaren zestig, doordat verschillende mensen verhuisden naar de 'nieuwe wijken'. Hiervoor kwamen Nederlanders in de plaats wonen, die het niet zo nauw namen. Vooral in de benedenwoningen kwamen Nederlanders wonen met een lager allure. Een van de autochtone respondenten vertelt hierover: 'Ik was nog jong, toen er allerlei andere mensen in de buurt kwamen wonen. Waar ze vandaan kwamen wist niemand. Bij één familie kwam ik wel eens binnen en die hielden kippen onder het aanrecht.'
   Behalve de instroom van 'vreemde Nederlanders' kwamen ook de eerste Marokkanen rond 1970 in de buurt wonen. Een Marokkaanse respondent vertelt hierover het volgende: 'Ik huurde in Zeist, in een pension, een bed voor f 80,- in de maand. We sliepen met vier mannen op een kamer. Toen hoorden we, dat het mogelijk was een heel huis te huren voor f 90,- per maand. Ja, toen zijn we dat gaan doen.' In het kader van de gezinshereniging brachten de vrijkomende woningen uitkomst en veel Marokkanen kwamen uiteindelijk in Vogelwijk wonen. Veel Nederlanders voelden zich onzeker met de komst van de Marokkanen. Een autochtone respondent weet, dat veel Nederlanders zich met name ergerden aan het feit dat veel Marokkaanse vrouwen de was aan de voorkant van het huis hingen en de trapportalen niet hielpen schoonmaken, maar ook het toenemend zwerfvuil wordt de Marokkanen verweten.

Van Masterplan tot Hondenhok

Vooral in het begin van de jaren negentig blijkt steeds meer, dat het met de Marokkaanse jongens in Zeist niet goed gaat. Overlastproblemen, toenemende criminaliteit in de vorm van inbraak, openlijke geweldpleging en drugsproblematiek maken dat de politie Binnensticht rond 1994 een project NeMaBin (Nederland Marokko Binnensticht) start, maar dit project wordt na een paar jaar uiteindelijk stopgezet. De gemeente Zeist is intussen bezig een Masterplan te ontwikkelen, dat de Vogelwijk moet gaan veranderen in een leefbare buurt. In deze plannen wordt onder andere gesproken over een aktiviteitencentrum, maar door een aantal oorzaken komt het Masterplan maar niet van de grond. Een van de factoren is het feit, dat de grond waar een wasserette op staat, niet vrijkomt en daar was nu net het aktiviteitencentrum gepland. Het aktiviteitencentrum zou aan de Marokkaanse jongens toegezegd zijn door de wethouder Welzijn. De wethouder zelf zegt indertijd als gemeenteraadslid uitspraken te hebben gedaan waar hij nu spijt van heeft, want als wethouder wordt hij daarop aangesproken. Alle respondenten gaan ervan uit, dat het aktiviteitencentrum is toegezegd, en begrijpen dat de Marokkaanse jongens zich belazerd voelen.
   Inmiddels is ook K86 in de Vogelwijk bezig met het bijeenbrengen van een bewonerscommissie waarin ook Marokkanen zitting hebben. Tevens wordt er een wijkpost geopend aan de Gruttolaan, waar een Marokkaanse man werkzaam is, en de wijkagent krijgt de beschikking over een kamer op de wijkpost. De bewonerscommissie vergadert in bijzijn van de wijkagent. Omdat het aktiviteitencentrum niet van de grond komt, besluit de wijkagent samen met de bewonerscommissie te onderzoeken of een JOP een mogelijke oplossing kan bieden. Leden van de commissie bezoeken enkele gemeenten om JOP's te bekijken. Uiteindelijk ontstaat er een concreet idee over een JOP, dat wordt besproken met de Marokkaanse jongeren, die hiermee akkoord gaan, maar het plan wordt niet uitgevoerd, omdat men het niet eens kan worden met de bewoners over de plaats waar de JOP moet komen. Een tweede initiatief om tot een JOP te komen mislukt, omdat er maar met één Marokkaanse jongen wordt gepraat en leden van de gemeenteraad uiteindelijk hun goedkeuring niet geven.
   Steeds duidelijker blijkt het ongenoegen van de Marokkaanse jongens. Intussen worden er door een ambtenaar, op eigen initiatief, een paar zeecontainers aangeschaft, die ingezet zouden worden op andere plaatsen binnen de gemeente Zeist. In 1998 staat er op een gegeven moment, tot ieders verbazing, een zeecontainer aan de kop van de Grutto- en Roerdomplaan. Twee wethouders komen de JOP officieel openen. Bij de opening zijn ook bewoners, politie en anderen uit de overleggroepen aanwezig. De Marokkaanse jongens zelf schitteren door afwezigheid. Een vijftal Marokkaanse jongens die wel zijn komen kijken, schreeuwen de wethouders toe: 'Dit is een hok voor honden!' (Weseman, 1998). Vanaf dat moment wordt de zeecontainer aangeduid als het 'hondenhok' en wordt tot de dag van vandaag geboycot. Geen van de respondenten, inclusief de wethouders, vinden de zeecontainer een goede oplossing. De wethouder vertelt dat hij zich achteraf wel voor joker voelde staan. Het vreemde is echter wel, dat er geen overlast meer in de buurt wordt veroorzaakt door Marokkaanse jongens uit de buurt. Wel hangen er laat in de avond Marokkaanse jongens rond uit andere wijken. Uit de gesprekken met Marokkaanse jongens uit de buurt en met politiefunctionarissen bleek, dat bepaalde Marokkaanse jongens vastzaten, verhuisd waren of inmiddels waren gehuwd.

'Deze auto is ons buurthuis'

Ondanks dat de zeecontainer wordt geboycot, geven alle respondenten aan, dat een aktiviteitencentrum gewenst is. Ook de Marokkaanse jongens in de leeftijd van 18 t/m 22 jaar, van wie enkelen gehuwd zijn, geven aan dat zij gebruik van een dergelijk centrum willen maken. Nog steeds hebben de jongens behoefte om bij elkaar te zitten, te kaarten en een bak koffie of thee met elkaar te drinken.
   Het opzoeken van de Marokkaanse jongens in Vogelwijk was niet gemakkelijk, maar na een aantal oudere Marokkaanse jongens op straat gesproken te hebben werd duidelijk, dat de jongens zich niet op straat, maar in auto's ophielden. De Marokkaanse jongens zitten met z'n vijven of zessen in een auto en draaien muziek (RAI en RAP), roken en praten. De jongens geven aan behoefte te hebben aan een centrum; ze kunnen nergens heen. Ze leggen uit dat zij thuis, uit respect voor de ouders, niet kunnen roken en tv-kijken, omdat er zoveel bloot op de tv te zien is. Een buurthuis is er niet, de speeltuin is er niet voor hen en discotheken in Zeist komen ze niet in. In de zomer staan ze buiten, omdat het lekker weer is, maar dan worden ze geconfronteerd met klachten. In de rest van het jaar is het te koud om buiten te staan. Een van de jongens in de auto kijkt mij aan en zegt: 'Deze auto is ons buurthuis.'
   Een Nederlandse respondent vertelt, dat zij vroeger, toen ze een jaar of 16 was, ook in Vogelwijk op straat stond met een groep Nederlandse jongeren. Maar dat was, nadat de leeftijd van 20 jaar bereikt was, afgelopen, want eenieder kreeg werk of ging trouwen. In de winter zochten ze andere gelegenheden op om elkaar te ontmoeten.

Discontinuïteit en reorganisaties

Discontinuïteit en reorganisaties zijn vaak terug te vinden bij de politieorganisatie (Coppes e.a. 1997) en ook in dit onderzoek komen deze fenomenen naar voren. In een tijdsbestek van ongeveer vijf jaar hebben er drie districtschefs leidinggegeven aan het district. Dit heeft gevolgen voor de gekozen speerpunten, werkwijze en aanpak van problemen. De eerste districtschef kreeg te maken met de 'grote' politiereorganisatie van de Nederlandse politie en startte met het NeMaBin project. De tweede districtschef reorganiseerde het district naar wijkgericht werken en wilde het NeMaBin project districtelijk vormgeven. De derde districtschef was tijdens dit onderzoek zes maanden in Zeist en vertelt duidelijkheid, een open houding en respect van belang te vinden.
   In Vogelwijk zijn in een tijdsbestek van vier jaar achtereenvolgens een drietal wijkagenten actief geweest, waarbij opvalt dat zij allen met een eigen visie hebben getracht een bijdrage te leveren aan de leefbaarheid van de buurt. De eerste wijkagent moest meerdere wijken bedienen en koos vooral voor praten. Een tweede wijkagent koos ervoor te proberen in contact te komen met Marokkaanse vaders, maar ook om met twee benen in de wijk te staan. Dit betekende, dat deze wijkagent de wacht aanzegde tegen bepaald gedrag door te gaan verbaliseren, waardoor een soort 'Zero-tolerance' ontstond. Uiteindelijk bleek, dat hij in de buurt niet meer kon functioneren. Tevens is er in samenwerking met K86 een boekje verspreid, waarin werd uitgelegd wat de buurtregels waren om gezamenlijk tot een leefbare wijk te komen. Dit initiatief kon op weinig navolging rekenen. Een derde wijkagent probeert een balans te vinden tussen praten en optreden.
   Tijdens het onderzoek bleek, dat de politie niet de enige organisatie was, die met discontinuïteit en reorganisaties te maken heeft. De gemeente Zeist heeft net een reorganisatie achter de rug. De districtschef zegt hierover: 'Daar merk je nu dat de mensen nu persoonlijk gereorganiseerd zijn. In eerste instantie was het een papieren blaadje, maar nu zijn mensen echt zelf opeens andere dingen aan het doen.' Volgens respondenten van verschillende organisaties (politie, Meander en K86) was het onduidelijk, welke ambtenaar van de gemeente Zeist met welk deel van het Masterplan bezig was. Ambtenaren wisselden van werk of van takenpakket e.d.
   Het welzijnswerk in Zeist heeft ook een reorganisatie achter de rug, waarbij verschillende kleinere instellingen opgegaan zijn in de overkoepelende organisatie Meander. Verschillende mensen kregen andere functies of andere werkplekken, maar verschillende mensen hebben ook ontslag genomen. Verder zijn er inmiddels meerdere (interim-) directeuren actief geweest. Door dit alles lijkt het voor veel respondenten alsof Meander stil is komen te liggen.

Kortsluiting

Hieronder worden puntsgewijs enkele zaken beschreven, die uit het onderzoek naar boven kwamen en als resultaat hadden dat onderlinge relaties erg onder druk kwamen te staan.

  1. Marokkaanse vaders geven aan, dat de politie de afspraak niet is nagekomen om een vervolgafspraak te maken om met elkaar te praten.
  2. Leden van de Marokkaanse gemeenschap begrijpen niet, dat een politiefunctionaris de moskee bezoekt in plaats van Marokkanen thuis. Het idee leeft nu, dat de politiefunctionaris enkel voor het halen van informatie naar de moskee gaat. Tevens heeft men de functionaris met kinderen op straat zien praten en dit wordt uitgelegd als informatie uit kinderen halen.
  3. Twee uur na een overleg van de bewonerscommissie werd een Marokkaanse drugsdealer gearresteerd. Dit had als gevolg dat twee leden van de bewonerscommissie (Marokkaans en Nederlands) in ernstige mate werden bedreigd.
  4. Een politiefunctionaris maakte een opmerking, in bijzijn van andere Marokkanen, over het feit dat hij bij een vorige bijeenkomst niet aanwezig was, waardoor de man zich erg voor schut gezet voelt en aanzien heeft verloren.
  5. Een Nederlands lid van de bewonerscommissie vindt een Marokkaans lid laf en onbetrouwbaar, omdat hij puntje bij paaltje niet zegt wat hij had moeten zeggen.
  6. Actieve Marokkaanse vrijwilligers zijn het vertrouwen van hun achterban kwijt, omdat er maar niets van de grond komt. De vraag die zij op zich af krijgen, is: 'Waarover praten jullie nou al die tijd?'
  7. Marokkaanse jongens vinden dat er niet met hen is gesproken, maar slechts met een paar.
  8. Marokkaanse jongens staan in het weekend in de straat waar de discotheken zijn gelegen (in het centrum van Zeist) en veroorzaken daar overlast. Soms loopt een en ander uit op een vechtpartij. De politie heeft weet van het feit dat Marokkaanse jongens de toegang tot de discotheken wordt geweigerd, en praat met de Marokkaanse jongens op straat, maar de situatie wordt niet echt doorbroken. Dit leidt tot onbegrip aan weerszijden, maar ook tot aanhoudingen van Marokkaanse jongens die agressief gedrag vertonen.
Tot slot

Voor veel Nederlanders en inwoners uit Zeist heeft Zeist een goede naam. Binnen Zeist werd de buurt Vogelwijk het lelijke eendje. De instroom van Nederlanders die het aanzien van de buurt veranderden, en van Marokkanen die in een relatief korte tijd geconcentreerd in enkele straten van de buurt kwamen wonen, maakt dat de buurt en haar bewoners gestigmatiseerd werden. Met name Marokkanen hebben er te maken met een hoge mate van werkloosheid en daardoor zijn veel Marokkanen afhankelijk van een uitkering.
   Politie, gemeente, welzijnswerk en K86 trachtten in samenwerking met vrijwilligers allerlei plannen te ontwikkelen om de leefbaarheid van de buurt te verbeteren, maar die kwamen niet of nauwelijks tot uitvoering. Daarbij komt dat er zaken hebben plaatsgehad, die de persoonlijke contacten tussen leden van de Marokkaanse gemeenschap en autochtonen (inclusief professionals) in ernstige mate hebben verstoord. Hierdoor is het aanzien van enkele Marokkaanse vrijwilligers die hun nek hebben uitgestoken, in de Marokkaanse gemeenschap beschadigd.
   De Marokkaanse jongens staan te boek als veroorzakers van overlast en criminaliteit, maar uiteindelijk staan zij nog steeds met weinig toekomstperspectief op straat of zitten in auto's en komen de discotheken nog steeds niet in. Als er dan een JOP, in de vorm van een zeecontainer, wordt geplaatst, wordt dit als een klap in het gezicht ervaren en wordt de JOP het symbool voor de kloof die er is gekomen tussen Marokkanen en autochtonen. De opening was voornamelijk een autochtone activiteit, die werd verstoord door enkele leden van de doelgroep, die de JOP van meet af aan boycotten.
   Bovenstaande factoren dragen er onder andere zorg voor, dat leden van de Marokkaanse gemeenschap in Vogelwijk nauwelijks vertrouwen hebben in de instellingen als politie, gemeente en welzijnsorganisaties en in de professionals die binnen die instellingen werkzaam zijn.

Literatuur

- Bovenkerk, F., 1991. 'Het vraagstuk van de criminaliteit der Marokkaanse jongens.' De Gids, jrg. 150, nr. 12.
- Bovenkerk. F, M. van San & S. de Vries, 1999. Politie in een multiculturele samenleving. LSOP, Uitgeverij Tandem Felix b.v., Beek-Ubbergen.
- Commissie Marokkaanse Jeugd, 1998. Samen vol vertrouwen de toekomst tegemoet. Utrecht.
- Coppes, R., F. de Groot & A. Sheerazi, 1997. Politie en criminaliteit van Marokkaanse jongens. Gouda Quint, Deventer en Willem Pompe Instituut, Utrecht.
- Crisis Onderzoek Team (COT), 1998. Incident en ongeregeldheden, Amsterdam West, 23 april 1998: Marokkaanse jongens, politie en bestuur. Leiden.
- Gemeente Zeist, Statistische zakagenda. Jaargangen: 1999, 1989, 1986, 1977.
- Gemeente Zeist, 1999. Wijk- en buurtvergelijking.
- Meloen, J.D., 1997. Omdat we Marokkanen zijn zeker? LISWO, Leiden.
- Weseman, P., 1998. 'Dit is een hok voor honden: Ontmoetingsplek interesseert jeugd niet.' Utrecht Nieuwsblad.


 
vorige naar index volgende