Culturele Antropologie Utrecht

CAses
hoogtepunten uit het afstudeeronderzoek


2000
vorige naar index volgende

ADAT WAFAT ?

Een antropologisch onderzoek naar de wenselijkheid van plurale rechtsvormen met name in het geval van Molukkers in Nederland

Karin Mulders

Inleiding

Met de komst van migranten van uiteenlopende nationaliteiten naar Nederland brengen deze migranten ook hun normen en waarden mee, die ingebed liggen in hun rechtspraak. Het is moeilijk voor deze migranten hier afstand van te nemen en zich aan te passen aan de rechterlijke normen en waarden van het nieuwe land. Zo hebben de Molukkers in 1951 hun Molukse Adat mee naar Nederland genomen. De Adat is een mondeling overgedragen gewoonterecht dat in de voormalige Molukse kampen in Nederland werd gehanteerd. Ik wilde met dit afstudeeronderzoek onder de Molukse gemeenschap te weten komen of:

  • De eerste generatie die de Adat vanuit de Molukken heeft meegenomen, deze naast het officiële Nederlands recht handhaaft.
  • Er ten aanzien van de tweede generatie veranderingen in de interpretatie van de Adat hebben plaatsgevonden.
  • Deze mondeling overgedragen normen en waarden, ADAT genoemd, bij de komst van de derde generatie zullen uitdoven, dus, of er sprake is van Adat wafat.
  • Als Adat nog een rol speelt, wat gebeurt er dan als deze in aanraking komt met het Nederlandse recht?
Voor mijn afstudeeronderzoek heb ik gesproken met Molukkers van de eerste, tweede en derde generatie. De Molukse bevolking woont al 50 jaar in Nederland en er heeft vanuit een gedisciplineerde kampstructuur waarin kinderen een autoritaire opvoeding genoten en waarin de kampraad een gerespecteerd instituut was, hiërarchisch een grote verandering plaatsgevonden. De eerste generatie, die in kampen werd gehuisvest, had een op de eigen groep gerichte cultuur opgebouwd. Dit kwam doordat allerlei voorzieningen naar de kampen werden gebracht, waardoor de Molukse gemeenschap geïsoleerd van de Nederlandse samenleving kwam te staan. Door dit isolement kon het eigen recht, de Adat, dat ze vanuit de Molukken hadden meegenomen, vrijelijk worden nageleefd.
   De kampraad was een reproductie van wat de hoger in rang gelegerde militairen vanuit de Molukken mee naar Nederland hadden genomen. Het was de kampraad, die net als in de kazernes in Nederlands-Indië, tangsi's, rechtspraken. Echter de kennis die deze soldaten over de Adat hadden, was niet volledig. Het waren veelal jonge soldaten die met hun gezinnen naar Nederland kwamen, en vanwege hun jonge leeftijd hadden zij de Adat nog niet geheel van hun ouders meegekregen. Daarnaast was de opleiding die zij op de Molukken hadden genoten, vaak niet meer dan een militaire training. Dit betekende dat Molukkers zo goed en zo kwaad met de Adat omgingen als mogelijk was. Sommige Adat-regels die in Nederland geen toepassing hadden, verdwenen en andere regels die voor de hechting van de Molukse gemeenschap moesten zorgen, kregen een belangrijke betekenis toebedeeld. De Molukse gemeenschap had behoefte aan die hechting, omdat ze bij aankomst verspreid werden gehuisvest. De tweede reden was, dat zij nog steeds geloofden in een terugkeer naar de Molukken.
   Omdat het niet altijd duidelijk was, hoe bepaalde belangrijk geworden culturele regels moesten worden nageleefd, koos men het zekere voor het onzekere door zich aan de meest zware vorm van bepaalde regels te houden. Zo'n regel is de pela. Vooral de pela werd een belangrijke Adat-regel in Nederland, meer dan op de Molukken. Een pela is een bloedverwantschap tussen twee of meer negorijen (dorpen), als rivaliserende negorijen in tijden van oorlog vrede hadden gesloten. Met deze pela werd een verbond gesloten, waarbij de negorijen, als zij in nood verkeerden, steun van de ander zouden ontvangen. Zo moesten pela's elkaar ook altijd eten geven en een dak boven het hoofd aanbieden, als daar om werd gevraagd.
   De pela is een unieke manier om de hechting tot ontplooiing te kunnen brengen. De pela tuni of pela asli, de meest zware vorm, heeft zelfs in 1978 tot een strafzaak geleid. Hierin was het huwelijksverbod van pela-genoten de inzet: twee mensen willen met elkaar trouwen en dit mag niet van de familie, omdat zij pela zijn. Om dit huwelijk te beletten spande de familie een rechtszaak aan volgens het officieel Nederlands recht. De rechter stemde uiteindelijk toe in een huwelijk. Dit was de eerste keer dat Molukkers via het Nederlands recht de Adat wilden laten gelden.

Het eigen Moluks recht, Adat

De besloten woonoorden en woonwijken waar Molukkers werden geplaatst en zich later hebben gevestigd, zorgden voor behoud van culturele normen en waarden en zo ook de Adat-beleving. Eventuele externe invloeden zorgden ervoor, dat nieuwe elementen die voor de Molukse gemeenschap een meerwaarde hebben, werden overgenomen. Traditionele rituelen, waarden en normen die de Molukse gemeenschap waardevol vond, bleven gehandhaafd. Er ontstond ruimte om volgens Adat recht te spreken.
   De wijze waarop speciale Adat-rechters op de Molukken rechtspraken, werd in de voormalige woonoorden gereproduceerd door leden van de kampraden. Het waren de clanoudsten die in de Nederlandse kampen rechtspraken. Met de komst van de woonwijken werd de macht van de Adat-rechter minder en veranderde zijn functie in die van een adviserende en bemiddelende. Met het sluiten van de woonoorden kwamen de kampraden te vervallen en werden er in de woonwijken wijkraden en Molukse stichtingen opgericht. Voor de eerste en tweede generatie Molukkers was de, vaak charismatische, religieuze voorganger iemand die alles over de Adat wist. Maar de adviserende en bemiddelende rol die hij in de woonwijken nog heeft, staat op de helling. Bestuursleden van wijkraden en Molukse stichtingen treden steeds vaker op als Adat-adviseurs.
   Hun adviserende taak berust op het uitleggen van voorouderlijke afspraken die in de Adat als wetten en regels zijn opgenomen. Als deze wetten overtreden worden, zal in de meeste gevallen de overtreder door middel van voorouderlijke sancties gestraft worden. Daarnaast kunnen ook nakomelingen gestraft worden om het feit dat een lid van een vorige generatie de Adat heeft overtreden. Naast voorouderlijke sancties hanteren Molukkers ook een bepaalde mate van zelfregulering binnen de gemeenschap. Sancties kunnen zijn: het gebruik maken van fysiek geweld, het aanrichten van vernielingen, het intimideren van medebewoners en het negeren en uitstoten van gemeenschapsleden.
   Bij wraakacties, waar de regel 'oog om oog - tand om tand' geldt, zal de Adat altijd verlangen dat partijen zich met elkaar verzoenen. Er is dan 'met gelijke hand' recht gesproken. Dit is niet zo, als mensen genegeerd of uitgestoten worden. Het probleem is dan niet opgelost en zo kunnen er familievetes ontstaan. Een verzoening is nodig om een conflict vreedzaam op te kunnen lossen.
   Dat er nog gebruik wordt gemaakt van eigen recht, blijkt uit het eerder genoemde 'huwelijksverbod'. Een andere zaak, die twee jaar geleden speelde, betrof het verhuren van een woning aan een Nederlandse vrouw in het woonoord Lunetten. Volgens de Adat hebben nakomelingen altijd het recht om in het huis van overleden familieleden te wonen. Deze regel wordt ook door de Nederlandse woningbouwcoöperaties toegepast, waardoor Molukkers een wijk of een woongebied afdwingen met alleen mensen uit de Molukse gemeenschap. Per ongeluk werd in Lunetten niet aan deze regel voldaan en heeft de niet-Molukse vrouw door middel van intimidatie en bedreigingen uiteindelijk haar huis moeten verlaten. Daar zij geen aanklacht heeft ingediend, is dit nooit een rechtszaak geworden. De huurregels voor Molukkers worden naast de bestaande huurwet door de Nederlandse overheid gedoogd.
   Adat-regels die naast het huwelijksverbod en het recht op huur binnen de Molukse gemeenschap nog steeds worden gehandhaafd, zijn o.a. adopties en scheidingen. De Adat geeft hier specifieke richtlijnen voor, die niet overeenkomen met datgene wat het Nederlands recht hanteert. Het feit dat deze Adat-regels binnen de Molukse gemeenschap nog steeds worden gehandhaafd, duidt erop dat Nederlandse rechtshandhavers deze regels naast het Nederlands recht gedogen.

Adat en de tweede generatie

Nog steeds wordt de Adat mondeling overgedragen en dit wordt door enkele leden van de tweede generatie als een struikelblok gezien. Door de mondelinge overdracht dreigt een heleboel informatie niet te worden doorgegeven aan de derde generatie. Dit komt volgens mijn respondenten niet alleen, doordat de tweede generatie zelf te weinig kennis van en ervaring met de Adat-regels heeft opgedaan. De derde generatie is ook anders ingesteld dan hun ouders en voorouders die zijn opgegroeid met een vertel-cultuur. Volgens de tweede generatie moeten daarom bepaalde zaken maar eens op schrift worden gezet. Op dit moment zijn er Molukkers van de tweede generatie druk bezig om de Adat van hun negorij neer te schrijven. De informatie halen ze van de Molukken. Door het codificeren van de Adat, blijft de historie behouden.
   Daarnaast heeft er nog een andere verandering binnen de Molukse gemeenschap plaatsgevonden. Adat-overtredingen en -conflicten worden in plaats van collectief, individueel benaderd. Hierbij speelt communicatie waarbij conflicten worden uitgesproken, een belangrijke rol. Men is zelf verantwoordelijk voor zijn daden. Het ligt aan het draagvlak van de wijkraad, stichting, dominee, familie of pela, of deze instituten nog sanctioneren en op welke wijze dat gebeurt. In ieder geval kan worden gezegd, dat ondanks deze individuele benadering, collectieve straffen in de vorm van negeren en uitstoten in bepaalde mate nog worden toegepast. Het collectivisme van de Molukse gemeenschap is ondanks de grote interne verdeeldheid een sterk punt geweest om zich van de Nederlandse cultuur te onderscheiden. Dus ook ten aanzien van sanctionering. Als de wijkraad een standpunt inneemt ten aanzien van een sanctie naar aanleiding van het overschrijden van de Adat-regel, moet dit door de gehele gemeenschap worden geaccepteerd. Daarnaast gold de straf tot enige jaren geleden niet alleen voor het individu die de regel heeft overtreden, maar ook voor een heel gezin. Ten aanzien van het straffen van een gehele familie wordt op dit moment veel vaker het individu die de overtreding heeft begaan, zelf gestraft. In veel gevallen staat de hele wijk ook niet meer achter het standpunt van diegene die de straf uitroept.
   Binnen de Molukse gemeenschap is er dus sprake van een bepaalde mate van zelfregulering. Doordat er geen Adat-rechters meer zijn, zal dit op een andere manier gebeuren. Het zijn de ouderen, leden van de wijkraad en de stichtingen en anderen die respect afdwingen, zoals een dominee, die bij Adat-vraagstukken om advies worden gevraagd en, naast voorouders, eventueel sanctioneren. De hechtheid en structuur van de wijk zijn bepalend of deze personen en instituten als bemiddelende partij worden gevraagd. Hoe groter het draagvlak van de wijkraad of een Molukse stichting binnen de wijk, des te meer wordt er op hen een beroep gedaan. Hoewel in de wijkraad nog vaak mensen uit de eerste generatie zitten, is het niet altijd vanzelfsprekend meer dat ouderen die vroeger respect genoten, hier thans nog een plaats in bezetten. Leden van de tweede generatie die sociaal maatschappelijke opleidingen hebben genoten en zijn opgegroeid met de Nederlandse communicatiestructuur, hebben deze plaatsen ingenomen. Hierdoor wordt het mogelijk gemaakt een brug te slaan tussen de Molukse gemeenschap en de Nederlandse samenleving.

Adat en de derde generatie

Omdat er geen Adat-rechters meer zijn, is uiteindelijk de toepassing van de Adat als een rechterlijk segment verdwenen. Dit wil niet zeggen, dat de normen en waarden die in de Adat zijn ingebed, niet meer aanwezig zijn. Omdat de derde generatie te maken heeft met een nog groter gebrek aan Adat-kennis dan haar ouders, heeft deze generatie te kampen met een belemmering van haar proces tot identiteitsbepaling. Zij wordt door de ouders naar Adat-kenners doorverwezen. Het neerschrijven van de Adat wil aangeven, dat er wel degelijk behoefte is om de bestaande kennis in leven te houden. Dat het niet bij neerschrijven alleen blijft, blijkt uit het feit dat ook sancties in dit document zullen worden opgesteld.
   Jongeren zien Adat als een wijze waarop een Molukker leeft. Dit alles volgens mondeling overgedragen normen en waarden. Een eventuele Adat die wordt neergeschreven, moet als een historische bron gelden en niet als handboek voor een bepaalde levenswijze worden beschouwd. Op dit moment zijn het met name familiale - en verwantschapsrituelen die in stand worden gehouden, maar die wel een andere invulling krijgen. Tijdens mijn veldwerk zijn de onderstaande stellingen door de derde generatie aangedragen.

  • Adat is het geheel van normen en waarden, dat specifiek Moluks is. Adat geeft uiting aan de culturele identiteit, voorouderlijke sancties waar men rekening mee houdt, huwelijksrituelen, pela, respect voor ouderen.
  • Daarnaast is Adat een zeer belangrijke regel om altijd hulp te bieden aan pela-genoten. Dit geldt ook bij het hulp bieden aan Molukkers die betrokken zijn bij vechtpartijen. Bij tussenkomst van de politie en bij het vóórkomen bij de rechter moeten culturele aspecten worden meegewogen in de motivatie van de uitspraak.
  • De huwelijksverboden die onder de tweede generatie nog wel eens voor een rel zorgden, zijn ten aanzien van de derde generatie geheel verdwenen. De integratie met de overige bevolking in Nederland heeft ertoe geleid, dat het vanzelfsprekend is, dat jongeren hun partner niet strikt binnen de eigen gemeenschap zoeken. Ongeveer 50% van de tweede generatie is met Molukkers gehuwd en dit percentage zal kleiner worden onder de leden van de derde generatie. Steeds vaker zoeken jongeren van de derde generatie hun partner buiten de Molukse gemeenschap.
  • De Molukse stichtingen hebben volgens de jongeren voornamelijk een functie bij het organiseren van allerlei (culturele) activiteiten, thema-avonden, Moluks-Maleise taallessen en, wat we in het Nederlands folklore noemen, dans en muzikale uitingen.
Adat en het Nederlandse recht

Op de dag van vandaag worden conflicten nog steeds zoveel mogelijk binnen de gemeenschap opgelost. Desalniettemin ontstaat er een tendens dat conflicten tussen Molukkers steeds vaker volgens het officiële Nederlandse recht worden beslecht. In gevallen waar dit niet mogelijk is, blijkt het verschil tussen Nederlands recht en de Molukse Adat te groot te zijn en proberen beide partijen deze conflicten onderling op te lossen. Bij een gewelddadig conflict tussen Molukkers en Koerden in Zevenaar zijn het de clanoudsten geweest, die bij elkaar zijn gekomen om tot een oplossing van het conflict te komen. De toevoeging van een Nederlandse, rechterlijke bemiddelaar zou de situatie alleen nog maar chaotischer hebben gemaakt. De situatie is tot rust gekomen en beide partijen leven weer in harmonie met elkaar.
   Naast de zelfregulering binnen de gemeenschap wordt de Adat, althans de Molukse normen en waarden, bij strafzaken als verweer gebruikt om tot een schulduitsluitingsgrond te komen. In de Adat wordt het principe van 'oog om oog - tand om tand' gevoerd. En hierbij komen Adat-regels in conflict met Nederlandse rechtsregels, waar eigenrichting niet geduld wordt. Gewelddadigheden worden in deze dan ook vaak als een cultureel element tijdens het verweer in rechtszaken aangevoerd.
   Tevens heeft gewelddadig optreden ook geleid tot een nieuwe vorm van zelfregulering binnen de gemeenschap. Namelijk het feit dat door Adat-handhaving en Adat-rechtspraak, in sommige gevallen, nog steeds interne conflicten buiten het Nederlands strafrecht om worden opgelost, heeft er niet toe geleid, dat het Molukse eigen recht, de Adat, naast het Nederlands recht wordt geaccepteerd. Zolang zaken binnen de familie worden gehouden en niet in conflict zijn met het Nederlands strafrecht, wordt het eigen recht door de Nederlandse rechterlijke macht geaccepteerd. Wanneer dit niet het geval is, zullen advocaten, indien de zaak zich hiertoe leent, de culturele achtergrond in hun verweer aanvoeren om zo begrip te krijgen van de rechter. De Nederlandse rechtspraak biedt voldoende ruimte om de eigen culturele achtergrond mee te laten wegen in de motivering van de strafbepaling.
   Inmiddels hanteren de tweede en derde generatie het Nederlands recht als het recht waaraan men zich moet houden. Zij erkennen Nederland als rechtstaat. Het is namelijk het land waarin ze wonen en dan heb je je ook aan de wetten te houden. Door de derde generatie wordt bij hun verweer de culturele achtergrond vaak onterecht aangevoerd en dient dit verweer slechts om een gunstiger uitspraak te krijgen. Hier wordt dan het zogenaamde 'norm-shoppen' mee bedoeld. Jongeren herkennen in de Adat niet iets dat in conflict kan komen met het Nederlandse recht. Wel is de Molukse zaak - de komst van de Molukkers naar Nederland en de strijd om weer terug te kunnen keren - nog steeds een argument dat in een eventueel verweer tijdens een rechtszaak wordt gebruikt. Als het gaat om delicten en overtredingen die niet specifiek Moluks zijn, vinden jongeren het onzin dat men zich dan op de Molukse identiteit beroept. Als ingezetene van Nederland heeft men zich te houden aan de Nederlandse wet.

Dooft de Adat uit? Is er sprake van Adat Wafat?

  • Nee, Adat heeft een andere invulling gekregen, namelijk die van conflictoplossing binnen de Molukse gemeenschap, en is niet meer zozeer een controlerend geheel van normen en waarden die bij overtreding altijd worden gesanctioneerd. Daarnaast zal de Adat, indien nodig, als verweer in rechtszaken worden gebruikt.
  • Ja, Adat heeft de functie van rechtspraak binnen de gemeenschap verloren en heeft een andere invulling gekregen, namelijk die van identiteitsbepaling. Deze identiteitsbepaling is voor jongeren een belangrijk aspect geworden. Zij koppelen Adat dan ook niet aan recht, maar aan identiteit.

 
vorige naar index volgende