|
Vrede gesloten
. . . einde conflict?
Kelly Helinski
Guatemala, een land dat door veel reizigers en reisboeken beschreven wordt
als het land van de eeuwige lente. Dit roept bij mij - en ik ben hierin waarschijnlijk
niet de enige - beelden op van een schitterende natuur, een warm en zonnig
klimaat en bovenal een vrolijk van aard zijnde, ongecompliceerde bevolking.
Dit is gedeeltelijk ook zo, maar achter dit beeld - dat inderdaad in de meest
toeristische gedeelten van Guatemala de boventoon lijkt te voeren - schuilt
een schaduwbeeld. Dit neemt men pas waar, als men het land en - belangrijker
- haar bevolking echt leert kennen. Het gewapend conflict dat Guatemala van
1960 tot 1996 in haar greep hield, heeft een grote impact op de bevolking
gehad. Weliswaar niet op alle delen en lagen van het land en haar inwoners,
maar het is wel zo, dat díe delen die zwaar getroffen werden, nog
steeds de gevolgen van het conflict dragen. Balconi - tijdens de vredesonderhandelingen
kopstuk aan de kant van het leger - en Asturias - leider van de guerrilla
en tijdens de onderhandelingen eveneens vertegenwoordiger van deze groep
- zeggen beiden dat het vredes- en verzoeningsproces dat in Guatemala in
1996 op nationaal niveau plaatsvond, herhaald zal moeten worden op regionaal,
lokaal en zelfs familiaal niveau. Dit plaatst de Guatemalteekse bevolking
voor een zware opgave. Victoria 20 de enero - de gemeenschap waar ik mijn
onderzoek uitvoerde - is hier een uitstekend voorbeeld van.
Dit dorp - gelegen in het laagland van Guatemala - heeft
een bijzondere geschiedenis. Zijn naam wordt genoemd in alle publicaties
die er op nationaal en internationaal niveau verschenen zijn over de impact
van het gewapend conflict op de bevolking, met name over vluchtelingen. Veel
indianen zagen in de jaren tachtig - toen het conflict zijn hoogtepunt bereikte
- geen andere oplossing dan het land te ontvluchten. In 1993 keerde de eerste
groep vluchtelingen onder begeleiding van de VN en CEAR - een Guatemalteekse
vluchtelingenorganisatie - terug. Voor velen was het om praktische redenen
niet mogelijk terug te keren naar de plaats van herkomst; de overheid wees
hen een gebied toe, waar zij een nieuwe gemeenschap konden opbouwen. Victoria
20 de enero was de eerste terugkeergemeenschap die gesticht werd.
Onder de remigranten bevonden zich eveneens voormalige
guerrillastrijders, personen die tijdens het gewapend conflict tegen het
leger hadden gevochten. Het leger lijfde tijdens het intern conflict eveneens
'gewone' burgers in; zij vormden de leden van de zogenaamde Patrullas
de Autodefensa Civil (PAC)1. Op deze manier
was een deel van de bevolking tijdens de oorlog gepolariseerd geraakt en
lijnrecht tegenover elkaar komen te staan. Het overige deel van de bevolking
vluchtte weg uit angst voor de gewelddadigheden en oorlogsmisdaden die beide
groepen begingen.
Victoria 20 de enero is een opmerkelijke 'terugkeer'gemeenschap,
omdat het dorp naast remigranten en enkele guerrillastrijders, eveneens een
aantal voormalige PAC-strijders huisvest. Dit is opmerkelijk, omdat in 1993
- ten tijde van de oprichting van de gemeenschap - de oorlog officieel nog
niet beëindigd was en de bevolking door de polarisatie die er was opgetreden,
bepaalde denkbeelden over en verwachtingen ten aanzien van de andere groep
had ontwikkeld. Vanuit deze visie zou de bevolking er nimmer voor kiezen
zich tezamen met personen van deze groepen in dezelfde gemeenschap te vestigen.
De vraag waarom dit gebeurd is, is interessant; de vraag hoe het samenleven
verloopt, is zo mogelijk nog interessanter. Beide vragen, ofwel de antwoorden,
blijken meer met elkaar samen te hangen dan ik aanvankelijk verwachtte.
Mijn onderzoek stelde zich ten doel inzicht te krijgen
in het proces van verzoening en sociale integratie in Victoria 20 de enero,
de eerste terugkeergemeenschap. In het onderzoek werd eveneens de wederzijdse
beïnvloeding tussen de in Victoria werkzame ontwikkelingsorganisaties
en het proces van verzoening en sociale integratie onderzocht. Helaas biedt
dit artikel te weinig ruimte om ook op dit deel van de vraagstelling in te
gaan.
De studie
Een van de eerste dingen waarvan de bevolking van Victoria het belangrijk
achtte mij op de hoogte te stellen, was het feit dat er sinds 1995 twee onafhankelijk
van elkaar functionerende autoriteiten in de gemeenschap aanwezig waren.
De gemeenschap was om deze reden voor een groot deel verstoken geraakt van
nationale en internationale hulp. De verdeeldheid - zoals de opsplitsing
van het lokaal bestuur door de inwoners van de gemeenschap en de nog wel betrokken
organisaties genoemd werd - had een nauwe relatie met de politieke situatie
in het land en de polarisatie die er onder de bevolking was opgetreden.
Hetgeen er in Victoria speelde - ten tijde dat ik mijn
veldwerk startte - was, dat er op basis van de verschillende groeperingen
die er in de gemeenschap gevestigd waren, twee verschillende politiek-getinte
besturen waren ontstaan. Ten tijde van de oprichting van de gemeenschap -
die toen enkel uit remigranten en enkele guerrillasympathisanten bestond
- werd het zogeheten gemeenschapsbestuur opgericht. Na verloop van zes maanden
vroeg een groep ontheemden2, waaronder enkele voormalige
PAC-strijders, uit een naburige gemeenschap om opname in Victoria. Zij ondervonden
sociale problemen in hun eigen gemeenschap en wilden daar vertrekken. De
inwoners van Victoria vonden het aanvankelijk een opmerkelijk verzoek van
los Chanes - zoals de groep genoemd werd3
- maar lieten hen binnen, waarmee zij hun bereidheid tot verzoening wilden
tonen. Na twee jaar richtten los Chanes een eigen bestuur op. Een deel van
de bevolking sloot zich bij hen aan; de rest van de inwoners bleef loyaal
aan het gemeenschapsbestuur. Op deze manier kwam de polarisatie onder de
bevolking - guerrillastrijders versus PAC-strijders - tot uiting in de lokale
bestuursvorm. Voor de opsplitsing van het lokaal bestuur is een drietal redenen
te geven, die nauw met elkaar samenhangen. Ik zal ze hieronder bespreken.
De verdeeldheid
Zoals Los Chanes zelf aangeven, hebben zij een eigen bestuur opgericht
- het comité voor verbetering - omdat het gemeenschapsbestuur volgens
hen fraudeerde met de donaties van ontwikkelingsorganisaties. De aandacht
voor Victoria van de (inter)nationale donorgemeenschap was vanaf het moment
van oprichting groot geweest. Men wilde de remigranten, zoals in het Akkoord
voor Hervestiging was overeengekomen, een volwaardige integratie verzekeren.
Dit wil zeggen, dat én de basisbehoeften van de remigranten verzorgd
zouden worden, maar ook dat zij volledig zouden integreren op economisch
en sociaal gebied. De (inter)nationale gemeenschap wilde de ontwikkeling
van de eerste terugkeergemeenschap een krachtige impuls geven om betrokkenheid
te tonen en een voorbeeld te stellen voor toekomstige terugkeergemeenschappen.
Er circuleerden diverse geldstromen, onder andere van de Guatemalteekse overheid
zelf, van de Europese Unie, van verschillende West-Europese landen, de Verenigde
Staten en Canada. Het gemeenschapsbestuur, dat bemand werd door bestuursleden
die in feite amper over bestuurlijke of administratieve kennis beschikten,
kreeg van het ene op het andere moment financiële verantwoordelijkheid
en moest deze op de juiste manier zien in te vullen. Controle op het functioneren
van het bestuur was amper aanwezig en los Chanes en een groot deel van de
bevolking zijn ervan overtuigd, dat de leden van het bestuur geld in eigen
zak staken. Latere besturen hebben dit ook openlijk toegegeven, maar grote
bedragen waren het niet.
De tweede reden hangt samen met de eerste reden, maar
ik prefereer hem apart te noemen, omdat er een belangrijk onderscheid is.
De leden van het comité voor verbetering beschuldigden het gemeenschapsbestuur
namelijk niet alleen van het aanwenden van ontwikkelingsgelden voor persoonlijke
doeleinden, maar ook van het gebruiken van het geld om de - nog steeds bestaande
- guerrillabewegingen financieel te ondersteunen. In de tijd dat de remigranten
terugkeerden, waren de vredesonderhandelingen in volle gang, maar nog niet
ondertekend. De guerrilla bestond nog steeds, zij het dat hij gematigder
en minder aanwezig was in de samenleving. Vluchtelingen die voorheen in de
guerrilla hadden geparticipeerd, kregen bij terugkeer de gelegenheid zich
opnieuw bij hen aan te sluiten. De actieve rebellen hielden zich in die tijd,
uit angst voor het leger en de staat, verborgen in de bergen of in de jungle
en moesten creatief zijn om voedsel-, kleding- en andere basisbehoeften te
kunnen vervullen. Om deze reden bezochten zij regelmatig verschillende gemeenschappen
die hen hielpen. Dit gebeurde eveneens in Victoria.
Met betrekking tot de beschuldiging dat het gemeenschapsbestuur
hen ook financieel ondersteunde, geldt dat er amper getuigenissenverklaringen
voorhanden zijn, laat staan bekentenissen van mogelijke daders. De bevolking
vreest represailles als zij hier openlijk over spreekt. Toch waren er enkele
sleutelinformanten bereid dat, zij het op fluistertoon, te doen. Ondanks
het ontbreken van bekentenissen van de 'daders' durf ik te stellen, dat -
gezien de geschiedenis van Guatemala en de situatie in Victoria - het zeer
aannemelijk is, dat de guerrilla inderdaad op deze manier ondersteund werd
door het gemeenschapsbestuur. Voor de leden van het comité voor verbetering
- voormalige PAC-strijders en legersympathisanten - was dit onaanvaardbaar.
Reden temeer om een eigen comité op te zetten en het heft - en de gemeenschapsgelden
- in eigen hand te nemen.
De derde reden is ook van politiek karakter en werpt een
heel ander licht op de vraag waarom los Chanes het comité voor verbetering
oprichtten. Ook voor deze reden geldt, dat de mogelijke daders geen bekentenissen
hebben afgelegd en dat het eigenlijk een onderwerp betreft, waar men nauwelijks
over spreekt. In die zin was het bijzonder, dat enkele van de personen die
ik interviewde, afzonderlijk van elkaar hetzelfde verhaal vertelden en dezelfde
reden aangaven: de opzet van het comité voor verbetering maakt deel
uit van een militaire strategie. Los Chanes, die zich een half jaar na de
oprichting van de gemeenschap in het dorp vestigden, onderhielden in die
tijd nog steeds een nauwe relatie met het leger, gesitueerd in militaire
zone 1 in Playa Grande4. Op het moment dat de eerste
vluchtelingen terugkeerden en het bericht kwam, dat deze zich permanent zouden
vestigen in de regio Ixcán, speelde bij het leger onder andere de
vrees dat deze remigranten - van wie zij overtuigd waren, dat velen voormalige
guerrillastrijders waren - zich bij repatriëring opnieuw zouden aansluiten
bij de guerrilla. De eerste groep remigranten vormde voor het leger op deze
manier een probleem en - belangrijker - een bedreiging voor haar macht in
het gebied.
De remigranten kwamen aan in de gemeenschap Santa Clara
- Victoria's buurgemeenschap - en brachten daar de eerste tijd door, omdat
zij nog geen verblijfplaats hadden5. Santa Clara
was een gemeenschap van voormalige PAC-strijders en ontheemden, personen
die niet blij waren met de groep remigranten. Opmerkelijk was, dat één
groep families wel uiterst vriendelijk was en hen als vrienden ontving: los
Chanes. Voor de remigranten was dit een grote opluchting; het gaf hen het
gevoel, dat de oorlog een aflopende zaak was en dat verzoening tussen de verschillende
groeperingen mogelijk was. De adder onder het gras was, dat los Chanes door
het leger van tevoren uitvoerig ingelicht waren over de manier waarop zij
de remigranten moesten ontvangen. Dit diende om de latere integratie van
los Chanes in de terugkeergemeenschap te faciliteren. Na een half jaar gebeurde
dit. De bevolking van het inmiddels opgerichte Victoria liet los Chanes binnen,
omdat zij goede herinneringen had aan het warme welkom dat de families haar
geheten hadden bij haar aankomst na de repatriëring. Eenmaal binnen
in de gemeenschap kregen los Chanes vanuit de militaire zone de taak de organisatie
van voormalige guerrillastrijders te desorganiseren of, beter gezegd, uit
te schakelen. Vanzelfsprekend was het de bedoeling, dat dit aan de andere
bewoners van Victoria niet onthuld zou worden. Los Chanes vonden een prachtig
voorwendsel waaronder zij hun eigen comité konden op richten: de fraude.
Maar in feite diende dit een hoger doel: zij speelden de bevolking tegen
elkaar uit, verspreidden roddels en zorgden voor een breuk in de gemeenschap
en een afbreuk van de macht van het gemeenschapsbestuur.
En daarna?
Het complexe aan deze studie is de politieke gevoeligheid. Alhoewel de
'daders' van de fraude met de ontwikkelingsgelden en de 'daders' van de uitvoering
van de militaire strategie hun 'daden' niet erkenden, is het - na een tijd
aanwezig te zijn geweest in de gemeenschap, na de verhalen gehoord te hebben,
na de boeken gelezen te hebben, na passages van interviews op fluistertoon
te hebben afgenomen - voor mij duidelijk, dat alle drie de redenen ook daadwerkelijk
de oorzaken zijn van het opsplitsen van de autoriteiten.
De verdeeldheid die ontstond, duurde vijf jaar voort.
Er waren momenten waarop ze zelfs versterkt werd. Op het moment dat het verzoek
van los Chanes aan het gemeenschapsbestuur en de betrokken organisaties om
de reeds gedoneerde goederen te verdelen over beide besturen in de wind geslagen
werd, waren los Chanes zo teleurgesteld en verontwaardigd, dat ze een beroving
pleegden. Het bleef niet bij een beroving alleen, zij vielen eveneens inwoners
van Victoria aan, ze bestalen hen, winkels, scholen en organisaties en richtten
vernielingen aan.
Gedurende de vijf jaar werden er verschillende onderhandelingspogingen
gedaan om de besturen te verzoenen. De besturen zelf probeerden het, de bevolking
spande zich ervoor in en ook de burgemeester van Playa Grande en enkele mensenrechten-
en ontwikkelingsorgansities poogden de toekomst van Victoria te redden. De
meeste ontwikkelingsorganisaties hadden namelijk de gemeenschap verlaten,
omdat het voor hen onmogelijk was om met de verdeelde bevolking en autoriteiten
te werken en zij weigerden de verdeeldheid te stimuleren. In maart 2000 vond
er dan toch een 'officiele verzoening' plaats: ten tijde van mijn veldwerk
werd er een bestuur opgericht, dat voor de gehele bevolking zou gaan functioneren.
Het vertrouwen in dit bestuur was gering; het bestuur zal zich moeten bewijzen.
Een belangrijk middel om het vertrouwen van de bevolking te herstellen is
door de ontwikkeling van de gemeenschap, die op een zeer laag pitje stond,
opnieuw op gang te brengen. Het nieuwe bestuur had al plannen hiertoe alvorens
zij officieel zitting nam.
Een ander belangrijk punt is, dat de komende vijf jaar
personen met een extreem politieke achtergrond geweigerd zullen worden als
bestuurslid. Ondanks deze en andere maatregelen staat de gemeenschap voor
een grote uitdaging. Hopelijk zal zij erin slagen het proces van verzoening
en sociale integratie positief te stimuleren.
Korte conclusie
Uit dit artikel blijkt, dat - ondanks de vele onderhandelingen, vergaderingen
en fora die gevoerd en gehouden zijn, en ondanks de akkoorden en actieplannen
die getekend en ontworpen zijn - de Guatemalteekse overheid onvoldoende voorbereid
was om de remigranten daadwerkelijk te integreren in de samenleving, om hen
opnieuw als volwaardig burger te laten meetellen. Het verwezenlijken van
het vijfde doel van het akkoord op Hervestiging: 'Het promoveren van verzoening
op lokaal gebied - ook in de hervestigingsgebieden - maar ook op nationaal
niveau' is tot nu toe nog niet bereikt. Ook Balconi en Asturias zeiden in
Kruijts' boek, dat het proces van verzoening en vrede herhaald zal moeten
worden binnen de verschillende lagen en niveaus van de samenleving (Kruijt
& van Meurs, 2000). Zij hebben gelijk. Net zoals de oorlog niet op alle
delen van het land en binnen alle lagen van de bevolking dezelfde impact
had, heeft het proces van vrede en verzoening dat ook niet!
Noten
1. Zelfverdedigingspatrouilles - opgezet door het leger - die bescherming
bieden tegen de guerrilla.
2. Vluchtelingen die binnen de landsgrenzen bleven. Een deel van hen werd
gedwongen in de PAC te participeren.
3. Deze groep bestond uit 25 families die aan elkaar verwant waren. De familienaam
is Chan; vandaar dat ze worden aangeduid met los Chanes.
4. De hoofdstad van de regio, gelegen op 45 minuten afstand van Victoria.
5. Victoria bestond nog niet en moest vanaf de grond opgebouwd worden.
Literatuur
- Kruijt, D. & R. van Meurs, 2000. El guerrillero y el
general: Rodrigo Asturias y Julio Balconi: Sobre la guerra y la paz en Guatemala.
Guatemala-stad: FLACSO.
|
|