Culturele Antropologie Utrecht

CAses
hoogtepunten uit het afstudeeronderzoek


2001
vorige naar index volgende

Vrede gesloten . . . einde conflict?

Kelly Helinski

Guatemala, een land dat door veel reizigers en reisboeken beschreven wordt als het land van de eeuwige lente. Dit roept bij mij - en ik ben hierin waarschijnlijk niet de enige - beelden op van een schitterende natuur, een warm en zonnig klimaat en bovenal een vrolijk van aard zijnde, ongecompliceerde bevolking. Dit is gedeeltelijk ook zo, maar achter dit beeld - dat inderdaad in de meest toeristische gedeelten van Guatemala de boventoon lijkt te voeren - schuilt een schaduwbeeld. Dit neemt men pas waar, als men het land en - belangrijker - haar bevolking echt leert kennen. Het gewapend conflict dat Guatemala van 1960 tot 1996 in haar greep hield, heeft een grote impact op de bevolking gehad. Weliswaar niet op alle delen en lagen van het land en haar inwoners, maar het is wel zo, dat díe delen die zwaar getroffen werden, nog steeds de gevolgen van het conflict dragen. Balconi - tijdens de vredesonderhandelingen kopstuk aan de kant van het leger - en Asturias - leider van de guerrilla en tijdens de onderhandelingen eveneens vertegenwoordiger van deze groep - zeggen beiden dat het vredes- en verzoeningsproces dat in Guatemala in 1996 op nationaal niveau plaatsvond, herhaald zal moeten worden op regionaal, lokaal en zelfs familiaal niveau. Dit plaatst de Guatemalteekse bevolking voor een zware opgave. Victoria 20 de enero - de gemeenschap waar ik mijn onderzoek uitvoerde - is hier een uitstekend voorbeeld van.
   Dit dorp - gelegen in het laagland van Guatemala - heeft een bijzondere geschiedenis. Zijn naam wordt genoemd in alle publicaties die er op nationaal en internationaal niveau verschenen zijn over de impact van het gewapend conflict op de bevolking, met name over vluchtelingen. Veel indianen zagen in de jaren tachtig - toen het conflict zijn hoogtepunt bereikte - geen andere oplossing dan het land te ontvluchten. In 1993 keerde de eerste groep vluchtelingen onder begeleiding van de VN en CEAR - een Guatemalteekse vluchtelingenorganisatie - terug. Voor velen was het om praktische redenen niet mogelijk terug te keren naar de plaats van herkomst; de overheid wees hen een gebied toe, waar zij een nieuwe gemeenschap konden opbouwen. Victoria 20 de enero was de eerste terugkeergemeenschap die gesticht werd.
   Onder de remigranten bevonden zich eveneens voormalige guerrillastrijders, personen die tijdens het gewapend conflict tegen het leger hadden gevochten. Het leger lijfde tijdens het intern conflict eveneens 'gewone' burgers in; zij vormden de leden van de zogenaamde Patrullas de Autodefensa Civil (PAC)1. Op deze manier was een deel van de bevolking tijdens de oorlog gepolariseerd geraakt en lijnrecht tegenover elkaar komen te staan. Het overige deel van de bevolking vluchtte weg uit angst voor de gewelddadigheden en oorlogsmisdaden die beide groepen begingen.
   Victoria 20 de enero is een opmerkelijke 'terugkeer'gemeenschap, omdat het dorp naast remigranten en enkele guerrillastrijders, eveneens een aantal voormalige PAC-strijders huisvest. Dit is opmerkelijk, omdat in 1993 - ten tijde van de oprichting van de gemeenschap - de oorlog officieel nog niet beëindigd was en de bevolking door de polarisatie die er was opgetreden, bepaalde denkbeelden over en verwachtingen ten aanzien van de andere groep had ontwikkeld. Vanuit deze visie zou de bevolking er nimmer voor kiezen zich tezamen met personen van deze groepen in dezelfde gemeenschap te vestigen. De vraag waarom dit gebeurd is, is interessant; de vraag hoe het samenleven verloopt, is zo mogelijk nog interessanter. Beide vragen, ofwel de antwoorden, blijken meer met elkaar samen te hangen dan ik aanvankelijk verwachtte.
   Mijn onderzoek stelde zich ten doel inzicht te krijgen in het proces van verzoening en sociale integratie in Victoria 20 de enero, de eerste terugkeergemeenschap. In het onderzoek werd eveneens de wederzijdse beïnvloeding tussen de in Victoria werkzame ontwikkelingsorganisaties en het proces van verzoening en sociale integratie onderzocht. Helaas biedt dit artikel te weinig ruimte om ook op dit deel van de vraagstelling in te gaan.

De studie

Een van de eerste dingen waarvan de bevolking van Victoria het belangrijk achtte mij op de hoogte te stellen, was het feit dat er sinds 1995 twee onafhankelijk van elkaar functionerende autoriteiten in de gemeenschap aanwezig waren. De gemeenschap was om deze reden voor een groot deel verstoken geraakt van nationale en internationale hulp. De verdeeldheid - zoals de opsplitsing van het lokaal bestuur door de inwoners van de gemeenschap en de nog wel betrokken organisaties genoemd werd - had een nauwe relatie met de politieke situatie in het land en de polarisatie die er onder de bevolking was opgetreden.
   Hetgeen er in Victoria speelde - ten tijde dat ik mijn veldwerk startte - was, dat er op basis van de verschillende groeperingen die er in de gemeenschap gevestigd waren, twee verschillende politiek-getinte besturen waren ontstaan. Ten tijde van de oprichting van de gemeenschap - die toen enkel uit remigranten en enkele guerrillasympathisanten bestond - werd het zogeheten gemeenschapsbestuur opgericht. Na verloop van zes maanden vroeg een groep ontheemden2, waaronder enkele voormalige PAC-strijders, uit een naburige gemeenschap om opname in Victoria. Zij ondervonden sociale problemen in hun eigen gemeenschap en wilden daar vertrekken. De inwoners van Victoria vonden het aanvankelijk een opmerkelijk verzoek van los Chanes - zoals de groep genoemd werd3 - maar lieten hen binnen, waarmee zij hun bereidheid tot verzoening wilden tonen. Na twee jaar richtten los Chanes een eigen bestuur op. Een deel van de bevolking sloot zich bij hen aan; de rest van de inwoners bleef loyaal aan het gemeenschapsbestuur. Op deze manier kwam de polarisatie onder de bevolking - guerrillastrijders versus PAC-strijders - tot uiting in de lokale bestuursvorm. Voor de opsplitsing van het lokaal bestuur is een drietal redenen te geven, die nauw met elkaar samenhangen. Ik zal ze hieronder bespreken.

De verdeeldheid

Zoals Los Chanes zelf aangeven, hebben zij een eigen bestuur opgericht - het comité voor verbetering - omdat het gemeenschapsbestuur volgens hen fraudeerde met de donaties van ontwikkelingsorganisaties. De aandacht voor Victoria van de (inter)nationale donorgemeenschap was vanaf het moment van oprichting groot geweest. Men wilde de remigranten, zoals in het Akkoord voor Hervestiging was overeengekomen, een volwaardige integratie verzekeren. Dit wil zeggen, dat én de basisbehoeften van de remigranten verzorgd zouden worden, maar ook dat zij volledig zouden integreren op economisch en sociaal gebied. De (inter)nationale gemeenschap wilde de ontwikkeling van de eerste terugkeergemeenschap een krachtige impuls geven om betrokkenheid te tonen en een voorbeeld te stellen voor toekomstige terugkeergemeenschappen. Er circuleerden diverse geldstromen, onder andere van de Guatemalteekse overheid zelf, van de Europese Unie, van verschillende West-Europese landen, de Verenigde Staten en Canada. Het gemeenschapsbestuur, dat bemand werd door bestuursleden die in feite amper over bestuurlijke of administratieve kennis beschikten, kreeg van het ene op het andere moment financiële verantwoordelijkheid en moest deze op de juiste manier zien in te vullen. Controle op het functioneren van het bestuur was amper aanwezig en los Chanes en een groot deel van de bevolking zijn ervan overtuigd, dat de leden van het bestuur geld in eigen zak staken. Latere besturen hebben dit ook openlijk toegegeven, maar grote bedragen waren het niet.
   De tweede reden hangt samen met de eerste reden, maar ik prefereer hem apart te noemen, omdat er een belangrijk onderscheid is. De leden van het comité voor verbetering beschuldigden het gemeenschapsbestuur namelijk niet alleen van het aanwenden van ontwikkelingsgelden voor persoonlijke doeleinden, maar ook van het gebruiken van het geld om de - nog steeds bestaande - guerrillabewegingen financieel te ondersteunen. In de tijd dat de remigranten terugkeerden, waren de vredesonderhandelingen in volle gang, maar nog niet ondertekend. De guerrilla bestond nog steeds, zij het dat hij gematigder en minder aanwezig was in de samenleving. Vluchtelingen die voorheen in de guerrilla hadden geparticipeerd, kregen bij terugkeer de gelegenheid zich opnieuw bij hen aan te sluiten. De actieve rebellen hielden zich in die tijd, uit angst voor het leger en de staat, verborgen in de bergen of in de jungle en moesten creatief zijn om voedsel-, kleding- en andere basisbehoeften te kunnen vervullen. Om deze reden bezochten zij regelmatig verschillende gemeenschappen die hen hielpen. Dit gebeurde eveneens in Victoria.
   Met betrekking tot de beschuldiging dat het gemeenschapsbestuur hen ook financieel ondersteunde, geldt dat er amper getuigenissenverklaringen voorhanden zijn, laat staan bekentenissen van mogelijke daders. De bevolking vreest represailles als zij hier openlijk over spreekt. Toch waren er enkele sleutelinformanten bereid dat, zij het op fluistertoon, te doen. Ondanks het ontbreken van bekentenissen van de 'daders' durf ik te stellen, dat - gezien de geschiedenis van Guatemala en de situatie in Victoria - het zeer aannemelijk is, dat de guerrilla inderdaad op deze manier ondersteund werd door het gemeenschapsbestuur. Voor de leden van het comité voor verbetering - voormalige PAC-strijders en legersympathisanten - was dit onaanvaardbaar. Reden temeer om een eigen comité op te zetten en het heft - en de gemeenschapsgelden - in eigen hand te nemen.
   De derde reden is ook van politiek karakter en werpt een heel ander licht op de vraag waarom los Chanes het comité voor verbetering oprichtten. Ook voor deze reden geldt, dat de mogelijke daders geen bekentenissen hebben afgelegd en dat het eigenlijk een onderwerp betreft, waar men nauwelijks over spreekt. In die zin was het bijzonder, dat enkele van de personen die ik interviewde, afzonderlijk van elkaar hetzelfde verhaal vertelden en dezelfde reden aangaven: de opzet van het comité voor verbetering maakt deel uit van een militaire strategie. Los Chanes, die zich een half jaar na de oprichting van de gemeenschap in het dorp vestigden, onderhielden in die tijd nog steeds een nauwe relatie met het leger, gesitueerd in militaire zone 1 in Playa Grande4. Op het moment dat de eerste vluchtelingen terugkeerden en het bericht kwam, dat deze zich permanent zouden vestigen in de regio Ixcán, speelde bij het leger onder andere de vrees dat deze remigranten - van wie zij overtuigd waren, dat velen voormalige guerrillastrijders waren - zich bij repatriëring opnieuw zouden aansluiten bij de guerrilla. De eerste groep remigranten vormde voor het leger op deze manier een probleem en - belangrijker - een bedreiging voor haar macht in het gebied.
   De remigranten kwamen aan in de gemeenschap Santa Clara - Victoria's buurgemeenschap - en brachten daar de eerste tijd door, omdat zij nog geen verblijfplaats hadden5. Santa Clara was een gemeenschap van voormalige PAC-strijders en ontheemden, personen die niet blij waren met de groep remigranten. Opmerkelijk was, dat één groep families wel uiterst vriendelijk was en hen als vrienden ontving: los Chanes. Voor de remigranten was dit een grote opluchting; het gaf hen het gevoel, dat de oorlog een aflopende zaak was en dat verzoening tussen de verschillende groeperingen mogelijk was. De adder onder het gras was, dat los Chanes door het leger van tevoren uitvoerig ingelicht waren over de manier waarop zij de remigranten moesten ontvangen. Dit diende om de latere integratie van los Chanes in de terugkeergemeenschap te faciliteren. Na een half jaar gebeurde dit. De bevolking van het inmiddels opgerichte Victoria liet los Chanes binnen, omdat zij goede herinneringen had aan het warme welkom dat de families haar geheten hadden bij haar aankomst na de repatriëring. Eenmaal binnen in de gemeenschap kregen los Chanes vanuit de militaire zone de taak de organisatie van voormalige guerrillastrijders te desorganiseren of, beter gezegd, uit te schakelen. Vanzelfsprekend was het de bedoeling, dat dit aan de andere bewoners van Victoria niet onthuld zou worden. Los Chanes vonden een prachtig voorwendsel waaronder zij hun eigen comité konden op richten: de fraude. Maar in feite diende dit een hoger doel: zij speelden de bevolking tegen elkaar uit, verspreidden roddels en zorgden voor een breuk in de gemeenschap en een afbreuk van de macht van het gemeenschapsbestuur.

En daarna?

Het complexe aan deze studie is de politieke gevoeligheid. Alhoewel de 'daders' van de fraude met de ontwikkelingsgelden en de 'daders' van de uitvoering van de militaire strategie hun 'daden' niet erkenden, is het - na een tijd aanwezig te zijn geweest in de gemeenschap, na de verhalen gehoord te hebben, na de boeken gelezen te hebben, na passages van interviews op fluistertoon te hebben afgenomen - voor mij duidelijk, dat alle drie de redenen ook daadwerkelijk de oorzaken zijn van het opsplitsen van de autoriteiten.
   De verdeeldheid die ontstond, duurde vijf jaar voort. Er waren momenten waarop ze zelfs versterkt werd. Op het moment dat het verzoek van los Chanes aan het gemeenschapsbestuur en de betrokken organisaties om de reeds gedoneerde goederen te verdelen over beide besturen in de wind geslagen werd, waren los Chanes zo teleurgesteld en verontwaardigd, dat ze een beroving pleegden. Het bleef niet bij een beroving alleen, zij vielen eveneens inwoners van Victoria aan, ze bestalen hen, winkels, scholen en organisaties en richtten vernielingen aan.
   Gedurende de vijf jaar werden er verschillende onderhandelingspogingen gedaan om de besturen te verzoenen. De besturen zelf probeerden het, de bevolking spande zich ervoor in en ook de burgemeester van Playa Grande en enkele mensenrechten- en ontwikkelingsorgansities poogden de toekomst van Victoria te redden. De meeste ontwikkelingsorganisaties hadden namelijk de gemeenschap verlaten, omdat het voor hen onmogelijk was om met de verdeelde bevolking en autoriteiten te werken en zij weigerden de verdeeldheid te stimuleren. In maart 2000 vond er dan toch een 'officiele verzoening' plaats: ten tijde van mijn veldwerk werd er een bestuur opgericht, dat voor de gehele bevolking zou gaan functioneren. Het vertrouwen in dit bestuur was gering; het bestuur zal zich moeten bewijzen. Een belangrijk middel om het vertrouwen van de bevolking te herstellen is door de ontwikkeling van de gemeenschap, die op een zeer laag pitje stond, opnieuw op gang te brengen. Het nieuwe bestuur had al plannen hiertoe alvorens zij officieel zitting nam.
   Een ander belangrijk punt is, dat de komende vijf jaar personen met een extreem politieke achtergrond geweigerd zullen worden als bestuurslid. Ondanks deze en andere maatregelen staat de gemeenschap voor een grote uitdaging. Hopelijk zal zij erin slagen het proces van verzoening en sociale integratie positief te stimuleren.

Korte conclusie

Uit dit artikel blijkt, dat - ondanks de vele onderhandelingen, vergaderingen en fora die gevoerd en gehouden zijn, en ondanks de akkoorden en actieplannen die getekend en ontworpen zijn - de Guatemalteekse overheid onvoldoende voorbereid was om de remigranten daadwerkelijk te integreren in de samenleving, om hen opnieuw als volwaardig burger te laten meetellen. Het verwezenlijken van het vijfde doel van het akkoord op Hervestiging: 'Het promoveren van verzoening op lokaal gebied - ook in de hervestigingsgebieden - maar ook op nationaal niveau' is tot nu toe nog niet bereikt. Ook Balconi en Asturias zeiden in Kruijts' boek, dat het proces van verzoening en vrede herhaald zal moeten worden binnen de verschillende lagen en niveaus van de samenleving (Kruijt & van Meurs, 2000). Zij hebben gelijk. Net zoals de oorlog niet op alle delen van het land en binnen alle lagen van de bevolking dezelfde impact had, heeft het proces van vrede en verzoening dat ook niet!

Noten

1. Zelfverdedigingspatrouilles - opgezet door het leger - die bescherming bieden tegen de guerrilla.
2. Vluchtelingen die binnen de landsgrenzen bleven. Een deel van hen werd gedwongen in de PAC te participeren.
3. Deze groep bestond uit 25 families die aan elkaar verwant waren. De familienaam is Chan; vandaar dat ze worden aangeduid met los Chanes.
4. De hoofdstad van de regio, gelegen op 45 minuten afstand van Victoria.
5. Victoria bestond nog niet en moest vanaf de grond opgebouwd worden.

Literatuur

- Kruijt, D. & R. van Meurs, 2000. El guerrillero y el general: Rodrigo Asturias y Julio Balconi: Sobre la guerra y la paz en Guatemala. Guatemala-stad: FLACSO.


 
vorige naar index volgende