|
Het drama van het dagelijkse
leven
Vicky Peters
'In eerste instantie besloten ze dat het feest niet door
zou gaan, vanwege de regen. Alles was nat en modderig en de maan liet het
afweten. Om middernacht kwam de maan alsnog tevoorschijn en de chef van
de zusters van de bruidegom besloot nog een poging te wagen; de traditie
vraagt immers om feest op deze avond. Ze riep alle zusters bij elkaar en
informeerde de griottes Sira Soumano en Oumou Kouyate. Oumou Kouyate werd
op pad gestuurd om de tamtam-spelers op te trommelen. Iedereen verzamelde
zich in het ouderlijk huis van de bruid. Bij aankomst doet de chef van
de tamtam-spelers zijn beklag over de slechte organisatie van de huwelijksceremonie
in zijn geheel. De zusters van de bruidegom hadden de griottes één
week - in plaats van drie dagen - van tevoren moeten inlichten over de
feestelijke activiteiten, zodat zij op hun beurt de tamtam-spelers op tijd
hadden kunnen informeren. De gang van zaken getuigt volgens hem van een
gebrek aan respect. Een hevige discussie tussen de drummer en de zusters
van de bruidegom barst los. De zusters geven uiteindelijk toe, dat ze een
fout hebben begaan, waarna wat muziek wordt gemaakt. Vervolgens begeeft
het gezelschap zich naar de Place Publique, waar het publiek hen opwacht.
Eenmaal daar aangekomen heropent een zus van de bruidegom,
die tegelijkertijd de echtgenote is van de chef van de tamtam-spelers,
de discussie. Ze beweert dat zij haar man reeds had ingelicht over de bruiloft.
Haar man staat er echter op, dat de zusters van de bruidegom de griottes
inlichten, zodat deze hem vervolgens kunnen waarschuwen, volgens de spelregels
van de traditie. Hij is beledigd door de uitspraak van zijn echtgenote
en geeft haar een klap. Een zus van zijn echtgenote begint zich ermee te
bemoeien en stelt voor tamtam-spelers uit een nabijgelegen dorp te vragen
om tijdens de bruiloft de muziek te verzorgen. De chef van de tamtam-spelers
geeft haar ook een klap. Uit verdediging gooit ze de zaklamp - die ze op
dat moment in haar handen heeft - in zijn richting, maar de tamtam-speler
bukt en de lamp mist zijn doel. Dan is het de griotte Sira Soumano die
intervenieert en een poging doet beide partijen te kalmeren. De vrouw moet
zwijgen, want het is de echtgenoot die recht van spreken heeft. De echtgenoot
moet haar excuses accepteren. Er wordt nog een poging gedaan tot zang en
dans, maar de sfeer is bedorven en het is al laat.'
Sociale wetenschappers hebben de realiteit gedurende lange tijd beschreven
als een stabiele entiteit, met de nadruk op consistentie en congruentie.
Zij waren zich er in het algemeen wel van bewust, dat er verschillen bestonden
tussen de ideale normen van gedrag en gedrag op empirisch niveau, maar
de meerderheid van hun culturele modellen is gebaseerd op ideologie in
plaats van op de sociale realiteit. Het beeld van een goed geoliede, 'mechanische'
samenleving, waarin de verschillende onderdelen precies in elkaar passen
en samen de werking van het geheel mogelijk maken, wordt door zogeheten
functionalisten en de verschillende structuralisten gedeeld. De machine
kan haperingen vertonen, maar dat is een tijdelijk probleem, dat door de
vernieuwing van een onderdeeltje ondervangen kan worden. Wanneer meerdere
onderdelen haperen of een onderdeel niet meer te vernieuwen is, dient de
machine te worden aangepast of vervangen door een ander type machine, waarna
het geheel weer in evenwicht is. De nadruk ligt in alle gevallen op de
stabiliteit en continuïteit van de machine; er is geen ruimte voor
verandering en proces. Binnen deze machine wordt het gedrag van de individuele
onderdelen verklaard in termen van rollen en regels, waarden en normen.
Deze dichotomie structuur-proces past in het plaatje van de vele andere
dichotomieën die antropologen in de loop van de tijd geconstrueerd
hebben: natuur-cultuur, individu-organisatie, ideologie-handeling, dynamisch-statisch,
traditioneel-modern etc. Antropologen hebben gedurende lange tijd geleden
aan een milde vorm van schizofrenie.
Samenlevingen zijn continu in verandering en de sociale
structuur is vloeibaar en doorzichtig. Normen zijn ambigu en soms zelfs
tegenstrijdig. Verder is er altijd een kloof tussen richtlijnen van gedrag
en gedrag op empirisch niveau, hetgeen betekent dat regels en normen gedrag
niet volledig verklaren. Mensen staan in continue competitie en conflict
voor het verkrijgen van schaarse bronnen en verdiensten. Daartoe maken
ze steeds opnieuw keuzes tussen alternatieven. Mensen zijn entrepreneurs,
die innoveren en manipuleren voor hun eigen sociaal, psychologisch en materieel
gewin. Het zijn hún handelingen die het normatieve en institutionele
kader van een samenleving kneden. Hierbij ligt de nadruk op reciprociteit,
uitwisseling en transactie. Sociale verandering in plaats van stabiliteit
is de normale gang van zaken.
Dit begint te lijken op een pleidooi voor het individualisme.
Het lijkt de betekenis van het grotere samenlevingsverband voor het individu
buiten beschouwing te laten. Het lijkt een beeld te schetsen van de mens
die in een sociaal vacuüm leeft en zijn omgeving naar zijn eigenbelangen
kneedt. Om de dichotomie individualisme-holisme (functionalisme) te ondervangen
is het van belang te kijken naar netwerken. Netwerken bestaan uit relaties
tussen mensen, uit transacties en coalities, die de sociale ruimte tussen
het individu en de staat invullen. Om netwerken te analyseren moeten antropologen
meer aandacht besteden aan de informele structuur, in plaats van aan de
formele structuur. Een kijkje achter de coulissen nemen, in plaats van
zich te laten verblinden door de performance die op het podium wordt neergezet.1
Het fragment aan het begin van dit artikel is een voorbeeld
van een performance. Elke performance geeft informatie over culturele instituties,
zoals religie, politiek en gender. Tevens heeft elke performance
een eigen structuur, betekenis en specifieke omstandigheden. Een performance
vindt niet in een sociaal vacuüm plaats, maar in een meta-context.
De plaats en functie van de performance in die context kunnen veel betekenend
zijn. De meta-context kan van invloed zijn op de micro-context van de performance,
waarbij deze een soort weerspiegeling is van de meta-context (een monitor
om de samenleving door te bestuderen). Tevens heeft de performance een
eigen structuur en dynamiek, waarin bepaalde alledaagse rollen of regels
bekritiseerd of omgekeerd kunnen worden. De performance kan dus afwijken
van de bestaande orde en hierop zelfs een blijvende invloed uitoefenen
(performance als interventiemiddel in de sociale realiteit). Het is belangrijk
de wisselwerking tussen de 'structuur' van de samenleving (die ook aan
verandering onderhevig is) en de 'dynamiek' van de individuele performance
(die ook een vaste structuur heeft) expliciet te maken. Hierbij komen zowel
het holisme als het individualisme aan bod of delven beide het onderspit.
De verschillende performance-benaderingen sluiten dus aan bij het model
van een continu veranderende samenleving2.
Het is tijd om de openingsscène van dit artikel te onderwerpen
aan een analyse. Allereerst aandacht voor de meta-context waarin de performance
plaatsvond. We begeven ons naar Senegal, het meest westelijk gelegen land
van het Afrikaanse continent en bij de leek voornamelijk bekend door de
rally Paris-Dakar, die in de Senegalese hoofdstad eindigt. Dan richten
de schijnwerpers zich op Netteboulou, een dorp met ongeveer 1000 inwoners,
dat gelegen is in de oost-Senegalese brousse (achterland / wildernis),
ongeveer 30 kilometer ten zuiden van de stad Tambacounda. Daar leven de
Netteboulois voornamelijk van de landbouw; pinda's, gierst, maïs en
katoen zijn de voornaamste gewassen.
In het dorp wonen voornamelijk Mandinka, één
van de zes grote etnische groepen die in Senegal vertegenwoordigd zijn.
Kenmerkend voor de Mandinka is de traditionele hiërarchische driedeling
die de bevolking indeelt in de volgende sociale categorieën: de foroli
(nobelen), de nyamakalaw (ambachtslieden, verzamelnaam voor smeden,
leerlooiers, griots en
fina) en de jongoli (slaven)3.
De belangrijkste kenmerken van dit systeem zijn endogamie, erfelijke status
en sociale functie. Bij deze rigide indeling hoort een drietal kanttekeningen.
Er is ruimte voor individuele prestige-verschillen binnen een sociale categorie.
Geboorte in een sociale categorie verplicht niet tot de uitoefening van
de bijbehorende sociale functie. Iemand kan van identiteit veranderen door
migratie. Wel is de uitoefening van de specifieke sociale functies voorbehouden
aan mensen die in de sociale categorie geboren zijn.
Kenmerkend voor de Netteboulois is het verschil tussen
het publieke discours dat zij houden, en het empirische gedrag dat zij
vertonen. Volgens het discours bestaat de hiërarchische driedeling
niet meer. Dankzij de ontwikkeling, het onderwijs en de democratie zou
iedereen nu gelijkwaardig en onafhankelijk van elkaar zijn. Endogamie zou
geen richtlijn meer zijn bij de keuze van een levensgezel. De slavernij
is in 1815 door de Fransen afgeschaft en omstreeks 1938 kwam de inheemse
slavernij tot een einde; dus van jongoli (slaven) is geen sprake
meer. Tenslotte bevat het discours waarden en normen die grotendeels samenvallen
met de regels van de islam, zoals het niet drinken van alcohol, het vijf
keer per dag bidden en de principes van trouw. Iedereen in Netteboulou
is moslim; ze worden in de religie geboren.
De empirie bewijst het tegendeel. Ten eerste hechten de
Netteboulois tot op heden een groot belang aan achternamen. Iedereen kent
elkaars achternaam en bijbehorend sociaal label. Een achternaam geeft een
persoon een plaats in de samenleving (lees: in het systeem) en een historische
dimensie waaraan hij of zij een bepaalde status ontleent, namelijk die
van de voorouders. Steeds als de Netteboulois elkaar tegenkomen, spreken
ze een aantal vaste begroetingen uit, die immer eindigen met het benoemen
van iemands achternaam. Op deze manier wordt meerdere malen per dag de
plaats van een persoon in het traditionele systeem benadrukt. Ten tweede
vinden er in Netteboulou geen huwelijken plaats tussen sociale categorieën;
zelfs de verschillende nyamakalaw trouwen niet onderling. Zo blijven
de sociale categorieën strikt gescheiden en passen achternamen nog
steeds bij een bepaalde sociale categorie, met bijbehorende status en taken.
Ten derde heeft de Senegalese politiek haar aandeel in
het behoud van de hiërarchische driedeling. Patroon-cliënt relaties
spelen een grote rol binnen de Senegalese politiek en zijn de belangrijkste
kanalen waarlangs goederen en diensten verkregen kunnen worden. Vlak voor
de onafhankelijkheid in 1960 hebben leden van de PS (Socialistische Partij,
die van 1960 tot 2000 aan de macht is geweest) contact gezocht met de traditionele
heersers op het platteland. Zij werden intermediair tussen de plattelandsbevolking
en de geschoolde partij-elite in de grote steden en vormden dus op lokaal
niveau de belangrijkste schakel binnen de patroon-cliënt piramide
van de PS. Tot op heden bekleden de traditionele heersers die positie.
Als een politicus de heerser van een dorp als Netteboulou, waar de traditionele
driedeling nog in sterke mate heerst, aan zich weet te binden, heeft de
politicus nagenoeg het hele dorp achter zich. Nationale politici hebben
dus lokale politici nodig voor het verwerven van stemmen. De lokale politicus
en traditioneel heerser kan op deze wijze de basis van zijn macht gemakkelijk
verbreden of op zijn minst in stand houden. Hij geniet een aanzienlijke
voorsprong op mededorpelingen wat betreft het verkrijgen van goederen en
diensten van de nationale politici. Door deze financiële voorsprong
kunnen de traditionele heersers het bestaande 'Manding-systeem' in stand
houden: de minder bedeelden uit de lagere sociale categorieën blijven
afhankelijk van de traditionele heersers. Zo versterken politieke patroon-cliënt
relaties de traditionele structuur en de traditionele verhoudingen vormen
de basis van de patroon-cliënt relaties van het politieke spel. Door
deze interdependentie is alles doorweven van politiek, zelfs de performances
op de podia van religieuze ceremonies.
In Netteboulou staan vier rites de passage centraal: geboorte
en naamgeving, besnijdenis, huwelijk en begrafenis. Alle ceremonies kennen
een vaste enscenering (opeenvolgende scenario's) en script (wat de artiesten
volgens de Netteboulois en het publieke discours behoren te doen en zeggen).
Ze zijn vrij sober: er is veel ruimte voor gebeden, moraliserende toespraken
en rituele handelingen. De enscenering en het script vormen de structuur
van een
rite de passage. Het tijdstip en de setting liggen grotendeels
vast. Tevens zijn er een aantal 'traditionele' regels waarvan niet mag
worden afgeweken, betreffende de spelers van het script en de schrijvers
van de performance. Verder kan gekeken worden naar een aantal elementen
die bij podia drama4 te onderscheiden zijn,
zoals de expressieve middelen, de rol van het publiek, de instrumenten,
het aantal artiesten, het geven en de verdeling van giften, de kleding
en de rollen van de artiesten.5 De artiesten
in Netteboulou zijn de traditionele barden (griots), maar ook de
imam, leden van het publiek, belangrijke ouderen, andere nyamakalaw
of politieke figuren kunnen de podia betreden.
De Netteboulois presenteren de rites de passage
als series rituele en muzikale handelingen, die al eeuwenlang op dezelfde
wijze uitgevoerd worden. De manier van handelen vindt zijn legitimatie
in de traditie, waarbij ze verwijzen naar de voorouders die het ook zo
deden. De reden waarom of de manier waarop wordt niet ter discussie gesteld.
Dat de Netteboulois een groot belang hechten aan het respecteren van deze
traditionele regels, blijkt uit het podium drama aan het begin van dit
artikel. Het betreft een huwelijksceremonie tussen de families Diko en
Kante, die plaatsvond van 20 tot en met 24 juni 2000. Ten eerste willen
ze het feest per se op de 'traditionele' avond uitvoeren, ondanks de slechte
weersomstandigheden. Ten tweede ontstaat een ruzie tussen een tamtam-speler
en de organisatrices van de bruiloft, omtrent de wijze van organisatie.
De organisatrices hebben de tamtam-spelers te laat geïnformeerd. Ten
derde komt de 'traditionele' rol van de griottes naar voren. Eén
griotte moet mensen optrommelen, een ander intervenieert tijdens
het conflict en treedt op als ceremoniemeester. Verder schemeren gender-aspecten
door in het fragment: 'het is de echtgenoot die recht van spreken heeft',
het gebruik van fysiek geweld ten opzichte van vrouwen en het zijn vrouwen
die verantwoordelijk zijn voor de organisatie van de avond. De sociale
structuur is duidelijk van invloed op de performance en de performance
is een manier om naar de sociale structuur te kijken.
De artiesten kunnen zich beperken tot het spelen van het
script, of pogen het script aan te vullen met improvisaties. Een performance
van de hoofdrolspelers bestaat uit de enscenering, het vaste script én
improvisatie. Als de artiesten erin slagen een improvisatie neer te zetten,
weten ze binnen de grenzen en regels van de ceremonie een ruimte te creëren
om commentaar te leveren op de sociale realiteit, om individueel prestige
te winnen, om politieke belangen te behartigen, om sociale relaties te
rechtvaardigen en om de vrede tussen de dorpelingen te bewaken. In dit
fragment is ook sprake van improvisatie, ondanks de 'traditionele' elementen
en de expliciete nadruk op het belang van traditie. Het is niet de normale
gang van zaken dat een tamtam-speler een gevecht uitlokt met de organisatrices
van de ceremonie. Elke ceremonie draagt het potentieel tot improvisatie
in zich. De artiesten moeten zich een weg banen langs alle 'traditionele'
regels, structuren en scripten om in de schijnwerpers te komen en een eigen
performance neer te zetten. Zij slagen er via de performances in relaties
te manipuleren voor eigen doeleinden. Het spel dat ontstaat, is hetzelfde
politieke spel dat in het dagelijkse leven wordt gespeeld, alleen gebruiken
ze binnen de ceremonies andere middelen. Bij deze gang van zaken wordt
het onderscheid tussen het podium drama en het sociaal drama6
kunstmatig: de samenleving in haar geheel is een performance, waarin iedereen
een artiest is die bepaalde rollen speelt.
Mensen laten zich bij de invulling van hun rollen leiden
door opportunisme. In elke samenleving bestaat er competitie tussen mensen
die hebben en mensen die willen hebben. Ongelijkheid is inherent aan elke
samenleving, waardoor een sociaal evenwicht niet kan bestaan. In dit sociaal
drama evalueren mensen hun relaties steeds opnieuw; ze worden verbroken
wanneer ze niet meer genoeg opbrengen. Mensen zijn dus overal actief in
het beoefenen van politiek en het 'managen' van netwerken; elk menselijk
handelen heeft een instrumenteel aspect. In Netteboulou zijn de ceremonies
een arena waarbinnen de artiesten hun eigen doelen nastreven. Zij gebruiken
de religie en de traditie als maskers, waarachter ze hun ware gezicht verbergen.
Uit dit artikel blijkt dat de traditie niet vastligt, maar onderhevig
is aan manipulatie. De structuur van de rites de passage wordt aangepast
aan contemporaine omstandigheden en binnen deze 'vaste' structuur is ruimte
voor improvisatie. De dualiteit traditie-innovatie is dus fictief! Een
voorbeeld zijn de griots. Ze zijn de belangrijkste bewaarders van
orale literatuur en zijn meesters in het spelen met de tijd. Ze weten de
geschiedenis te 'herschrijven', zodat deze aansluit op het heden, en weten
het heden zin te geven op basis van het verleden. In Netteboulou bestaat
de ideologie van de gelijkheid tussen het verleden en het heden. In de
praktijk is er echter sprake van voortdurende veranderingen. Deze veranderingen
vinden hun legitimering in het verleden. 'Zo hebben onze voorouders het
ook gedaan.' Dit is een proces waarbij de geschiedenis steeds op een andere
manier wordt geïncorporeerd in het heden. Traditie is dus een legitimeringsproces
waaraan innovatie inherent is. Traditie is vernieuwing en vernieuwing is
traditie. De griots, die hun identiteit ontlenen aan de traditionele
driedeling, zijn daarvan het levende bewijs.
Kortom, in Netteboulou wijkt het publieke discours af
van het empirische gedrag, is traditie een manier om de huidige gang van
zaken te legitimeren en schuilt achter elk individu een politiek entrepreneur.
Dit is niet enkel de specifieke gang van zaken in een dorp in de wildernis
van het verre Senegal. Bij ons gaat het er net zo aan toe. 'Netwerken'
is een werkwoord dat in de beginjaren van de 21ste eeuw in het westen als
sleutel tot succes wordt gezien: het warm houden van interessante connecties,
het optimaal benutten van het electronische netwerk en het sparen van tijd
via nieuwe transportmogelijkheden. De wereld is een web van netwerken.
Maar netwerken is niet enkel een modern, westers begrip. De mensen in Netteboulou
zullen het niet op dezelfde manier benoemen, maar handelen wel op dezelfde
wijze. Armoede is relatief, rijkdom ook. Verandering en verzet ertegen
zijn aan elkaar gerelateerd. Beide zijn processen die vanuit hetzelfde
motief geactiveerd worden: de wens voor een beter leven. Dat de Netteboulois
zich schuilhouden achter een publiek discours is niet hypocriet, maar begrijpelijk.
Er is altijd en overal een discrepantie tussen wat mensen zeggen en wat
ze doen, tussen het plaatje dat wordt gepresenteerd aan de buitenwereld
en de naakte werkelijkheid. Mensen hebben nu eenmaal een zingevend verhaal
nodig om de werkelijkheid leefbaar te maken. Dat is het drama van het dagelijkse
leven en dat geldt voor de Netteboulois, de mensen in het westen en zeker
ook voor antropologen.
Noten
1. Dit standpunt vindt ondersteuning in werken van onder
andere F.G. Bailey (1969, 1971), Jeremy Boissevain (1974), Mart Bax (1978)
en Stanley Barrett (1996).
2. De laatste twee decennia hebben sociale wetenschappers
steeds meer oog gekregen voor de bijdrage die performances kunnen leveren
aan de betekenis en de interpretatie van cultureel materiaal. Voor de verschillende
performance-benaderingen zie onder andere Geertz (1973, 1976), Turner (1974,
1988), Bauman (1977, 1986, 1989), Schechner (1985, 1988, 1993) en Okpewho
(1992).
3. Tot op de dag van vandaag wordt dit sociale onderscheid
gehandhaafd, maar verschillend gewaardeerd al naar gelang de context. Er
bestaan vele misverstanden rondom deze indeling en de bijbehorende terminologie,
die hier niet behandeld kunnen worden. Voor een discussie hierover zie
onder andere Dumont (1966), van Hoven (1990), Conrad & Frank (1995),
Amselle (1996) en Jansen (2000).
4. Deze term wordt onder andere gebruikt door Victor
Turner (1988) en staat gelijk aan performance, ceremonie e.d.
5. Richard Bauman (1986) en Isidore Okpewho (1992) bespreken
deze - en andere - elementen aan de hand waarvan performances geanalyseerd
kunnen worden.
6. Wederom een term van Victor Turner (1988). Hij verstaat
hieronder: 'units of a harmonic or disharmonic social process, arising
in conflict situations' en onderscheidt vier fasen in dit model, waarbij
de nadruk ligt op proces.
Literatuur
- Amselle, J.L., 1996. Book Review of 'Status and Identity
in West Africa: Nyamakalaw of Mande', D.C. Conrad & B.E. Frank (eds.)
(Bloomington IN 1995). In: Cahiers d'Etudes Africaines XXXVI (4),
no. 144, pp. 830-834.
- Bailey, F.G., 1969. Stratagems and Spoils. Oxford:
Blackwell.
- Bailey, F.G., 1971. Gifts and Poison: The Politics
of Reputation. Oxford: Basil Blackwell.
- Barrett, Stanley, 1996. Anthropology: A Student's
Guide to Theory and Method. Canada: University of Toronto Press.
- Bauman, Richard, 1977. Verbal Art as Performance.
Waveland: Prospect Heights, IL.
- Bauman, Richard, 1986. Story, Performance and Event:
Contextual Studies of Oral Narrative. USA: Cambridge University Press.
- Bauman, Richard, 1989. Performance. In: E. Barnouw
(ed.), International Encyclopedia of Communications Vol. 3. Oxford:
Oxford University Press, pp. 262-266.
- Bax, Mart, 1978. Jaap, Joop, Mies: leesplank van
de netwerkanalyse. Assen/Amsterdam: Van Gorcum & Comp. B.V.
- Boissevain, Jeremy, 1974. Friends of Friends: Networks,
Manipulators and Coalitions. New York: St. Martin's Press.
- Conrad, D.C. & B.E. Frank, 1995. Introduction:
Nyamakalaya - Contradiction and Ambiguity in Mande Society. In: D.C. Conrad
& B.E. Frank (eds.), Status and Identity in West Africa: Nyamakalaw
of Mande. USA: Indiana University Press.
- Dumont, Louis, 1966. Homo Hierarchicus: The Caste
System and its Implications. London: Cox & Wyman Ltd., Fakenham
and Reading.
- Geertz, Clifford, 1973. The Interpretation of Cultures,
New York: Basic Books.
- Geertz, Clifford, 1976. From the Native's Point of
View: On the Nature of Anthropological Understanding. In: K.H. Basso &
H.A. Selby (eds.), Meaning in Anthropology. Albuquerque: Univ. New
Mexico Press.
- Hoven, Ed van, 1990. Representing Social Hierarchy:
Administrators-Ethnographers in the French Sudan: Delafosse, Monteil, and
Labouret. In: Cahiers d'Etudes Africaines XXX (2), no. 118, pp.
179-198.
- Jansen, Jan, 2000. The Griot's Craft: An Essay on
Oral Tradition and Diplomacy. Hamburg: LIT VERLAG.
- Okpewho, Isidore, 1992. African Oral Literature:
Backgrounds, Character and Continuity. USA: Indiana University Press.
- Schechner, R., 1985. Between Theater and Anthropology.
Philadelphia: Univ. Penn. Press.
- Schechner, R., 1988. Performance Theory. New
York: Routledge.
- Schechner, R., 1993. The Future of Ritual: Writings
on Culture and Performance. New York: Routledge.
- Turner, Victor, 1974. Dramas, Fields and Metaphors,
Ithaca, NY: Cornell University Press.
- Turner, Victor, 1988. The Anthropology of Performance,
New York: PAJ Publications.
|
|