|
Irish Travellers
Jantine Messing
Ierse travellers maken deel uit van een culturele gemeenschap
die in veel opzichten duidelijk afwijkt van de rest van de Ierse samenleving.
Zij onderscheiden zich vooral op basis van het nomadische ideaal dat zij
aanhangen. Mede hierdoor vertonen zij veel overeenkomsten met zigeuners
en 'travellers' uit de rest van de wereld. De groep Ierse travellers is
niet erg omvangrijk; in de republiek Ierland wonen of reizen vijfentwintigduizend
travellers en in Noord-Ierland vijfduizend (Murphy & McDonagh, 2000).
In de 'traveller-literatuur' komt duidelijk naar voren,
dat travellers de laatste decennia in toenemende mate gediscrimineerd en
gestigmatiseerd worden. Deze ontwikkeling kan volgens een groot aantal
wetenschappers geplaatst worden in de context van relatief recente staat-
en natievormingsprocessen in Ierland. Nationalistische politici verkondigden
na de Ierse onafhankelijkheid (1921) het ideaal van een homogene Ierse
bevolking. Naarmate dit ideaal meer nadruk kreeg, werden travellers vooral
op basis van hun nomadische leefwijze steeds meer als outsiders gezien.
Het aanvankelijke homogeniteitsstreven van nationalistische
Ierse politici is inmiddels taboe. Ierse politici prijzen zich tegenwoordig
juist om hun multiculturalistische politieke oriëntatie. Helaas brengt
de politieke ommekeer echter weinig feitelijke veranderingen in de hedendaagse
positie van travellers.
Het nieuwe 'multiculturele ideaal' waar nationale politici
blijk van geven, stuit op lokaal niveau doorgaans op veel weerstand. Het
gros van de Ierse bevolking lijkt niet makkelijk afstand te doen van zijn
opvattingen over 'wie echt Iers is en wie daar buiten valt'. Deze respons
op de 'nieuwe nationale doelstellingen' wekt echter geen verbazing, gezien
de daadwerkelijke homogeniteit van de Ierse bevolking (91,6% is katholiek)
en het (tot voor kort) ontbreken van een immigranteninstroom. Ierland was
door zijn geografische locatie en zijn economische situatie eerder een
land van emigratie dan van immigratie. Engeland verleende vluchtelingen
traditioneel gezien asiel, waardoor zij niet richting Ierland kwamen. Daarbij
was de Ierse economische situatie tot voor kort niet erg rooskleurig. Pas
de laatste tien jaar is de Ierse economie tot bloei gekomen, waardoor steeds
meer asielaanvragen worden ingediend en steeds meer Europeanen en Amerikanen
in Ierland komen werken en studeren.1
Vanwege de relatieve homogeniteit van de Ierse bevolking
en het feit dat Ierland pas recent te maken heeft met een grote diversiteit
aan culturele invloeden, is er tot voor kort niet echt aanleiding geweest
om over multiculturalisme en pluraliteit na te denken. Nog steeds geven
'anderen' aanleiding tot angstige begrenzing van de 'eigen, authentiek
Ierse identiteit'. Een gevoel van trots op de eigen taal, religie, het
rurale landschap en een actieve betrokkenheid bij de nationale Ierse gemeenschap
zijn de pijlers van een rechtmatige claim op 'de Ierse identiteit'.
Oppervlakkig bekeken hebben travellers veel overeenkomsten met Ieren.
Allereerst geven travellers evenals sedentaire Ieren (settled) veelal
aan trots te zijn op 'hun Ierland'. Ondanks de mate waarin zij in Ierland
gediscrimineerd worden, hebben zij duidelijk het gevoel dat Ierland hun
'thuis' is. Ook sluit hun loyaliteit aan de rooms-katholieke kerk aan op
het profiel van 'de Ierse identiteit'. Daarnaast tonen travellers, evenals
veel settled, belangstelling voor onderwijs in Gaelic en
hebben zij op het gebied van muziek voorkeur voor 'traditionele' en vaak
ook nationalistische Ierse liederen. Bovendien worden nationale feestdagen
zowel door settled als door travellers uitbundig gevierd.
Uit dagelijkse confrontaties blijkt echter, hoe scherp
de sociale boundaries tussen settled en travellers zijn.
Travellers wordt in het alledaagse leven duidelijk gemaakt, dat zij geen
gelijkwaardige Ieren zijn. In een enquête in het kader van de campagne
'Citizen Traveller', waar 8000 settled aan hebben meegewerkt, komt
deze negatieve houding duidelijk naar voren: 81% van de settled wil
geen vriendschap met travellers, 96% wil hen niet als familie en 47% wil
niet dat zij in hun buurt wonen, terwijl 71% van de ondervraagden zegt
nooit contact te hebben gehad met travellers. Talloze travellers illustreren
deze statistische gegevens. Zij geven aan dagelijks op alle maatschappelijke
vlakken een hoge mate van sociale buitensluiting te ervaren. Mary, een
45-jarige traveller uit Tullamore, verzucht dat ze zich elke dag gedwongen
ziet weerstand te bieden tegen de discriminatie waarmee ze te maken heeft.
Elke dag moet ze een nieuwe strijd leveren:
It's a struggle, everyday it's a different struggle at a
different level with a different approach; it's always a fight, you will
always have to be up there to challenge what's been said. Discrimination
is going on in all walks of live, it's going on with teachers, it's going
on with guards and it's going on with doctors.
Travellers worden effectief geweerd op de arbeidsmarkt door settled.
Vooral in de particuliere sector wordt een traveller op basis van zijn/
haar adres al snel afgewezen. Ook op andere fronten is discriminatie wijdverbreid.
Bill, een gepensioneerd agent uit Tullamore, erkent dat hij als agent geen
zin had om zich met travellers te bemoeien. Hij beschrijft een periode
waarin 'nieuwe travellers' dusdanig veel overlast veroorzaakten in het
gebied waar hij werkzaam was, dat hij met een aantal collega's besloot
'ze op te ruimen'. Volgens hem komen deze praktijken nog steeds voor, hoewel
travellers door recente wetgeving steeds beter beschermd worden:
I remember one incident where a group of them moved into
my area and a certain publican began to serve them and we, the police,
were being called out every night to break up rows. Now we wanted a quite
life, so the sergeant and myself and some gentlemen, we decided to get
rid of them. We went down to their camp, tore down their tents and literally
kicked them out of the place and we got back to out quite life.
De media hebben een grote rol in de instandhouding van het negatieve beeld
dat settled
doorgaans van travellers hebben. Middels diverse mediakanalen
worden settled van stereotypen voorzien op basis waarvan hun woede
verder gevoed en in hun ogen gerechtvaardigd wordt. Journalist Synon beschrijft
travellers in een populaire zondagskrant op de volgende wijze: 'The travelling
life is a life which marauds over private property and disregards the public
laws. It is a life of money without production, land without costs, damage
without compensation, assaults without arrests, thefts without prosecution,
and murder without remorse.' (Synon, een settled journalist, geciteerd
in MacLaughlin, 1998: 132.)
In het CROSSCARE rapport (1993) komt naar voren, dat settled in
theorie positief staan tegenover het aanbrengen en verbeteren van gepaste
accommodatie voor travellers, maar hiertegen sterk in verweer komen, als
deze accommodatie in hun buurt wordt aangelegd. In dat geval worden vaak
buurtprotesten georganiseerd, waarmee de settled vaak succesvol
deze 'dreiging' weten af te wenden. De unofficial sites, die noodgedwongen
zijn ontstaan door het tekort aan traveller-accommodatie en de problemen
die de grote official halting sites met zich meebrengen, roepen
woede op in gemeenschappen. Deze woede van de lokale bevolking is op travellers
gericht, terwijl de fout bij de lokale overheden ligt, die erin falen travellers
van gepaste accommodatie te voorzien (Murphy & McDonagh, 2000: 12).
De belangrijkste reden voor deze houding is het hedendaagse
onbegrip dat settled hebben ten aanzien van hun nomadische levenswijze.
Volgens Okely (1997: 84) kunnen settled de keuze voor een nomadische
levenswijze niet bevatten: 'The Gypsies of Europe ... are homeless and
quite happy. But by appearing to have lost their home so carelessly they
put themselves beyond the pale of reason.' De houding van een groot aantal
settled is, dat travellers zich door deze levenswijze buiten de
maatschappij plaatsen. Omdat travellers niet participeren in de samenleving,
is het volgens veel settled logisch dat travelers minder recht hebben
op de voordelen die de samenleving te bieden heeft.
Volgens McLaughlin is de intolerantie ten aanzien van
travellers en hun nomadische levenswijze sterk aangewakkerd door staat-
en natievorming na de Ierse onafhankelijkheid in 1921. Het nieuwe Ierland
werd niet alleen opgebouwd door de 'dappere, sterke en onverschrokken rurale
bevolking', maar werd ook ingericht naar de wensen van deze groep. De 'rurale
fundamentalisten' van het nieuwe Ierland maakten orde en beschaving tot
de orde van de dag. Elke ongecontroleerde actie werd opgevat als bewijs
voor het feit dat het culturele en beschaafde fineerlaagje van Ierland
erg dun was. Travellers, besmet door armoede en nomadisme, werden gezien
als een bedreiging van de orde en beschaving van het onafhankelijke Ierland.
Zij wekten angst op, omdat ze ontoegankelijk leken voor de beschavingsmissie
van de nieuwe bestuurders. Als 'meesterloze vagebonden' zouden zij het
imago van 'het moderne Ierland' kunnen aantasten. De mogelijkheid die travellers
door hun nomadische levenswijze hadden om aan het fijnmazige netwerk van
lokale en bestuurlijke controle te ontsnappen, werd door veel settled
als beangstigend ervaren (McLaughlin, 1998).
Er is vaak sprake van een spanningsveld tussen sedentaire
bevolkingsgroepen en nomadische groepen. Nomadisme wordt door sedentaire
burgers gezien als een afwijking, omdat het niet overeenkomt met de norm,
oftewel een sedentair bestaan. In de West-Ierse folk-verhalen die
Lady Gregory (1974) heeft verzameld, wordt benadrukt dat Tinkers
door hun nomadische leefwijze tot permanente outsiders veroordeeld waren.
Nomadisme en de lage sociale status van Tinkers werden vaak uitgelegd als
straf voor een onethische levenswijze en slecht religieus gedrag. In een
van haar verzamelde verhalen worden Tinkers afgeschilderd als de enige
groep die ermee kon instemmen dat Christus' handen en voeten met spijkers
aan het kruis bevestigd werden: 'In a third account it was said that the
Tinkers were the only ones who would agree to drive nails into the hands
and feet of Christ and that is why they have to walk the world.' (Gregory,
1974: 197)
Vaak wordt nomadisme geassocieerd met een levenswijze
die 'afstamt uit het verre verleden'. Volgens Okely (1983: 24) worden nomaden
ofwel sentimenteel ofwel negatief beschouwd als 'overblijfselen' van een
denkbeeldige lineaire ontwikkeling waarbinnen een sedentair bestaan als
enige superieure toekomst gezien wordt. Travellers werden sinds 'de nieuwe
Ierse staat in 1921' steeds meer beschouwd als 'buitenstaanders' en pathologisch
ongeschikt voor de nationale samenleving (McLaughlin, 1998: 417). Deze
superieure houding van settled kan volgens McLaughlin op onbewust
niveau gehandhaafd worden: 'Because of their history of economic sufficiency
and the presumed universal validity of their way of life, they tend to
claim for themselves the mantle of universalism, to be models to which
all others can aspire and be assimilated into: they purport to be beyond
ethnicity.2
Travellers roepen niet enkel negatieve associaties op bij settled.
De beeldvorming over travellers heeft een paradoxaal karakter. Enerzijds
worden travellers buiten het communicatieveld van settled gehouden,
waardoor hen in het dagelijks leven het idee gegeven wordt geen deel uit
te maken van de Ierse samenleving. Anderzijds worden travellers in kunst
en cultuur vaak nostalgisch aan 'authentiek Ierland' gerelateerd. In de
context van het koloniale verleden van Ierland krijgt nomadisme, dat gelijkgesteld
wordt aan het verzet tegen overheersing, een positieve betekenis. In kunst
en cultuur bestaan dan ook grote raakvlakken tussen traveller-identiteit
en Irishness. De traveller-gemeenschap vormt volgens Caroline Dissel
een veilige 'open categorie' die het Ierse publiek de mogelijkheid biedt
om vanuit een veilige afstand te reflecteren over 'Irishness'.
Helleiner constateert, evenals Dissel, een gelijkenis
tussen de hedendaagse constructie van de traveller-identiteit en de koloniale
constructie van de Ierse identiteit. Zij benadrukt dat de geschiedenis
van 'Ierse reizenden' vanaf de Middeleeuwen tot het midden van de negentiende
eeuw beschreven en geconstrueerd is in de context van Engels kolonialisme
(Helleiner, 1995: 533). Helleiner wijst erop dat mobiliteit al vanaf de
twaalfde eeuw bestond, maar pas vanaf de zestiende eeuw onder invloed van
Engels discours geassocieerd werd met barbarisme. Engelsen gebruikten
de mobiliteit van de Ierse bevolking als bewijs voor Ierse inferioriteit
en poogden deze mobiliteit terug te dringen in hun 'beschavingsmissie'.
Deze beschavingsmissie leidde tot een aanzienlijke afname in de mobiliteit
van de Ierse bevolking. De groep mensen die hun reizend bestaan in Ierland
voortzetten, representeerden voor de overige Ieren een schakel met het
Keltische Ierland en verzet tegen de verengelsing van de Ierse samenleving.
Engelse autoriteiten associeerden Ierse travellers met katholicisme en
rebellie, met als gevolg dat Engelse politici zich sterk maakten voor de
onderdrukking van deze groep.
Traveller-identiteit wordt alleen op veilige afstand aan
de kern van de Ierse nationale identiteit gekoppeld. De 'goede en authentieke'
travellers, die inderdaad veel raakvlakken met
Irishness vertonen,
zijn volgens veel settled veranderd en bestaan alleen nog in verhalen.
De travellers van tegenwoordig zijn gestigmatiseerd als uitkeringstrekkers,
profiteurs, dieven en materialisten. Nomadisme heeft in de hedendaagse
context aan waardering en nostalgie ingeboet. Waar nomadisme in koloniale
context nog positieve connotaties heeft, wordt een nomadische levenswijze
tegenwoordig geassocieerd met belastingontduiking, diefstal en vervuiling.
De interpretatie van traveller-identiteit is per betekenisdomein
sterk verschillend. In het dagelijkse leven ervaren travellers een hoge
mate van sociale buitensluiting, terwijl zij in kunst en literatuur juist
de kern van de Ierse identiteit representeren. Deze paradoxale situatie
kan beter begrepen worden, als zij geplaatst wordt in het licht van het
koloniale verleden van Ierland. Een tweede paradox bestaat uit het feit,
dat termen als 'multiculturalisme', 'pluralisme' en 'human rights' veel
gebezigd worden in nationale politieke debatten, terwijl de positie van
travellers de laatste tien jaar steeds verder is verslechterd. Het nationale
'multiculturele ideaal' vindt nauwelijks gehoor bij de lokale politici
die dit ideaal zouden moeten realiseren. De sterk achtergestelde positie
van travellers en de recente toestroom van immigranten stelt Ierland voor
een grote uitdaging.
Noten
1. Het aantal asielaanvragen is van 39 in 1992 gestegen
naar 6507 in 1999 (91 in 1993, 362 in 1994, 424 in 1995, 1172 in 1996,
3883 in 1997 en 4626 in 1998). 40,1% Van deze aanvragen waren afkomstig
van Roemenen, 34,3% van Nigerianen, 11,8% van Zaïrezen, 7,8% van Algerijnen
en 6% van Polen. (bron: http://www.irlgov.ie/justice/publications/asylum/intergration.pdf)
2. McLaughin, 1994: 115. Nira Yuval-Davis constateert
eveneens dit universalisme van dominante ethnies: 'One of the measures
of the success of hegemonic ethnicities is the extent to which they succeed
in 'naturalising' their ideologies and practices to their own advantage.'
(Nina Yuval-Davis, 1997: 194)
Literatuur
- CROSSCARE Report, 1993. Accommodating Travelling
People. Dublin: The Stationary Office.
- Gregory, L.A., 1970 (1903). Poets and Dreamers.
Gerrard's Cross: Collin Smythe.
- Helleiner, J., 1995. Gypsies, Celts and Tinkers: Colonial
Antecedents of Anti-Traveller Racism in Ireland. Ethnic & Racial
Studies vol. 18, issue 3, pp. 532-554.
- McLaughlin, J., 1998. The political geography of anti-Traveller
Racism in Ireland: the Politics of Exclusion and the Geography of Closure.
Political Geography vol. 17, issue 4, pp 417-435.
- Murphy, F. & C. McDonagh (eds.), 2000. Travellers:
Citizens of Ireland: Our Challenge to an Intercultural Irish Society in
the 21st Century. Dublin: The Parish of the Travelling People.
- Okely, J., 1994. An Anthropological Perspective on
Irish Travellers. In: M. McCann et al.,
Irish Travellers: Culture and
Ethnicity. Antrim: W&G Baird Ltd, pp. 1-21.
- Okely, J., 1983. The Traveller-Gipsies. Cambridge:
Cambridge University Press.
- Yuval-Davis, N., 1997. Ethnicity, Gender Relations
and Multiculturalism. In: Werdner Pnina & T. Modood (eds.), Debating
Cultural Hybridity: Multi-cultural Identities and the Politics of Anti-racism.
Zed Books Ltd: London, pp. 193-208.
|
|