Culturele Antropologie Utrecht

CAses
hoogtepunten uit het afstudeeronderzoek


2001
vorige naar index volgende

Het Campusleven op UNAM
Als blanke student op een zwarte universiteit

Bas Rijnen

In de zomer van 1999 vertrok ik in het kader van mijn afstuderen voor vier maanden naar de Universiteit van Namibië (UNAM) in Windhoek. De International Relations & Programmes Office van deze universiteit had mij via mijn afstudeerbegeleider Wouter van Beek verzocht het uitwisselingsprogramma van studenten, waarin UNAM met een drietal Amerikaanse onderwijsinstellingen uit Mississippi participeert, te evalueren. Na drie jaar was volgens Kandjii-Murangi, de directrice van de International Office, de tijd rijp voor een evaluatie van het programma van Namibische zijde.
   Deze vier maanden op de universiteit zijn erg leerzaam geweest. Het bood mij de mogelijkheid om antropologisch onderzoek te doen in een moderne organisatie. Daarnaast kreeg ik de kans om de Namibische cultuur en in het bijzonder de studentencultuur van dichtbij te ervaren. Van de vier maanden die ik in Namibië verbleef, heb ik drie maanden op de campus gewoond. Dit samenleven met de UNAM-studenten was een geweldige ervaring en mijn 'rite de passage' als antropoloog. Dit artikel is een weergave van mijn impressie van het studentenleven aldaar en mijn persoonlijke ervaringen als antropoloog in den vreemde.

Eerste ontmoeting

Nadat ik 's morgens kennis had gemaakt met de mensen van de International Office, besloot ik op mijn eerste dag te gaan lunchen in de studentenkantine. De kantine binnenlopend, zag ik dat een vijftigtal studenten zich hier had verzameld. Een groep stond gecentreerd om de lunchbalie. Zij stonden klaarblijkelijk op hun beurt te wachten om een lunch te bestellen. Een ander groepje zat aan de tafeltjes reeds hun lunch te nuttigen. De overige studenten hingen een beetje rond en stonden wat met elkaar te praten. Plots bekroop mij een vreemd gevoel. Iets klopte er niet in dit plaatje en waarom keken al deze mensen zo naar mij? Zag ik er zo toeristisch uit? Met een schok bemerkte ik ineens dat ik de enige blanke was. Een seconde later voelde ik een adrenalinekick opkomen: wat gaaf zeg!
De eerste ontmoeting met de UNAM-studenten was een overweldigende ervaring. Het was alsof ik een andere wereld betrad. Ik had het gevoel alsof ik iets aanschouwde waarvan ik zelf geen deel uitmaakte. Het gevoel toeschouwer te zijn verdween echter al snel. De op mij gerichte, onderzoekende ogen overtuigden mij dat ik wel degelijk deel uitmaakte van deze wereld. Voor mijzelf was dit een erg leerzame ervaring. Het was de eerste keer dat ik de enorme impact van cultuur ervoer. Dit werd niet alleen veroorzaakt door het feit dat ik blank was en zij allemaal zwart. Dit was het Afrikaanse studentenleven! Dit was hun wereld, met hun manier van doen. Al die uren in de leslokalen hadden we erover gediscussieerd en hier viel alles ineens op zijn plaats. Staande in de kantine voelde ik me ineens heel klein en nederig. Het minste wat ik kon doen is deze wereld met respect en bescheidenheid betreden.
   De eerste dagen op de campus keek ik mijn ogen uit. UNAM herbergt een kleurrijk mozaïek van studenten. Op UNAM studeren, verdeeld over de zeven faculteiten, een kleine vierduizend studenten. Een groot deel van hen is afkomstig uit de historical disadvantaged communities van Namibië. De meeste etnische groepen, zoals bijvoorbeeld Capvriviërs, Damara, Nama, Ovambo en Basters, zijn op de campus vertegenwoordigd. Het mozaïek van studenten wordt nog kleurrijker door de aanwezigheid van vele internationale studenten uit de omliggende Afrikaanse landen.
   De culturele verscheidenheid op de campus is niet vreemd, gezien de culturele diversiteit in Namibië en geheel zuidelijk Afrika. Opvallend is echter wel de schijnbare afwezigheid van blanke studenten. Hoewel de blanken ongeveer 7% van de bevolking vormen, studeren er hooguit een handvol blanke studenten aan de universiteit. In de vier maanden dat ik op de campus verbleef, heb ik geen blanke Namibische studenten ontmoet. De paar blanke studenten die ik ontmoette waren Europeanen. Ik heb wel eens aan medestudenten gevraagd of er überhaupt wel blanke Namibiërs op UNAM studeerden. De meesten kenden er echter geen of hooguit één. Waarschijnlijk zijn er een paar blanke Namibische studenten op UNAM, maar niet veel. In ieder geval wonen zij niet op de campus en participeren zij niet in het studentenleven. Een studente vertelde me eens over een blanke Namibische student, afkomstig uit een Afrikanerfamilie (Afrikaners zijn afstammelingen van de Europese kolonisten). Deze student was van plan om aan de Universiteit van Namibië te gaan studeren. Dit was echter tegen de wil van zijn ouders in. Zij wilden namelijk dat hij, zoals het merendeel van de blanke Namibiërs, aan een Zuid-Afrikaanse universiteit zou gaan studeren. De student besloot echter toch naar UNAM te gaan. Hierop werd hij uit de familie gezet. Tegelijkertijd werd hij ook uit de Afrikanergemeenschap verbannen. Helaas heb ik de blanke student in kwestie nooit gesproken. Ik kan daarom niet met zekerheid zeggen of dit verhaal op waarheid berust. De strekking van het verhaal is echter duidelijk. UNAM is een black university voor de 'historically disadvantaged communities' van Namibië. Blanke Namibiërs studeren niet op UNAM, maar gaan naar de Zuid-Afrikaanse universiteiten.

Het leven op de UNAM-campus

Een groot deel van het studentenleven van UNAM speelt zich af op de campus. Ongeveer eenderde deel (1100) van de studenten heeft er een kamertje. De studenten zijn verdeeld over twee complexen: de Old Hostels en de New Hostels. Van de 1100 studenten hebben circa 500 studenten een kamertje in de Old Hostels. Zoals de naam al aangeeft, is dit de oudste van de twee studentencomplexen op de campus. Vanuit de ingang tot de campus gezien, liggen de Old Hostels uiterst links. De Old Hostels zijn, evenals het overgrote deel van de gebouwen op de campus, gebouwd gedurende de Zuid-Afrikaanse bezetting. Het complex bestaat uit drie in een u-vorm geplaatste gebouwen die met elkaar en de rest van de campus verbonden zijn door een stelsel van gangen en loopbruggen. Er bevindt zich een jongensblok en twee meisjesblokken.
   Al snel na haar oprichting in 1993 kreeg UNAM te kampen met een groot tekort aan accommodatie voor studenten. Om dit tekort weg te werken zijn de New Hostels gebouwd. De New Hostels zijn gelegen aan de buitenkant van de campus, vanuit de ingang gezien uiterst rechts, en worden door een aantal sportvelden gescheiden van de andere gebouwen op de campus. Ze bieden plaats aan ongeveer 600 studenten. Door hun ligging vormen de New Hostels een complex op zich. Ze bestaan uit tien studentenhuizen (vier meisjes- en zes jongensblokken). Ieder studentenhuis heeft twee verdiepingen. In elk studenthuis is een gemeenschappelijke ruimte waar behalve een aantal stoelen een televisie is geplaatst.
   De kamers in beide hostels zijn niet erg groot, ongeveer zeven vierkante meter. Dit is genoeg ruimte voor een grote kledingkast, een bed, een bureau en een stoel. De meeste studenten hebben hun kamers behangen met foto's en posters van hun favoriete rap- en sportsterren en andere persoonlijke souvenirs. De kamers zijn over het algemeen niet duur ingericht. De studenten hebben geen televisies of computers. Sommigen hebben echter wel een koelkast, een waterkoker of een cd-speler. De ramen van de kamers zijn voorzien van tralies. Dit maakt de kamers minder aangenaam. Het grote aantal diefstallen op de campus maakt dit echter noodzakelijk.
   Door zijn kleinschaligheid heeft de campus iets weg van een klein dorp. Dit wordt versterkt door het feit dat de campus een eindje buiten Windhoek ligt. De meeste studenten hebben geen geld voor een eigen auto. Het enige vervoer is een taxiritje à vier Namibische Dollar (nu inmiddels vijf). De studenten zijn daarom op elkaar aangewezen.
   Voor de studenten is er op de campus weinig te beleven. De studenten klagen regelmatig: 'UNAM is boring!' Een groot deel van de vrije tijd gaat naar sport. Op de campus zijn een groot aantal sportfaciliteiten: tennisbanen, basketbalvelden, een voetbalveld, een rugbyveld, een zwembad en een fitnesscenter. Voor de rest van hun vrije tijd hangen de studenten wat rond, kletsen met elkaar of kijken televisie in de gemeenschappelijke kamers. Op donderdagavond kan deze sleur doorbroken worden, want dan is het studentnight. De studenten kunnen dan met de UNAM-bus naar een van tevoren uitgekozen discotheek in Windhoek. In de weekenden is het wat rustiger op de campus. Een deel van de studenten gaat dan naar huis.

Mijn intrede binnen het onderzoeksveld

De gedachte om een kamertje op deze multiculturele, zwarte campus te bewonen, maakte mij razend enthousiast. Jammer genoeg moest ik eerst nog een tijdje wachten, iets waar je in Afrika overigens al snel aan went. De International Office had als gevolg van een tekort aan accommodatie op de campus geen kamer voor mij kunnen regelen. Om deze reden moest ik de eerste weken in een Backpackers Lodge in het centrum van Windhoek verblijven. Het contact met de studenten bleef hierdoor beperkt tot de lunchpauzes.
   Mijn werkzaamheden op de International Office maakte het er voor mij niet makkelijker op. In de ogen van de UNAM-studenten moet ik wel een rare snuiter zijn geweest. Ik kwam altijd uit het administratiegebouw gelopen, waar het management van de universiteit is gevestigd. Weinig studenten komen in dit gebouw. Als zij binnenkomen, moeten zij eerst hun handtekening bij de portier zetten. Bovendien is het management altijd in dure pakken gekleed en staan er voor de deur een aantal dure auto's op privé parkeerplaatsen. En temidden van deze lui loopt er zo'n blank figuur in een spijkerbroek, die ook nog eens in de studentenkantine gaat lunchen in plaats van in de Staff Cafeteria.
   Na een dikke maand kwam echter het verlossende woord van het hoofd van Accommodatie: er was een kamertje voor me in de New Hostels. Dit zou mijn echte introductie in het veld van de UNAM-studenten worden en mijn kans om te leren over de wereld van de UNAM-studenten. Ik was hierover toch redelijk nerveus. Hoe zouden zij reageren op een blanke student in hun midden. Op deze vraag kreeg ik echter al snel een antwoord. Nadat ik de sleutel van mijn kamer ontvangen had, trok ik de stoute schoenen aan. Ik was in het Euphorbia Damarana blok geplaatst en had kamernummer F16. Na een tijdje zoeken, vond ik het blok. Het gebouw naderend zag ik, dat een groepje van ongeveer tien studenten voor de ingang wat rond stond te hangen en te kletsen ... de ingang waar ik doorheen moest! Meteen gingen een aantal alarmbellen in mijn hoofd af. Hoe zullen ze op mij reageren? Zullen ze me als een indringer zien? Ik moest in ieder geval koel blijven. Dichterbij komend begroette ik de groep en begon een praatje. Het gesprek belandde gelukkig al snel op onderwerpen van wederzijdse interesse: muziek en sport. Het ijs was gebroken. Ik werd uitgenodigd voor een partijtje basketbal en beloofde hen mijn reggaebandjes uit te lenen.

Het campusleven

Levende tussen de UNAM-studenten op de campus ging er een heel nieuwe wereld voor me open. Op het moment dat ik mijn kamerdeur uitliep, kwam ik in een vreemde, nieuwe en erg spannende wereld. Langzamerhand leerde ik steeds meer over mijn omgeving. Dit was echter geen eenzijdig proces. De omgeving moet ook voor jou openstaan. Je bent hiervoor afhankelijk van je omgeving. Op UNAM loopt de omgang tussen studenten voor een groot deel nog langs culturele lijnen: Herero zijn met name bevriend met andere Herero, Basters met andere Basters enzovoorts. Deze historische erfenis als gevolg van de Apartheidswetten is reeds aan het verdwijnen, maar dit gebeurt langzaam. Met name de afstand tussen blank en zwart is nog groot. Gelukkig waren er een aantal dappere studenten op de campus, aan wie ik veel dank verschuldigd ben. Zij stonden open voor mij en introduceerden mij bij andere studenten. In korte tijd leerde ik meer en meer studenten kennen. Het aantal waaraan ik voorgesteld werd, groeide zo snel dat ik moeite kreeg om te onthouden aan welke mensen ik reeds voorgesteld was en welke niet. Langzamerhand wonnen de groetende en lachende gezichten het van de onderzoekende ogen. Studenten begonnen me te accepteren en nodigden me uit voor allerlei activiteiten. De 'tall white guy' werd Bas en langzamerhand begon ik deel uit te maken van de UNAM studentenwereld.
   Mijn verblijf op de campus bleek een garantie voor mooie culturele ervaringen. Regelmatig moest ik mij in mijn arm knijpen. Alles was zo ongelooflijk! Ik herinner me, dat ik een keer naar de voetbalinterland tussen het Namibische elftal (beter bekend als The Brave Warriors) en het nationale team van Swaziland ging. We vertrokken naar de wedstrijd met een grote groep studenten in de UNAM-bus, een oude Amerikaanse schoolbus. Op de terugweg zat ik met allemaal uitgelaten UNAM-studenten in de bus; de Brave Warriors hadden namelijk gewonnen. Op zo'n moment besef je ineens, hoe uniek en onwerkelijk het feit is, dat jij in die bus zit en dit mag ervaren. Het waren overigens niet alleen grote en bijzondere gebeurtenissen die culturele ervaringen opleverden. Iedere stap die ik buiten mijn kamertje deed, was een culturele ervaring. Zelfs kleine, alledaagse activiteiten als televisie kijken met andere studenten, op de kamers een beetje kletsen, basketballen of voetballen gaven mij een bijzonder gevoel. Deze alledaagse dingetjes moet hetgeen zijn waaraan antropologen verslaafd raken. Zij zorgen ervoor dat je het gevoel krijgt deel uit te maken van het leven van de mensen om je heen.

Tweestrijdigheid in het leven van de studenten

Al deze ervaringen leerden mij meer en meer over het leven van de UNAM-studenten. Ik bemerkte een tweestrijdigheid in het leven van de studenten. De UNAM-studenten gedragen zich over het algemeen erg modern en westers. Ze zijn erg 'America-minded'. De States is het walhalla. De studenten op de campus adoreren rappers als Tupac en sporters als Michael Jordan. De handshake die onder de zwarte bevolking in de ghetto's van steden als Los Angeles erg populair is, is via ghettofilms als Boyz 'n the hood overgewaaid naar de UNAM-campus. De kleding van de studenten is ook erg afro-Amerikaans. De studenten dragen het liefst een cap, een t-shirt, een no-fit jeans met daaronder sportschoenen.
   Dit westerse gedrag strookt niet helemaal met hun achtergrond of, beter gezegd, helemaal niet. De studenten maken nog steeds deel uit van de traditionele culturele gemeenschappen die Namibië rijk is. Deze culturele gemeenschappen zijn over het algemeen gevestigd in de afgelegen rurale gebieden. Zij hebben de sprong naar moderniteit die de UNAM-studenten hebben moeten maken, nog niet gemaakt. Zij leven nog op dezelfde traditionele wijze als voorheen. De normen en waarden die de studenten in hun kinderjaren als lid van de culturele gemeenschappen geleerd hebben, komen regelmatig in botsing met de moderne westerse waarden die zij op UNAM leren. Dit resulteert in een soort dubbele identiteit. Achter de veramerikanisering gaat een wereld schuil, die te herleiden is tot de culturele socialisatie en het lidmaatschap van de gemeenschap. Deze werelden zijn voor de studenten verschillend als gevolg van de vele culturen die zuidelijk Afrika herbergt. De veramerikanisering werkt op de campus als een mediator-cultuur, een verbindend element tussen de verschillende culturen onderling en de moderne wereld. Op deze manier kunnen culturele verschillen overbrugd worden.
   Door dit westers uiterlijk leken de culturele verschillen tussen de studenten en mij in het begin niet zo groot. Ze waren op de hoogte van de actuele situatie in de wereld, hadden dezelfde interesses (reggae, hiphop, voetbal en basketbal), waren ook niet vies van een avondje stappen en hadden over het algemeen ook een hekel aan vroeg opstaan. Onder dit oppervlak van gemeenschappelijke interesses ging toch een aantal culturele verschillen schuil, die te herleiden waren tot een verschil in culturele achtergrond.

Op zondagmorgen was het dan eindelijk zover. Ik zou mijn eerste wedstrijd voor 'The Team' gaan spelen in de UNAM Student Soccer League. Op de posters in de gangen van de campus had ik al gezien dat wij om negen uur moesten aantreden. Wij zouden die dag de derde wedstrijd spelen. Een van mijn teamgenoten vertelde me dat ik pas om halftien klaar hoefde te staan. De wedstrijden liepen namelijk altijd iets uit. Hij zou me wel oppikken. De verwachtingen waren hoog gespannen, want ik kwam uit het land van Davids en Bergkamp. Ik moest wel een aardig balletje kunnen trappen. Met dit in mijn achterhoofd stond ik om halftien 's morgens, met de kicksen al aan, te wachten op mijn teamgenoot. Ik had me al helemaal opgeladen voor de wedstrijd, was bereid de eer van mijn team met verve te verdedigen en te laten zien dat ik een voetballer uit de Hollandse school was. Dit was een erezaak! Maar helaas ... daar was al de eerste tegenslag. Mijn teamgenoot kwam niet opdagen. Ik besloot daarop maar zelf naar het voetbalveld te gaan. Daar aangekomen bleek de eerste wedstrijd pas net begonnen te zijn. Uiteindelijk begon onze wedstrijd rond een uur of twaalf, ... drie uur later!
Komende uit het land van molens, klompen en kaas is enige aanpassing vereist. De eerste omschakeling die gemaakt moet worden, is het overboord zetten van het overdreven westerse tijdsbesef: onthaasten dus. Wanneer ik 's morgens door de lange gang van mijn kamertje naar de International Office liep, betrapte ik me er iedere keer weer op, dat ik mezelf zat op te fokken, omdat ik laat was. Het is heel confronterend en tegelijkertijd frustrerend, wanneer je op dat moment een Namibische student passeert, die op zijn gemak naar de collegezaal slentert.
   Een ander opvallend verschil tussen de Nederlandse en de Namibische cultuur is de perceptie van gender. In Namibië is het rollenpatroon tussen man en vrouw nog erg conservatief. Over het algemeen heeft de man een autoritaire en dominante rol. Hij gedraagt zich macho naar vrouwen toe. Vrouwen stimuleren dit gedrag over het algemeen. Een man die zijn emoties toont op de campus is duidelijk 'not done': Men don't cry!
   Opgegroeid in de meer geëmancipeerde Nederlandse cultuur, was dit voor mij erg wennen. Het vereiste enige oplettendheid. Te geëmancipeerd gedrag van mijn kant zou mij in een moeilijke positie kunnen brengen. Een uitspraak van een studente maakte mij hier echter tijdig van bewust. Ze vertelde me dat ik haar door mijn gedrag enige dagen tevoren had ontroerd. Ik had namelijk galant de deur voor haar opengehouden en haar voor laten gaan. Ze zei: 'You don't know what it meant to me. It felt so good. Ovambo and Herero won't open the door for a woman!'
   De studenten in Namibië hebben een harder leven dan de gemiddelde Nederlandse student. Er is veel minder comfort en ze hebben weinig geld. Ondanks deze problemen blijft de Namibische student doorgaans opgewekt, warmbloedig en gastvrij. De studenten hebben een positieve kijk op het leven. Ze leven wat meer met de dag. Het contact onderling is veel warmer. Het geheel is belangrijker dan het individu. Door deze positieve houding van de student vergat ik wel eens de materiële armoede waarin sommigen van hen verkeerden. Op sommige momenten werd ik hieraan pijnlijk herinnerd. Op deze momenten werd ik me weer bewust, dat ik voor hen behalve Bas ook de rijke westerling was. Ik kon ze hierin overigens geen ongelijk geven. Op een bepaalde manier wás ik ook rijk. Maar op een andere manier dan zij dachten. Mijn verblijf tussen hen had van mij een rijk man gemaakt.

 
vorige naar index volgende