|
'DE UITDAGING'
Evaluatieonderzoek naar de effectiviteit
van het project 'De Uitdaging' op Marokkaanse jongens
Renske Dragt
Inleiding
Zo rond mijn vijftiende jaar werd mijn interesse gewekt voor de 'boot
camps', die toen al regelmatig in het nieuws en op de televisie waren.
Een Amerikaanse overste, in gesteven groen legerpak, hoed, staf en al,
bulderend naar zes net aangekomen jongens, vulde mijn televisiebeeld en
woonkamer. Bij elke 'ongepaste' blik of beweging van de jongens werd er
een vloedgolf van intimiderende woorden en blikken over hen uitgestort.
De jongens, kaalgeschoren en met de harde blik van het straatleven in hun
ogen, stapten uit een gepantserde bus de inrichting binnen. Trots en met
een uitdagende blik gaven ze te kennen, dat ze 'alles al hadden gezien
in hun korte leventje' en 'niets hen meer zou kunnen shockeren of doen
bewegen'. Binnen tien minuten lag er een jongen op zijn buik op de grond
push-ups te doen, de volgende stond met tranen in de ogen nietsziend voor
zich uit te kijken, terwijl de vier andere jongens naar de grond staarden.
Wat was ik blij dat ik daar niet opgesteld stond ...
Zes jaar later is een Nederlandse afleiding van de 'boot
camps' het richtpunt van mijn onderzoek. Hoe controversieel dit onderwerp
is, bleek al toen ik er in april van het jaar 2000 in de werkgroep op de
Universiteit Utrecht mee naar buiten trad. Mijn voorstel om mijn onderzoek
op 'boot camps' of disciplineringsprojecten in Nederland te richten leverde
direct voor- en tegenstanders op. Ter plekke ontstond er een 'lichte' discussie.
Dat is gedurende mijn hele onderzoek zo gebleven: voor- en tegenstanders
van disciplineringsprojecten bij mijn respondenten, onderwijzers, in mijn
vriendenkring, familie en (last but definitely not least) in de
media. Met name wat betreft Marokkaanse delinquente jongens, wordt er van
de kant van de bevolking steeds meer geroepen om hardere strafmaatregelen.
De jeugdcriminaliteit in Nederland is niet gelijkmatig
over de bevolking verdeeld. De groep die thans in de criminaliteit verhoudingsgewijs
prominent aanwezig is, is de Marokkaanse groep. De problemen met Marokkaanse
jongens in de Nederlandse samenleving zijn algemeen bekend. Marokkaanse
jongens worden genoemd in bijna alle aspecten van de criminaliteit. Dit
wordt bijna dagelijks breed uitgemeten in de media. De machteloosheid van
de politie en het onvermogen van het strafrechtelijk systeem om daar adequaat
op te reageren zorgen voor vele woedende reacties van de kant van de Nederlandse
bevolking. De bevolking roept om een nieuw alternatief dat de hoge criminaliteit
onder deze jongens tegen kan gaan. Zo is Tweede-Kamerlid W. van de Camp
(CDA) van mening, dat 'het regime en het karakter van de huidige straffen
als te licht worden ervaren'. De korpschef van regio Utrecht P. Vogelzang
sluit zich bij deze mening aan (NRC Handelsblad 29-05-2001). In het Nederlandse
strafrecht is er echter tot acht jaar geleden weinig ruimte geweest voor
strenge disciplinering. Sinds 1993 zijn er initiatieven genomen om door
middel van disciplinering jongeren weer op het rechte pad te brengen. De
wetenschappers - en met name antropologen - hebben tot op heden weinig
onderzoek verricht naar de werking en de effectiviteit van disciplineringskampen
op etnische minderheden.
Mijn onderzoek heeft zich gericht op het disciplineringsproject
'De Uitdaging', dat uitgevoerd is bij Defensie, een disciplineringsinstelling
bij uitstek. In mijn onderzoek naar De Uitdaging is nagegaan of een confronterend
project met strenge discipline ook vruchten afwerpt bij geresocialiseerde
Marokkaanse jongens, die hun weg moeten vinden in de maatschappij. De vraagstelling
in dit onderzoek is: "Wat is de effectiviteit van het disciplineringsproject
De Uitdaging op de criminaliteit van de Marokkaanse jongens die participeren
in het project?"
In dit artikel zal eerst ingegaan worden op de criminaliteit
van Marokkaanse jongens. Vervolgens zal kort ingegaan worden op de gebruikte
methoden tijdens het onderzoek. Daarna wordt het project De Uitdaging beschreven.
Tenslotte wordt het artikel afgesloten met een conclusie.
Marokkaanse delinquente jongens
Veel Marokkaanse gezinnen leven aan de onderkant van de maatschappij.
Ze worden als één van de grote probleemgroepen in de samenleving
gezien, zowel op economisch als op maatschappelijk gebied. De problemen
die allochtone jongeren in Nederland ondervinden, worden veelal toegeschreven
aan hun specifieke levensomstandigheden in de Nederlandse maatschappij
(Angenent 1997: 21). Hierin speelt de slechte sociaal-economische positie
van veel allochtone jeugdigen een rol: laag onderwijsniveau, veelal afgebroken
schoolopleiding, hoge werkloosheid.
Allochtone jongeren in Nederland leven op het kruispunt
van twee culturen: de Nederlandse cultuur en de allochtone cultuur. De
meesten weten daar goed mee om te gaan. Toch kan het leven tussen twee
culturen ook veel spanningen met zich meebrengen. Dit blijkt uit de moeilijkheden
die ontstaan bij de opvoeding van Marokkaanse jongens in Nederland.
Net zoals in Marokko is er binnen Marokkaanse gezinnen
in Nederland sprake van strenge discipline en hiërarchische verhoudingen.
Van zowel Marokkaanse ouders als van hun kinderen wordt een bepaalde rol
verwacht. Dit rolgedrag geeft houvast in de opvoeding. Het ouderlijk gezag
staat centraal en daarbij zijn gehoorzaamheid, eerbied en respect belangrijke
opvoedingsdoelen (Bruinsma 1998; Pels 1998; van der Werf 1994). Verder
gaan Marokkaanse ouders ook in Nederland uit van de gedachte, dat de opvoeding
van de kinderen beëindigd kan worden bij hun veertiende levensjaar.
Jongens onder de leeftijd van veertien jaar hebben in de Marokkaanse cultuur
nog de mogelijkheid om speels en ongecontroleerd gedrag te vertonen. In
de Marokkaanse opvoeding wordt er geen overleg gepleegd tussen ouders en
kinderen over 'goed en kwaad', maar wordt de grens gelegd bij de straf
(correctie) die kinderen krijgen bij het vertonen van ongepast gedrag.
Door het continu uitproberen en aftasten van de grenzen komen jongens erachter,
wat de gevolgen zijn van hun gedrag. Terwijl de kinderen vanaf een vastgestelde
leeftijd geconformeerd gedrag moeten vertonen, kan hen tot het veertiende
levensjaar geen onverantwoordelijkheid en eerloos gedrag worden verweten
(Van Gemert 1998).
Na het veertiende levensjaar vervullen ouders geen andere
dan een adviserende en een corrigerende rol. Dit heeft wel andere gevolgen
voor de Marokkaanse jeugd in Nederland dan de jeugd in Marokko. De adolescentiefase,
die in de Nederlandse opvoeding bij uitstek ruimte biedt om de volwassen
wereld te verkennen, wordt door Marokkaanse jongens overgeslagen. In een
wereld waar er grotere vrijheden heersen, controle en bescherming van de
familie vaak niet aanwezig zijn (het gedrag van Marokkaanse kinderen in
de publieke sfeer wordt niet als een verantwoordelijkheid voor het gezin
gezien, maar als een verantwoordelijkheid voor publieke instanties) en
waar de opvoeding bestaat uit leren van botsingen met de grenzen die gesteld
worden, is de kans op misstappen van de Marokkaanse jongens groter. Misstappen
waar Marokkaanse jongens verantwoording voor moeten afleggen als volwassen
mannen (Van Gemert 1998: 71-89).
De Marokkaanse ouders geven het vaak na vele conflictsituaties
op en wijzen hun kind op zijn eigen verantwoordelijkheid. De Marokkaanse
ouders verliezen daarmee grip op hun zoon, terwijl hij de vrijheden die
hij thuis niet kreeg, verkent op straat. In de puberteit waarin juist behoefte
is aan structuur en discipline, worden deze jongens vrij gelaten. De kans
dat zij in het criminele circuit terechtkomen, wordt daarmee vergroot.
Marokkaanse jongens zijn dan ook disproportioneel oververtegenwoordigd
in het criminele circuit. Allereerst zijn Marokkaanse jongens oververtegenwoordigd
in de populatie jeugdige delinquenten. Ten tweede komen Marokkanen op gemiddeld
jongere leeftijd in aanraking met de politie. Ten derde is het aantal Marokkaanse
verdachten in de afgelopen jaren gegroeid, terwijl het aantal verdachten
uit andere etnische groeperingen afgenomen is (Van Gemert 1998).
De politie probeert het over te nemen van de ouders, wanneer
de Marokkaanse jongens betrokken raken in het criminele circuit. De politie
pakt echter het gevolg (namelijk criminaliteit) in plaats van de oorzaak
(de behoefte aan structuur en discipline) aan. In het project De Uitdaging
krijgen Marokkaanse jongens de aandacht, discipline en structuur waar ze
eigenlijk zo'n behoefte aan hebben.
Het onderzoek
Uit de vraagstelling van dit onderzoek naar De Uitdaging blijkt, dat
het gaat om een evaluatieonderzoek. In evaluatieonderzoek wordt achteraf,
na afloop van de gebeurtenissen, vastgesteld ofwel geëvalueerd hoe
het een en ander is verlopen en hoe de betrokkenen de gebeurtenissen ervaren
of waarderen. Evaluatievraagstellingen bevatten termen als: 'Wat is het
resultaat of effect van, heeft ... geleid tot ...?' ('t Hart 1996: 81).
Mijn vraagstelling was: 'Wat is de effectiviteit van het disciplineringsproject
De Uitdaging op de criminaliteit van de Marokkaanse jongens die participeren
in het project?' Mijn rapport is dus gebaseerd op een evaluatieonderzoek.
Om de vraagstelling te kunnen beantwoorden is er - naast
een intensieve literatuurverkenning - kwalitatief onderzoek gedaan. Door
middel van open interviews en participerende observatie bij de betrokkenen
van dit project, is op antropologisch verantwoorde wijze de effectiviteit
van De Uitdaging bij Marokkaanse jongens gemeten. Het onderzoek heeft tussen
maart 2000 en april 2001 plaatsgevonden op diverse locaties in Nederland.
Er zijn interviews afgenomen bij de Landmacht in Bussum, de Marine in Amsterdam
en de Luchtmacht in Woensdrecht. Tevens zijn er onder andere interviews
gehouden bij ondersteunende instanties, zoals de politie, de jeugdhulpverlening
Nieuwe Perspectieven, de reclassering en arbeidstoeleiding Keerpunt. Tenslotte
zijn er rapporten en evaluatieverslagen van De Uitdaging ingezien.
'De Uitdaging'
In het project De Uitdaging werkten de Landmacht, de Marine en de Luchtmacht
samen met verschillende instanties uit Amsterdam. Men ging er bij de opstelling
van het project vanuit dat, als hulpverlenende instanties vanuit Amsterdam,
zoals de reclassering, de politie, jeugdhulpverlening Nieuwe Perspectieven
en arbeidsbureau Keerpunt 2000, samen zouden werken met medewerkers uit
de krijgsmacht, er betere resultaten behaald konden worden. De hulpverlening
uit Amsterdam zou zich richten op de emotionele kant van het project, terwijl
de krijgsmacht zich richtte op de praktische kant, zoals het bijbrengen
van discipline en het volgen van een opleiding.
De doelstelling van de gemeente Amsterdam en van het Ministerie
van Defensie was als volgt. De Gemeente en het Ministerie werken samen
in een project dat erop is gericht bepaalde jongeren - die dreigen af te
glijden naar of terug te vallen in de criminaliteit - perspectief te bieden
op een volwaardige deelname aan het maatschappelijke leven. Daartoe wordt
hen de gelegenheid geboden fysieke en sociale vaardigheden, werkstructuur
en leerervaring op te doen en een gedeeltelijke vakopleiding te volgen
in de gedisciplineerde setting van de militaire organisatie.
De krijgsmacht heeft bij uitstek de faciliteiten en mogelijkheden
hiervoor. De krijgsmacht biedt van oudsher discipline, structuur en regelmaat
aan haar medewerkers. Tijdens De Uitdaging is daar ook gebruik van gemaakt.
Zo werd in de eerste week van het project een bivakweek gegeven, waarin
de jongens geconfronteerd werden met intensieve sportactiviteiten, het
aanleren van een dagritme, het leren samenwerken en het stimuleren van
de groepsvorming. Na de bivakweek begon het lesprogramma, waarbij de facetten
van ritme, structuur en regelmaat doorgevoerd werden. Bovendien werden
er bij het succesvol afronden van een vak diploma's aan de deelnemers uitgereikt.
Het verstrekken van diploma's geeft de nodige erkenning aan deze jongens
en stimuleert hun zelfvertrouwen. Een andere wijze om de jongens een gevoel
van zelfvertrouwen te geven is - inherent aan de werkwijzen van de krijgsmacht
- de groepsvorming. Het dragen van een militair pak bijvoorbeeld zorgde
ervoor, dat de jongens zich niet meer als buitenstaanders voelden en ze
op psychologisch verantwoorde wijze gedwongen werden zich aan te passen
aan het regime.
Een meespelende factor in het project was de stimulerende
en enthousiaste begeleiding vanuit de krijgsmacht en de instanties in Amsterdam.
De begeleiding heeft ertoe bijgedragen, dat de deelnemers positieve aandacht
kregen, waar zo'n behoefte aan was. De begeleiding heeft er bewust voor
gekozen geen aandacht te schenken aan cultuur en het criminele verleden
van de deelnemers. Door de deelnemers als 'normale' mensen te benaderen
en geen onderscheid te maken in cultuur of crimineel verleden hebben zij
daarmee het stigmatiserende gevoel van 'het anders zijn' (in ieder geval
tijdelijk) kunnen wegnemen.
Om een beeld te geven van de methoden van De Uitdaging
laat ik een respondent aan het woord.
De krijgsmacht is een zeer socialiserende factor. Bovendien
leer je in het leger allerlei dingen tegen je zin in te doen. Doe je het
niet, dan krijgt de hele groep straf. Daarmee breek je egoïsme af.
Omgang met volstrekt andere mensen, je sociaal opstellen, samenwerkingscultuur
en je schikken in het onvermijdelijke: dat is de krijgsmacht. Hetzelfde
geldt voor discipline: er is een aantal regels en wetten, geschreven en
ongeschreven, waar je je gewoon aan moet houden. En dat leer je bij een
hoge drukketel als de krijgsmacht het beste.
Het project De Uitdaging zou succesvol worden genoemd, als 75 procent van
de startende deelnemers het project zou afronden. Daarna zou er gekeken
worden naar de effectiviteit van het project na één jaar.
Bij de Landmacht, de Marine en de Luchtmacht is de grens van 75 procent
gehaald. Na een jaar is er echter alleen bij de Landmacht nog een evaluatieonderzoek
geweest naar de effectiviteit van het project. Uit de evaluatie van de
Landmacht blijkt, dat één jaar na afloop van het project
elf van de dertien deelnemers die de cursus hadden afgerond, nog steeds
bezig zijn met een opleiding of baan. Hoewel er bij de Marine en de Luchtmacht
geen evaluaties zijn uitgevoerd na één jaar, waren ook hier
echter de verwachtingen positief. De verwachtingen zijn, dat wanneer deze
jongens niet hadden deelgenomen in dit project, hun kansen in de maatschappij
aanzienlijk verminderd waren. De Uitdaging biedt de jongens de kans door
middel van discipline en structuur kennis te nemen van een ander leven
en andere mogelijkheden.
Conclusie
Disciplinering heeft effect. Door de toegepaste discipline tijdens De
Uitdaging kregen de deelnemers het dagritme (wat de maatschappij van haar
burgers verlangt) terug. Tevens werd hen de structuur en regelmaat geboden,
die zij zelf vaak jaren misten. Door de fysieke oefeningen ondervonden
de deelnemers, dat er voor resultaat gewerkt moet worden. En tevens leerden
zij, dat resultaat beloond wordt door het complimenteren door middel van
een diploma. Tenslotte ondervonden zij door hun verblijf bij de krijgsmacht,
wat de geldende normen en waarden zijn, waar de Nederlandse maatschappij
voor staat. Dit staat in contrast met de hun bekende normen en waarden
van het straatleven.
Zonder de toegepaste discipline waren de bereikte resultaten
aanzienlijk minder geweest. De deelnemers hadden noch enige regelmaat noch
enige vorm van zelfdiscipline. Door hen daar aan het begin van het project
mee te confronteren in de vorm van een bivakweek creëerden de begeleiders
de bepalende sfeer van het gehele project. Zonder deze vorm van discipline
waren de deelnemers waarschijnlijk in andere onderdelen van het project
(zoals het volgen van de aangeboden vakken) minder succesvol geweest. De
uiterlijke discipline van de krijgsmacht, zoals het dragen van een uniform,
geeft tevens een extra stimulans aan de deelnemers om te participeren in
het project en om resultaten te behalen door de aantrekkingskracht die
Defensie heeft bij deze jongeren.
Discipline, regelmaat en structuur zijn dé elementen
die Marokkaanse delinquente jongens missen. Door het leven op straat, de
invloed van vrienden en de slechte relatie met het thuisfront zijn deze
jongens vaak op zichzelf aangewezen. Dit houdt vaak in, dat er geen ouderlijke
controle meer over hen uitgevoerd wordt en zij betrekkelijk veel vrijheid
genieten. Een verhoudingsgewijs groot percentage van deze Marokkaanse jongens
komt vervolgens in aanraking met de politie door betrokkenheid in het criminele
circuit.
Door de deelneming aan het project De Uitdaging komen
de Marokkaanse jongens in aanraking met de discipline die ze van huis uit
gewend waren, maar door het leven op straat en de invloed van hun vrienden
verloren hadden. Deze disciplinering maakt het mogelijk dat er door hen
vakken en lessen gevolgd kunnen worden. Door het volgen en met positief
resultaat afsluiten van deze vakken worden hun kansen in de maatschappij
dermate veranderd, dat er na het project een baan of opleiding verkregen
kan worden. Het volgen van een opleiding of het deelnemen aan de arbeidsmarkt
gaat criminaliteit onder Marokkaanse jongens tegen. Disciplinering is bij
deze jongens de cruciale factor om andere doelen die gerelateerd zijn aan
het tegengaan van criminaliteit, te bereiken.
Naast de toegepaste discipline hebben andere factoren
ook een stempel op de uitvoering van De Uitdaging gedrukt. Door de Marokkaanse
jongens op stimulerende wijze te benaderen werden de deelnemers gemotiveerd
te breken met het verleden en een doel in het leven na te streven. Ook
hier speelt discipline een rol, doordat discipline het doorzettingsvermogen
van de Marokkaanse jongens stimuleert. Tevens is het element van positieve
bekrachtiging, zoals het uitreiken van diploma's, hierbij ook van groot
belang geweest, want het gaf de jongens het zelfvertrouwen waar het bij
hen zo vaak aan schortte.
Omdat er tijdens De Uitdaging door de krijgsmacht in samenwerking
met hulpverlenende instanties elementen als discipline, aandacht, positieve
bekrachtiging en een opleiding geboden werden, heeft dit project kunnen
bijdragen aan een wending in het leven van de Marokkaanse deelnemers. De
Uitdaging biedt de jongens de kans kennis te nemen van een ander leven
en andere mogelijkheden. De conclusie van dit artikel en van mijn onderzoek
is dan ook, dat het project De Uitdaging en de disciplinerende voorwaarden
binnen het project voor Marokkaanse jongens effectief is.
Literatuur
- Angenent, H., 1997. Criminaliteit van allochtone
jongeren: feiten, oorzaken en achtergronden. Baarn: Uitgeverij Intro.
- Bruinsma, M., 1998. 'Gesluierd de baan op.' Scriptie
HBO Maatschappelijk Werk en Dienstverlening: Hogeschool van Utrecht.
- Hart, M. 't, 1996. Onderzoeksmethoden. Amsterdam:
Boom.
- Gemert, F. van, 1998. Ieder voor zich: Kansen, cultuur
en criminaliteit van Marokkaanse jongens. Amsterdam: Het Spinhuis.
- Pels, T., 1999. Opvoeding in Marokkaanse gezinnen
in Nederland. Assen, Uitgeverij: Van Gorcum.
- Werf, S. van der, 1994. Allochtonen: Een inleiding.
Bussum: Dick Countinho.
|
|