Evaluatieonderzoek Maatschappelijke Stage


FAQ - English - Doel - 2007/2008 - 2008/2009 - Medewerkers - Vacatures


Doel van het onderzoek
Vanaf 2011 wordt de maatschappelijke stage op alle middelbare scholen in Nederland ingevoerd. Veel scholen hebben nu al een of andere vorm van maatschappelijke stage. De Universiteit Utrecht voert in opdracht van het Ministerie van VWS onderzoek uit naar de effecten van deze stages op kinderen. Inzichten uit dit onderzoek kunnen gebruikt worden om de maatschappelijke stages optimaal vorm te geven.

Het onderzoek toont aan:
  • (a) in welke mate maatschappelijke stages burgerschap bevorderen;
  • (b) welke kenmerken van maatschappelijke stages het meeste effect sorteren;
  • (c) voor welke groepen leerlingen maatschappelijke stages het meeste effect sorteren.


    Onderzoek schooljaar 2008/2009

    Werkwijze
    Het onderzoek bestaat uit kwantitatief vragenlijstonderzoek onder leerlingen, ouders, en docenten. We vergelijken leerlingen van scholen die deelnemen aan pilotprojecten voor maatschappelijke stages gesubsidieerd door het ministerie van OC&W met leerlingen van andere scholen. Dat doen we zowel voorafgaand aan de stageperiode als na afloop. Op deze manier kunnen we het longitudinale effect van de stages vast stellen.

    Hier vindt u het projectvoorstel voor het lopende onderzoek.

    Eindrapport
    Dit onderzoek is intussen afgerond. Waarschijnlijk wordt het eindrapport in februari 2010 door de staatssecretaris naar de Tweede Kamer gestuurd voor een debat over de effecten van de maatschappelijke stage.

    Medewerkers
    Medewerkers aan dit onderzoek zijn:

    • René Bekkers (projectleider): coordineert het onderzoek, analyseert de gegevens, schrijft rapporten
    • Suzanne Spenkelink (junior onderzoeker): analyseert de gegevens, schrijft mee aan rapporten
    • Merel Ooms (student assistent): onderhoudt contacten met scholen, verzorgt vragenlijsten
    • Tim Immerzeel (student assistent): onderhoudt contacten met scholen, verzorgt vragenlijsten
    Informatie voor scholen die deelnemen aan het onderzoek
    Veel gestelde vragen over het onderzoek vindt u hier. Heeft u nog vragen over het onderzoek? Stuur dan een e-mail.

    Hier vindt u een powerpoint presentatie over het onderzoek.


    Onderzoek schooljaar 2007/2008

    Samenvatting
    Een samenvatting van het onderzoek vindt u hier.

    Werkwijze
    Dit onderzoek bestond uit twee delen: (1) een kwantitatief vragenlijstonderzoek en (2) een kwalitatief onderzoek, bestand uit gesprekken met sleutelfiguren in de scholen, groepsinterviews met leerlingen die nog niet aan maatschappelijke stage meegedaan hebben en focusgroepen met leerlingen die daar wel aan gedaan hebben. Het onderzoek liep van 23 april 2007 tot en met 31 januari 2008.

    Hier vindt u het projectvoorstel voor het onderzoek in schooljaar 2007/2008.

    Resultaten vooronderzoek
    In juni 2007 hebben de eerste gesprekken plaats gevonden op drie scholen die een of andere vorm van maatschappelijke stage hebben ingevoerd. Daarnaast hebben ongeveer drie honderd leerlingen van acht scholen een vragenlijst ingevuld. Uit het onderzoek blijkt dat leerlingen die een stage hebben gedaan op vele aspecten van burgerschap hoger scoren dan leerlingen die geen stage hebben gedaan.

    De resultaten van dit vooronderzoek zijn hier beschikbaar.

    Eindrapport
    In oktober en november is het onderzoek voortgezet onder 2187 leerlingen van 28 verschillende scholen verspreid over heel Nederland. In totaal deden 2491 leerlingen op 34 scholen aan het onderzoek mee. Het onderzoek is intussen afgerond. Het kwalitatieve onderzoek laat zien dat leerlingen op allerlei manieren betrokken zijn bij ‘de samenleving’, maar dat leerlingen hun betrokkenheid zelf niet altijd als zodanig herkennen. Volgens de leerlingen erkennen volwassenen hun betrokkenheid ook niet altijd. Op school krijgen reflectie en evaluatie over de maatschappelijke stage nog weinig aandacht. Reflectie en evaluatie zijn wel belangrijke voorwaarden voor de vorming van burgerschap via maatschappelijke stages. Het ontbreekt aan concrete materialen en ondersteuning voor reflectie en evaluatie. Reflectie en evaluatie vereisen ook dat de doelen van de stage vooraf helder zijn. Dit is lang niet altijd het geval. Als de doelen niet helder zijn is het voor de leerlingen niet duidelijk wat het nut van de maatschappelijke stage is en kan de stage weerzin oproepen.

    De gegevens van het kwantitatieve onderzoek laten zien dat leerlingen over het algemeen positief terugkijken op hun stage. Leerlingen zijn achteraf positiever over hun stage als zij meer keuzevrijheid hadden en als de stage is besproken in lessen op school. Leerlingen die op stage zijn geweest scoren hoger op vele aspecten van burgerschap dan leerlingen van dezelfde school die niet op stage zijn geweest. De grootste verschillen liggen op het terrein van vrijwilligerswerk (buiten de maatschappelijke stage), het belang van het helpen van anderen, de emotionele betrokkenheid bij anderen, normen over geven en vrijwilligerswerk doen, praten vaker met andere leerlingen over persoonlijke problemen en helpen vaker met huiswerk dan leerlingen die niet op stage zijn geweest. Deze verschillen blijven significant als rekening gehouden wordt met een reeks achtergrondkenmerken.

    Maatschappelijke stages hebben een sterker verband met burgerschap als leerlingen de stage ervaren als leerzamer, nuttiger, gezelliger, uitdagender, als de stage beter past bij de interesses en talenten van de leerlingen en als leerlingen zich meer gewaardeerd voelen. Leerlingen die meer keuzevrijheid krijgen zijn achteraf wel positiever over hun stage, maar hebben nauwelijks hogere scores op burgerschap. Beoordeling van maatschappelijke stages met een punt lijkt de intrinsieke motivatie te ondermijnen. Verplichte stages lijken in de sport minder goed te werken dan in andere sectoren. De verbanden tussen burgerschap en de maatschappelijke stage zijn niet systematisch sterker of zwakker onder specifieke groepen leerlingen. Het lijkt niet zo te zijn dat leerlingen die door hun sociale herkomst eerder met vrijwillige inzet in aanraking komen meer profiteren van de maatschappelijke stage.

    De gevonden verschillen vormen bemoedigende aanwijzingen maar nog geen direct bewijs dat maatschappelijke stages betere burgers opleveren. Nader onderzoek moet uitwijzen of de verschillen tussen leerlingen die wel en geen maatschappelijke stage hebben gedaan daadwerkelijk het gevolg zijn van stage-ervaringen, en indien dat het geval blijkt te zijn, of de effecten standhouden op de lange termijn. Nametingen onder de leerlingen die aan de nulmeting hebben deelgenomen kunnen daar duidelijkheid over geven.

    Download hier het eindrapport van het onderzoek.
    Een apart rapport van het kwalitatieve deel van het onderzoek, uitgevoerd door Linda Bridges Karr, is hier te downloaden.


    Terug naar René Bekkers' website