Hier vindt u het projectvoorstel voor het lopende onderzoek.
Eindrapport
Dit onderzoek is intussen afgerond. Waarschijnlijk wordt het eindrapport in februari 2010 door de staatssecretaris
naar de Tweede Kamer gestuurd voor een debat over de effecten van de maatschappelijke stage.
Medewerkers
Medewerkers aan dit onderzoek zijn:
Hier vindt u een powerpoint presentatie over het onderzoek.
Werkwijze
Dit onderzoek bestond uit twee delen: (1)
een kwantitatief vragenlijstonderzoek en (2) een kwalitatief onderzoek, bestand
uit gesprekken met sleutelfiguren in de scholen, groepsinterviews met leerlingen
die nog niet aan maatschappelijke stage meegedaan hebben en focusgroepen met
leerlingen die daar wel aan gedaan hebben. Het onderzoek liep van 23 april 2007 tot en
met 31 januari 2008.
Hier vindt u het projectvoorstel voor het onderzoek in schooljaar 2007/2008.
Resultaten vooronderzoek
De resultaten van dit vooronderzoek zijn hier beschikbaar.
De gegevens van het kwantitatieve onderzoek laten zien dat leerlingen over het algemeen positief terugkijken op hun stage. Leerlingen zijn achteraf positiever over hun stage als zij meer keuzevrijheid hadden en als de stage is besproken in lessen op school. Leerlingen die op stage zijn geweest scoren hoger op vele aspecten van burgerschap dan leerlingen van dezelfde school die niet op stage zijn geweest. De grootste verschillen liggen op het terrein van vrijwilligerswerk (buiten de maatschappelijke stage), het belang van het helpen van anderen, de emotionele betrokkenheid bij anderen, normen over geven en vrijwilligerswerk doen, praten vaker met andere leerlingen over persoonlijke problemen en helpen vaker met huiswerk dan leerlingen die niet op stage zijn geweest. Deze verschillen blijven significant als rekening gehouden wordt met een reeks achtergrondkenmerken.
Maatschappelijke stages hebben een sterker verband met burgerschap als leerlingen de stage ervaren als leerzamer, nuttiger, gezelliger, uitdagender, als de stage beter past bij de interesses en talenten van de leerlingen en als leerlingen zich meer gewaardeerd voelen. Leerlingen die meer keuzevrijheid krijgen zijn achteraf wel positiever over hun stage, maar hebben nauwelijks hogere scores op burgerschap. Beoordeling van maatschappelijke stages met een punt lijkt de intrinsieke motivatie te ondermijnen. Verplichte stages lijken in de sport minder goed te werken dan in andere sectoren. De verbanden tussen burgerschap en de maatschappelijke stage zijn niet systematisch sterker of zwakker onder specifieke groepen leerlingen. Het lijkt niet zo te zijn dat leerlingen die door hun sociale herkomst eerder met vrijwillige inzet in aanraking komen meer profiteren van de maatschappelijke stage.
De gevonden verschillen vormen bemoedigende aanwijzingen maar nog geen direct bewijs dat maatschappelijke stages betere burgers opleveren. Nader onderzoek moet uitwijzen of de verschillen tussen leerlingen die wel en geen maatschappelijke stage hebben gedaan daadwerkelijk het gevolg zijn van stage-ervaringen, en indien dat het geval blijkt te zijn, of de effecten standhouden op de lange termijn. Nametingen onder de leerlingen die aan de nulmeting hebben deelgenomen kunnen daar duidelijkheid over geven.
Download hier het eindrapport van het onderzoek.
Een apart rapport van het kwalitatieve deel van het onderzoek, uitgevoerd door Linda Bridges Karr, is hier te downloaden.